Het goed Ter Varent, waarop reeds in de 13de eeuw een hoeve vermeld wordt, behoorde tot 1585 bij Cantecroy. Einde 13de eeuw was het goed in handen van Wouter Volcaert die in 1295 zijn goederen afstond aan hertog Jan II van Brabant. Laatst genoemde verleende Cantecroy en Ter Varent in 1296 aan Willem III van Berchem (Berthout), die Ter Varent versterkte tot feodaal kasteel. Vervolgens kwam het goed in handen van de familie Van Ranst.
Het kasteel werd in 1583 verwoest en nadien, tijdens het vierde kwart van de 16de eeuw - eerste helft van de 17de eeuw kleiner herbouwd als huys van plaisantie (zie oude grondvesten onder huidig terras voor het landhuis).
Diverse eigenaars bezaten het goed tijdens de 17de en de 18de eeuw. Eén van hen was Giacomo Carena (midden 17de eeuw) die aanzienlijke verfraaiingswerken uitvoerde, onder meer het ophogen van de binnenkoer en het aanbrengen van de barokke deuromlijsting. Het kasteel wordt op de kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778) afgebeeld binnen een rechthoekige omgrachting. Ten zuiden van het kasteel bevinden zich binnen de omgrachting de moestuinen. Ten noorden van het kasteel, buiten de omgrachting, bevinden zich enkele gebouwen en moestuinen. Het kasteel wordt deels omgeven door dreven, deels door landbouwgronden.
Tussen 1850 en 1860 werd een verankerde bakstenen brug met drie bogen gebouwd, ter vervanging van de ophaalbrug. Op de kaart van Vandermaelen (1846-1854) en de Popp-kaart (1842-1879) is de omwalling nog maar gedeeltelijk te zien.
Het domein werd in 1928 verkaveld (Berthoutstraat, Jaak Blockxstraat, Guido Gezellelaan en een deel van de Ter Varentstraat).
De historische waarde van de omgeving van het kasteel Ter Varent wordt gevormd doordat het de gronden betreft die tot de oorspronkelijke inplanting van het kasteel behoren, met bijhorende omwalling.
Het voorheen dubbel omwald landhuis is toegankelijk via een verankerde bakstenen brug met drie bogen. Binnen de tweede omwalling ligt aan de noordoostzijde voor het landhuis een opgehoogd terras (midden 17de eeuw), eertijds omgeven door een balustrade. Het kasteel wordt omgeven door een klein parkje met groepen opgaande bomen en is bereikbaar vanaf de Ter Varenstraat. Aan de straatzijde bevinden zich twee hardstenen pijlers waartussen een ijzeren hek staat. Het domein wordt langs de noord-, oost- en westzijde ingesloten door de bebouwing van respectievelijk de Ter Varenstraat, Jaak Blockxstrat en Berthoutstraat.
Het landhuis is een dubbelhuis met acht traveeën, souterrain en twee bouwlagen onder schilddak (nok loodrecht op de Berthoutstraat, leien en roofing). De kern van het westelijk deel stamt uit het begin van de 16de eeuw. Dit werd uitgebreid in het vierde kwart van de 16de eeuw ten oosten van de toren. Op het gelijkvloers bevindt zich een balke met gesculpteerde balkslof gedateerd 1575.
Het gebouw is opgetrokken in traditionele bak- en zandsteenstijl met resten van de 19de-eeuwse bepleistering; speklagen, negblokken, hoekstenen en resten van de vroegere wigvormige ontlasting; muurankers onder meer met gekrulde spe. De rechthoekige vensters onder rollaag zijn aangepast en in de voorgevel deels gedichte . Boven de middelste travee van de noordoostelijke voorgevel werd later een derde bouwlaag toegevoegd.
In vierde travee bevindt zich een hardstenen barokpoortje van circa 1655: Geblokte rondboog met sluitsteen op dito pilasters onder een gekorniste waterlijst waarop nis met borstbeeld van Giacomo Carena, de toenmalige eigenaar, geflankeerd door liggende voluten; stoop van drie treden.
De verspringende (middelste travee) zuidwestgevel is gemarkeerd door een vierkante toren van vier geledingen (zesde travee) onder een overkragende leien spits op klossen. De bovenverdieping bevat rondboogvenstertjes en dito luik. Het oostelijk geveldeel (vanaf vierde travee) heeft kleine rechthoekige getraliede venstertjes met uitgeholde dagkanten en wigvormige ontlasting boven de uitspringende plint.
Auteurs: Steyaert, Rita; Cox, Lise
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: STEYAERT R. & COX L. 2015: Kasteel ter Varent met omgeving [online], https://id.erfgoed.net/teksten/455343 (geraadpleegd op ).
Het goed Ter Varent waarop reeds in de 13de eeuw een hoeve vermeld wordt, behoorde tot 1585 bij Cantecroy.
Einde 13de eeuw in handen van Wouter Volcaert die in 1295 zijn goederen afstond aan hertog Jan II van Brabant, laatstgenoemde verleende Cantecroy en Ter Varent in 1296 aan Willem III van Berchem (Berthout), die Ter Varent versterkte tot feodaal kasteel; daarna in handen van de familie Van Ranst. Het kasteel werd in 1583 verwoest en nadien, tijdens het vierde kwart van de 16de eeuw - eerste helft van de 17de eeuw kleiner herbouwd als "huys van plaisantie" (zie oude grondvesten onder huidig terras voor het kasteel). Diverse eigenaars tijdens de 17de en de 18de eeuw, onder meer Giacomo Carena (midden 17de eeuw) die aanzienlijke verfraaiingswerken uitvoerde, onder meer het ophogen van de binnenkoer en het aanbrengen van de barokke deuromlijsting. Aan straatzijde: twee hardstenen pijlers waartussen ijzeren hek. Voorheen dubbel omwald kasteeltje toegankelijk via een verankerde bakstenen brug met drie bogen laatstgenoemde gebouwd tussen 1850 en 1860 ter vervanging van de ophaalbrug; kasteel op rechthoekig grondplan gelegen in het overblijfsel van het vroegere domein dat in 1928 verkaveld werd (Berthout-, Jaak Blockxstraat, Guido Gezellelaan en een deel van de Ter Varentstraat). Binnen de tweede omwalling aan noordoostzijde voor het kasteel een opgehoogd terras (midden 17de eeuw) eertijds omgeven door een balustrade (zie maquette van de heemkundige kring).
Dubbelhuis met acht traveeën, souterrain en twee bouwlagen onder schilddak (nok loodrecht op de Berthoutstraat, leien en roofing) met kern - westelijk deel - uit begin 16de eeuw, uitgebreid in het vierde kwart van de 16de eeuw ten oosten van de toren. Traditionele bak- en zandsteenstijl met resten van de 19de-eeuwse bepleistering; speklagen, negblokken, hoekstenen en resten van de vroegere wigvormige ontlasting; muurankers onder meer met gekrulde spe. Aangepaste en in voorgevel deels gedichte rechthoekige vensters onder rollaag. Noordoostelijke voorgevel met later toegevoegde derde bouwlaag boven middelste travee. In vierde travee: hardstenen barokpoortje van circa 1655. Geblokte rondboog met sluitsteen op dito pilasters onder een gekorniste waterlijst waarop nis met borstbeeld van Giacomo Carena (eigenaar in 1655) geflankeerd door liggende voluten; stoop van drie treden.
Verspringende (middelste travee) zuidwestgevel gemarkeerd door vierkante toren van vier geledingen (zesde travee) onder een overkragende leien spits op klossen, bovenverdieping met rondboogvenstertjes en dito luik. oostelijk geveldeel (vanaf vierde travee) met kleine rechthoekige getraliede venstertjes met uitgeholde dagkanten en wigvormige ontlasting boven de uitspringende plint (keldering, terras opgehoogd aan noordzijde).
Op gelijkvloers balk met gesculpteerde balkslof gedateerd 1575.
Bron: PLOMTEUX G., STEYAERT R. & WYLLEMAN L. 1985: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 10n2 (Ho-Ra), Brussel - Gent.
Auteurs: Plomteux, Greet; Steyaert, Rita
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: PLOMTEUX G. & STEYAERT R. 1985: Kasteel Ter Varent [online], https://id.erfgoed.net/teksten/13582 (geraadpleegd op ).