erfgoedobject

Betsbergebos, Gootbos en Ter Hulst

landschappelijk geheel
ID: 135236   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135236

Beschrijving

Het betreft hier het gebied gelegen tussen de woonkernen van Moortsele, Landskouter, Gijzenzele, Oosterzele en Scheldewindeke. Deze situeren zich ten zuidoosten van Gent, in de zandleemstreek.

Fysische geografie

Het tertiaire substraat bestaat er uit zandige en kleiige, nagenoeg horizontale Paniseliaanformaties. Tijdens de laatste ijstijd werd het versneden tertiair oppervlak bedekt met lemig materiaal. Deze pleistocene afzettingen kunnen in de depressies erg dik zijn maar op de hellingen is het vrij dun; plaatselijk kan het erg dun zijn of ontbreken. Op de ruggen is de bodem dan ook sterk beïnvloed door het tertiair substraat en bijgevolg nogal zandig. In de depressies bestaat de bodem uit verspoeld klei-zand-leem materiaal. Dit gebied met een golvend reliëf vertoont een open kouterlandschap met meestal gesloten depressies ten gevolge van de natuurlijke afsluitingen rond de kavels (vooral weiden) en de talrijke percelen nat bos. De landelijke bewoning is geconcentreerd in kleine gehuchten die rond het gebied liggen. Enkele reliëfsverschillen zijn te wijten aan voormalige groeven van Balegemse steen.

De ankerplaats is gelegen omheen enkele tertiaire opduikingen, waarvan vooral de Betsberg van belang is. Het hoogste punt is 63 m. Vanuit de hogere punten heeft men een uitzicht over de omgeving met zijn bossen. Het voorkomen van bronnen met de daaromheen ontwikkelde bronbossen (het Gootbos en aan Hoek ter Hulst) vormen een merkwaardig aspect van deze streek. De valleivorm van bepaalde beken zijn morfologisch interessant. Er komen wel enkele sluikstorten voor die de vorm ervan vertekenen.

Cultuurhistorie

Op de kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778) zien we de beboste Betsberg. Ook het Gootbos en het bos bij Hof ter Hulst zijn op de kaart in getekend. Het wegenpatroon is goed herkenbaar. De overige gebieden liggen onder akker; nu komen er weilanden tussen de akkers voor. In het gebied komen enkele interessante gebouwen voor, zoals het Hof ter Hulst, boven een beek gebouwd, en de watermolen van Moortsele, de stokerij van Vandevelde en de kerken van Landskouter en Moortsele.

De oudste vermelding van de in Balegemse steen opgetrokken kerk van Landskouter, gaat terug tot 1155. Toen stond de bisschop van Kamerijk het patronaatschap af aan de Gentse Sint-Baafsabdij. Oorspronkelijk werd de kerk toegewijd aan de Heilige Blasius, later, vermoedelijk sinds de 18de eeuw, werd ze toegewijd aan Sint-Agatha die als bedevaartheilige in de kapel werd bezocht voor borstziekten. Volgens een legende zou een Franse prinses lijdend aan een borstkwaal zich tot Sint-Agatha hebben gewend en uit dankbaarheid voor de genezing een kapel te Landskouter hebben vervangen door een kerk. Het omringende kerkhof was vroeger omheind door een lage zandstenen muur die in de 19de eeuw werd gesloopt om als restauratiemateriaal te dienen voor de kerk. Sindsdien is het kerkhof omhaagd. Waarschijnlijk was het oorspronkelijk een laatromaanse zaalkerk met westertoren uit de 12de eeuw, die nadien uitgebreid en aangepast werd. In 1874 en 1980 werden herstellingswerken uitgevoerd. De huidige parochiekerk is een typische kleine plattelandskerk in overgangsstijl romaans-gotisch. De pastorie van Landskouter is in een omhaagde tuin, palend aan het kerkhof, gebouwd. Het zadeldak is van een klokkestoel voorzien, daterend uit de 19de eeuw maar sindsdien gemoderniseerd.

Ingeplant op de noordelijke helling van de Betsberg ligt de voormalige jeneverstokerij en hoeve Betsberg, ook Stokerij Van de Velde genoemd. De stokerij werd in 1773 heringericht en in 1837 uitgerust met een uit een Gentse weverij overgenomen verticale stoommachine uit 1831, de oudste uit de Benelux. Ondanks een doorgedreven renovatie in 1919-1927 door een familiaal gebonden architect, Van de Velde, werden zowel de landbouwexploitatie als de jeneverproductie stopgezet. Dit vooral door het minder populair worden van jenever. De technische installatie, waaronder de stoomketel en twee stoommachines, bleef volledig bewaard. Zij heeft een capaciteit van ongeveer een 120 000 liter afgewerkt product per seizoen van vijf à zes maand en behoorde tot de top drie van de installaties in de Nederlanden. In het woonhuis, dat teruggaat tot de 17de eeuw, zijn nog sporen van kruisvensters, negblokken en een plint in Balegemse steen. Het verhaalt mogelijk tot de 12de-13de eeuw als drank- en verblijfsplaats van de mensen verbonden aan de steenkapwerken voor de Sint-Baafskathedraal in Gent. De site ligt langs de verbindingsweg van Gent naar de vindplaatsen van Balegemse steen, waarvan de Betsberg er één was. De oorspronkelijke hoeve- en stokerijgebouwen dateren minsten uit de tweede helft van de 18de eeuw, met vele latere aanpassingen. De huidige restauratie werd rond 1994 aangevat. Zij had tot doelstelling in de gebouwen zeven woningen aan te brengen.

Het “Hof ter Hulst” dateert uit de Frankische tijd. Deze hofstede met zijn rondboog aan de toegangspoort heeft nog duidelijke sporen van een lang verleden. Onderaan rechts van de poort bemerken we de toegemetste steunpunten van een vroegere valbrug over de walgracht. De laatmiddeleeuwse site met walgracht en kasteel of heerlijke verblijfsplaats, te identificeren met de door De Potter en Broeckaert vermelde overblijfselen van een kasteel op de wijk Hoeksken ter Hulst dat vroeger toebehoorde aan de heer van Lemberge en nadien aan de markies van Rode. Bodemsporen wijzen duidelijk op de aanwezigheid van een brede omgrachting rond het uitgestrekt rechthoekige boerenerf, aan de voet van de Betsberg en in de nabijheid van de Molenbeek. In het gebied komen enkele bunkers voor. De overblijvende forten van de fortengordel rond Gent zijn duidelijk zichtbaar. Van hieruit zie je de torens van Gent.

De site met de korenwatermolen van Moortsele is het voormalige neerhof van het Hof ter Loo. Aanvankelijk bestond dit onderdeel van de heerlijkheid Hof ter Loo te Moortsele uit een opperhof en een neer- of molenhof gelegen tussen de Kloosterstraat, Watermolenstraat en de Molenbeek te Moortsele. Er werd vermeld dat de watermolen in 1474 eigendom was van de Gentse patriciërsfamilie Van Der Scage. Tot in het begin de 16de eeuw waren de neerhofgebouwen van hout en leem. De hoeve is van het semi-gesloten type met maalderijgebouwen aan de Molenbeek. Rechts van de woning staat aansluitend het voormalige maalderijgebouw met vermelding van het jaar 1616.

Het kerkje van Moortsele gaat op een Romaans bedehuis terug; de datum van stichting is onbekend. Het patronaatschap van de kerk ging in 1126 over van de bisschop van Kamerijk naar de abdij van Ename. In de 13de eeuw werd ze vervangen door een kruiskerk met polygonaal koor. Later gebeurden nog vele aanpassingen aan de kerk.

  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.

Bron     : Ankerplaats 'Betsbergebos, Gootbos en Ter Hulst'. Landschapsatlas, A40081, Agentschap Onroerend Erfgoed, Brussel.
Auteurs : Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2001


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Betsbergebos, Gootbos en Ter Hulst [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135236 (Geraadpleegd op 22-05-2019)