erfgoedobject

Doornzele Dries

landschappelijk element
ID: 135220   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135220

Juridische gevolgen

  • omvat de aanduiding als beschermd cultuurhistorisch landschap Doornzele Dries
    Deze bescherming is geldig sinds 30-06-1992

Beschrijving

De Doornzeledries vormt het centrum van Doornzele, één van de oudste kernen van Evergem. Doornzele ontstond als gehucht rond de dries bij de cisterciënzerabdij van Doornzele (1234-1796). De omwonenden kregen deze oppervlakte in gemeenschappelijk vruchtgebruik. In het drieslandschap zijn het plantrecht en weiderecht nog duidelijk herkenbaar. Bovendien is de oppervlakte van de dries nagenoeg ongewijzigd gebleven.

Historiek

Etymologisch zou ‘Doornzele’ wijzen op een Frankische hoeve (‘sala’) in een doornige streek. In het charter van 966, waarin koning Lotharius de bezittingen van de Sint-Baafsabdij erkende, werd Doornzele reeds vermeld. In 1234 werd er de cisterciënzerabdij opgericht. Dit vrouwenklooster hield zich onder andere bezig met de landbouw en cultivering van de streek. De kloostergemeenschap werd eind 1796 door de Franse republiek ontbonden. Nadien werd er een park aangelegd. Het domein is op het moment van de bescherming (1992) eigendom van de stad Gent.

Bij het klooster groeide een gehucht rond een dries. De omwonenden kregen namens de graaf van Vlaanderen deze langgerekte oppervlakte van 19 hectare in gemeenschappelijk vruchtgebruik van de baljuw van Oudburg. Op de dries bestonden volgens het gewoonterecht twee oude prerogatieven: het plantrecht en het weiderecht. De aangelanden mochten hun bomen planten en hun dieren laten grazen op de dries. Tijdens de Franse overheersing werd de dries eigendom van de gemeente, maar de omwonenden bleven zich het plant- en weiderecht toe-eigenen. Deze oude, maar nooit op schrift gestelde voorrechten gaven aanleiding tot heel wat eigendomsbetwistingen. De oorspronkelijke houten staakmolen aan het westelijk uiteinde van de dries werd opgericht voor 1414 en behoorde tot 1598 toe aan de abdij van Doornzele. In 1839 werd de staakmolen vervangen door een stenen windmolen. In 1883-1885 werd een stoommachine geplaatst, later een armgasmotor en nog later een elektromotor. De molen werd vernield tijdens een storm in 1948.

Het kasteel op Doornzele Dries, voorheen het Goed Ten Oudevoorde, werd in het begin van de 16de eeuw voor het eerst vermeld en in 1713 werd het als “huys van plaisance” vernoemd. In de 16de eeuw was het goed reeds eigendom van de familie Sersander, in 1775 werd het geschonken aan J.B. van Saceghem. Later werd het goed het lusthof van de familie van Saceghem en De Potter d'Indoye. Sinds de tweede helft van de 19de eeuw is het eigendom van de familie De Potter, waaronder de laatste burgemeester van Kluizen. Het park bevond zich grotendeels op grondgebied Evergem. Het huidige kasteel dateert uit 1924 en werd op de plaats van een ouder kasteel gebouwd, dat sinds 1687 vermeld wordt en gebouwd was op een motte maar in 1918 verwoest werd.

Vanaf 1775 kan de evolutie van de Doornzeledries gevolgd worden op kaartmateriaal. Volgens de kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778) staat aan de westelijke ingang van de dries een windmolen met ernaast een vijver, ontstaan door het aanleggen van de molenberg. De volledige dries was omzoomd met een haag die dienst deed als veekering. Alleen de noordelijke helft wordt aangeduid als weiland. De randen zijn beplant met bomen. Een weg loopt overlangs door de dries en er komen vijf invalswegen op uit. Langsheen de weg staat een tweerijige aanplant in driehoeksverband. Vermoedelijk gaat het hier om geknotte bomen.

Alhoewel de omwonenden alleen over plant- en weiderecht beschikten zijn de aangelanden in 1835 als eigenaar van de percelen met plantrecht in de leggers van het Primitief kadaster opgenomen. Deze percelen werden omschreven als “beplante grond”, bij één perceel werd het bodemgebruik “boomgaard” opgegeven, bij een ander perceel “land”. De delen in eigendom van de gemeente werden omschreven als “onbewerkt land”. In de loop der tijden werd de dries verschillende malen ontgonnen. Tijdens de hongerjaren (1845-1848) en de Tweede Wereldoorlog werden er groenten en aardappelen geteeld. Op de kaart van Vandermaelen (1845) zijn de randpercelen als weiland voorgesteld. Bomen of bomenrijen zijn niet op de kaart weergegeven. Centraal op de dries verschijnt de in 1777 in opdracht van de abdis van de abdij van Doornzele gebouwde kapel naar ontwerp van Jan Baptist Simoens. De kapel werd reeds in 1833 vergroot naar ontwerp van J.B. Van de Capelle. Het kerkhof werd door een gracht omzoomd.

Op parochiaal gebied behoorde Doornzele tot de parochie Evergem bij koninklijk besluit van 10 juli 1847 tot parochie werd verheven. Nadat Doornzele parochiale zelfstandigheid verwierf is de kerk in 1858-1860 vergroot en voorzien van een nieuwe toren naar een ontwerp van architect Edmond de Perre-Montigny. Een nieuw kerkhof werd aangelegd ten westen van de omgrachte kerksite. In 1940 werd de kerk volledig door brand vernield. De nieuwe kerk dateert van 1950 en is gebouwd onder leiding van architect Henri Vaerwyck-Suys. De omgevende gracht werd gedempt. De inwijding had plaats op 5 september 1955.

De randpercelen zijn volgens de kaart van het Institut Cartographique Militaire (1863) met bomen beplant. Langsheen de noordzijde van de baan zijn op regelmatige afstand van elkaar bomen aangeplant. De parochiekerk werd gebouwd in de periode 1858-1860, een nieuw kerkhof werd aangelegd ten westen van de omgrachte kerksite. Volgens de kaart van het Institut Cartographique Militaire van 1909 heeft het oostelijk uiteinde van de dries moeten inboeten voor de verbreding van het kanaal Gent - Terneuzen en de ermee gepaard gaande verlegging van de spoorweg. Het aantal invalswegen is verdubbeld. Langs de huizen aan de zuidkant van de dries werd een weg aangelegd. Er zijn drie poelen op de kaart weergegeven. Op de kaart van het Militair Geografisch Instituut (1938) resten nog twee poelen. Aan weerszijden van de baan werden bomen aangeplant. 22 wegen lopen dwars over de dries en verbinden de hoofdweg met een weg rondom de dries. Op de kaart van het Nationaal Geografisch Instituut van 1980-1981 is het aantal wegen dat de dries dwarst toegenomen tot 33. De aanplantingen in de randpercelen van het zuidelijk deel van de dries worden als populieraanplanten weergegeven. Op de meeste kaarten zijn de aanplantingen voorgesteld als bomen met een regelmatig plantpatroon.

In historisch-landschappelijk opzicht is, naast de nog visuele herkenbaarheid van plant- en weiderecht, het feit dat de dries in oppervlakte nagenoeg ongewijzigd is gebleven een belangrijk gegeven. Van de meeste driezen bleef na verloop van tijd maar een beperkt deel over en werd de rest verkaveld.

Beschrijving

Doornzele is een gehucht van Evergem, ten westen van het kanaal Gent - Terneuzen. De dries heeft een oppervlakte van ongeveer 19 hectare, een lengte van 1500 meter en is maximum 162 meter breed. Deze lang uitgerekte ruimte is zuidwest-noordoost georiënteerd. De randen zijn afgeboord met voornamelijk Canadapopulieren (Populus x canadensis), de middenstrook is niet beplant. Langs de rijweg, die de dries over de volledige lengte in tweeën splitst, zijn beuken (Fagus) aangeplant. Verschillende wegen lopen dwars over de dries en verbinden de rijweg met een weg rondom die voor plaatselijk verkeer gebruikt wordt. Aan beide zijden van de dries staan tussen de woningen meerdere pijler- en wegkapellen uit de tweede helft van de 19de eeuw.

In het drieslandschap is het verschil in bodemgebruik nog duidelijk visueel waarneembaar. De beplante delen (delen met plantrecht) bevinden zich rondom het centrale, niet-beplante deel van de dries. Het weiderecht wordt op het moment van de bescherming (1992) door de omwonenden niet meer gebruikt. Enkele malen per jaar wordt het gras gemaaid en dit zowel onder de bomen als op het centrale deel van de dries. Tot kort voor de bescherming (1992) heeft er nog regelmatig een kudde schapen gegraasd. Op de dries bevinden zich twee gekandelaarde Hollandse linden (Tilia x europaea) met stamomtrekken van 2,87 meter en 2,69 meter (gemeten op 1,50 meter hoogte, opname in 2008).

Midden op de dries bevindt zich de parochiekerk Sint-Petrus en Sint-Paulus met bijhorend kerkhof ten westen voor de kerk en de pastorie van 1964 achter het oostkoor. Aan de westelijke ingang van de dries staat een stenen graanwindmolen, gekend als de Doornzelemolen. Op het 10 hectare grote domein van het Goed Ten Oudenvoorde staan stallingen, een klein poortgebouw, kasteel, koetshuizen en er ligt een vijver. Het huidige kasteel dateert uit 1924 en werd op de plaats van een ouder kasteel gebouwd dat sinds 1687 vermeld wordt en gebouwd was op een motte maar in 1918 verwoest werd.

  • Onroerend Erfgoed Oost-Vlaanderen, Beschermingsdossier DO000832, Doornzeledries (VAN DER LINDEN G., 1992).
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.

Bron     : -
Auteurs :  De Meirsman, Reginald, Lanclus, Kathleen, Tack, Guido, Van den Bremt, Paul, Van der Linden, Geert, Vanmaele, Nele, Verbeeck, Mieke
Datum  : 2015


Relaties

  • Omvat
    Goed ten Oudenvoorde

  • Omvat
    Parochiekerk Sint-Petrus en Sint-Paulus

  • Omvat
    Twee gekandelaarde linden Doornzele Dries

  • Omvat
    Windmolen Doornzelemolen

  • Is deel van
    Evergem

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Doornzele Dries [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135220 (Geraadpleegd op 11-12-2019)