erfgoedobject

Begraafplaats

landschappelijk element
ID: 134580   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134580

Juridische gevolgen

  • is deel van de aanduiding als beschermd monument Oude begraafplaats
    Deze bescherming is geldig sinds 12-02-2004

Beschrijving

Beboomde en ommuurde begraafplaats met hekken langs de straat, aangelegd in 1796 en later meermaals uitgebreid, ook met een soldatenkerkhof. Eén der oudste van het land.

Een interessante evolutie

De begraafplaats, bestaande uit een ruimte voor burgers met dodenkapel en een kleine hof voor gesneuvelden uit de eerste wereldoorlog, hoort tot het type parkbegraafplaats, is uitzonderlijk mooi, volledig ommuurd, ligt buiten de middel­eeuwse omgrachting ten noor­den van de stad, in de hoek gevormd door de steenweg en de Vilderstraat. De begraafplaats verving het 'groot kerkhof' van Hasselt, dat uit drie sites bestond: één voor rijke inwoners van de stad, één voor armen en pestlijders en één voor kinderen. Dit 'groot kerkhof' was tussen de huizen gelegen in de buurt van de huidige Vismarkt en de Dekenij en het was einde 18de eeuw overvol geworden. In 1796, in de Franse tijd, werd elke begraving binnen de stadswallen verboden, wat een einde maakte aan begraving in de kerkvloeren en in de hoven bij kerken. Met het Napoleontische decreet van 1804 werd dit verbod bekrachtigd en zo kwam er in Hasselt ook aan het 'groot kerkhof' een einde.

De stadsmagistraten kochten dat zelfde jaar nog van de Zusters van het Heilig Graf een perceel land aan de Vilderstraat, buiten de Kempische poort gelegen, 16 bunders groot (iets minder in ha). Dit werd het huidige 'oud kerkhof' met zijn typisch 19de-eeuwse aanleg als parkbegraafplaats. Het besloeg een ongelijkzijdige rechthoek die niet aan de steenweg grensde maar wel van daar af toegankelijk was via een oprit tussen een huis en een tuin van een privé-eigenaar. Aanvankelijk bezat de nieuwe begraafplaats een door een muur afgescheiden zone voor niet-katholieken. In 1807 werd het terrein ommuurd en in 1809 bouwde men een centraal ingeplante kapel met dodenhuisje.

De verdere uitbreiding van de begraafplaats kan men op de kadastrale opmetingsschetsen volgen: in 1864 de aankoop van het hoekperceel aan de Kempische steenweg; in 1893 de aanzienlijke uitbreiding met een veel breder perceel achteraan; in 1929 de verwerving en inrichting van het overblijvend perceel aan de Kempische steenweg als soldatenhof voor gesneuvelden van de oorlog 14-18; in 1954 de aanpassing in functie van een monument voor de slachtoffers van de tweede wereldoorlog.

Deze evolutie is ruimtelijk af te lezen in de begrenzingen van de begraafplaats. De hoge bakstenen muur met steunberen aan de Vilderstraat werd na de vergroting verlengd en doorgetrokken langs de nieuwe perceelsgrenzen (huidige schoolparkeerplaats); een naad is zichtbaar in het metselwerk. Een hek van giet- en smeedijzer (1868) op een lage bakstenen muur werd langs de Kempische steenweg gebouwd en een andersoortig hek (mogelijk deels hergebruikt materiaal) eveneens op een muur sluit het soldatenhof van de steenweg af. De toegang gebeurt via een smeedijzeren poorthek (1868) tussen vierkante pilasters.

De padenstructuur van de begraafplaats is eenvoudig en gehiërarchiseerd. Een breed pad leidt van de toegang naar het licht gedesaxeerd ingeplant dodenhuisje in classicistische stijl, dat later verlengd werd. Het kruist een eerste dwarspad dat aansluit op een rondweg parallel aan de ommuring. Een gebogen pad definieert de beboomde kavel bij de kapel en sluit aan bij het padenpatroon met assenkruis in het oostelijk deel, achter de kapel. De verscheidenheid in graftekens reflecteert de sociale status van de doden: van verzorgde klein­ architectuur en monumentaal beeldhouwwerk, over omvangrijke of bescheidener monumenten, stenen en zerken, tot gietijzeren grafkruisen en simpele grafveldjes met gietijzeren kammen. Pas in 1864 werden de eerste grafconcessies verkocht, gekoppeld aan een verplichte schenking van een even grote som aan het Stedelijke Bureau de Bienfaisance. Gevolg was de oprichting van monumentale gedenktekens voor vooraanstaande Hasseltse families. Deze monumentjes bepalen samen met de aanleg en de begroeiing, het uitzicht, de sfeer en het karakter van de plek. Ook op dit punt kan men het oudste deel van de uitbreiding onderscheiden: in het eerste deel primeren de coniferen met hun symboliek, op de overgang zijn vier bruine beuken in een halve cirkel geplant en in de uitbreiding overheersen de bruine beuken. De voorkeur voor groenblijvende planten en bomen is niet toevallig.

Sedert 1930, met de aanleg van een nieuwe stedelijke begraafplaats aan de Sint-Truidersteenweg, worden er nog uitsluitend in bestaande familie­ kelders lijken bijgezet. De oorspronkelijke functie van begraafplaats is verschoven naar die van monumentale gedenkplaats. Sedert de door de Koning Boudewijnstichting in 1995 gevoerde campagne (Bouw­kundig erfgoed en toerisme in cultureel perspectief ), hier resulterend in het herstel en de herinrichting van het dodenhuisje tot info-ruimte, is de plek ingeschakeld in het Hasseltse cultuurbeleid. Door het uitstippelen van wandelingen in het park verwierf de begraafplaats zelfs een rol in de toeristische valorisatie van het plaatselijk erfgoed. Her en der langs de paden zijn borden met gedichten opgesteld.

Vandaag

De hoge bakstenen muur met steunberen en ezelsrug, sluit de site langs drie zijden af; hij telt 42 traveeën langs de Vilderstraat, en respectievelijk 11, 15 en 4 traveeën langs de oostelijke en zuidelijke grens. Langs de steen­weg werd, na de in 1868 gekadastreerde verbreding van de steenweg (1854), een afsluithek op een lagere ­muur gebouwd. Fraaie giet­ijzeren schamp­pa­len met gestil­eerde roos in het boven­vlak, beschermen de vier­kankte bakstenen pij­lers van het toegangshek. Het zwart geschilderd poorthek is samengesteld uit vier­kante, gesmede staven voor de structuur en uit twee panelen seriesmeedwerk bo­ven elkaar als poorthek: getorste spijlen onderbroken door een knop met x-motief, dubbele regels met ringen en driekwartcirkels; enkel­voudige, naast elkaar geplaatste gelijkaardige panelen vormen het afsluithek. De poortstij­len en -make­aar lopen uit op een kruis.

Het hek van het soldaten­­hof sluit er op aan, maar is van een andere factuur. Het is van giet- en smeed­ijzer, gemonteerd op een hogere muur en het hergebruikt oudere elemen­ten, onder­meer een gekanne­leerde zuil van gietijzer met uit­gewerkt postament in neoren­aissan­cestijl, iden­tiek aan die van het Witkasteel van Kerkom bij Sint-Truiden. De zuil als heks­tijl is van een andere makelij: hoog, vierkant voetstuk, achthoekige schacht met ringen, dek­plaat en gesteel­de bol als bekroning. Het hekje ter hoogte van de sokkel, in gietijzer, met onderregel en fries van gekop­pel­de U-motieven is bekroond met omgegekeerde C-krul. Erboven, is het hek recen­ter en van seriewerk, met hetzelfde thema als het poorthek, maar met een bijkomende versier­ng van S-motieven in art-nouveau­stijl onder- en bovenaan de ge­tors­te spijl­en. Deze lopen afwisse­lend uit op een geplatte punt met oog of zijn gedeco­reerd met een lans. Het oud­ste, westel­ijk deel van de begraafplaats heeft een aanleg met graspar­tijen tussen de paden en graven, hoge bomen en versprei­de graf­mo­numen­ten ­tus­sen sterk geva­rieerde be­plan­ting­ als aucuba met bont blad (Aucuba japonica 'Variegata'), buxus (Buxus sempervirens), jenever­bes (Juniperus spec.), gewone taxus (Taxus baccata), Californische schijncipres (Chamaecyparis lawsoniana), gesnoeide Japan­se kardi­naals­muts (Euonymus japonicus), gewone lau­rier­kers (Prunus laurocerasus), maho­niestruik (Mahonia aquifolium), oos­terse le­vens­boom (Thuya orientalis), palml­el­ie, rododendron, Ierse taxus (Taxus baccata 'Fastigiata'), en verwilder­de voor­jaars­ bloeiers, ondermeer lel­ietje-der-dalen. Centraal werd een bakstenen kapel gebouwd, met een neoclassicistische voorgevel en een lager dienstgebouw in het verlengde. Het is een bakstenen gebouw met zadeldak, fronton en oculus; de rechthoekige deur is omlijst met arduin en ingeschreven in een bakstenen rondboog, die zelf geflankeerd wordt door dubbele muurpilasters onder een kordonlijst. De ruimte is bepleisterd en met basèclesteen bevloerd en is sedert 1997 als informatie-ruimte ingericht.

Het twee­de, oostel­ijk deel is opgevat als een scha­duw­rijk park ­met hoge bruine beuken (Fagus sylvatica 'Atropunicea') en moerascypres (Taxodium dystichum) en een cen­trale open plek. Langs de grafveldjes, komen nog typische ‘perk­kammen’ in wit geschilderd of geëmailleerd gietijzer voor, wissel­end van model en daterend uit de 19de en 20ste eeuw.

Verder biedt de begraafplaats een mooie waaier aan grafmonumenten, gaande van kleinarchitectuur in eclectische of neogotische stijl, omvangrijke of eenvoudige beeldhouwwerken, strakke of meer monumentaal uitgewerkte grafstenen, uiteenlopende stijlen van grafstèles tot simpele grafperkjes of ijzeren kruisen met naamplaat, foto of kleine versiering. Samen bieden de graven ook knappe staaltjes van steenkapperskunde, van ijzerbewerking en van lapidaire kalligrafie. Hiërarchie in de paden is er door hun breedte en, op de driekwartcirkel van het pad rond de kapel na, zijn ze allemaal recht. Het hoofdpad van het ingangshek naar de kapel, ligt in dolomiet, de overige zijn van gestampte aarde.

Het soldatenhofje vormt een afzonderlijke entiteit en neemt een lang, smal, verhoogd perceel in, afgebakend door ten oosten de oude, met gegla­zuurde dak­pan­nen afgedekte kerkhofmuur, het straathek van drie traveeën en ­ten zuiden het monument voor de gesneuvelden van 1940-45. De tijdsgeest van het interbellum valt af te lezen in de art-decogetinte afwerking van de lage pijlertjes bij de ingangstrappen en in het gebruik van breuksteen voor de hekmuur. Haaks op de steenweg, liggen de rijen van gelijke zerken met knielbankjes van blauwe hardsteen en lage hekjes van zwart geschilderd gietijzer.

Bomen

Monumentale valse christusdoorn (Gleditsia triacanthos) (308 cm stamomtrek gemeten op 150 cm hoogte) (gekapt in 1999), bij de ingang van het kerkhof en ook een treurhoningboom (Sophora japonica 'Pen­du­la') (125 cm). Aan de Vildderstraat, een rij van gekandelaberde beuken (Fagus sylvatica) parallel met de kerkhofmuur; in de uitbreiding, een halve cirkel en een rij van bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), alternerend met moerascypres (Taxodium dystichum) parallel met de ommuring. Verder een rij populieren, 2 reuzenexemplaren zuilvormige taxus (Taxus baccata 'Fastigiata'), treurvorm van gewone robinia (Robinia pseudoacacia), treurwilg (Salix alba 'Tristis'). In het oudste, westelijke deel overheersen de coniferen, in het oostelijke de bruine beuken. Onderbegroeiing van sneeuwklokje (Galanthus nivalis) en cro­cus (Crocus spec.).

  • Kadastererchief Limburg, Opmetingsschetsen 1852,7; 1865,39; 1886,7; 1893,3; 1929,17; 1954,53.
  • Hasselt, Het Oud-Kerkhof, 19de-eeuwse parkbegraafplaats (Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof, 31), Hasselt, 2000.
  • BALTHASAR H. (ed.), Funerair Erfgoed. Verslagboek zesde ontmoetingsdag van de Vlaamse Contactcommissie 20 en 21 maart 1999, Brussel, 1999.

Bron     : DE MAEGD C. EN VAN DEN BOSSCHE H., 2006: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 2: As, Beringen, Diepenbeek, Genk, Ham, Hasselt, Heusden-Zolder, Leopoldsburg, Lummen, Opglabbeek, Tessenderlo, Zonhoven, Zutendaal, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  De Maegd, Christiane, van den Bossche, Herman
Datum  : 2006


Relaties

  • Is gerelateerd aan
    Oude begraafplaats

  • Is deel van
    Hasselt

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Begraafplaats [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134580 (Geraadpleegd op 17-01-2020)