erfgoedobject

Kasteeldomein Manebroek

bouwkundig / landschappelijk element
ID: 134763   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134763

Juridische gevolgen

  • omvat de aanduiding als vastgesteld bouwkundig erfgoed Manebroekkasteel
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

Beschrijving

Oorspronkelijk een hoog-middeleeuwse kasteelmotte die vermoedelijk al rond 1820 als buitenverblijf werd gebruikt; landschappelijk park (circa 7,5 hectare) met een ornamentele beplanting (bruine beuk, zilveresdoorn, witte paardekastanje) uit 1900, bij een hofcomplex dat na de Tweede Wereldoorlog werd heropgebouwd en een circa 1950 aangelegde vijver.

Het Hof te Manebroek, voormalig cijnsgoed van de heren van Edingen, op de Ferrariskaart verkeerdelijk vermeld als "Cense de Wedem", ligt verborgen in een plooi van het leemlandschap ten westen van Halle – het diep ingesneden dal van de Pannebrug-beek, een bijbeek van de Zuun. Op de Primitieve kadasterkaart, opgemaakt tussen 1820 en 1830, is Manebroek nog duidelijk herkenbaar als een ronde, hoog-middeleeuwse motte, naast een bijna gesloten vierkanthoeve, het oude neerhof. Een gedeelte van de ringgracht van de donjonmotte wordt dan nog als water weergegeven. Op alle 19de-eeuwse kaarten wordt Manebroek als hoeve omschreven, maar het boogbrugje over de gracht, dat bijna figuratief op de Primitieve kadasterkaart wordt afgebeeld, was vermoedelijk niet voor koeien bedoeld. Het is dus niet onwaarschijnlijk dat een gedeelte van het complex ook als buitenhuis of zomerresidentie werd gebruikt.

Rond 1860 was Manebroek, samen met 41 hectare omgevend land, eigendom van de echtgenote van de bekende Brusselse drukker Marcel Hayez. Het echtpaar Hayez liet rond 1864 het hof grondig verbouwen en vergroten ("reconstruction totale") en opnieuw in 1900. Bij die tweede verbouwing verdwenen ook de laatste resten van de ringgracht en de boomgaard (nummers 95 en 103) ten zuidwesten van de hoeve veranderde in een lusthof van 95 are. Op de stafkaart van 1924 wordt op die plek een embryo van tuinaanleg afgebeeld: een ovale open ruimte – waarschijnlijk het ereplein – omgeven door bosplantsoen of hoogstammige beplanting. De oprijlaan vertrok bij het nog bestaande poorthek in de westelijke hoekpunt van het domein en sloot enkele tientallen meters verder aan bij de ­ ovale lus rond het ereplein. De zomerlinden (Tilia platy­phyllos) van dit laantje behoren tot de oudste nog aanwezige beplanting. Volgens de kadastrale legger was er ook een kleine moestuin (15 are), samen met een serre en de huidige tuinierswoning met mansardedak – een situatie die al op de stafkaart van 1891 wordt afgebeeld.

In 1932 werd het Hof te Manebroek andermaal vergroot in opdracht van de nieuwe eigenaar, de advocaat Paul Veldekens, maar aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd het zwaar beschadigd. De heropbouw gebeurde volgens een enigszins verschillend grondplan en leidde tot het huidige uitzicht: een bijna gesloten complex in geelgeschilderde baksteen met leien en pannen­ daken, waarvan de poorttoren (met tentdak en uivormige spits) en de aan een tiendschuur herinnerende vleugel (met pannendak en steunberen) het beeld oproept van de grote 18de-eeuwse pachthoven uit de leemstreek. Op de stafkaarten uit het interbellum wordt slechts een kleine ovale vijver afgebeeld. De huidige, langgerekte vijver met eilandje en een groot gedeelte van de beplanting dateren dus eveneens van na de Tweede Wereldoorlog.

De oudste bomen van het domein werden waarschijnlijk aangeplant ten tijde van de verbouwing van 1900. Naast de reeds genoemde zomerlinden langs het in onbruik geraakt oprijlaantje, gaat het vooral om groene en bruine beuken (Fagus sylvatica, Fagus sylvatica 'Atropunicea'), witte paardekastanjes (Aesculus hippocastanum) en zilveresdoorns (Acer sacchari­num). Zij bevinden zich hoofdzakelijk langs het pad rond de vijver, in gezelschap van massieven van rododendron, deutzia en philadelphus. Opmerkelijk is de hoge douglasspar (Pseudotsuga menziesii) aan het zuidoostelijke uiteinde van de vijver. Het grote perceel bouwland (nummer 105, bijna 3 hectare groot) dat de zuidelijke punt van het domein vormt, werd na de Eerste Wereldoorlog in boomgaard omgezet. De oude appelbomen en notelaars verspreid in een dicht, jong plantsoen (ontsloten door een patte d'oie) van bruine beuk, vogelkers (Prunus avium) en canadapopulier (Populus x cana­densis) zijn hiervan overblijfselen. Op de beboste flank aan de overzijde van de vallei is nagenoeg geen sierbeplanting aanwezig.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Oude kadastrale legger 212 Pepingen, art. 801 nr. 9 en art. 1526 nr. 7.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant,Oude kadastrale legger 212A Pepingen art. 1873 nrs. 2, 8 en 19.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant,Kadastrale opmetingsschets Pepingen 1865/13, 1901/7 en 1933/20.
  • DE MAEGD C., Bouwen door de Eeuwen heen – arrondissement Halle-Vilvoorde, Gent, Snoeck-Ducaju, 1977, p. 490.
  • VERBESSELT J., Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13de eeuw (XXVII), Brussel, Koninklijk Geschied- en Oudheidkundig Genootschap van Vlaams-Brabant, 2001, p. 86-87, 96, 107-108.

Bron     : DENEEF, R., 2005: Historische Tuinen en Parken van Vlaanderen. Inventaris Vlaams-Brabant. Pajottenland - Zuidwestelijk Brabant: Bever, Dilbeek, Galmaarden, Gooik, Herne, Lennik, Liedekerke, Pepingen, Roosdaal, Sint-Pieters-Leeuw, Ternat, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  Deneef, Roger, Wijnant, Jo
Datum  : 2005


Relaties

  • Is deel van
    Pepingen
    Pepingen (Pepingen)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kasteeldomein Manebroek [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134763 (Geraadpleegd op 12-11-2019)