erfgoedobject

Natuur- en cultuurlandschap tussen de dorpscentra van Oosthoven, Oud-Turnhout en Arendonk

landschappelijk geheel
ID: 135369   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135369

Juridische gevolgen

Beschrijving

De ankerplaats is, hoewel plaatselijk aangetast doorheen de tijd, een uniek voorbeeld van een compleet historisch heide–economiesysteem. Historisch–landschappelijk vormde het westelijke deel (de vallei van de Aa met de woonkernen Schuurhoven en Schuurhovenberg) een complex van akkers en graslanden (het zogenaamde infield), terwijl het centrale en oostelijke deel ervan een immense heidevlakte was (het outfield).

Deze tweedeling wordt aangetoond op alle historische kaarten, gaande van de kaart Berrens (een visuele voorstelling van het Bedeboek van 1702) over de kabinetskaart van de Ferraris (1771-1777) en de ‘kadastrale reductie’ naar de DPG- en ICM – kaarten van het einde van de 19de eeuw. Overigens is de grens op een drietal plaatsen nog erg goed zichtbaar in de vorm van markante terreinovergangen: 1. Zandwal met houtkant: ter hoogte van het Bezoekercentrum; 2. Plotse overgang grasland / veenputjes: ter hoogte van Brouwersheide / Laks; 3. Kleine Laaksloop met in het westen grasland en in het oosten bos op landduin.

Een precieze datering van het ontstaan van dit systeem binnen de ankerplaats is onbekend. Op basis van bredere gegevens over de ontwikkeling van de Kempen kan vermoed worden dat het systeem dateert uit de 14de tot 15de eeuw. Overigens is deze landschapsstructuur vandaag nog steeds grotendeels intact.

Cutuurhistorie

Het infield

Een infield moet begrepen worden als de zone met historisch intensief landbouwgebruik in het bredere heide – economiesysteem. Het is de plaats waar de boerderijen met de omliggende akkers en weilanden gesitueerd zijn. Klassiek wordt het infield begrepen als een zone van boerderijen en akkers. Uit onderzoek blijkt dat het infield ook grasland bevatte en dat dit zelfs cruciaal was (de hoeveelheid hooi bepaalt de overleving van de dieren in de winter en dus ook van de hoeveelheid beschikbare mest en van de oppervlakte nodige heide in de andere seizoenen).

Het infield is gelegen aan de westzijde van de ankerplaats. Het is hier niet helemaal intact gebleven. De belangrijkste ingreep is de aanleg van het park van het jachthuis Misonne. Plaatselijk heeft deze intens ingegrepen op de oude landschapsstructuur, maar tegelijk is deze structuur ook weer een waarde op zich. Bovendien wordt deze aangevuld met de echelkuilen (kweekplaats voor medicinale bloedzuiger), die uit de 19de eeuw dateren. Bovendien blijkt dat er bij de parkaanleg gebruik gemaakt is van de oudere kavelstructuur (kaart Berrens in verband met de actuele situatie).

Belangrijke waarden en elementen voor de infield zijn de volgende. Centraal door de infield loopt de Aa en een deel van de Laaksloop met duidelijke erosieranden. Qua nederzettingen zijn vermeldenswaardig de driehoekige pleinnederzetting rond Schuurhovendijk en Brunostraat, inclusief de nog aanwezige historische boerderijen en oude eiken. Ter hoogte van het kruispunt Schuurhovenberg-De Blokken ligt een tweede pleinnederzetting. Er zijn ook nog verschillende historische boerderijen bewaard (al dan niet gerenoveerd). De aanwezige perceelsstructuur is op vele plaatsen nog een analogie van de historische situatie met de kenmerkende combinatie van akkers en graslanden, afgewisseld met broekbossen. Op diverse plaatsen zijn er houtkanten en bomenrijen en een aantal dreven. De echelkuilen met omringende dijken vormen een bijzonder element in dit landschap. Ten slotte is het jachthuis Misonne (of Echelkuil) met het omgevende landschapspark (dreven, vijvers, zwemdok,...) een belangrijke erfgoedwaarde.

Op natuurhistorisch vlak komende de meeste waarden voor in het Vlaams reservaat de Echelkuil waar onder meer verschillende typen bossen en beekdalgraslanden voorkomen. In het eikenbos langs het Huibestraatje en in het grasland langs de Schuurhovendijk komen rabattenstructuren voor. Er zijn enkele plaggenbodems. In de houtkant die de scheiding vormt tussen in- en outfield wordt een ‘dubbele’ podzol aangetroffen.

In de infield treft men verder een boomgaard aan langs de Schuurhovendijk. Ook zijn er restanten van een parkje met ringgracht, enkele oude bomen (plataan, valse acacia, rode beuk) en een complex van knotlindes (lusthof). Ook het Huibestraatje en het oude tracé van de Doolhofstraat hebben erfgoedwaarde.

Het outfield

Het voormalige outfield was één uitgestrekt geheel van heide, venen en vennen, waarin tot ongeveer 1850 (kaart van Vandermaelen) nauwelijks of geen bos voorkwam en wat tot de Tweede Wereldoorlog nog grotendeels als heidegebied intact bleef. Om het gebied in zijn actuele setting te bespreken, moet het verdeeld worden in twee delen: Het 'Landschap De Liereman', inclusief Rood Goor en Groot Moddergoor (voormalig vliegveld) en de Laks (gebied ten noorden van de Lage Mierdse Weg).

Vanaf de eerste helft van de 19de eeuw werd heide geleidelijk aan verkaveld, ontgonnen en geprivatiseerd. Voorbeelden hiervan zijn de wegen in rasterpatroon, de watering en de naaldbossen. Deze nieuwe tijdslaag heeft zich op het oude outfieldlandschap geënt, zonder het uit te wissen, maar wel fundamenteel van uitzicht veranderd.

Landschap De Liereman

'Landschap De Liereman' is, hoewel aangetast door het moderne landgebruik (intensieve landbouw), het meest intacte deel van het outfield. In het gebied is enerzijds een gradiënt van noord naar zuid waarneembaar en anderzijds een gradiënt van oost naar west. Van zuid naar noord is er een hoge variatie van reliëf met consequenties voor de waterhuishouding. In het zuiden liggen de depressies Rood Goor, Groot Moddergoor (voormalige vliegveld), Luifgoor (zie ook ‘De Zeshonderd’). Dan worden ze gevolgd door een zone van uitgesproken landduinen. Vervolgens volgt een vlakte met minder uitgesproken reliëfverschillen. Dan is er de depressie de Liereman. Ten noorden van de Liereman is er in het westen de zone Brouwersheide, waar historisch een zone met een dekzandrug en de depressie van het Klein Moddergoor voorkwamen en in het oosten de vlakte van de Laks met een minder uitgesproken reliëfstructuur. Deze reliëfvariatie heeft ook consequenties voor het historisch grondgebruik (bijvoorbeeld turfwinning) en voor de vegetatiesamenstelling. De natuurhistorische waarde van het gebied volgt in belangrijke mate uit de reliëfvariatie en de bijhorende variatie in waterhuishouding; Op grond van de ligging van het infield kan uitgegaan worden van een afnemende intensiteit in het grondgebruik van west naar oost (richting Arendonk). Dat fenomeen is duidelijk zichtbaar in de bodems in de landduinen. In het westen zijn sporen van landbouwactiviteit (vermoedelijk vrij recent), maar vooral van stuifzandactiviteit. Meer naar het oosten komen onaangeroerde en zeer sterk ontwikkelde podzolprofielen voor, wat erop kan wijzen dat historische zandverstuivingen hier nooit plaatsgehad hebben. Deze twee gradiënten hebben een diversiteit aan landschapselementen en –waarden tot gevolg.

De reliëfstructuur op zich is waardevol en structurerend, waarin zowel het macroreliëf (landduinen, vlakte, depressie) als het microreliëf (bijvoorbeeld de afwisseling van hoogveenachtige bulten en de vervenende plassen, de mozaïeken van natte en droge heide in de Liereman, de interne variatie in de duinengordel, graslanden met intact microreliëf, van belang zijn. Ook de verschillende beken (Lieremansloop, zijtak Lieremansloop, Hertenkuilenloop) fungeren als een landschappelijke drager. Er zijn verschillende historische wegen en tracés aanwezig in het gebied. In de 19de-eeuwse planmatige blokpercelering bevinden zich een netwerk van zandwegen. De Oude Bergstraat is een historisch tracé naar Arendonk, de brug over de Rode Loop als locatie van de Handvonderpaal en het vroegere tracé van het verlengde van de Oude Bergstraat (de Heirbaan) in de bossen van het Rood Goor. Ook zijn er verschillende restanten van historische driftwegen, vooral in de landduinen. De Middeldijk, de Hoge dijk en de Lage dijk fungeerden tevens als historische wegen door de depressie van de Liereman. Op de Brouwersheide en Laks zijn verschillende dreven aanwezig, met als meest bijzondere een dubbele beukendreef. Uit het midden van de 19de eeuw dateren de restanten van de wateringen met goed bewaarde sloten en een aantal (restanten van) stuwen en brugstructuren. Daarnaast komt in het gebied een gesloten hydrologisch systeem met inzijg- en kwelgebieden voor dat zich haast volledig binnen de ankerplaats situeert. Ondanks problemen met de kwaliteit van het inzijggebied blijkt de kwaliteit van het kwelwater momenteel nog vrij goed te zijn. Oplossingen dringen zich wel op. Op natuurhistorische vlak komen in het gebied relatief dicht bij elkaar zeer goed ontwikkelde levensgemeenschappen in de heidesfeer voor. Eveneens van belang is het voorkomen van een kleine zone zogenaamd ‘oud bos’.

In de zone van de landduinen en de periferie ervan bevinden zich archeologische sporen uit diverse perioden (finaalpaleoliticum en mesolithicum). Het gebied is één van de best bewaarde vindplaatsen uit Vlaanderen. In de depressie van de Liereman zijn sporen gevonden van het middenpaleoliticum, die aansluiten bij eerdere vondsten in het nabijgelegen Oosthoven (gehucht Oud–Turnhout). In Vlaanderen zijn er maar erg weinig vondsten uit deze periode (laatste Neanderthalers).

De belangrijkste aardkundige waarden situeren zich in de zone van de landduinen, in de periferie ervan, in de depressie van de Liereman en op Brouwersheide. Op de landduinen en periferie bevinden zich Usselobodems, een zeldzaam bodemprofiel uit het Alleröd. In het oostelijk deel van de landduinen komen zeer dikke en perfect ontwikkelde podzolen voor. De zonering van de bodemprofielen in de landduinen, waarbij van west naar oost de geschiedenis van het grondgebruik af te lezen is met in het westen deels geploegde, deels verstoven zandbodems en in het oosten onaangeroerde podzolen (soms oppervlakkig geploegd). Men treft hier ook windkuilen aan; dit zijn in een vroeg stadium van de ontwikkeling gestopte paraboolduinen (Brijs en de depressie ernaast). Ook komen er veenlagen voor in het gebied, in de Lieremandepressie, op de Korhaan in combinatie met de hoger vermelde Usselobodem en ook de oude venbodem in een voormalig en ondertussen hersteld ven. In de ondergrond van de Liereman bevindt zich een complex van geomorfologische processen, gebaseerd op estuariene afzettingen, aangevuld met ingeblazen en periodes van veenvorming. In deze zone wordt ook Maasgrint gevonden. Verder bevinden zich er restanten van veenwinningen en zich herstellend veen en een drijftil van een niet verklaarde geulstructuur met een diepte van 3 meter. Op de Brouwersheide bevindt zich een grote oppervlakte van kleinschalige turfwinning, nu onder broekbos, waarbij zowel de veenputjes als de dijkjes in het veen grotendeels intact en herkenbaar zijn.

In het gebied zijn verder nog enkele andere erfgoedelementen aanwezig. In de landduinen bevinden zich aarden constructies, loopgraven en schuttersputten uit de Eerste Wereldoorlog. Op de Korhaan staat het hagelkruis.

De Laks

De Laks of ten minste het deel dat opgenomen is in de ankerplaats behoort volledig tot het historische outfield, maar heeft behalve landschappelijke kenmerken veel minder restanten van het historische outfield. Landschappelijk is er wel nog de beperkte bebouwing en dus de open ruimte, en de aanwezigheid van vrij grote naaldhoutbossen. Maar de levensgemeenschappen van het outfield komen er niet meer voor. Er zijn heel wat erfgoedwaarden aanwezig: De Laaksloop; de afwisseling van boscomplexen en grote open landbouwgebieden; de Lage en Hoge Mierdse Weg, die op een tracé van oude driftwegen op de kabinetskaart van de Ferraris te zien zijn; de 19de-eeuwse planmatige blokpercelering en de bijhorende zandwegen; de omleiding van de Aa ter hoogte van de weg De Laks; de dijk van Joossen Wouwer; de Pals en de Koninginnekooi, twee oud-boscomplexen. In de Pals is de structuur zoals te zien op de Ferrariskaart nog bewaard, de Koninginnekooi is een mislukte midden 16de-eeuwse poging van Maria van Hongarije om de heide te ontginnen door middel van een schaapskooi.

  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Gereduceerde Kadasterkaart van België, Dépôt de la Guerre, uitgegeven in 1845-1855, schaal 1:20.000.
  • Atlas Cadastral parcellaire de la Belgique, Philippe-Christian Popp, uitgegeven in 1842-1879, schaal 1:5.000.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven in 1846-1854, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Eerste editie, Krijgsdepot, uitgegeven in 1865-1880, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Tweede editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1880-1884, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Derde editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1889-1900, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Herziening derde editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1900-1930, schaal 1:20.000.
  • Kaart van België, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1928-1950, schaal 1:20.000.
  • Kaart van België, Militair Geografisch Instituut, uitgegeven in 1949-1970, schaal 1:25.000.
  • Topografische basiskaart numerieke reeks, Nationaal Geografisch Instituut, uitgegeven in 2009, schaal 1:10.000.

  • BURNY J. 1999: Bijdrage tot de historische ecologie van Limburg (1910 – 1950). Tweehonderd gesprekken samengevat, Maastricht.
  • DE SADELEER S; DE MEERLEER R. PLOMTEUX G. & HOFLACK M. 2002. Bouwen door de eeuwen heen: inventaris van het cultuurbezit in België: architectuur. 16n6: Provincie Antwerpen, arrondissement Turnhout, kanton Arendonk, Turnhout.
  • GORMSEN G. 1991: Traditional Heathland Farming in Western Danmark. Reconstruction of an Agricultural System from a Peasant Diary, Ethnologia Scandinavia 21, 105-125.
  • HERBOS K. & VANDERHAEGHE F. 2005: Ecohydrologisch onderzoek Liereman en omgeving, Mechelen.
  • HERMANS P. & VANDERMEEREN J. 1984: Floristisch, fytosociologisch en ecologisch onderzoek van de Liereman in Oud – Turnhout, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Universiteit Antwerpen.
  • HOFKENS E. & ROOSENS I. (eds.). 2001: Nieuwe impulsen voor de landschapszorg. De landschapsatlas, baken voor een verruimd beleid, Brussel.
  • MEIRSMAN E., VAN MONFORT B. & VAN PEER P. 2008: Waardering van de site Bergstraat te Oud – Turnhout (provincie Antwerpen) in het kader van een eventuele bescherming, EPA rapport 7, Leuven.
  • NATUURPUNT WERKGROEP NATUURBELEID “LANDSCHAP DE LIEREMAN”. 2009: Integraal beheerplan “Landschap De Liereman”, Ongepubliceerd rapport, s.l.
  • VAN NUFFEL S. 2000: Inventaris van de relicten van de traditionele landschappen in Vlaanderen. Landschapsatlassen wat, waarom, waartoe en hoe. Toelichtingsrapport voor de professionele gebruiker, Ongepubliceerd rapport, s.l.
  • VERBOVEN H., VERHEYEN K. & HERMY M. 2004: Bos en hei in het land van Turnhout (15e – 19e eeuw). Een bijdrage tot de historische ecologie, Leuven.

Bron     : Aanduidingsdossier ankerplaats 'Natuur- en cultuurlandschap tussen de dorpscentra van Oosthoven, Oud-Turnhout en Arendonk', definitieve aanduiding 18/07/2011. Agentschap Onroerend Erfgoed, Brussel.
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2011


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Natuur- en cultuurlandschap tussen de dorpscentra van Oosthoven, Oud-Turnhout en Arendonk [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135369 (Geraadpleegd op 16-07-2019)