erfgoedobject

Fort IV

bouwkundig element
ID
13624
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/13624

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als beschermd monument Fort 4
    Deze bescherming is geldig sinds

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Fort IV
    Deze vaststelling is geldig sinds

Beschrijving

Fort van de binnenste fortengordel rond Antwerpen, van het type ‘bakstenen fort met hoge wallen en centraal reduit’, gebouwd tussen 1860-1865, gemoderniseerd tussen 1870-1911, oorspronkelijk ongeveer 32,5 ha groot.

Fort IV is één van de acht forten van de vesting Antwerpen die tussen 1860-1865 een ketting van versterkingen ten zuidoosten van de stad vormden. In die periode kwam de binnenste fortengordel tot stand die later nog met bijkomende forten werd vervolledigd. Antwerpen vormde een onmisbare schakel in het nieuwe defensieconcept, waarbij de stad en zijn omgeving tot ‘nationaal reduit’ was uitgeroepen. Mocht het ooit tot een gewapend conflict komen, dan diende Antwerpen als laatste toevluchtsoord voor het leger en het opperbevel van waaruit de tegenstand tegen de agressor werd georganiseerd. Daarom werd de stad tot een versterkt bolwerk uitgebouwd, omringd door een gordel van forten en onderwaterzettingsgebieden die de vijand op een veilige afstand van het centrum moesten houden, buiten het schietbereik van de toenmalige kanonnen. Militaire architecten ontwierpen volgens de nieuwste inzichten een type plan voor de bouw van de acht forten. De acht forten leken heel sterk op elkaar, op enkele details na.

Grondplan van het type ‘bakstenen fort met hoge wallen en een centraal reduit’

Fort IV werd een bakstenen fort omringd door hoge aarden wallen en een brede vestinggracht, die van het fort een eilandje maakte. Het moest volledig op zichzelf kunnen functioneren ook al was het geïsoleerd van de buitenwereld. Geheel volgens de tradities van die tijd nam de artillerie plaats op de hoge wallen voor de verdediging op afstand. Naderde de tegenstander het fort te dicht, dan kwam de grachtverdediging in actie. Kanonnen voor de grachtverdediging stonden beschut opgesteld. Ze vuurden vanuit caponnières, bakstenen gebouwen met kanonkamers, of vanuit gekazematteerde lage batterijen. Drong de tegenstander het forteiland toch binnen, dan week het fortgarnizoen naar het centraal reduit uit, een twee verdieping tellend bakstenen gebouw omringd door een droge gracht en een binnenglacis. Het centraal reduit vormde als het ware een binnenfort of een versterking in het fort. Het kon volledig worden afgesloten.

Een historisch complex (1860-1865)

Het historische gebouwencomplex bestond uit:

  • het centraal reduit: een opvallend vorm gegeven bakstenen kazerne met een binnenplaats en bovenaan een gevechtsplatform. Een houten ophaalbrug over de droge gracht gaf toegang tot het reduit. In fort IV is uitzonderlijk het ophaalmechanisme bewaard gebleven. Aan de vijandelijke zijde beschermde een binnenglacis, een schuin oplopende helling op de binnenplaats van het forteiland, het reduit. Wie door de droge gracht rond het reduit liep, kon vanuit het reduit, maar ook vanuit de contrescarp worden beschoten. Want onder het binnenglacis bevond zich een aaneenschakeling van een 70-tal kanonkelders.
  • het hoofdfrontgebouw (125m breed en 25m diep). Het gebouw dat ook als kazerne diende, bevond zich onder de wallen aan de vijandelijke zijde van het fort. Via een korte stenen brug was het verbonden met de hoofdcaponnière.
  • een hoofdcaponnière, een gebouw met o.a. 14 kanonkamers die voor de verdediging van de vestinggracht aan de vijandelijke zijde diende.
  • de linker en rechter halve caponnières, voor de verdediging van de vestinggracht aan de zijkanten van het fort, eveneens met kanonkamers uitgerust.
  • de lage batterijen, die in fort IV uitzonderlijk met bakstenen kanonkelders zijn versterkt. De kanonnen bestreken de vestinggracht aan de bevriende zijde. Een gang onder de wallen verbond de lage batterijen met de droge gracht rond het reduit.
  • de reduitingang met hek, hekpijlers en brug over de vest aan de bevriende zijde van het fort, die via een doorgang onder de wallen naar het centraal reduit leidt.
  • de artillerie-ingang, maar die is in het geval van fort IV verdwenen door het afgraven van een deel van de wallen.

Modernisering van fort IV (1870-1911)

Enkele jaren na de voltooiing van fort drongen zich al aanpassingen op. De soliditeit van een fort hield alleen maar stand als het gelijke tred hield met de vernieuwingen in de artillerie. Bood het niet voldoende bescherming, dan kon het gemakkelijk worden ingenomen. Vier aanpassingen tonen aan dat de vestingbouwkundigen hun ontwerpen bijstuurden ook na de afwerking van het fort:

  • Holtraversen (1870): een eerste wijziging volgde al in 1870 wanneer bovenop het hoofdfront vier bakstenen holtraversen werden gebouwd (nu nog maar één bewaard), voor een betere bescherming van het geschut boven op de wallen.
  • Officierenpaviljoen (1872-1875): voor het verblijf van de officieren voegden de architecten een nieuw gebouw aan het complex toe, het officierenpaviljoen. Het verving de aarden traverse die bedoeld was om de artillerie-ingang tegen beschietingen te beschermen. Het bakstenen paviljoen had één verdieping en werd aan de vijandelijke zijde beschermd door een aarden dek.
  • Versterking van de bestaande gebouwen met beton (1909-1911)
    Tegen 1885 was de open opstelling van kanonnen en manschappen op de wallen niet langer houdbaar omdat de borstwering, de aarden wallen, de traversen gemakkelijk vernietigd konden worden door het nieuwe geschut (mortieren met groot kaliber). De grotere scherfwerking van de nieuw geïntroduceerde brisantgranaten maakten de wallen te gevaarlijk voor de manschappen. Bovendien doorboorden ze de bakstenen gewelven. Enkel de toevoeging van het nieuwe homogenere beton bood voldoende weerstand. Pas in 1906 besliste de overheid de forten van de binnenste fortengordel met beton te versterken, wat tot op heden bijvoorbeeld nog zichtbaar is aan bijvoorbeeld de versterking van de gewelven van het hoofdfrontgebouw met beton.
  • Toevoeging van nieuwe betonnen constructies (1909-1911)
    Vanaf 1906 wijzigde de functie van de forten in de binnenste fortengordel. Ze zouden voortaan in de veiligheidsomwalling worden opgenomen, versterkt met kleinere schansen in de ruimtes tussen de forten. De toevoeging van betonnen holtraversen op het hoofdfrontgebouw, een betonnen flankeringsbatterij op het linkerzijfront en een beton pantserkoepel rechts op de hoofdfrontwal versterkte de weerbaarheid van het fort.

Beperkte betekenis tijdens de wereldoorlogen

De aanpassingen verhinderden niet dat de forten van de binnenste fortengordel van weinig betekenis waren tijdens de Duitse invasie van 1914. Vooral de zuidoostelijke sector van de buitenste fortengordel kreeg de klappen te verduren. Al snel bleek dat de vesting Antwerpen helemaal niet opgewassen was tegen de superieure Duitse artillerie. Op 8-9 oktober 1914 verliet het garnizoen fort IV.

Gedemilitariseerd in 1924

In 1924 besloot de overheid de forten van de binnenste fortengordel te demilitariseren. Hun defensieve rol was uitgespeeld, ook al bleven de militairen de forten bijvoorbeeld als kazerne gebruiken, of als opslagplaats voor munitie tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog en als logistieke opslagplaats voor het Belgische leger in de naoorlogse periode. Tijdens het bombardement op Mortsel van 1943 en de bevrijding in 1945 kreeg fort IV enkele voltreffers te verwerken.

De nieuwe functies van het fort zorgden voor vele veranderingen. De bouw van loodsen was het meest opvallende gevolg, maar ook de opvulling van het binnenplein met aarde (WOII) of de aanpassingen aan het reduit voor het verblijf van troepen. Het meest ingrijpend was het weggraven van een deel van de wallen, waardoor ook de artillerie-ingang en de flankeringsbatterij werden vernietigd. Met de afgegraven aarde werd een deel van de vestinggracht gedempt.

De overname door de gemeente Mortsel in 2000 gaf aan fort IV een nieuw elan. Sommige storende loodsen voor het hoofdfrontgebouw werden al afgebroken en in verschillende fases worden het officierenpaviljoen en het reduit gerestaureerd. Fort IV gelijkt sterk op andere forten van de binnenste fortengordel die in 1860-1865 zijn gebouwd. Maar toch vertoont het op enkele punten ook verschillen. Interessant zijn bijvoorbeeld de met kazematten versterkte lage batterijen, het bewaarde deel van de wallen, in het bijzonder ter hoogte van de reduit-ingang en het hoofdfront, inclusief de behuizing van de gepantserde koepel.


Auteurs :  Verboven, Hilde
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Fort IV [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/13624 (Geraadpleegd op )