erfgoedobject

Kasteeldomein ten Dael

bouwkundig / landschappelijk element
ID: 134757   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134757

Beschrijving

Neoclassicistisch landhuis uit de 18de eeuw met hoeve en bijgebouwen, aangepast in de 19de eeuw, omgeven door een riant, kunstmatig 'rivierlandschap', één van de oudste landschappelijke parken van België, gecreëerd circa 1800.

De rivier

Over het kasteeldomein Den Dael is weinig geweten en bijna niets gepubliceerd. Het "château de Dale" op de Ferrariskaart (1771-1775) omvat drie gebouwen of gebouwencomplexen langsheen de Hondzochtstraat, de oude verbindingsweg tussen Heikruis en Tubize die de waterscheiding vormt tussen de Zuunbeek en de Laubecq, twee zijriviertjes van de Zenne. Het eigenlijke kasteel heeft een naar het noorden geopend, U-vormig grondplan en beantwoordt aan het in de 18de eeuw vigerende model voor landhuizen, het "vivre entre cour et jar­din". Het wordt geflankeerd door de hoeve aan de westzijde en enkele dienstgebouwen (stallen?) aan de oostzijde. De in bedden ingedeelde tuin op de helling ten zuiden van het kasteel valt samen met één van de brongebieden van de Laubecq, die in Tubize in de Zenne uitmondt en wordt met 'blokjes' weergegeven, bij Ferraris een generische voorstelling voor sier- of moestuinen. De tuin wordt geflankeerd door twee grote boomgaarden en eindigt naar het zuiden toe op de grens met de kastelenij van 's Gravenbrakel (Braine-le-Comte). Het kasteelgoed maakt een uiterst bescheiden, rustieke indruk – geen dreven, geen sterrenbos, geen spiegelvijvers of kanalen.

Op de Primitieve kadasterkaart opgemeten door J.B. Hannay in 1826 verschijnt het kasteel Den Dael in de vorm die op de Ferrariskaart wordt weergegeven (een naar het noorden geopende U), maar de kasteelboerderij wordt als een gesloten vierkanthoeve afgebeeld en de dienstvleugels ten oosten van het kasteel vormen als het ware een tweede neerhof met een eigen binnenplaats. Het gaat echter om detailverschillen die mogelijk een gevolg zijn van het gebrek aan exactheid van de Ferrariskaart. De landschappelijke context en de schaal van de aanleg rond het kasteelcomplex is daarentegen totaal verschillend. Gelijklopend met de 65 meter-hoogtelijn werd een langgerekte waterpartij gecreëerd, 500 m lang en tot 30 m breed, met een ­ eilandje halverwege. Van het kasteel kijkt men uit op de statige rivier tegen een achtergrond van bosmassieven. Opmerkelijk is de omkadering van dit 'rivierlandschap': de bospercelen 389 en 395 met hun gegolfde randen en het kronkelende beekje dat geleidelijk aan verbreedt en eindigt in een soort lus (perceel 386). Een veel kortere zijarm van de 'rivier' in de richting van het kasteel, eindigt na 8 meter bij een gebouwtje (perceel 378), mogelijk een boothuisje met aanlegsteiger. Alle percelen 'lusthof ' en 'lustvijver' samen vormen volgens het Primitief kadaster zowat acht hectare – met de twee decoratieve bospercelen erbij circa tien hectare. Veelbetekenend is de (nog bestaande) doorsteek tussen de twee bospercelen, precies in de as van het kasteel, waardoor de kasteelbewoners een vergezicht werd gegund op het golvende landschap van Waals-Brabant – 'borrowed landscape'.

Bucolische 'rivierlandschappen', als het kon met meanders of eilandjes, waren een populair motief tijdens de hele 19de eeuw, ook in de vroegste landschappelijke ('Engelse') parken. Bij gebrek aan een echte rivier werden onooglijke beekjes opgestuwd of uitgegraven om deze illusie te creëren. Het spectaculairste voorbeeld voor België is het kasteelpark van Laken, maar ook in Den Dael werden kosten noch moeite gespaard: een cyclopisch bouwwerk vormt het oostelijke uiteinde van de 'rivier' – een boogbrug in grote blokken hardsteen, van waaruit de 'rivier' te voorschijn 'stroomt'; geen echte brug want aan de oostzijde wordt ze opgenomen in het oplopend reliëf. Het geheel wordt momenteel overschaduwd door kreupelhout en de 'rivier' is in die uithoek verworden tot een slijkerige poel. In de oude bestuurlijke indeling viel de grens tussen het baljuwschap Edingen en de kastelenij van Braine-le-Château ongeveer samen met de 'rivier'. De nieuwe gemeentegrens tussen Saintes en Bellingen volgt de grenzen van het landschappelijk park, dat een semi-enclave vormt op het grondgebied van Saintes. Dit kan betekenen dat het 'rivierlandschap' achter Den Dael tot de vroegste landschappelijke parken van België behoort.

Nieuwe banden

Baron Louis van Hoobrouck te Walle, burgemeester van Bellingen, was in 1830 eigenaar van Den Dael en bovendien ook de grootste grondeigenaar in de gemeente (bijna één vierde van het gemeentelijk grondgebied). Ook de kouter ten noorden van de Hondzochtstraat (het Daeleveld) was van hem. Op de Primitieve kadasterkaart verschijnt een laan die de erekoer van Daeleveld rechtstreeks verbindt met het dorpscentrum van Bellingen, een met bomen afgezoomde privé-weg die de laatste 500 meter loodrecht op het kasteel toe loopt en die de (nieuwe) band belichaamt tussen de gemeentekern en de residentie van de burgemeester – landschappelijke legitimatie van het nieuwe regime? Wat zelden of nooit gebeurt: de tekenaar van het Primitief kadasterplan heeft zich de moeite getroost om ook de bomen af te beelden, die zuilvormig zijn (Italiaanse populier?). De eerste 100 meter van deze dreef zijn momenteel beplant met afwisselend canadapopulier (Populus x canadensis) en bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea').

In 1909 wordt het domein door de familie van Hoobrouck verkocht en dan volgen de eigenaars elkaar op in snel tempo (ongeveer één eigenaar per decennium), maar dit heeft het uitzicht van het kasteeldomein niet fundamenteel beïnvloed. Het kasteel zelf werd ettelijke malen verbouwd, maar onder de met wilde wingerd (Parthenocissus tricuspidata) begroeide noordgevel en onder de witgepleisterde zuidgevel is het oorspronkelijke, sobere, symmetrische, classicistische landhuis (driehoekig fronton boven de ingangstravee) herkenbaar gebleven. De rondboogpoorten in de met mansardedaken uitgeruste zijvleugels die de erekoer omsluiten, getuigen van hun vroeger gebruik als koetshuis. De door balustrades omgeven belvédèreterrassen boven de tot drie bouwlagen opgehoogde hoektraveeën werden mogelijk aangebracht rond 1900, samen met de mansardedaken van de zijvleugels. Ook de hoevegebouwen hebben grotendeels hun 'Primitieve' funderingen behouden, maar ze werden grondig verbouwd rond 1874. De grote, bakstenen langsschuur aan het westelijke uiteinde van het hoevecomplex behoort tot een type waarmee in die periode talrijke hoeves in het Pajottenland werden uitgerust. De rond 1866 gebouwde oranjerie werd in 1962 door het kadaster als 'puin' geregistreerd.

Het huidige park

Oorspronkelijk werd het gazon tussen het kasteel en de 'rivier' geflankeerd door twee tuinpercelen (percelen 375 en 377). In 1920 werden ze geïntegreerd in de 'lusttuin' en wordt deze ruimte omkaderd door stroken hoogstammig groen. Voor de rest is er aan de lay-out van het domein sinds 1830 niet veel veranderd. Ten zuidoosten van het kasteel staan enkele bomen die waarschijnlijk dateren uit de prille 19de eeuw en die behoren tot de oorspronkelijk beplantingen van het 'Engels' park: een bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), een wintereik (Quercus petraea), een kleinbladige linde (Tilia cordata) en vooral een ginkgo (Ginkgo biloba). Een groot deel van het huidige bomenbestand werd vermoedelijk aangeplant in de periode 1880-1920, onder het eigenaarschap van de zoon van Louis van Hoobrouck, Alfred. Behalve een oude hopbeuk (Ostrya carpinifolia) gaat het om courante soorten zoals groene en bruine beuk, gewone plataan (Platanus x hispanica), witte paardekastanje (Aescu­lus hippocastanum), zomerlinde (Tilia platyphyllos), zilverlinde (Tilia tomentosa). Het interessantste zijn echter de jongste aanplantingen, vooral in de randzone ten zuidoosten van het kasteel, met onder meer amurkurkboom (Phellodendron amurense), koekjesboom (Cercidiphyllum japonicum), zwarte berk (Betula nigra), Magnolia grandiflora, Xanthoce­ras sorbifolium, papiermoerbei (Broussonetia papyri­fera).

Merkwaardige bomen (Opnamen 27 juli 2001. Het cijfer in vet geeft de stamomtrek gemeten op 150 cm hoogte.)

  • 4. ginkgo (Ginkgo biloba) 407
  • 5. wintereik (Quercus petraea) 333
  • 16. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 431
  • 17. canadapopulier (Populus x canadensis) 388
  • 29. kleinbladige linde (Tilia cordata) 483 (100)
  • 45. gewone hopbeuk (Ostrya carpinifolia) 129

 

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Oude kadastrale legger 212 Bellingen, art. 117, nrs. 66-86.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Oude Kadastrale legger 212A Bellingen, art. 488 en 568.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Kadastrale opmetingsschetsen Bellingen, 1866/34, 1874/8, 1901/4, 1914/17, 1929/29, 1935, 1938/2.
  • DUQUENNE X., Het park van Wespe­laar. De Engelse tuin in België in de 18de eeuw, Brussel, Wespelaar, Ph. de Spoelberch, 2002, p. 27-42.
  • LINDEMANS J., Brabantse plaatsnamen, 11, Bellingen, in Onomastica Neerlandica, Toponymica 2,11, 1951.
  • LOUIS A., Bodemkaart van België: kaartblad Rebecq-Rognon 115W, Centrum voor Bodemkartering, 1959.
  • POPLIMONT Ch., La Belgique héraldique (V), Paris, Imprimerie De Walder, 1866, p. 354.
  • VERBESSELT J., Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13de eeuw (XXVII), Brussel, Koninklijk Geschied- en Oudheidkundig Genootschap van Vlaams-Brabant, 2001, p. 180-182.

Bron     : DENEEF, R., 2005: Historische Tuinen en Parken van Vlaanderen. Inventaris Vlaams-Brabant. Pajottenland - Zuidwestelijk Brabant: Bever, Dilbeek, Galmaarden, Gooik, Herne, Lennik, Liedekerke, Pepingen, Roosdaal, Sint-Pieters-Leeuw, Ternat, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  Deneef, Roger, Wijnant, Jo
Datum  : 2005


Relaties

  • Omvat
    Kasteel ten Dael

  • Omvat
    Semi-gesloten hoeve

  • Is deel van
    Pepingen

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kasteeldomein ten Dael [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134757 (Geraadpleegd op 14-11-2019)