erfgoedobject

Abdijsite Herkenrode

landschappelijk geheel
ID: 135252   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135252

Juridische gevolgen

Beschrijving

De abdijsite Herkenrode ligt in de Demervallei, in een overgangsgebied tussen de Lage Kempen en Haspengouw, ten zuiden van de dorpskern van Stokrooi (Hasselt). Het is een uitgestrekt historisch domein dat teruggaat tot het voormalige abdijcomplex der cisterciënzerinnen. Ten noorden van de Demer situeren zich de beemden, ten zuiden de oude abdij met haar aanhorigheden, het neerhof, het oostelijk gelegen kasteelpark en de overige, hoger gelegen landbouwgronden. Behalve niet-bevloeid hooi- en weiland kwamen hier tot in de 20ste eeuw ook grote vloeiweiden voor. Die laatste werden via de Tuilterdemer van water voorzien.

De abdij werd gesticht in 1182, toen Geeraard, graaf van Loon, zijn goed Herkenrode schonk aan een zekere broeder Henricus om er een klooster voor vrouwen te bouwen. In 1271 trad de kloostergemeenschap toe tot de orde van Cîteaux. Het werd een bloeiende onderneming die met de loop der jaren talrijke bezittingen vergaarde. Aan de religieuze bestemming kwam met het vertrek van de zusters in 1796 een einde. Begin 19de eeuw werd de nieuwe abdissenvleugel, in 1768 nog gebouwd ten zuiden van het oude abdissenkwartier, ingericht als kasteel. In dezelfde periode werden aan de oostkant een Engelse tuin en aan de westkant een voortuin aangelegd. De 14de-eeuwse kerk brandde in 1826 uit en werd samen met het kloosterpand en de conventgebouwen gesloopt in 1843. De gebouwen en de omliggende gronden vormden lang één gedifferentieerd geheel. Mettertijd raakten zij echter in handen van verschillende eigenaars. In 1972 werden 11 ha van de voormalige abdijsite eigendom van de kanunnikessen van het Heilig Graf. De eigendom omvat de eigenlijke resterende abdijgebouwen met de verblijven van de zusters, het oude abdissenkwartier, de sacristie, de infirmerie, de 18de-eeuwse abdisvleugel en het aansluitende landschappelijke park.

Verschillende gebouwen werden gerestaureerd en in gebruik genomen. Het verblijf van de zusters, oorspronkelijk opgesplitst in individuele cellen met achterbouw en tuintjes, bleef gedeeltelijk bewaard. Naast het oude neerhof kregen de noordelijke bijgebouwen een boerderijfunctie met de barokke infirmerie als woonhuis. De landbouwactiviteiten worden nu afgebouwd. De 18de-eeuwse abdisvleugel kreeg een nieuwe bestemming als bezinningshuis maar behield haar residentiële functie. Het landschappelijke park, dat in de loop van de 19de en 20ste eeuw verschillende aanpassingen onderging, strekt zich uit ten oosten van het oude en nieuwe abdissenkwartier. Het is een langgerekt park in landschappelijke stijl met monumentale bomengroepen en enkele 18de-eeuwse relicten. Het ligt namelijk deels ter plaatse van de vroegere abdistuin, waarvan de omgrachting deels bewaard, deels gedempt maar in het reliëf nog zichtbaar bleef. Het park is ontworpen vanuit het kasteel met als vormgevende elementen een centraal, langgerekt grasveld, omgeven door een brede bomengordel, plaatselijk opengewerkt met zicht op het omliggende landschap. Op een open plek in de noordoostelijke hoek van het park is een mout, een groene uitkijkheuvel, beplant met jonge, spiraalvormige coniferen. Aan de noordzijde is het 18de-eeuwse tuinpaviljoen in classicistische stijl bewaard gebleven en in gebruik als kapel. De zuidelijke tegenhanger van het paviljoen, in 1860 verbouwd tot romantische torenruïne, is nu nog slechts aanwezig in het verhoogd bodemreliëf en in de grondvesten. De kluis achteraan is vermoedelijk verdwenen in 1865. Ten zuiden, bij het toenmalige kasteel, liggen enkele aanhorigheden gebouwd als koetshuis en stallingen met zadelkamer. Tegen de zuidelijke afsluitmuur staat een paviljoentje in rustieke stijl. In 1998 werd een ander belangrijk deel van de abdijsite aangekocht door het Vlaamse Gewest. De 105 ha omvatten, verspreid over het gebied, een aantal historisch zeer waardevolle gebouwen waaronder onder andere de Tuiltermolen, de hoevegebouwen en de watermolen van de abdij evenals de omliggende landbouwgronden. Dat zijn van oudsher hoofdzakelijk natte weilanden en akkers, afgeboord met struwelen en bomenrijen en doorsneden door grachten.

Het gebied had echter wel gedeeltelijk zijn historische percelering behouden maar toch enkele gedaanteveranderingen ondergaan. De meeste gronden waren als maïsakker in gebruik en wijzigingen in de waterhuishouding, zoals het rechttrekken van de Demer, hadden gezorgd voor een verlaging van het grondwaterpeil en de verdroging van de zanderige bodem. De afdeling Natuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap werkte een natuurontwikkelingsprogramma uit met als kern de herwaardering van het historische bodemgebruik en het verrijken van de fauna en flora. De voormalige hoevegebouwen en de watermolen van de abdij worden thans gerestaureerd en met de aansluitende gronden, samen ongeveer 8 ha, beheerd door de Stichting Vlaams Erfgoed. De hoevegebouwen zijn U-vormig gegroepeerd rond een rechthoekig erf, open aan de oostzijde. Zij bestaan onder andere uit de monumentale tiendeschuur uit 1656, het paviljoen in de westelijke vleugel en een pachterwoning. Het aansluitende 16de-eeuwse poortgebouw is de voormalige hoofdingang van de abdij. Vanaf de Kuringersteenweg loopt in de richting van het poortgebouw een monumentale dreef van vier rijen geknotte linden gemengd met witte paardekastanjes. De zogenaamde Herkenrodedreef wordt echter halverwege doorsneden door de autostrade E-313. Een aftakking voert nu via een brug over de autosnelweg en loopt vanaf de Sacramentstraat als een tweede toegangsdreef naar de huidige abdij.

Ten noorden van de hoeve ligt het langgestrekte gebouw van de molen op de Demer. Westwaarts, langs de Tuilterdemer, ligt de tweede molen van de voormalige abdij, de Tuiltermolen. Dit gebouwencomplex heeft een losse, U-vormige schikking met een L-vormige vleugel en een monumentale dwarsschuur. Op de akkers ten oosten van de Tuiltermolen, tussen de Demer en de Tuilterdemer, komen plaggenbodems voor met een reliëf dat te vergelijken is met de bolle akkers in het Waasland.

Verder westelijk ligt, tussen de E313 en de dorpskern van Stokrooie, een ingesloten gebied met een intacte historische percelering. Het wordt gekenmerkt door vochtige graslanden, enkele populieren- en elzenbroekbosjes en bomenrijen op de perceelgrenzen. Verspreid over het gebied liggen enkele geïsoleerde woningen. In de zuidoosthoek loopt de rechtgetrokken Demer. De oude, gedempte meanders zijn echter nog waarneembaar.

De zone ten zuidoosten van de abdijsite tot aan de E313 bestaat hoofdzakelijk uit een open akkergebied. In het oosten wordt dit gebied begrensd door een smalle, noordzuid georiënteerde strook van zeer arm, zuur eikenbos. Verder oostelijk wordt het landschap opnieuw gekenmerkt door weilanden en bomenrijen. De meest opvallende boomsoort is er echter populier. In de uiterste zuidoost hoek, langs de autosnelweg, ligt het ‘Altenhof’, een voormalige hoeve van de abdij van Herkenrode. Eertijds was deze hoeve gelegen aan de weg Diest -Hasselt. Alleen het verbouwde woonhuis en omvangrijke bakhuis bleven bewaard.


Bron     : Ankerplaats 'Abdijsite Herkenrode'. Landschapsatlas, A70005, Agentschap Onroerend Erfgoed, Brussel.
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2001


Relaties

  • Omvat
    Geleide lindendreef Abdij Herkenrode

  • Is deel van
    Hasselt

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Abdijsite Herkenrode [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135252 (Geraadpleegd op 02-04-2020)