erfgoedobject

Reivennen

landschappelijk element
ID
135410
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135410

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als beschermd cultuurhistorisch landschap Reivennen
    Deze bescherming is geldig sinds 23-09-1985

Beschrijving

De Reivennen worden gekenmerkt door de aanwezigheid van verschillende habitats, namelijk vennen, vochtige heide en droge heide. Het ven, zeldzaam voor de streek omwille van de grote kwetsbaarheid, bevindt zich bijna op het hoogste punt van de omgeving.

Fysische geografie

Topografie

De Reivennen bevinden zich tussen Geel (ten zuidwesten) en het kanaal Herentals - Bocholt (Kempisch Kanaal, ten noorden). Het gebied wordt begrensd door een woonzone met landelijk karakter ten noorden en ten noordoosten met meer noordoostwaarts het Centraal Bureau voor Kernmetingen en de Europese School van Mol, de Amerikalaan met woonzone en agrarisch gebied ten oosten en ten zuidoosten, het Militair Domein ten zuiden en de rijksweg Geel - Retie ten westen.

Het gebied ligt op een hoogte van 25 à 26 meter +TAW; het helt geleidelijk af naar het noordwesten, de centrale laagte van Terlo - ’s Gravendel - Tenaard, waar het laagste niveaupunt (17 meter +TAW) samenvalt met de samenvloeiing van de Wamp en de Kleine Nete. Ten noordoosten, oosten en zuidoosten bevinden zich hoger gelegen duinformaties (Zandbergen, Achterbos).

Hydrografisch hoort het gebied bij het Schelde-Rupelbekken via de Nete. Het hydrografisch net in de omgeving wordt gevormd door de Kleine Nete: de Graafloop in het westen en de Blekenloop in het noorden lopen via de Dalemansloop naar de Kleine Nete, de Waterbroekloop in het oosten hoort bij de Molse Nete (Grote Nete).

In de omgeving van Geel komen talrijke oude turfputten en (vis)vijvers voor. Vennen zijn er - onder meer vanwege hun grote kwetsbaarheid - echter zeldzaam geworden. Aangezien de Reivennen bijna op het hoogste punt van de omgeving liggen, wordt het ven alleen gevoed door regenwater; grondwaterstromingen en kwel treden niet op. Het water rust waarschijnlijk op een ondoordringbare laag in de ondergrond, bijvoorbeeld een ijzeraanrijkingshorizont.

Geologie en bodem

Het geologisch substraat wordt in deze regio voornamelijk gevormd door bleekgroen tot bruin, fijn, mica- en licht glauconiethoudend zand met paarse kleihorizonten en onderaan kleine, zwarte silexkeitjes, behorend tot de Formatie van Kasterlee (plioceen, 5,3 tot 2,6 miljoen jaar geleden). Tijdens het pleistoceen (2,6 miljoen tot 10 000 jaar geleden) werd het gebied overdekt met dekzand. Dit materiaal werd tijdens het holoceen (10 000 jaar geleden tot heden) plaatselijk overstoven met zand van lokale herkomst.

De Reivennen bestaan overwegend uit vrij droge en vochtige podzolbodems. De bodemkaart geeft volgende bodemtypes weer: matig droge zandbodems met duidelijke ijzer en/of humus B horizont, matig natte zandbodems met duidelijke ijzer en/of humus B horizont en droge zandbodems met duidelijke ijzer en/of humus B horizont.

Vegetatie

Het noordoostelijk bosgedeelte bestaat ten tijde van de bescherming (1985) uit een boomlaag met grove en Corsicaanse den. De struiklaag (en plaatselijk ook de boomlaag) omvat onder andere zomereik, ruwe berk, lijsterbes, hulst, Amerikaanse eik, bramen, wilde kamperfoelie en voornamelijk Amerikaanse vogelkers. De vegetatie van het noordelijk en zuidelijk hooiland is vrij kruidenrijk, wat wijst op een slechts matig voedselrijke toestand. Het westelijk heideterrein wordt gekenmerkt door droge heide met struikheide, stekelbrem, brem, bekermos, haarmos, dominantie van pijpenstrootje en verspreid grove den en ruwe berk. De vochtige depressies zijn begroeid met dopheide, trekrus, pitrus en gewone waterbies.

Langsheen de oevers van het ven groeien knolrus en veenwortel. De noordoostelijke oever bestaat uit een pitrusgordel. De noordelijke oever is begroeid met boswilg met pitrus, waternavel en veenpluis, de oostelijke oever met een pitrusgordel met kruipend struisgras. Bij de vegetatie op de westelijke oever werden onder meer waternavel, pitrus en wederik, geïnventariseerd. De zuidelijke oever wordt gekenmerkt door een gordel van wilg en zwarte els met wilgenroosje, heermoes en koningsvaren. Door eutrofiëring is de vegetatie plaatselijk sterk gedegradeerd, maar de aanwezigheid van onder meer stekelbrem, snavelzegge en veenpluis wijst op een hoge potentiële waarde.

De Biologische Waarderingskaart (versie 2, 1997-2010) vermeldt de aanwezigheid van oligotroof tot mesotroof water (ter hoogte van het ven), rietvegetatie, door russen gedomineerd grasland met boom- of struikopslag, zeer soortenarme, vaak tijdelijke en ingezaaide graslanden, struweelopslag van allerlei aard, aanplanten van grove den met ondergroei van struiken en bomen, een naaldhoutaanplant (niet grove den) zonder ondergroei, eiken-berkenbos, gemengd naaldhout en akkers op zandige bodem. Op de luchtfoto (2012) is te zien dat het ven wordt omgeven door broekbos, een perceel grasland en akkers.

Cultuurhistorisch landschap

De kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778) geeft het beschermde landschap weer als deel van de uitgestrekte gemeentelijke heide van Geel. In het noordwesten ligt het gehucht “Aert”, in het zuidoosten het gehucht “Milgem”, beiden omgeven door akker- en weidepercelen. Op de kaart van Vandermaelen (1846-1854) maken de Reivennen - aangeduid als “Wee Wyk” - deel uit van de heide van Klevermont (”Bruyère de Kievermont”). Ten zuiden bevinden zich enkele bospercelen, onder meer ter hoogte van het Militair Domein. Ten noorden van het ven ligt het moeras “Vlas Meir”, met waterafvoer in noordwestelijke richting. Volgens de kaart van het Militair Cartografisch Instituut (1925) is het heidegebied ingekrompen tot het gebied van de Reivennen en enkele percelen ten westen van de Retiebaan. Het areaal bospercelen is uitgebreid in noordwestelijke, noordelijke en noordoostelijke richting (voornamelijk naaldbos). In het zuiden, ter hoogte van het latere Militair Domein, bevinden zich de “Kraaie Bosschen”. Naar het zuidoosten toe komen meer beemden voor.

  • Onroerend Erfgoed Antwerpen, beschermingsdossier DA000654, De Reivennen (L. Meesters, M. De Borgher & J. Wijnant, 1985).

Bron     : -
Auteurs :  Cox, Lise, De Borgher, Marc, Meesters, Ludo, Wijnant, Jo


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Reivennen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135410 (Geraadpleegd op 13-04-2021)