erfgoedobject

De Brand

landschappelijk geheel
ID: 135296   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135296

Beschrijving

De landelijke omgeving rond de Brand is gelegen in het grensgebied van de gemeenten Bree, Kinrooi en Maaseik. Ten noorden loopt de Itter- of Tongerlose Beek als een centrale as doorheen het gebied. In feite verdeelt zij het gebied in een noordelijk deel, behorend tot De Basdonk (Bree) en De Simpel (Kinrooi), en een zuidelijk deel dat samenvalt met De Brand (Maaseik). Oostelijk wordt het landschap begrensd door de Kinrooiersteenweg (N757). In zuidelijke richting sluit het aan bij de dorpskern van Neeroeteren. Ten westen in Tongerlo liggen op de Itter twee watermolens: de Keyaertmolen en Galdermansmolen. Het wegennet in het gebied is beperkt en woningen komen haast niet voor.

Het zwak tot zeer zwak golvend microreliëf is gevormd in een laag dekzand, die door de wind tijdens het laatste deel van de würmijstijd (zo’n 70 000 tot 10 000 jaar geleden) vanuit het noorden werd aangevoerd. In het zogenaamde dekzandgebied van Maaseik ten oosten is die laag gemiddeld 8 meter dik. Ten westen rust het dekzand op minder diepe kwartsrijke grinden, geomorfologisch de Vlakte van Bocholt genoemd. De overgang tussen beide, ten noorden van Neeroeteren, is diffuus en in het landschap niet waarneembaar. Omwille van het zwak reliëf en de daarmee gepaard gaande gebrekkige ontwatering is het gebied van nature drassig. Bovendien komen er diverse vochtige depressies en kommen voor. De langgerekte, smalle vennen ten noordoosten, Batven en Deunsven, ontstonden in bestaande beekdepressies. Om het gebied te ontwateren en in cultuur te brengen werd een veelheid van grachten en meestal kunstmatige zijbeken aangelegd.

De site van het kasteeldomein De Oude Kuil is gevestigd op een drogere duinrug. Op de extreem vochtige plaatsen en ook rondom De Oude Kuil gedijen verschillende bosvegetaties, die veelal uit loofhout bestaan. De beekvalleien op en rond het Kempens Plateau werden van oudsher als hooi- en weiland in cultuur gebracht. Behalve op de perceelsgrenzen en op enkele moerassige plaatsen kwam er zo goed als geen opgaand hout voor. Houtwallen, die typisch bij de akkers hoorden, waren zeldzaam in de beekvalleien. In de vallei van de Itterbeek ten noorden van Neeroeteren bestond niettemin een dicht netwerk van veelal op wallen ontwikkelde houtkanten. De ophogingen dienden als perceelsafbakening, veekering of ter bevordering van de ontwatering. De wallen werden immers aangelegd met aan weerszijden grachten, plaatselijk ook graven genoemd. De begroeiing bestond uit twee etages: tussen het hakhout liet men mooie rechte opstaanders doorgroeien. De landschappelijke structuur van de houtwallen wordt beschreven als een spinnenweb met een geordende opbouw rond centrale knooppunten, willekeurig verdeeld langsheen geomorfologische patronen. Mede door zijn geïsoleerde ligging tegen de Itterbeek als natuurlijke grens bleef De Brand al die tijd vrij gaaf behouden. Naarmate vooral na de Tweede Wereldoorlog sommige van de hooilanden in onbruik vielen, evolueerden zij terug tot loofbosjes of werden met populieren beplant. Schaalvergroting ten gevolge van het kappen van houtwallen concentreerde zich voornamelijk in de jaren 1970. Het wegenpatroon is nagenoeg ongewijzigd sinds de 19de eeuw, zuidwest-noordoost gericht en doodlopend nabij de Itterbeek.

Het relict-bocagelandschap wordt gekenmerkt door een fijnmazige mozaïek van graslandpercelen, brede houtwallen, houtkanten en bossen. De afwisseling met heiderelicten en moeras is bovendien ecologisch interessant. De best bewaarde houtopstanden situeren zich in de kern van het gebied. Verspreid komen verder solitaire bomen, knotbomen, bomengroepen en -rijen of struwelen voor. Opvallend is het verschil met het landschap ten noorden van de Itterbeek, dat weliswaar een aantal historische gelijkenissen vertoont maar thans een grofmaziger karakter heeft. De oorspronkelijke kwaliteiten zijn er, meer dan in De Brand, teloorgegaan. De percelering bleef niettemin, zoals ook in De Brand, grotendeels historisch stabiel en de grootschaliger landbouwstructuur wordt afgewisseld met resterende kleinschalige, vochtige weiden, houtkanten en -wallen, loofbossen, struwelen, moerassige zones en vennen. Op de oudere akkers komen plaggenbodems voor. Oostelijk vonden recreatieve ontwikkelingen plaats.


Bron     : Ankerplaats 'De Brand'. Landschapsatlas, A70025, Agentschap Onroerend Erfgoed, Brussel.
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2001


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: De Brand [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135296 (Geraadpleegd op 13-11-2019)