erfgoedobject

Vallei van de Wimp en de Grote Nete te Herenthout

landschappelijk geheel
ID: 135041   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135041

Juridische gevolgen

Beschrijving

De ‘Vallei van de Wimp en de Grote Nete’ is gelegen op grondgebied van de gemeenten Herenthout en Itegem (Heist-op-den-Berg) in de Zuiderkempen. De begrenzing wordt gevormd door ‘Kruiskensberg’, de 'Merodese bossen' en het centrum van Herenthout in het noorden, de Itegemse Steenweg in het oosten en zuidoosten, de gemeentegrens en Hooiweg in het zuiden en tot slot de Bevelsesteenweg in het westen.

 

Fysische geografie

 

De vallei van de Wimp en de Grote Nete te Herenthout ligt in de Zuidelijke Kempen. Het gebied wordt goed ontwaterd door drie ongeveer parallel lopende rivieren: de Wimp, de Maasloop en de Leibeek in het oosten en de Hagelandse Leibeek in het oosten, die allemaal uitmonden in de Grote Nete. De Otterloop in het noorden mondt uit in de Maasloop. Het landschap helt af (ongeveer 13 meter +TAW) naar de Grote Nete (ongeveer 6 meter +TAW). De belangrijkste heuvels bevinden zich nabij de Niemandshoek en ’t Schipke in het noordwesten van het gebied (meer dan 13 meter +TAW), tussen de Wimp en de Itegemsesteenweg in het zuidoosten (meer dan 11 meter +TAW) en in de noordoostelijke hoek (Uilenberg, meer dan 13 meter +TAW).

 

Geologie en bodem

Het tertiair wordt gevormd door de Formatie van Diest (mioceen, 23,8 tot 5,3 miljoen jaar geleden), een grof, glauconiethoudend zand met limoniethoudende concretiebanken (ijzerzandsteen). De nabijgelegen Kruiskensberg is een opduiking van deze laag. Gedurende de ijstijden van het quartair werd het tertiaire landschap diep ingesneden door de ondertussen ontstane Grote Nete, die vooral in de korte zomerperioden smeltwater meebracht van de ijskap (verlaging van de erosiebasis door daling van het zeepeil). Tijdens de laatste ijstijd (weichseliaan, 115 000 tot 10 000 jaar geleden) werden de tertiaire afzettingen bedekt door zandleem van niveo-eolische oorsprong. Gedurende de tussenijstijden verhoogde de erosiebasis van de Grote Nete ten gevolge van de stijging van het zeepeil, waardoor fluviatiel materiaal werd afgezet. Aldus vormde de rivier haar eigen alluviale vlakte. In de nabijheid van de meer naar het westen gelegen Kruiskensberg werd het pleistoceen materiaal (2,6 miljoen tot 10 000 jaar geleden) waarschijnlijk weg geërodeerd door verstuivingen en afspoelingen. Tijdens het holoceen (10 000 jaar geleden tot heden) werd het tertiair materiaal door verstuiving en/of colluviatie in de onmiddellijke omgeving verspreid en overdekte het ofwel de verweringsbodems van het tertiair ofwel de relicten van het pleistoceen. Anderzijds was er de verstuiving van het zandig materiaal uit de valleien, waardoor grote oppervlakten werden bedekt met stuifzand. In de vallei van de Grote Nete treft men de recentste quartaire afzettingen aan. Alluviaal materiaal werd nog afgezet tijdens het subatlanticum (2600 jaar geleden tot heden) en mogelijk tijdens het subboreaal (5000 tot 2600 jaar geleden). In de laagste delen van de vallei(en) werd veen gevormd.

 

Flora en fauna

De natuurwetenschappelijke waarde van dit gebied wordt in de eerste plaats bepaald door de oude, goed ontwikkelde loofbossen met hun kenmerkende flora, alsook door de structuurrijke en botanisch waardevolle graslanden met verlandingsvegetaties en relicten van zuur laagveenmoeras. De combinatie van de vochtige vegetatietypes en de rijpe bossen biedt ideale habitatmogelijkheden voor tal van zeldzame en minder zeldzame broedvogels, alsook voor amfibieën en zoogdieren. De afwisseling in dit landschap met de verschillende waterlopen met hun valleien, restanten van de oude perceelsstructuur en wegenpatroon, oude bossen, broekbossen, dreven en hooilanden weerspiegelt duidelijk de geschiedenis van dit gebied sinds de 18de eeuw. De opvallende reliëfverschillen en de variatie in begroeiing doen een structuurrijk landschap ontstaan, waarin open en gesloten vegetaties elkaar afwisselen. De kasteeldreven die het landschap doorkruisen, zorgen, samen met de bomenrijen, voor filterwerking.

Het oostelijke gebied is in 2002 beschermd als cultuurhistorisch landschap waardoor voor dit gebied uitgebreide informatie over vegetatietypes en fauna bestaat:

 
Bossen

De bossen worden onderverdeeld in volgende types:

  • Loofbossen: het meest waardevol zijn de oude, gerijpte loofbos-ecosystemen, waarvan de geschiedenis minstens teruggaat tot de 18de eeuw (reeds aanwezig op de kabinetskaart van de Ferraris). Slechts een geringe oppervlakte hiervan, tussen de Maasloop en de dreef van de Itegemsesteenweg naar het kasteel van Herlaar en in de omgeving van het kasteel, bestaat uit beukenbos, met in de kruidlaag onder meer het bleeksporig viooltje, bosandoorn, bosanemoon, gewone salomonszegel en grote keverorchis. De overige loofbossen, ten oosten van het kasteel langsheen de Wimp en ten zuiden van de grote bocht in de Pauwelstraat, behoren tot het zure eikenbos met vooral zomereik, plaatselijk ook wintereik, en in de onderbegroeiing onder meer adelaarsvaren, breedbladige wespenorchis, dalkruid, hengel, lelietje-van-dalen en valse salie.
  • Naaldbossen: vanaf de 19de eeuw werden naaldbossen geplant ten zuidoosten van het kasteel, aan de Itegemsesteenweg, tussen de Niemandshoek, Pauwelstraat en Binnenstraat en tussen de Pauwelstraat en de Maasbeek. Recenter kwamen er naaldbossen (ook Corsicaanse den, lork en fijnspar) bij in het noordoosten en aan de Pauwelstraat.
  • Elzenbroekbos: in het (zuid)westen, aan de Grote Nete, liggen nog enkele alluviale elzenbroekbossen. Belangwekkend is het mesotroof elzenbroekbos met onder andere elzenzegge, hennengras en moerasmuur tussen de Pauwelstraat en de Grote Nete in het westen.
  • Wilgenstruweel: langs de Grote Nete komen in mindere mate wilgenstruwelen voor.
  • Populierenaanplanten: populierenaanplanten met onderbegroeiing van ruderaal bos of zwarte els komen voor in het (zuid)westen van de Netevallei, aan de Otterloop en ten oosten van de gemeentelijke visvijver.

 

Graslanden

Volgende graslanden worden ten tijde van de bescherming (2002) beschouwd als permanent grasland: de hooilanden in de Netevallei stroomopwaarts de monding van de Maasloop en de weilanden tussen de Maasloop en het noordoostelijk naaldboscomplex.

De graslanden worden verder onderverdeeld in volgende types:

  • Graasweiden: graasweiden met Engels raaigras en witte klaver bevinden zich vooral in de vallei van de Maasloop. De weilanden in het noorden en het westen (omgeving 't Schipke) worden soms omgezet in (maïs)akker in het kader van de teeltafwisseling.
  • Matig bemest grasland: belangwekkend zijn de matig bemeste graslanden in het zuidoosten, ten noorden van de monding van de Maasloop. Hier komen onder andere beemdooievaarsbek, grote vossenstaart, knoopkruid, paardenbloemstreepzaad, adderwortel, echte koekoeksbloem en kruipend zenegroen voor.

 

Voedselrijke wateren

In de (matig) voedselrijke wateren van beken en plassen, onder andere in de grote vijver tegenover de watermolen, groeien vooral obligate waterplanten, zoals gele plomp, gewone waterranonkel, kikkerbeet en witte waterlelie.

 

Verlandingsvegetaties

Aan de randen van hooilanden en broekbossen, meestal in ondiepe greppels, werden verlandingsvegetaties in voedselrijke wateren met onder andere blaaszegge, blauw glidkruid, grote egelskop, pinksterbloem en scherpe zegge, aangetroffen.

 

Laagveenmoerassen

In greppels aan hooilanden en broekbossen vormden zich plaatselijk ook matig voedselarme, zure laagveenmoerassen met melkeppe, moerasviooltje, moeraswalstro, wateraardbei, zeegroene muur, zompzegge en zwarte zegge.

 

Droge heide

De aanwezigheid van struikhei en brem aan de randen van de naaldbossen in het noord- en zuidoosten wijst op de vroegere aanwezigheid van droge heide.

 

Heischrale graslanden

In het noordoosten liggen nog enkele restanten van heischrale graslanden en graslanden op droge, zure grond met onder meer grasklokje, klein vogelpootje, zandblauwtje, hondsviooltje, knollathyrus, mannetjesereprijs en veelbloemige veldbies.

 

Fauna

Het afwisselend geheel is nog steeds een refugium voor een aantal zeldzaam geworden broedvogels en amfibieën. De vallei van de Wimp en de Grote Nete te Herenthout biedt broedgelegenheid aan een aantal zeldzame tot bedreigde vogelsoorten: dodaars, wintertaling, boomvalk, kerkuil, steenuil, ijsvogel, zwarte specht, boerenzwaluw, wielewaal, spotvogel, grauwe vliegenvanger, kneu en geelgors. Volgende zoogdieren komen in het gebied voor: ree, bunzing, hermelijn, wezel, wild konijn, haas, egel, mol en grootoorvleermuis. Volgende amfibieën komen in het gebied voor: alpenwatersalamander, kleine watersalamander, gewone pad, bruine en groene kikker.

 

Cultuurhistorisch landschap

Op de kabinetskaart van de Ferraris (1771-1778) zien we duidelijk de relatie tussen het grondgebruik en de landschapsstructuur en met de bodemkaart. Zo onderscheiden we beemden in de valleien van de waterlopen met profielloze bodems. Akkers omgeven door houtkanten of hagen en grootschalige akkercomplexen op de hogere gronden komen overeen met de plaggenbodems. De boscomplexen in de buurt van het ‘kasteel van Herlaar’ komen overeen met podzolen. Het zuidoosten van dit landschap betreft op dat moment een groot heidegebied, op de bodemkaart tevens een podzolbodem.

Rond 1850 was de vroegere landschapsstructuur slechts in één opzicht opvallend gewijzigd, namelijk door de aanplanting van naaldbosjes. Deze worden op de kaart van Vandermaelen (1846-1854) weergegeven in het gebied tussen Niemandshoek, Binnenstraat en Pauwelstraat en bij de beplanting van de heide ten zuidoosten van het kasteel van Herlaar met naaldhout. De bekende herberg 't Schipke zou ook van die periode dateren (aanduiding op de kadasterkaart van 1844).

In 1909 (kaart van het Institut Cartographique Militaire, 1923) was aan deze situatie nog maar weinig veranderd. De grootste wijzigingen gebeurden waarschijnlijk na de Tweede Wereldoorlog: omzetting van beemden tot bemest weiland, vestiging van enkele villa's aan de Pauwelstraat en nabij de Itegemsesteenweg, plaatsen van serres en aanleg van een boomgaard. Van recentere datum zijn de uitbreiding van het aannemersbedrijf Serneels in de landbouwzone, het gemeentelijk containerpark, de volledige asfaltering van de Pauwelstraat, de gemeentelijke visvijver met kantine en een nieuw grootschalig landbouwbedrijf aan de Pauwelstraat.

 

Kasteel Herlaar

Het kasteel Herlaar, ook wel “Hof ten Hove” genoemd, is de voormalige residentie van de heer van Herenthout. Algemeen wordt aangenomen dat het kasteel werd opgetrokken eind 13de eeuw, hoewel sommige literatuurbronnen de grondvesten laten opklimmen tot de 10de eeuw. Tot de 15de eeuw was het eigendom van de familie van Herlaer; door huwelijk werd het naderhand eigendom van de familie van Brimeu, in 1497 gevolgd door Adriaan Sandelyn die het grondig vervallen slot liet heropbouwen. Vanaf 1684 was het eigendom van de familie van Reynegom; het kasteel werd nogmaals herbouwd in 1704.

 

Het dubbel omgracht waterslot in traditionele bak- en zandsteenstijl met sterke neotraditionele aanpassingen (derde kwart 19de eeuw) bevindt zich ten noordwesten van de ommuurde binnenplaats. Ten zuidoosten ligt het massief poortgebouw. De 19de-eeuwse, neotraditionele dienstgebouwen, meer bepaald de voormalige stallingen en het koetshuis, werden verbouwd tot garages met appartementen erboven.

 

Het park van het kasteel Herlaar is waarschijnlijk mee geëvolueerd met het kasteel. Op de kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778) is reeds de dubbele omwalling te zien. Binnen de twee omwallingen staan talrijke beuken - waaronder enkele oude, imposante exemplaren - in kleine groepjes verspreid. Het park stond volgens de literatuur ook bekend omwille van de kleurenweelde van de rhododendrons. Achter de omwalling van het kasteelpark, naast de Wimp, ligt nog de enigszins verwaarloosde, ommuurde tuin van het kasteel met boomkwekerij, groentetuin en serre.

 

De buitenste, nagenoeg rechthoekige omgrachting omvat een boogbrug van bak- en natuursteen met een ijzeren leuning en een kleine houten ophaalbrug tussen geringde pilasters van bak- en natuursteen. De binnenste omgrachting omvat eveneens een boogbrug van bak- en natuursteen, die via een tweede houten ophaalbrug verbonden is met het poortgebouw. Deze brug draagt de gekroonde wapenschilden van de familie van Reynegom, bouwheren van het huidige slot, evenals de jaartallen 1669 (?) en 1871, verwijzend naar vroegere herstellingen en/of verbouwingen.

 

Het poortgebouw bestaat uit twee met elkaar verbonden slottorens en een ophaalbrug. De rood beschilderde baksteenbouw van twee bouwlagen heeft een overkragend schilddak op daklijstbalkjes, dat deels de ronde vorm van de torens volgt. De centrale rondboogdoorgang draagt het bekronend wapenschild van de familie van Reynegom met de kernspreuk "Rien sans envie" en kruiskozijn hogerop. De typisch traditionele elementen als steigergaten, omlijstingen en hoekblokken werden deels uitgevoerd in imitatiezandsteen. Aan de binnenplaatszijde zijn rechthoekige vensters aangebracht. In de zuidtoren bevindt zich een houten wenteltrap.

 

Het eigenlijke kasteel bestaat uit een onderkelderde L-vormige constructie van twee bouwlagen onder zadeldaken, gelegen ten noordwesten van de geplaveide binnenplaats. De lijst- en trapgevels zijn opgetrokken uit bak- en natuursteen, deels imitatie, voor de (neo)traditionele elementen als speklagen, steigergaten en hoekblokken. In de oksel van de haakse vleugels bevindt zich de driezijdig uitgebouwde en gekanteelde ingangstravee van drie bouwlagen met een centrale korfboogdeur onder tudorboogbekroning en hogerop een deurvenster tussen schilddragende leeuwen. De meermaals aangepaste binnenplaatsgevels met vele sierankers zijn hoofdzakelijk neogotisch geïnspireerd, wat blijkt uit de bekroningen van de gevarieerde muuropeningen, de arkeltorentjes en de korfboogportiek met tudorboogbekroningen. De vrij sobere westelijke achtergevel telt zeven traveeën met een duidelijke bouwnaad tussen de tweede en derde travee.

 

De Onze-Lieve-Vrouw-hofkapel, een kasteelkapel met oudst gekende vermelding opklimmend tot 1494, bevindt zich net buiten de binnenste omgrachting. De ruime constructie was bestemd voor het personeel van het kasteel en de inwoners van Herlaar. Het betreft een baksteenbouw met beschildering van imitatiebaksteen op een rechthoekige plattegrond van twee traveeën met een driezijdig koor onder een zadeldak van kunstleien met een klokkentorentje. De westelijke puntgevel met aandak heeft schouderstukken en bekronende kruisbloemen; de korfboogdeur heeft een geprofileerde natuurstenen omlijsting, hogerop zit een spitsboogvenster met neogotisch maaswerk. De noordelijke zijgevel heeft een gedicht korfboogdeurtje; de traveeën zijn voorts geritmeerd door versneden steunberen. De koorvensters zijn spitsbogig met neogotisch maaswerk.

 

Watermolen

Het molenhuis met watermolen en aansluitende molenaarswoning bevindt zich op de Wimp in de natuurrijke omgeving van het kasteel Herlaar. De watermolen maakt van oudsher deel uit van het feodale complex van het kasteel Herlaar, met vermelding opklimmend tot 1439. Het betreft een korenmolen links en eertijds ook een olieslagmolen rechts. De molen van het onderslagtype met groot houten rad is trouwens ook de enige watermolen waarvan het binnenwerk nog geheel van hout is en nagenoeg volledig uit de 17de eeuw dateert. Bovendien is het is de enige molen in de Antwerpse Kempen met een bewaard, traditioneel ‘Kempens’ waterwiel, zij het in fragmentarische toestand. Het molenhuis in traditionele bak- en zandsteenstijl onder zadeldak dateert uit de 15de eeuw. Aansluitend rechts bevindt zich de aangepaste molenaarswoning uit de tweede helft van de 19de eeuw. Voor de boog van de radruimte, ter overbrugging van de Wimp, werd gebruik gemaakt van natuursteen, waarboven het jaartal 1477 wordt vermeld. Het molenwerk zelf bestaat uit een spaarvijver, het eigenlijke sluiswerk met natuurstenen stijlen, een houten lossluis en een houten maalsluis.

 

Herberg ‘t Schipke

In het noordwesten van dit gebied bevindt zich de herberg ’t Schipke. Deze herberg, eertijds ook veerhuis, klimt op tot het tweede kwart van de 19de eeuw en bevindt zich aan de Grote Nete. De herberg is toegankelijk via een eikendreef. Tot in de 19de eeuw was deze omgeving zeer moerassig en bijgevolg onbewoond. Door het uitvoeren van dijkwerken en de aanleg van afwateringsgrachten kwam hierin verandering; in 1844 kwam het Schipke voor het eerst voor op het kadaster. Vanaf 1900 was het in gebruik als herberg, veer en hoeve; in 1949 werd een voetbrug geplaatst met als gevolg dat het veer kort nadien werd afgeschaft.

De oorspronkelijke herberg van vier traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (nok loodrecht op de Nete, mechanische pannen) heeft een bepleisterde lijstgevel met eenvoudige rechthoekige muuropeningen. De opkamer bevindt zich in de zuidwestelijke hoek. De links aansluitende, tot taverne aangepaste bedrijfsruimte (schuur en stallingen) telt vier traveeën onder een zadeldak. De vensters en rondboogdeurtjes zijn licht getoogd.

 

  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven in 1846-1854, schaal 1:20.000.
  • Beschermingsdossier DA002271, Vallei van de Wimp en de Grote Nete (L. Meesters, 2002, digitaal dossier).

 


Auteurs :  Cox, Lise, De Haan, Aukje, Kennes, Hilde, Meesters, Ludo
Datum  : 2019


Relaties

  • Omvat
    Herberg 't Schipke

  • Omvat
    Hoeve

  • Omvat
    Kasteel Herlaar

  • Omvat
    Molenhuis met watermolen en molenaarswoning

  • Omvat
    Neotraditionele dienstgebouwen

  • Is deel van
    Heist-op-den-Berg

  • Is deel van
    Herenthout

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Vallei van de Wimp en de Grote Nete te Herenthout [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135041 (Geraadpleegd op 22-09-2020)