erfgoedobject

Bouvelobos en Hemsrode

landschappelijk geheel
ID: 135399   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135399

Juridische gevolgen

Beschrijving

Het gebied ‘Bouvelobos en Hemsrode’ wordt gekarakteriseerd door de hooggelegen, van zuidwest naar noordoost verlopende waterscheidingskam tussen het bekken van de Leie (ten noordwesten) en het bekken van de Bovenschelde (ten zuidoosten). Op de topzones van deze heuvelkam, met hoogtes opklimmend tot 85 meter boven zeespiegelniveau, domineren open akkerlandstructuren van waarop weidse vergezichten op de valleien van Leie en Schelde mogelijk zijn. Lokaal wordt deze heuvelkam, met lengte-as van zuidwest naar noordoost, ook ‘Kleine Kluis’ genoemd, naar analogie met de omvangrijkere Kluisberg. Op de steile hellingen en langs de smalle insnijdingen van waterlopen zijn enkele middelgrote en kleine boskernen bewaard. Deze kernen vormen de restanten van de oude bosstructuur rond het vroeger uitgestrektere Bouvelobos.

Fysische geografie

Reliëf en geologie

Het uitgesproken reliëf, hier als bepalende factor voor de landschappelijke waarden en kenmerken, is in hoofdzaak tot stand gekomen vanaf het einde van het mioceen (circa 7 miljoen jaar geleden), toen de diestiaan-zee zich in deze streken naar het noord-noordoosten heeft teruggetrokken. De vorming ervan is ontstaan uit een langdurig erosieproces waarbij eerder door de zee afgezette en zacht naar het noorden hellende lagen, afhankelijk van hun bestendigheid ten aanzien van weers- en afspoelingsfactoren, in reliëf werden geplaatst. Achtereenvolgens worden hier volgende tertiaire lagen uit het eoceen (circa 55 tot 34 miljoen jaar geleden) onderscheiden (onderste en oudste lagen eerst vermeld): Formatie van Kortrijk (Lid van Aalbeke, Lid van Moen (10 tot 40 meter klei en zandhoudende klei)); Formatie van Tielt (tot 30 meter fijn, glauconiethoudend zand met kleilenzen) en Formatie van Gent (fragmentair en lokaal tot minder dan 5 meter glauconietrijk zand met zandsteenbanken).

De jongste formaties die in deze ankerplaats kort bij of aan het bovenvlak van de afzettingen onder het kwartaire dek ontsluiten zijn dus de zandige Formatie van Gent (slechts lokaal ter hoogte van Bouvelo-Heie) en daaronder de zandhoudende kleiige Formatie van Tielt. Mogelijk kunnen heel lokaal, op de hoogste topvlakken, ook schaarse ijzerzandsteenbrokken en grote roestige silexfragmenten uit de Formatie van Diest voorkomen. De vlakke topzone vormt hier tegelijk een belangrijke rest van het middenpPleistocene erosievlak dat aansloot bij het terrasniveau van de vroegere Schelde en/of Leie. Op dit zogenaamde terras van Kruishoutem worden naast vroegere rivierafzettingen ook ongeordende grinden in een kleiig-lemige matrix aangetroffen. Hiermee wordt de aanwezigheid verklaard van de talrijke silex-keien die in de omgeving van het Bouvelobos in de bovenste bodemlagen bewaard zijn. Deze losse grindpaketten hebben het onderliggende substraat feitelijk beschermd tegen verdere erosie. Naar analogie met de Vlaamse Ardennen is ook hier een duidelijke hellingasymmetrie waar te nemen, bijvoorbeeld bij de Snepbeekvallei, waar steilere noordhellingen en zachtere zuidhellingen worden vastgesteld. Deze typische valleivormen zijn ontstaan uit lokaal verschillende erosieprocessen tijdens de ijstijden, waarbij de noordhellingen van het dal langdurig en intenser beschenen zijn dan de zuidhellingen. Opvallend is verder ook dat de bovenloopstelsels, die radiaal vertrekken van op de zuidwest-noordoost gerichte heuvelkam, steiler hellend zijn naar de Schelde toe dan naar de Leie.

Bodem

Bovenop het reliëf dat ingesneden is in de afwisselend zandige en kleiige ondergrond, is tijdens de ijstijden van het kwartair (vooral tijdens de laatste ijstijd, circa 50.000 tot 10.000 jaar geleden) en onder invloed van belangrijke stofstormen met aanvoer van grote hoeveelheden löss, zandige löss en fijn zand, een gevarieerde bodemtextuur tot ontwikkeling gekomen. De löss evolueerde door ontkalking tot een vruchtbare leem- of zandleembodem. In dit gebied komen op de topzones, waar de kwartaire dekmantel geheel of gedeeltelijk weggespoeld is, vooral profielloze zandleemgronden met klei-zandsubstraat voor. Deze gronden zijn vaak vermengd met restgrind. Op de hellingen aan de zuidoostelijke zijde van de waterscheidingskam (valleiwand naar de Schelde toe), komen diepere zandleemgronden voor. Aan de noordwestelijke zijde van de kam (valleiwand naar de Leie toe) zijn de bodemprofielen zandiger, met voornamelijk lemige zandgronden en zandgronden. De smal ingesneden beekdalen tenslotte dragen een zandlemig profiel op de zachtere en een meer kleiig profiel op de steilere dalhellingen. Door de aard van de ondergrond zijn op de steilste hellingen reeds beperkte grondverschuivingen voorgekomen, onder meer ter hoogte van de noordelijke helling van de Snepbeekvallei.

Hydrografie

De waterlopen in de ankerplaats behoren enerzijds tot het Leiebekken (noordwestwaarts van de waterscheidingskam) en anderzijds tot het Scheldebekken (zuidoostwaarts ervan). Voor het Leiebekken betreffen het de bovenlopen van de Maalbeek, met name de Kasteelbeek en de Tjammelsbeek/Watermolenbeek en hun respectieve bovenlopen, die in noordelijke richting via de Gaverbeek uitmonden in de Leie. Voor het Scheldebekken betreffen het de bovenlopen van de Snepbeek die via de Oude Schelde-arm te Petegem, in zuidelijke richting afvoeren naar de Schelde. De beken ontspringen in een bronniveau dat wordt gevoed vanuit het contactvlak tussen de zandige Formatie van Gent en de onderliggende kleiige Formatie van Tielt die matig watervoerend is. De aanwezigheid van de bronnen is hiermee rechtstreeks te verklaren uit de geologische opbouw in het gebied. Het bronniveau situeert zich grosso modo rond de 60 meter-hoogtelijn, met tijdelijke bronactiviteit nabij de Hoeve Ten Bulke (bovenlopen van de Kasteelbeek), in de kleine bosjes rond Bouvelo (een van de bovenlopen van de Tjammelsbeek/Watermolenbeek) en in de pastorietuin van Wortegem (zijvertakking van de Tjammelsbeek/Watermolenbeek) en met een meer permanente bronactiviteit in en rond het eigenlijke Bouvelobos (bovenlopen van de Snepbeek).

Fauna en Flora

De ankerplaats omvat een rijk geschakeerd cultuurlandschap met akkerland, helling- en valleigrasland, plateau- en hellingbos en diverse kleine landschapselementen gebonden aan onder meer huiskavels, taluds en (holle) wegen. Hierbinnen komen spontane natuurfragmenten voor met corresponderende ecotooptypes. De biologisch meest waardevolle ecotooptypes situeren zich bij de plateau- en hellingbossen van het Bouvelobos en de omgevende bosrestanten die bestaan uit zuur eiken-beukenbos en fragmentair eiken-haagbeukenbos met wilde hyacint. Nabij de brongebieden komt fragmentair ook elzen-essenbos en mesotroof elzenbos voor. Al deze bostypes dragen een aspectbepalende voorjaarsvegetatie, vaak met een typerende en tegelijk soortenrijke oud bos-flora met onder meer gele dovenetel, boswederik, bosanemoon, éénbes en dalkruid. Deze bossen vormen ook de geschikte biotoop van meerdere diergroepen, waaronder dag- en nachtroofvogels, zangvogels, kleine zoogdieren en dagvlinders. Kenmerkend is onder meer ook het voorkomen van een relict-bosmierenpopulatie met talrijke, verspreide mierennesten in het Bouvelobos. Bijzondere restpopulaties betreffen deze van eikelmuis en hazelworm.

In het parkbosrijke kasteeldomein Hemsrode zijn de bosecotooptypes meer vervlakt, onder meer door inplanting van populier en naaldhout. Niettemin komen ook hier hellingbossen voor met fragmentair eiken-haagbeukenbos. Bovendien wordt in deze omgeving ook alluviaal essen-olmenbos aangetroffen, eveneens met een aspectbepalende voorjaarsvegetatie, onder meer met slanke sleutelbloem.

Buiten de bossen en parkbossen zijn de ecotooptypes minder gevarieerd. Niettemin vertonen de valleigraslanden langs de Snepbeek en de verspreide hellinggraslanden wel nog duidelijke natuurfragmenten, bijvoorbeeld onder de vorm van kwelplekken, brongebieden en enkele veedrinkpoelen. Deze karakteristieken komen enkel voor bij historisch permanent grasland (graasweide of lokaal soms hooiweide) en zijn onder meer van belang voor amfibieën en watergebonden insecten. Ook de open waters bij het kasteel Hemsrode en bij de pastorietuin van Wortegem vormen een waardevol ecotooptype en zijn interessant als foerageergebied voor vleermuizen. Lijn- en puntvormige elementen komen voor onder de vorm van opgaande bomenrijen met beuk, eik en populier, onder meer als dreefstructuren in en rond het kasteeldomein Hemsrode en van hagen, hoogstamboomgaarden, houtkanten, knotbomenrijen en struwelen bij verspreide perceelsranden, taluds en bermen van (holle) wegen, niet zelden in de nabijheid van kleine hoeves en landarbeiderswoningen.

Cultuurhistorie

Vroege bewoning en eerste nederzettingen

De vroegste menselijke bewoning in de ankerplaats gaat terug tot de midden-steentijd (circa 9.000-6.500 jaar voor Christus), met een voor de regio belangrijke reeks van gekende sites uit de zogenaamde Michelsbergcultuur. De belangrijkste gekende vindplaatsen zijn gesitueerd op de zuidelijke flank van de heuvelkam, dicht bij de bosranden van het Bouvelobos. Het betreffen onder meer sporen van een openluchtkamp. Ook nabij de Hoeve Ten Bulke aan de Petegemstraat (Anzegem) is een tijdelijke nederzetting gevonden. Naast deze archeologische sites zijn ook heel wat losse vondsten van vuurstenen artefacten (schrabbers, stekers, pijlpunten, boren, bijlen, maalsteenfragmenten, aardewerk,…) bekend, die aangeven dat het gebied een sterke aantrekkingskracht had voor de prehistorische mens. Op de topzone van de heuvelkam zijn verder ook een grafcirkel uit de Bronstijd (circa 3.000-800 jaar voor Christus) als nederzettingssporen uit de Gallo-Romeinse tijd (circa 50 voor Christus - 450 jaar na Christus) vastgesteld. Naar analogie met andere markante heuveltoppen mogen in dit gebied ook sporen uit de ijzertijd (circa 800-50 jaar voor Christus) worden verwacht. De uiteindelijke dorpsnederzettingen Anzegem, Wortegem en Petegem, die alle eindigen op het Germaanse –heim toponiem, zijn naar alle waarschijnlijkheid van Frankische oorsprong en gaan terug op woonplaatsen van lokale stammen. De vroegste vermeldingen situeren zich rond de tweede helft van de 10de eeuw.

Verbindingen en verkeer

Het oudste wegennet gaat meer dan waarschijnlijk terug op thans gedeeltelijk vervaagde prehistorische wegen die vaak gesitueerd zijn op hooggelegen posities, dicht bij de waterscheidingskam. Enkele van deze routes zijn tijdelijk geëvolueerd tot handelsverbindingen, onder meer tussen de steden Kortrijk en Oudenaarde. Zowel in het huidige Bouvelobos als net ten noorden ervan komen enkele opvallende knooppunten van vroegere wegverbindingen voor, onder meer de zogenaamde ‘Zesknok’. Eén oude verbinding leidt zuidoostwaarts, via de Driesstraat (Elsegem) naar het oud kasteel van Petegem aan de Oude Schelde, dat als vroegmiddeleeuwse residentie bekend is en als nederzetting vermeld wordt in een oorkonde van 864. Een noordwestelijke verbinding, met als typerende straatnaam Ouden heirweg (Anzegem), leidt naar het gehucht Steenbrugge (grens Waregem-Wortegem). Het bewaarde wegennet is grotendeels oorspronkelijk en volgens vrijwel ongewijzigde tracés. Op meerdere hellingen vertonen de verbindingen een typische holle wegstructuur, plaatselijk onder meer langs de Petegemstraat (Anzegem) en de Bosstraat (Anzegem-Gijzelbrechtegem), of zijn ze aan de onderkant van een steilere helling gelegen, zoals de Ouden Heirweg (Anzegem) en de Holdestraat (Gijzelbrechtegem). Een uitzondering vormt de Wortegemsesteenweg-Anzegemseweg (Anzegem-Wortegem), die als provinciale kasseiweg is aangelegd op het einde van de 19de eeuw en het vroegere tracé van de Bouvelostraat heeft beïnvloed. Het tracé van de steenweg, dat later nog is verbreed, is plaatselijk in ophoging uitgevoerd en met opgaande bomen beplant, waardoor de typologie afwijkend is ten opzichte van de andere wegen. Ook de Heuntjesstraat (Anzegem), aan de noordelijke grens van het gebied, vormt een rechtgetrokken tracé, waarbij de oorspronkelijke ligging van de Ouden Heirweg ter hoogte van het kasteel Hemsrode is gewijzigd.

Bodemgebruik en ontginning

Er zijn aanwijzingen dat het Bouvelobos een restant vormt van het vroegere foreest ‘Methela’ of ‘Medele’, een grafelijk jachtgebied of houtreservaat dat zich westelijk uitstrekte over Harelbeke, Deerlijk, Beveren-Leie, Desselgem, Waregem (Potegem) en oostelijk reikte tot Anzegem, Wortegem en Petegem. Mogelijke restanten hiervan zijn een boswalstructuur aan de zuidzijde van het huidige Bouvelobos. Deze structuur kan teruggaan op een middeleeuwse begrenzing van een in oorsprong prehistorische holle weg. De meeste bosgronden zijn vanaf 1050-1100 ontgonnen en landbouwrijp gemaakt, onder meer na een schenking van een deel van het foreest aan de Gentse Sint-Pietersabdij. Meerdere grote stukken zijn evenwel in leen aan derden geschonken, zodat in de regio een heel netwerk van lenen en rentegronden is ontstaan en de grote ontginningsbeweging niet overal even snel op gang is gekomen. Zo is het leenhof Bovinglo, naar de gelijknamige adellijke familie, een onderdeel van de Heerlijkheid Petegem die reeds bekend is vanaf het einde van de 11de eeuw. Het Hof te Bouvelo (verbuiging van Bovinglo) aan de Anzegemseweg (Wortegem) lijkt daarbij terug te gaan op een oude ontginningskern. Het oude –lo toponiem verwijst hier alvast naar een open(gemaakte) plaats in het bos. Enkele middeleeuwse bewoningssites zijn inmiddels verlaten. De belangrijke Heerlijkheid Hemsrode wordt dan weer gelinkt aan het grafelijk leenhof De Stenen Man te Oudenaarde en wordt reeds vermeld omstreeks 1284. Onbevestigde bronnen gaan ervan uit dat de oudste kasteelsite met omwalling teruggaat tot de 10de eeuw, en verbonden is geweest aan de Gentse Sint-Pietersabdij. Ook het –rode toponiem kan hier verwijzen naar vroege bosontginning (vergelijk uitroden of rooien). Het historische bosareaal, waarbij de Oud Moregembossen, Spitaalsbossen en de bossen van het voormalige kasteeldomein Hemsrode samen met het Bouvelobos of ‘Bauvenloobosch’ lange tijd één aaneengesloten kern hebben gevormd, is geleidelijk aan afgebrokkeld. In tegenstelling tot andere bossen in de regio is het Bouvelobos evenwel eigendom gebleven van edelen en burgers uit de stad die zich in de 15de en 16de eeuw op efficiënte wijze hebben verrijkt. Bronnen uit die tijd bevestigen reeds het bestaan van een periodieke hakhoutcyclus. Bekend gegeven is het feit dat het uitgestrekte bos een tijdelijke schuilplaats heeft gevormd voor rondzwervende roversbenden en zigeunergroepen, die er tussen de 16de en de 18de eeuw herhaaldelijk kampementen hebben opgeslagen. Typerend is het voorkomen van het ontginningstoponiem -Heie, wat hier hoogstwaarschijnlijk wijst op de moeizame landname die gepaard ging met wastinevorming (en niet noodzakelijk heide-begroeiing) als vegetatiefase tussen bosdegradatie en percelering naar akkerlandgebruik anderzijds.

Bewoning en bedrijvigheid

In de invloedrijke Heerlijkheid Hemsrode, die een rijke familiale voorgeschiedenis bezit, wordt omstreeks 1660 een belangrijke uitbreiding gerealiseerd onder impuls van de familie du Jardin. Ter hoogte van het oude foncier, waar zich vermoedelijk reeds een omwalde woonplaats bevond, wordt een kasteel met koetshuis en aanhorigheden opgetrokken. Op het einde van de 18de eeuw, zoals aangegeven op de kabinetskaart van de Ferraris (1771-1778), blijkt dit geheel uitgegroeid tot een riant kasteeldomein met grote waterpartijen en vaste bruggen, ondersteund door een barokke parkaanleg met geometrische drevenstructuur. Deze aanleg wordt in de tweede helft van de 19de eeuw door toedoen van de familie de Courtebourne, later de Limburg Stirum, meer verlandschappelijkt met losse bomengroepen en een slingerende padenstructuur. Nochtans bleef de strakke basisstructuur met oprijlanen en omwalling behouden. Binnen de begrenzing van de ankerplaats komen verder slechts enkele grotere hoeves voor, onder meer de historische Hoeve Ten Bulke aan de Petegemstraat (Anzegem), het voormalige Goed te Bouvelo aan de Anzegemseweg (Wortegem) en eventueel ook de zogenaamde Hoeve Van de Populiere met bedrijfsactieve uitbating aan de Groenstraat (Wortegem), teruggaand op een mogelijk oudere site. Overige bebouwing is beperkt tot kleine hoeves of boerenhuisjes, landelijke herbergen, afspanningen en enkele typische, lintvormige boskantgehuchten, in essentie langsheen Boskant (Elsegem) en Holdestraat (Gijzelbrechtegem). Deze bebouwing is via een netwerk van kleine voetwegen ontsloten.

Het ‘Bauvenloobosch’ zelf is op het einde van de 18de eeuw nog steeds een groot boscomplex dat bij benadering 166 ha groot was. Geïsoleerd, maar op geringe afstand ervan, situeren zich nog een elftal bossen die in totaal ongeveer 138 ha bestreken. Van deze bosoppervlakte is een groot areaal verloren gegaan in de loop van de 19de eeuw, ondermeer als gevolg van bevolkingstoename en misoogsten, waarbij meerdere landbouwontginningen zijn opgezet. Parallel met deze evolutie hebben de boskantgehuchten zich verder uitgebreid of zijn nieuwe woonlinten opgedoken, onder meer langs Voskensstraat (Petegem). Naar het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw toe worden binnen de ankerplaats ook enkele ambachtelijke bedrijvigheden vastgesteld, onder meer brouwerij ‘Van den Dorpe’ met schoorsteen als annex bij het vroegere Hof te Bouvelo aan de Anzegemseweg (Wortegem) en -in de onmiddellijke omgeving- de thans verdwenen Bouvelomolen, een stenen korenwindmolen van 1910. Ook nabij het gehucht Kruisweg is een oude minstens 17de eeuwse windmolenlocatie bekend. Tussen deze op het eind van de 19de eeuw verdwenen Kruiswegmolen en het kasteel Hemsrode, is steeds een visuele relatie geweest. Dicht bij de dorpskern van Wortegem tenslotte, meer bepaald aan de Gotstraat, is naar het einde van de 19de eeuw een pastorie van 1840 verbouwd en uitgebreid, waarbij ook een grote beboomde tuin is aangelegd.

Oorlogen en vernielingen

Tijdens de eindfase van de Eerste Wereldoorlog heeft het Bouvelobos een rol van betekenis gespeeld voor zowel Duitse als geallieerde troepen. Voor het Duitse leger heeft het bos gefungeerd als strategisch uitzichtpunt op de Leievallei. Na inname door de Geallieerden is er een Engels kamp opgetrokken van waaruit Duitse stellingen in het Koppenbergbos, aan de overzijde van de Schelde, konden worden bestookt. In het bos resteren van deze periode nog talrijke loopgrachtrestanten en bomkraters. Na de Eerste Wereldoorlog zijn de grotendeels gerooide en beschadigde bosbestanden verplicht heraangeplant met Duits plantgoed, in het bijzonder beuken uit Beieren. Ook de pastorie van Wortegem is zwaar beschadigd geraakt bij het eindoffensief van de Eerste Wereldoorlog. Bij de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt het kasteel Hemsrode in augustus 1940 volledig vernield door brand. De niet geteisterde bijgebouwen, vroeger in gebruik als koetshuis en personeelsverblijf, worden circa 1955 als kasteel heringericht.

Recente evoluties

Bij de recente evoluties kan vooral de aanleg van de zuid-noord verlopende hoogspanningsleiding van Ruien (Kluisbergen) naar Zeveren (Deinze) worden vermeld. Deze driedubbele 150kV-leiding op hoge pylonen werd omstreeks 1970 aangelegd en snijdt de ankerplaats aan de oostzijde van het kasteeldomein Hemsrode. De voormalige domeingronden van dit kasteel zijn inmiddels versnipperd, onder meer ten koste van vroegere dreefstructuren. Enkele parkconstructies, waaronder een ruïneuze tempel met sokkel bestaande uit gemetste watergangen, een sluisconstructie, enkele parkbruggen, een moestuinruimte en enkele tuinbergplaatsen zijn bewaard gebleven. Voorts bevat het domein enkele vaste hindernissen uit een military-parcours, waarrond een jaarlijks evenement wordt georganiseerd. Na de Tweede Wereldoorlog is de oppervlakte van het bosareaal in het gebied nauwelijks ingekrompen. Het bosbeheer is plaatselijk wel gewijzigd, onder meer door het inplanten van populier. Niettemin heeft het traditionele hakhoutbeheer in de oude boskernen van het voormalige Bouvelobos opvallend stand kunnen houden. Binnen het typische gebouwenpatrimonium komt lokale leegstand voor, zowel van kleine als van grote hoeves. Bepaalde eigendommen werden reeds in meer of mindere mate verbouwd, anderen integraal gesloopt en vervangen door soms grootschalige villabouw. In de randzones van de ankerplaats is lokaal ook nieuwe bebouwing gerealiseerd, onder meer langs de Kalkstraat en Heuntjesstraat (Anzegem), de Holdestraat (Gijzelbrechtegem), de Anzegemseweg (Wortegem), Bosstraat, Heie en de Voskensstraat (Petegem). Ook enkele voetwegtracés, die kleine woonentiteiten verbonden met de dorpskernen, zijn geheel of gedeeltelijk in onbruik geraakt, onder meer tussen de Groenestraat (Petegem) en de dorpskern van Wortegem.

  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Gereduceerde Kadasterkaart van België, Dépôt de la Guerre, uitgegeven in 1845-1855, schaal 1:20.000.
  • Atlas Cadastral parcellaire de la Belgique, Philippe-Christian Popp, uitgegeven in 1842-1879, schaal 1:5.000.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven in 1846-1854, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Eerste editie, Krijgsdepot, uitgegeven in 1865-1880, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Tweede editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1880-1884, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Derde editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1889-1900, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Herziening derde editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1900-1930, schaal 1:20.000.
  • Kaart van België, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1928-1950, schaal 1:20.000.
  • Kaart van België, Militair Geografisch Instituut, uitgegeven in 1949-1970, schaal 1:25.000.
  • Topografische basiskaart numerieke reeks, Nationaal Geografisch Instituut, uitgegeven in 2009, schaal 1:10.000.

  • CASTELAIN R. 1974: De Stenen Man: grafelijk leenhof te Oudenaarde, Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige kring “De Gaverstreke”, 107-116.
  • CASTELAIN R. 1986: De bezitting van de familie Van Der Moten te Ingooigem, Wortegem-Anzegem, Waregem, Celles (Henegouwen) e.a., Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige kring “De Gaverstreke”, 14, 11-18.
  • CASTELAIN R. 1991: De bossen en heiden van Wortegem, Waregem en Anzegem in de kasselrij Oudenaarde (13e-16e eeuw), Jaarboek v.d. Geschied- en Heemkundige kring “De Gaverstreke”, 19, 43-65.
  • DE GUNSCH A. & DE LEEUW S. 2006: Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen, inventaris van het bouwkundig erfgoed, Gemeente Anzegem, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Afdeling Monumenten en Landschappen, 250.
  • HERMY M. & KINDS L. 1983: Vegetatiekundige aspecten van enkele bossen in het Zuidvlaamse Heuvelland, Jaarboek Stichting M. Yourcenar, 26-46.
  • KINDS L. 1983: Vegetatiekundige en ecologische studie van bronbossen van het Zuidvlaams Heuvelland, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, 173.
  • KINDS L. 1987: Bouvelobos, te paard op vele ‘grenzen’, De Vlasbloem, 2.4, 11-12.
  • KINDS L. 1987: Populatiestructuur van hakhoutstobben in het Bouvelobos (Oost-Vlaanderen, België), Biologisch Jaarboek Dodonaea, 55.1, 92-109.
  • KINDS L. 1997: Uitgebreid bosbeheerplan van de bosgroepering Oud-Moreghem- & Spitaelsbossen (Wortegem-Petegem) 1998-2017, 107 + bijlage
  • MORETUS H. 1996: Beperkt bosbeheerplan Hemsrode (Anzegem) 1996-2015, Egefo nv, 9.
  • TACK A. & VERBEECK M. 1998: Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen, inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur Deel 15n2 Kanton Oudenaarde, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Afdeling Monumenten en Landschappen, 406.
  • VANMAERCKE-GOTTIGNY M.C. 1998: Reliëf, geologische ondergrond, bodem en hydrografie van het Bouvelobos in Wortegem-Petegem, wetenschappelijk rapport, 6 + illustraties.
  • VANMAERCKE-GOTTIGNY M.C. 1995: Detailed geomorhological mapping as a scientific investigation method. A case-study: the maps ‘Geraardsbergen’ and ‘Kortrijk’. Vrije Universtitei Brussel, Faculteit Wetenschappen, Afdeling Kwartairgeologie, beperkte uitgave.

Bron     : Aanduidingsdossier ankerplaats 'Bouvelbos en Hemsrode', definitieve aanduiding 30/06/2009. Agentschap Onroerend Erfgoed, Brussel.
Auteurs : Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2009


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Bouvelobos en Hemsrode [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135399 (Geraadpleegd op 24-05-2019)