erfgoedobject

Bedrijfsgebouwen Agfa-Gevaert: site Gevaert 1

bouwkundig element
ID
13649
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/13649

Juridische gevolgen

Beschrijving

De site Gevaert 1, gelegen tussen de Septe-, Hendrik Kuypers-, Antwerpse- en Lieven Gevaertstraat, vormt de historische kern van de bedrijfsterreinen van Agfa-Gevaert in Mortsel. De site Gevaert 1 is samengesteld uit bedrijfsgebouwen uit diverse perioden van de 20ste eeuw, waarvan verscheidene naar ontwerp van architecten De Backer (vader en zoon). De site is in de ruime omgeving te herkennen aan zijn opvallende fabrieksschoorsteen.

Historiek

Het huidige bedrijf Agfa-Gevaert kwam in 1964 tot stand door de fusie tussen Gevaert en het Duitse Agfa. Gevaert was in 1894 door Lieven Gevaert (1868-1935) opgericht voor de productie van lichtgevoelige fotografische producten. Gevaert startte zijn carrière als fotograaf in de Antwerpse Montignystraat. Hij ontwikkelde fotopapier voor eigen gebruik met uitstekende resultaten. Gevaert zocht vervolgens naar manieren om de productie van zijn product uit te breiden. Tegen 1905 had de kwaliteit van het fotopapier van Gevaert naam gemaakt. De producten van Gevaert kregen van bij de aanvang belangstelling uit het buitenland. In 1897 werd de productie van calciumpapier naar de toenmalige Kerkstraat (Heilig Kruisstraat) in Mortsel verplaatst. In 1904 volgde de verhuis van het bedrijf naar de Septestraat in Mortsel, waar zich de site Gevaert 1 ontwikkelde tussen de Septestraat, de Lieven Gevaertstraat, de Antwerpsestraat en de Hendrik Kuijpersstraat.

Geleidelijk breidde het bedrijf de productie uit tot films, platen, papier en andere artikelen die verband hielden met de foto- en later cinematografie. De ontwikkeling van de filmrolletjes in 1923 zorgde ervoor dat fotografie in ieders bereik kwam. Vanaf 1932 werden ook producten verkocht voor de amateurcinematograaf. In 1950 had Gevaert opnieuw de vinger aan de pols met de ontwikkeling van de Gevacolor-kleurenfilm. Het bedrijf groeide gestaag en het personeelbestand nam toe van 150 werknemers in 1905 tot 1300 werknemers in 1920 en zelfs 5400 in 1953. Daarmee werd het bedrijf een belangrijke werkgever in de omgeving. In 1928 werd in Heultje bij Westerlo een nieuwe fabriek opgericht. In 1964 volgde uit strategische overwegingen de fusie met het Duitse Agfa.

Beschrijving van de gebouwen

Van de oude fabriek uit 1904-1905 blijven enkel nog gebouwen over in het noordoostelijke deel van het bouwblok gelegen op hoek van de Septe- en Lieven Gevaertstraat. Het gaat om baksteenbouw van één, twee of drie verdiepingen onder pannen zadeldaken naar een ontwerp van architect Joseph De Backer.

In de jaren 1920 werd ten gevolge van het expansieve bedrijfsbeleid van Lieven Gevaert een uitgebreid bouwprogramma opgezet onder leiding van architect Armand de Backer. Tot 1930 hanteerde Armand de Backer een veeleer streekgebonden romantische architectuur die mede geïnspireerd was door de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in Parijs in 1925, met rechtlijnige omtrekken, gestroomlijnde geometrie en figuratieve motieven.

Het hoofdkantoorgebouw van 1929 in de Septestraat is het meest in het oog springende ontwerp van Armand de Backer. Het gebouw bevatte de burelen en een ingang voor representatieve ontvangsten. Het originele ontwerp telde drie bouwlagen met een natuurstenen onderbouw, gevelvlakken in natuursteen, een middenpartij van vijf traveeën met een gebroken kroonlijst en het opschrift “Gevaert”. De smeedijzeren poort gaf uit op een art deco-hal met voorstellingen van handel en nijverheid in glas-in-loodramen. Volgens een feestschrift bij het 35-jarige bestaan van Gevaert stond dit gebouw samen met het ketelhuis en de schoorsteen symbool voor de grootsheid van de firma.

De ontwikkeling van de site Gevaert 1 viel stil in de jaren 1960. Het laatste belangrijke gebouw dat tussen de Septestraat, de Lieven Gevaertstraat, de Antwerpsestraat en de Hendrik Kuijpersstraat werd gebouwd, is het kantoorgebouw voor de handelstechnische diensten. Het gaat om een project van architect Georges Lust dat als paviljoen voor de wereldtentoonstelling van 1958 werd opgericht. Het gebouw op de hoek van de Septestraat en de Hendrik Kuijpersstraat is een skeletbouw in gewapend beton. Aansluitend werd een lange blinde gevel in de Hendrik Kuijpersstraat opgetrokken. Nadien werden op de site Gevaert 1 regelmatig gebouwen gesloopt naarmate de productieactiviteit zich verplaatste naar de site Gevaert 5 aan overkant van de Septestraat.

De grote fabrieksschoorsteen werd het symbool bij uitstek van het bedrijf en prijkte op de cover van meerdere publicaties van Gevaert. De bouw van de grote schoorsteen is verbonden met de energievoorziening van het bedrijf in Mortsel. Het bedrijf had een afdeling die lange tijd onder de naam “Energieën” door het leven ging. De afdeling produceerde stoom, drijfkracht, koeling, luchtdroging (chloruurstokerij) en zorgde voor de elektriciteits- en de gasvoorziening.

De grote schoorsteen en het ketelhuis werden in 1928 gebouwd op de locatie waar voordien een bergplaats voor materiaal stond. Voor de grote schoorsteen werd het Brusselse bedrijf Cheminées Peters ingeschakeld, dat gespecialiseerd was in de bouw van fabrieksschoorstenen. Vanwege enkele scheuren werden al snel nadien stalen spanbanden rond de schoorsteen aangebracht.

De bakstenen schoorsteen was bij de bouw ongeveer 72 meter hoog. Langs alle zijden was de naam van het bedrijf Gevaert met witte bakstenen zichtbaar ingewerkt in de schoorsteen. De schoorsteen werd gebouwd in een zakelijke stijl, zonder ornamentele elementen, buiten de inmiddels afgebroken kraag of kroon. De schoorsteen heeft onderaan een diameter van 5,9 meter aan de buitenzijde. De binnenzijde heeft onderaan een diameter van 4,1 meter. De wand van de schoorsteen is daar 90 centimeter dik. Bovenaan heeft de schoorsteen een diameter aan de buitenzijde van 3,4 meter. Binnenin is dat 2,8 meter diameter. De schoorsteen heeft daar dus een wand van 15 centimeter dik.

Op de hoogte van 27 tot 33 meter werd door Peters een waterreservoir in gewapend beton gebouwd. Dit betonnen reservoir heeft op zijn breedste punt een diameter van 11,66 meter. De binnenzijde van het reservoir is toegankelijk via enkele ijzeren treden. Er zijn drie bordessen in de schoorsteen, vlak boven en vlak onder het waterreservoir, en eentje vlak onder de top van de schoorsteen. De bordessen zijn met een kooiladder te bereiken. Boven het waterreservoir werd de schoorsteen gemetseld met speciale bakstenen voor schoorstenen, met gebogen strek, de zogenaamde radiaalstenen. Onder het waterreservoir werden gewoon gevormde bakstenen gebruikt. De originele bastaardmortel werd bij latere werken deels vervangen door cement. In 1992 werd de schoorsteen met ongeveer vier meter ingekort. Daarbij verdween de kunstig opgemetselde kroon. Nadien werd een stuk opnieuw opgemetseld met eimersteen en bastaardmortel, en een rand in beton. De grote schoorsteen is sinds 1992, volgens een plan in het bezit van Agfa-Gevaert, 68,26 meter hoog. De grote schoorsteen bleef in gebruik tot april 2014.

Naast de schoorsteen stond het ketelhuis, dat Stoom en Drijfkracht werd genoemd. Het gebouw met een geritmeerde structuur werd ontworpen door architect Armand de Backer. Het bestond uit vier traveeën met een dakgebinte in staal bedekt met Eternit golfplaten. De stoom werd vanuit het ketelhuis over de site Gevaert 1 verspreid. De technische aanpassingen aan de stoomketels vergden voortdurende aanpassingen aan het ketelhuis. Om nieuwe ketels te installeren moesten stukken muur worden uitgebroken. Daarmee verdween de originele, mooi uitgewerkte voorgevel van het gebouw aan de zuidwestelijke zijde. Door de afbraak stond de schoorsteen niet meer zoals vroeger naast het ketelgebouw, maar iets verder ervan verwijderd.

Tegen het ketelhuis werd een hoogspanningscabine en in 1938 ook een koelcentrale gebouwd. De opgewekte koude werd op de site Gevaert 1 verspreid door gekoeld zout water door leidingen naar de juiste afdeling te pompen. In de tweede helft van de jaren 1950 werd een stoomturbine geïnstalleerd die een koelcompressor aandreef.

  • Nummers D101 H, D575 (01), D072/ G085, D100 (01).
  • Luchtfoto’s: D099/A01 1925, D099/A03 1932, D099/A04 1949, D099/A06 1958.
  • Plannenarchief: plan van het Ketelhuis, plan van de schouw, bestek voor het inkorten van de schouw uit 1992.
  • De Gevaert fabrieken. Mortsel, Gevaert, 1946. In: Historisch archief, nummer D 575 (01) Fabriek en fabrikage. Reportages I.
  • Artikel uit 1967: De Stoomcentrale: een der slagaders van onze fabriek, (zonder vermelding van tijdschrift), 152. Historisch archief Energieën algemeen D100 (01).
  • Gevaert Post, Stoom, Tijdschrift voor het personeel. Een nummer uit 1957, 4-6. Historisch archief Energieën algemeen D100 (01).
  • Artikel De koelcentrale uit 1950. Geen duidelijke verwijzing naar de titel van het tijdschrift. Historisch archief Energieën algemeen D100 (01).
  • LANOË P. 1938: Aux usines Gevaert, à Vieux-Dieu. Quelques Batiments nouveaux, Bâtir 62, 32-35.
  • PLOMTEUX G., STEYAERT R. & WYLLEMAN L. 1985: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 10N2 (Ho-Ra), Brussel-Gent.
  • ROOSENS L. e.a. 1993-2001: Arbeid adelt. Een geschiedenis van de door Lieven Gevaert opgerichte fotografische industrie, 7 delen, Mortsel.
  • ROOSENS L. 1995: Agfa-Gevaert NV. Een onderneming en haar architectuur. Open Monumentendag Mortsel.
  • S.N. Sine dato: Historiek Firma Gevaert 1894-1929: Feestschrift voor een Wereldfirma bij haar 35 jaar bestaan, Antwerpen.
  • S.N. 1954: Ik werk bij Gevaert, Mortsel-Antwerpen.
  • S.N. 1988: Cheminées d'usine. La Société Cheminées Peters, Cahiers de la Fonderie 5, december, 17-25.

Bron     : -
Auteurs :  Van Dijck, Maarten
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Bedrijfsgebouwen Agfa-Gevaert: site Gevaert 1 [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/13649 (Geraadpleegd op )