Domein Groenhof

inventaris landschappelijk erfgoed \ historische tuin of park

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Sint-Niklaas
Deelgemeente Belsele
Straat Belseledorp
Locatie Belseledorp 131-133 (Sint-Niklaas)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Bescherming houtig erfgoed Oost-Vlaanderen, fase 2B (beschermingen: September 2012 - Oktober 2012).
Toegankelijkheid Niet toegankelijk

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Domein Groenhof

Deze bescherming is geldig sinds 05-03-2015.

Beschrijving

Het neoclassicistisch landhuis met bijgebouwen en omringende tuin is typerend voor de midden 19de-eeuwse burgerlijke architectuur. De tuin in landschappelijke stijl met uitgegraven vijvers, slingerpaden, beplante heuvels, bomengroepen en doorkijken is een representatief voorbeeld van tuinaanleg uit de tweede helft van de 19de eeuw. De Japanse tuin met exotische architectuurelementen, zoals het theehuis, de poorten en bruggen en de rotspartijen in cementrustiek, is een uitzonderlijk voorbeeld van tuinarchitectuur uit het interbellum.

Historiek

In 1835 verhuist Franciscus Josephus Van Damme, sinds 1831 gehuwd met de gefortuneerde Maria Antonia De Westerlinck, van Lokeren naar Belsele in een huurhuis in de Dorpstraat, nu Belseledorp tegenover het oude Hof van Belsele.

In 1841 koopt hij een aanpalend huis met land en tuin van de kinderen Zaman en de aanpalende grond waardoor hij een domein van 1 hectare 54 are 60 centiare verwierf. In 1842 werd hij burgemeester van Belsele en bewoonde de woning Zaman. Volgens gegevens van het kadaster liet burgemeester Van Damme in 1851-1852 een nieuw landhuis bouwen. Het werd een vrijstaand neoclassicistisch landhuis met aanhorigheden beantwoordend aan zijn nieuwe status van burgemeester. Een architect is niet gekend. In 1862 kan hij het domein aanzienlijk uitbreiden door aankoop van de achterliggende gronden, tot aan de in 1847 aangelegde spoorlijn Gent - Antwerpen (Linkeroever). Hierdoor kan hij zijn droom van amateur-hofbouwkundige waar maken en een siertuin aanleggen met honderden loofbomen en coniferen. Een “Liste générale des Arbres, Arbrisseaux, Arbustes, Conifères, Plantes de pleine terre et d’ornement, cultivés dans notre jardin” (vermoedelijk uit 1880-1884) bleef in het archief van de familie Van Damme bewaard. Hieruit blijkt dat het bomenbestand voornamelijk tussen 1864 en 1873 werd aangeplant en de hoofdleverancier de bekende Gentse hofbouwkundige Louis Van Houtte was. Ook de aanleg van de vijvers verbonden door een brugje en het met een moerascipres beplant eilandje in de tweede vijver en de aangelegde heuvels moet uit deze periode dateren. In de tuin bleven met zekerheid een aantal van deze oudste bomen bewaard, waaronder een trompetboom, een mammoetboom, een Kaukasische zilverspar en enkele moerascipressen, tulpenbomen, kastanjes en beuken. Ook het algemeen concept van een tuin in de typische landschappelijke stijl met kronkelende paden, groeperingen van bomen, vijvers en heuvels bleef behouden.

In 1891 laat François-Ghislain, enige zoon Van Damme en na de dood van zijn vader, eigenaar en beheerder van het domein, aan de achterzijde van het herenhuis twee paviljoentjes optrekken, één als kolenhok en één als kookhuis. Beide paviljoentjes zijn verbonden door een hek.

Zijn zoon, Octaaf-Joseph is vanaf 1894 beheerder van het domein en zet de traditie van hofbouw en lokaal politicus verder. Hij richtte er een bloemkwekerij op en liet in 1898 rechts van het woonhuis twee serres bouwen. In 1904, het jaar waarin hij ook burgemeester van Belsele werd, en in 1906 liet hij vooraan in de tuin links van het huis eveneens serres oprichten. Deze verdwenen, op één serre na, allen na de Tweede Wereldoorlog.

Na het overlijden in 1919 van Octaaf Van Damme ging het domein over naar zijn broer en zuster die het in 1921 verkopen aan het echtpaar Scheerders-Van Kerckhove, de oprichters van de ‘Pannen- en Steenbakkerijen van Sint-Niklaas’ in 1905, het nog bestaande en internationaal gekende bedrijf voor bouwmaterialen ‘SVK”. Zij richtten het landhuis in als buitenverblijf. Sindsdien is het domein als ‘Groenhof’ gekend. Ze lieten haast het hele domein ommuren met metershoge betonplaten, vervaardigd in hun bedrijf.

In 1928 werd de tuin achteraan in het noordoosten, eveneens tot aan de spoorweg uitgebreid en van de oude tuin gescheiden door een coniferendreef. In 1929 werd rechts in het domein, met zicht op de tuin, een Japanse tuin aangelegd met onder meer een theehuisje, brugjes en rotspartijen in cementrustiek, volgens opschrift uitgevoerd door “Arthur Tondeleir en zoon / Tuinkunst / Oude-God by Antw.”. Ook een pergola, kenmerkend voor de tuinarchitectuur uit het interbellum, maakt deel uit van dit nieuwe exotische tuinconcept.

In 1947 erft Marie Scheerders, sinds 1925 gehuwd met de Gentse advocaat en politicus August De Schrijver, het domein en wordt het Groenhof verder als zomerverblijf gebruikt door het echtpaar en hun tien kinderen. Deze laatste beheren en onderhouden tot op het moment van de bescherming (2015) het landhuis en de tuin.

Beschrijving

Het landhuis bevindt zich in het centrum van Belsele, aan de straat Belseledorp, de belangrijkste grote steenweg van Antwerpen naar Gent, aangelegd vanaf 1780. Het tracé tussen Lokeren en Belsele dateert echter pas van 1803-1811. De zuidzijde van de straat behoort tot de Molenwijk, in het noorden begrensd door de (ondergrondse) Molenbeek. Tot begin 19de eeuw was het agrarisch gebied enkel bebouwd met enkele hofsteden. De noordelijke begrenzing van het huidige domein wordt gevormd door de spoorlijn Gent - Antwerpen (Linker oever), aangelegd tussen 1843 en 1847. Het Groenhof is een ruimtelijk structurerend element in de dorpskern van Belsele.

Het landhuis uit het midden van de 19de eeuw bestaat uit het woonhuis en twee onafhankelijke symmetrische dienstgebouwen, haaks op de straat. De voortuin is van de straat afgesloten door twee muurdelen (respectievelijk zes en zeven traveeën) waartussen een sierlijk gietijzeren hek van zeven traveeën.

Het woonhuis is een imposant, vrijstaand, neoclassicistisch gebouw van het dubbelhuistype van vijf traveeën en twee bouwlagen boven de kelderverdieping en afgedekt met een afgeplat schilddak (leien) met ijzeren nokhek. De gepleisterde en geschilderde lijstgevels worden horizontaal gemarkeerd door omlopende hardstenen lijsten en afgelijnd door een overstekende houten kroonlijst, aan de voorgevel voorzien van klossen. De verhoogde begane grond op arduinen plint met keldervensters wordt in de voorgevel gemarkeerd door imitatiebanden die uitstralen boven de vensters. De rechthoekige benedenvensters zijn gevat in dieperliggende rechthoekige nissen en hebben hardstenen dorpels op panelen. De bovenvensters zijn gevat in een geprofileerde omlijsting onder een hardstenen rechte kroonlijst. Een arduinen, over de hele gevelbreedte doorlopende borstwering tussen de pui- en kordonlijst accentueert de strakke horizontaliserende belijning van de gevel. De ramen met nog origineel T-vormig schrijnwerk en glas-in-loodramen en de sierlijk uitgesneden jaloeziekappen op de bovenverdieping bleven behouden. De centrale travee wordt extra geaccentueerd door een rechthoekige vleugelpoort in een geprofileerde hardstenen omlijsting, voorafgegaan door een hardstenen bordes met vijf treden. Links en rechts zijn gietijzeren voetenschrapers bewaard. De witgeschilderde paneeldeur heeft een gedeeld bovenlicht en twee koperen deurknoppen. Een rechthoekig balkon met balusterborstwering op voluutconsoles en deurvenster in een vlakke hardstenen omlijsting met waterlijst op twee consooltjes markeert de centrale travee op de bovenverdieping. Een klassiek hoofdgestel met gelede architraaf, vlakke fries en kroonlijst op klossen lijnt de voorgevel af. De sobere zijgevels van drie traveeën zijn enkel in de middentravee voorzien van vensters en hebben drie omlijste vierkante venstertjes onder de kroonlijst. De gelijkaardige sobere achtergevel werd voor de Tweede Wereldoorlog al aangepast in de twee rechter traveeën met een breed erkervormig venster. De centrale rechthoekige deur is gevat in een hardstenen omlijsting onder waterlijst en wordt vooraf gegaan door een bordes en trap met ijzeren leuning.

De plattegrond is een kenmerkend voorbeeld van een klassiek dubbelhuis met centrale inkomhal, aan de tuinzijde voorzien van een dubbele beglaasde deur. De hoeken en doorgang naar het trappenhuis zijn gemarkeerd door pilasters met composietkapitelen met acanthusbladeren en voluten die de omlopende stuclijsten ondersteunen. Midden rechts leidt een sierlijke draaiende trap met uitgewerkte trappaal en leuning eindigend op een slangenkop naar de bovenverdieping met slaapvertrekken. Een tweede diensttrap hierachter leidt tot in de zolder waar de kamers voor het personeel waren.

De grote ruimte links is ingericht als eetkamer en ontvangstruimte en bezit een fraai uitgewerkt stucplafond met centraal motief met vierlob en omlopende stuclijsten op versierde consooltjes. De schouw volledig uitgevoerd in grèstegels dateert uit de jaren 1930 en werd geplaatst door de toenmalige eigenaars Scheerders-Van Kerckhove en werd vervaardigd in hun bedrijf. Vooraan rechts bevindt zich een werkkamer, aan de tuinzijde een salon. Deze kamers bezitten nog de marmeren schouwmantels met typische voluutconsoles, omlopende stuclijsten en een centraal rozas.

Het landhuis is volledig onderkelderd en heeft een personeelstoegang op tuinniveau. Hier bevinden zich de keuken met provisiekamer en wijnkelder. De keuken is volledig betegeld en afgewerkt met een randtegelfries met bloemmotief. Op de schouwboezem stelt een tegeltableau een landschap met sneeuwbergen voor. De schouw zelf is ook bezet met grèstegels met salamandermotieven in reliëf. De tegelvloer is een imitatiemozaïekvloer met druk patroon.

Uiterst links en rechts, palend aan de straat en aan weerszijde van de omheiningmuur, lijnen twee gepleisterde en geschilderde dienstgebouwen, een conciërgewoning en koetshuizen, van elk twee op vier traveeën en twee bouwlagen onder leien schilddaken de brede voortuin af. De traveeën worden gemarkeerd door spiegelpilasters die de rechthoekige spaarvelden aflijnen. De rechthoekige vensters, voorheen op de begane grond voorzien van luiken en op de bovenverdieping met verspringende dagkanten zijn alle gevat in afzonderlijke rechthoekige nissen. Hierdoor wordt een speels reliëf in de strakke neoclassicistische architectuur verkregen. Hetzelfde ritme wordt voortgezet in de muren die de tuin van de straat afsluiten. De rechthoekige nissen met afgeronde bovenhoeken zijn van elkaar gescheiden door pilasters met spiegels. De muurvlakken ertussen zijn beraapt en geschilderd. Het geheel is afgewerkt met een ezelsrug van Vlaamse pannen. De hoge smeedijzeren hekken tussen gecanneleerde gietijzeren zuilen met pijnappelbekroning sluiten het middendeel af.

Links en rechts achter het landhuis staan twee eind 19de-eeuwse achtzijdige paviljoentjes, respectievelijk toiletten en kolenhok met berging, opgetrokken uit baksteen met knipvoegen onder leien tentdaken met bolornament. De gevels worden gemarkeerd door spaarvelden waarbinnen rondboogvormige muuropeningen met roodgeschilderde deuren of luiken gevat zijn.

Ten oosten naast het huis bevindt zich nog een plantenserre van het lessenaarstype met beglaasd dak.

De achterliggende tuin is ingedeeld in verschillende delen: de lusthof in Engelse landschapsstijl, de Japanse tuin, het bos en de moestuin.

De tuin in landschappelijke stijl werd aangelegd in de jaren 1860-1883 (een ontwerper is niet gekend), na de aardappeloogst van de akkers. De tuin omvat alle elementen van dit sinds het midden van de 18de eeuw geïntroduceerd vormgevingsconcept met romantische, parkachtige landschappen met beplante heuvels, bomengroepen en doorkijken. De aangelegde niervormige vijver met ijzeren boogbrug erover en eiland met moerascipressen, vormt hier ook een essentieel onderdeel van de lusthof.

Een tiental bomen, waarvan de aanplant in deze periode gekend is door de vermelde lijst, zijn nog bewaard:

  • Catalpa bignonioides (gewone trompetboom): 267 centimeter (dode takken in de kruin) (gemeten op 150 centimeter, 2012);
  • Castanea sativa (tamme kastanje): 329 centimeter (gemeten op 150 centimeter, 2012);
  • Liriodendron tulipifera (Amerikaanse tulpenboom): 446 centimeter (gemeten op 150 centimeter, 2012);
  • Liriodendron tulipifera ‘Mediopictum’ (Amerikaanse tulpenboom, cultivar met geelgevlekt blad): 449 centimeter (gemeten op 150 centimeter, 2012), deze solitair uitgegroeide opgaande boom is een zeldzame cultivar. De boom is één van de hoogste bomen uit de omgeving. De tulpenboom is ten oosten van de serpentinevijver aangeplant en is beeldbepalend in de landschapstuin. Deze boom is opgenomen in de kampioenenlijst van de Belgische Dendrologie als de dikste van België van zijn soort;
  • Sequoiadendron giganteum (mammoetboom): 503 centimeter (gemeten op 150 centimeter, 2012);
  • Taxodium distichum (gewone moerascipres): op het vijvereiland en op de oever;
  • Abies nordmanniana (Kaukasische zilverspar): 327 centimeter (meerstammig, hoofdstam gemeten op 150 centimeter, 2012), kruindiameter 16 meter (2012);
  • Fagus sylvatica ‘Atropunicea’ (bruine beuk), vier beuken (vroeger vijf) in cirkel achteraan rechts in het oudste tuingedeelte. Gemiddelde omtrek: 369 centimeter (dateren vermoedelijk van rond 1900 volgens familie De Schrijver);
  • Aesculus hippocastanum (witte paardenkastanje): 358 centimeter (gemeten op 150 centimeter, 2012);
  • Quercus rubra (Amerikaanse eik): 491 centimeter (gemeten op 150 centimeter, 2012), geënt op 1 meter hoogte op onderstam van Quercus robur (zomereik).

Het noordelijke deel van de tuin is toegankelijk via een orthogonaal padenpatroon met centraal een coniferendreef en haaks hierop een beukendreef. Dit deel is afgesloten met hoge betonpanelen. Achteraan staat een Araucaria araucana (slangenden of apenboom) met een omtrek van 191 centimeter (gemeten op 150 centimeter hoogte, 2012).

De twee tuindelen, die duidelijk in aanleg verschillend zijn, zijn gescheiden door de oost-west georiënteerde gracht, de zogenaamde ‘Zwarte Beek’.

De Japanse tuin rechts achter de serre werd aangelegd in 1929 door de firma Arthur Tondeleir en zoon, gekende tuinkunstontwerpers in cementwerk en rustiek uit de Oude God bij Antwerpen. Eén van de kunstrotsen en het theehuis zijn gesigneerd. De Japanse tuin van het Groenhof is een uitzonderlijk voorbeeld van een exotische tuin in privébezit. Het is een typische wandeltuin, een tussenvorm tussen de landschapstuin aangelegd op een kunstmatige heuvel (tsukiyama) en een theetuin (chaniwa) met pad dat naar het theehuis leidt. De tuin is aangelegd ten noordoosten van de lusttuin en omvat alle karakteristieken van een tuin in traditioneel Japanse stijl. De typische elementen van deze tuinen zijn een theehuis voor de traditionele theeceremonie, stenen lantaarns, rotsen, stapstenen, water en droge beken met brugjes en exotische bomen als de Japanse rondbladesdoorn en de ginkgo.

Het theehuis staat bovenaan de heuvel en bestaat hier uit een vierkant paviljoen met cementeerde gevels met schijnvoegen, onder typisch onderbroken tentdak gedekt met pannen die met mossen begroeid zijn. De vensteromlijstingen en band onder het overstekend dak zijn rood geschilderd. De ventsters, ovaal van vorm in de zijgevels, en de beglaasde deur zijn voorzien van glas-in-loodramen met geschilderde takken en vogels in Japanse stijl. Ook het behangselpapier, nu in slechte staat, was vermoedelijk in Japanse stijl.

Het pad naar het theehuis wordt afgezoomd door rotsblokken en groenblijvende planten en bamboe en heeft ook twee Japanse poorten (torii) traditioneel in het rood geschilderd en voorzien van een gebogen afdak van halfronde pannen. Een stenen boogbrug over een droge beek geeft toegang tot het theehuis.

Onderaan de heuvel vormen grote kunstrotsblokken een massief met doorgang en zitbank , op de zijwand gesigneerd “Arthur Tondeleir en zoon / Tuinkunst / Oude-God by Antw.”. Ook het stenen lantaarntje ontbreekt niet.

In de omgeving bevindt zich nog een waterput, eveneens opgetrokken in cementrustiek met een bovenbouw in imitatieboomstammen onder een zadeldakje van leipannen.

Verderop leidt een trap tussen kunstrotsblokken naar de pergola. Deze typische tuinconstructie uit het interbellum bestaat uit gecementeerde pijlers (oorspronkelijk met imitatierotsblokken) verbonden door houten latten waarop klimplanten groeien. Zij vormen zo een schaduwrijk terras vanwaar men een mooi uitzicht heeft op de tuin. Een fontein in de vorm van een bronzen beeldje van een gehurkt kind spuit water in een bassin waar zich eveneens een bronzen beeldengroep bevindt. Beiden zijn het werk van beeldhouwer Robert Van de Velde (Sint-Niklaas 1895- Oostende 1978).

In het bos achteraan staat een groen geschilderd houten gebouwtje onder leien tentdak met houten dakkapel op schoorstukken. Een ijzeren windvaan met initialen SVK (Scheerders-Van Kerckhove, de eigenaars sinds 1921) prijkt boven het overstekend dakschild van de dakkapel. Het gebouwtje is afkomstig van het fabrieksterrein van Scheerders-Van Kerckhove in Sint-Niklaas en deed daar dienst als portiersloge. Het gebouwtje is opgetrokken in vakwerkbouw met rechthoekige vensters met typische roedeverdeling en gekleurd gestructureerd glas boven- en onderaan.

In de uiterste linker hoek van het de tuin achteraan, bovenaan een beplante heuvel, bevindt zich een zeshoekige belvedère opgetrokken uit boomstammen die een leien zesdelig dak met houten lantaarntje dragen. Een in spiraalvorm omlopend pad leidt naar boven.

Verder vinden we nog beelden, onder meer een liggend hert en tuinmeubilair in cementrustiek, onder meer een zitbank tussen twee linden en een rond tafeltje en twee stoelen in imitatieboomstammen ingeplant tussen beuken.

  • Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier 4.001/46021/104.1, Sint-Niklaas, Belsele, Belseledorp 133, domein Groenhof met Amerikaanse tulpenboom met geelgevlekt blad (BOGAERT C. & VANMAELE N., 2015).

Bron: -

Auteurs: Bogaert, Chris & Vanmaele, Nele

Datum tekst: 2015

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Belsele

Belsele (Sint-Niklaas)

omvat Amerikaanse tulpenboom in domein Groenhof

Belseledorp 131-133 (Sint-Niklaas)

omvat Amerikaanse tulpenboom ‘Mediopictum’ in domein Groenhof

Belseledorp 131-133 (Sint-Niklaas)

omvat Boomcirkel van bruine beuken in domein Groenhof

Belseledorp 131-133 (Sint-Niklaas)

omvat Geënte Amerikaanse eik in domein Groenhof

Belseledorp 131-133 (Sint-Niklaas)

omvat Landhuis Groenhof

Belseledorp 133, Sint-Niklaas (Oost-Vlaanderen)

omvat Meerstammige Kaukasische zilverspar in Domein Groenhof

Belseledorp 131-133 (Sint-Niklaas)

omvat Opgaande mammoetboom in domein Groenhof

Belseledorp 131-133 (Sint-Niklaas)

omvat Opgaande tamme kastanje in domein Groenhof

Belseledorp 131-133 (Sint-Niklaas)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.