erfgoedobject

Tuinen van het Kasteel heren van Guigoven

landschappelijk element
ID
134358
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134358

Beschrijving

Nieuwe bloementuinen, recent aangelegd ten noorden van het van oorsprong middeleeuws kasteel dat vernieuwd werd in de eerste helft van de 17de eeuw en aangepast in de loop van alle volgende eeuwen. Het bestaan van verschillende tuineilanden in de grote slotvijver is gedocumenteerd door de Primitieve kadasterkaart van 1810-1841. Eén kanaal blijft nog over.

Het Rood kasteel kreeg zijn naam om het te ­onder­ scheiden van het veel jonger, witgekalkte kasteel de Donnea. Het was tijdens het ancien régime de zetel van een Loons leen, aanvankelijk in het bezit van de familie van Guigoven en werd meermaals langs vrouwelijke lijn vererfd. Midden 15de eeuw wordt het kasteel in een huwelijksacte vermeld als het huys tot Guedegoven. Enkele grafstenen van de heren zijn bewaard op het kerkhof van het gesloopte eerste dorpskerkje, dat eveneens aan de Kasteelstraat lag, onder meer het grafteken van Maria van Cortenbach (†1624) en van François Theodore de Blanckart (†1653). De nakomelingen van deze laatste behielden het goed nog tot het laatste jaar van de 19de eeuw, maar dan wordt het weer langs vrouwelijke lijn vererfd eerst door graaf de Hemricourt de Grunne uit Rutten (Hamaal) en daarna door graaf Robert de Broqueville uit Postel, om uiteindelijk in 1968 verkocht te worden aan een inwoner van Guigoven. Sedert de laatste jaren van de 20ste eeuw is het kasteel ingericht als café-restaurant.

Het kasteel, vrij geïsoleerd gelegen aan het einde van de hier doodlopende Kasteelstraat, werd als vlakteburcht gebouwd in de drassige vallei van de Mombeek. Het had erg te lijden van de oorlogen van de 16de eeuw en werd in de 17de, 18de en 19de eeuw sterk verbouwd, getuige de bouwnaden, de stijlverschillen in de muuropeningen en de gevelankers 1619, 1631, 1766 en 1878. Het wapenschild op de binnenkoer is dat van baron Charles de Blanckart en zijn echtgenote Jeanne de Hovel Surlet, de eigenaars in de tweede helft van de 19de eeuw. De constructies liggen in U-vorm rond een ruime, gekasseide binnenkoer met op de vierde zijde een muur. Ze zijn geaccentueerd door een in de 19de eeuw verhoogde poorttoren, die eertijds een ophaalbrug bezat. Ze zijn opgetrokken op een verhoogd terras, bezitten leien daken en zijn gebouwd in baksteenmetselwerk met gebruik van verschillende soorten natuursteen voor de omlijstingen, de speklagen en de gootlijsten. Uit de Primitieve kadasterkaart blijkt hoe water­rijk de site was. Het kasteel (zonder eigen perceelnummer) en een hooiland (nr. 242, de huidige binnenkoer) vormen een terras in een nagenoeg anderhalve ha grote slotgracht die als vijver is genoteerd (nr. 238). Nog naar 16de- en 17de-eeuwse wijze liggen daarin verschillende al of niet onderling verbonden percelen tuin (nr. 239, 240, 243, 244 en 245), één met een bakhuis (nr. 241) dat dus de moestuin was. Links van de oprit ligt nog een hooiland (nr. 250) met een schuur (nr. 249) en een eigen vijvertje (nr. 251) en rechts een boomgaard (nr. 248). Bij de watermolen (nr. 254 en 254 bis) hoort ook een kleine, omhaagde moestuin, een eigen vijver (nr. 248) en een boomgaard (nr. 246) die zich als een lange strook uitstrekt op de oever van de beek. De twee grote vijvers (nr. 252 en 255) links van de oprit zijn, zoals het kasteel en de ­molen, reeds op de Ferraris opgetekend.

De documenten voorafgaand aan de kadastrale schatting van 1841, beschrijven één van de vijverpercelen: 'dezen vijver omringd een oud vervallen kasteel en wordt niet onderhouden, hij is zeer bewas­sen met riet van weinig waerde en is niet met vissen bezet'. Ook de watergraanmolen, die bij het goed hoorde 'bevindt zich in een slecht gebouw van hout en leem getimmerd en met pannen gedekt, hij heeft een buitenrad van omtrent 4 ellen in den omloop en een paar steenen; het lopende werk is in eenen niet doel­ matigen staet en men maelt er alle soorten van granen. Hij wordt in het werk gesteld door een klein riviertje waarin het water bij zomerdagen dikwijls ontbreekt en in den winter door het ijs onbruikbaar is.' Het kasteel was in die periode verpacht aan Louis Jans en de nu gesloopte molen aan Pieter Amel.

Toen Philippe de Corswarem (1759-1839) zijn aquarel maakte, zag hij nog een waterkasteel met nog een erg gesloten karakter, toegankelijk met een brug over de gracht; op de dijken rondom groeiden bomen en het woongedeelte bezat nog de 17de-eeuwse kruis- en kloosterkozijnen die vervangen werden door de huidige steekboogvormige ramen. De kadastrale mutatieschetsen signaleren in 1858 de komst van de kleine uitbouw in de westelijke hoek van de binnenkoer, waar nu de toegang ligt tot het woongedeelte en de wapensteen is ingemetseld; toen was er ook een nieuw niet meer bestaand klein gebouw op de open zijde. Pas in 1899, als er een erfenisverdeling plaats heeft, zijn alle vijvers gedempt, op het nog bestaande smalle kanaal ten noorden na, de oprijlaan is verlegd en de schuur werd uitgebreid. Ook zijn twee percelen als tuin geregistreerd: een groot perceel als omhaagde moestuin, rechts van de nieuwe oprit naar de toegangspoort en een kleiner perceel links van de oprit, aan de voet van het woongedeelte.

Deze configuratie bestaat ook nog vandaag, maar de grote moestuin is verdwenen, er is rechts van de oprijlaan een grote ongeordende vlakte als parking, er zijn rozenperken aan weerszijden van de toegangs­poort en er werden nieuwe kruiden- en bloementuinen aangelegd tussen het overblijvend kanaal en de woonvleugel. De binnenkoer is gekasseid en in gebruik als caféterras. Rechts van de toegangsweg ligt een met baksteen overwelfde waterput. Iets verder, bij de afslag voor de verdwenen watermolen staat nog een hekpijler, overblijvende getuige van het vroegere kasteelhek.

  • Hasselt, Archief van het Kadaster, Artikelsgewijze leggers.
  • Hasselt, Archief van het Kadaster, Primitief plan van sectie A door Van de Velde, zonder jaartal; Verzamelkaart van 1810, herzien in 1841.
  • Hasselt, Archief van het Kadaster, Opmetingsschets 1858, nr.7 en 1899, nr.1.
  • DE BORMAN C., Histoire du château de Colmont, in Bulletin de l'Institut archéologique liégeois, 1862, p. 45.
  • PAUWELS D., SCHLUSMANS F. met medewerking van MUYLDERMANS E. & ROMBOUTS J. 1999: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Tongeren, Kanton Borgloon, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 14N4, Brussel - Turnhout, p. 387-388 en 392-394.

Bron: DE MAEGD C. EN VAN DEN BROECK M., 2007, Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 3: Alken, Borgloon, Heers, Kortessem, Wellen, Brussel, Agentschap RO-Vlaanderen. Onroerend Erfgoed.
Auteurs: De Maegd, Christiane; Van den Broeck, Myriam
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties

  • Is gerelateerd aan
    Kasteel heren van Guigoven

  • Is deel van
    Guigoven


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Tuinen van het Kasteel heren van Guigoven [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134358 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.