erfgoedobject

Rovorst en Kanakkendries

landschappelijk geheel
ID: 135247   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135247

Beschrijving

Deze ankerplaats strekt zich over het grondgebied van de gemeenten Brakel en Schorisse uit. Het omvat de bronhoofden van drie parallel lopende beken, de Vaanbuikbeek, de Roosmeersbeek en de Slijpkotbeek. Dit zijn allen zijbeken van de Zwalm, deze laatste loopt iets meer oostwaarts. Het heuvelig karakter van dit gebied wordt veroorzaakt door de sterke erosiewerking van talrijke kleine waterlopen. Tussen de valleitjes, die west-oostwaarts georiënteerd zijn, liggen hoge kouters. Vanop de hogere gebieden heeft men een weids uitzicht, terwijl in de depressies het landschap erg gesloten is. Dit gebied behoort hydrografisch tot de Zwalm, deze mondt in de Schelde uit. De andere zijde van de waterscheidingsheuvel in het westen van de ankerplaats, wordt via de Maarkebeek, rechtstreeks in de Schelde ontwaterd.

Het landschap rond Rovorst en Kanakkendries bevat een aantal unieke bronbossen met een waardevolle bronbosflora. De bronbossen zijn in de diepere delen van de valleien gelegen. Het gave landschap is een complex van bronbossen, vochtige weiden, houtkanten, beken, taluds, akkers, perceelsrandbegroeiing, kaphagen, poelen, hoeves…. Het reliëf is sterk golvend, de hoogte varieert tussen de 110 en 45 meter. De westelijke kam die het gebied begrenst en tevens de waterscheiding met het Maarkebeekbekken vormt, ligt op een hoogte tussen de 100 en 110 meter. Op de dalwanden komen verschillende verglijdingen door. Zo worden de taluds veroorzaakt. Op de steile hellingen is de kwartaire leemmantel dikwijls grotendeels weggeërodeerd en ligt een keienvloer aan de oppervlakte die tot het tertiair behoord. Dit heeft zijn weerslag in het bodemgebruik.

Op de kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778) is dit gebied een landschap dat uit stroken meersen, weiden en grote bospercelen in de valleien bestaat en op de hoge gebieden uit open akkercomplexen bestaat. De meersen zijn door perceelsrandbegroeiing omzoomd. Op de overgang van kouter naar vallei is wat lintbebouwing aanwezig. Rond de Slijpkotbeek is een bos te zien, dat nu in oppervlakte is afgenomen. Rond de twee andere valleien is de oppervlakte bos ook geslonken, daar was toen reeds een afwisseling van meers en bos. Het landschapsbeeld blijft op de kaart van Vandermaelen (1854) en op volgende topografische kaarten behouden. De beboste oppervlakte kan wel wat schommelen maar het globale landschapsbeeld blijft gedurende de eeuwen behouden. De bewoning kent op de verschillende topografisch kaarten wel een uitbreiding. In de Vlaamse Ardennen komen kaphagen van es of haagbeuk voor. Ze onderscheiden zich van gewone knotbomenrijen omdat ze bestaan uit lage knotbomen met een erg kleine plantafstand. Ze staan steeds in de buurt van het erf, en het loof ervan werd in de tweede helft van de 18de eeuw en in de 19de eeuw waarschijnlijk aan het vee gevoederd.

Het toponiem Wolfskerke in het zuidwesten van de ankerplaats wordt reeds in 1177 vermeld. De Sint-Salvatorabdij van Ename verwierf reeds in de 12de- 13de eeuw deze heerlijkheid die te Opbrakel geënclaveerd was. Centraal op de heuvelkam en omgeven door oude landerijen lag het verdwenen oude Hof te Wolfskerke, als pachthoeve en één van de twee gelijktijdige uitbatingscentra van de abdij op Wolfskerke, die vanaf de 15de eeuw vermeld wordt. Mogelijks gaat het meermaals verplaatste Hof te Wolfskerke als voortzetting van de vroegere cijnshoeve waarschijnlijk in oorsprong terug op de middeleeuwse ontginning van Wolfskerke door lokale bewoners. Midden de 17de eeuw werd de hoeve circa 100 meter meer zuidwaarts opnieuw opgetrokken uit recuperatiemateriaal van de minstens uit de 15de eeuw daterende hoeve. Midden de 18de eeuw en op het einde van de 19de eeuw gebeurden meerdere aanpassingen. Het indrukwekkende halfgesloten hoevecomplex is landschappelijk erg opvallend gelegen op een heuvelkam, omgeven door landbouwgronden. Aan de straatzijde staat een wegkapelletje.

Het Mullenkasteel, ook kasteel van Wolfskerke genaamd, is in 1893 gebouwd als woning bij het Hof te Wolfskerke. De bak- en hardstenen villa heeft een kasteelallure en is in eclectische stijl gebouwd, waarvan bepaalde elementen aan de neogotiek ontleend zijn. Op de Kanakkendries ligt een gesloten hoeve met 19de-eeuwse hoevegebouwen. Een linde staat aan de oostzijde aan de straathoek. Ten noordwesten in de hoek van de boomgaard en achter de wegkapel, ligt een tweedelig bakhuis van baksteen en hout naast een houtloods. Aan de overzijde van de straat staat een houten dwarsschuur. Bij Rovorst staat nog een grote, gesloten hoeve met fraaie volumes. Deze is overhoeks ingeplant aan de straat met een rij van vier linden. De bakstenen gebouwen met quasi vierkante aanleg dateren uit de 19de eeuw, deels in de 20ste eeuw vernieuwd.

  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven in 1846-1854, schaal 1:20.000.

Bron     : Ankerplaats 'Rovorst en Kanakkendries'. Landschapsatlas, A40094, Agentschap Onroerend Erfgoed, Brussel.
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2001

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Rovorst en Kanakkendries [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135247 (Geraadpleegd op 21-11-2019)