Voormalige linnenblekerij van 1748, gelegen in de beboste vallei van de Grote Schijn ten noorden van de gemeente.
Rechthoekig landhuis grotendeels uit het tweede tot derde kwart van de 18de eeuw, binnen rechthoekige omgrachting aansluitend bij Grote Schijn. L-vormige aanhorigheden namelijk hovenierswoning, stalling en koetshuis uit het eerste kwart van de 20ste eeuw (?) gelegen binnen de omgrachting aan oostzijde. Een dubbele eikendreef leidt vanaf de Schildesteenweg naar het omhaagd en omgracht domein, dat toegankelijk is via een bakstenen brug. Parkaanleg ten zuiden.
In 1699 blokkeerde landvoogd Maximiliaan van Beieren de invoer van weefsels en de uitvoer van wol. Beantwoord door een verbod van alle invoer naar de Verenigde Provinciën. Te Antwerpen besloot men een eigen blekerij op te richten tegen de Herentalse vaart te Borgerhout. Deze verkreeg dat binnen de twee uren gaan in de omtrek geen andere blekerij mocht worden opgericht. Daar deze blekerij een groot succes kende kocht Joannes Van der Smissen in 1748 enkele percelen te Oelegem om er een blekerij op te richten met groot huis, stalling, was- en bleekhuis, bak- en brouwhuis, en een achttal grachten naar Grote Schijn. Om aan de grond de vereiste hoedanigheid te geven werd een laag steengruis, kiezelzand en zand aangebracht alsook een bedding van gras. Het linnen verkreeg door herhaald woken, afkoken, wassen, spoelen, uitspreiden op de bleekvelden en besproeien met zuiver water het gewenste wit. De blekerij die een octrooi of wettelijke vergunning had werd in 1768 verkocht aan Franciscus Dierckxens, Joannes Baptista de Wandele en Jan Peter Gilbert; toen was er reeds sprake van een huis met boven- en benedenkamers, dus met twee bouwlagen. De verkoopsakte vermeld tevens “hovingen, vrugtbomen, brouwerije, backerije, ...” die op het zelfbedruipend karakter van de site wijzen. Daarnaast doet de aanwezigheid van “glariëtten ofte schilderhuijsen” vermoeden dat het goed daarnaast ook als speelhuis werd gebruikt.
Reeds in 1777 werd het goed opnieuw verkocht aan Antonius Josephus Gilbert, Maria Barbara Gilbert en Petrus Mies. Op de Ferrariskaart uit dezelfde periode is het goed toegankelijk via een dubbele eikendreef vanaf de Schildesteenweg, axiaal ingetekend op de ingangstravee van het landhuis. Een U-vormige omgrachting sluit ten zuiden aan op het Groot Schijn.
Bij het begin van de 19de eeuw kwamen chemische bleekmiddelen op de markt, waardoor de blekerijen aan belang verloren. Omstreeks 1830 hield de werking van de blekerij op. In de legger bij de Poppkaart wordt het perceel van de voormalige bleekweide als hooiland aangeduid. Later is volgens de topografische kaart van 1865 de voormalige bleekweide als bescheiden parkje ingericht met een centraal gazon, rondpad en omgevende bomenrand. Aan het begin van de toegangsdreef staat een kleine boomgaard ingetekend.
Het domein blijft als residentie in handen van de familie Gilbert tot 1892. Carolus Josephus Gilbert laat langs de Goorstraat een boswachterswoning optrekken (kadastraal geregistreerd in 1877).
Vervolgens is het Bleekhof in bezit van Egied Edward Masquelier (1892), Lodewijk Jozef de Brouckhoven de Bergeyck (1914), Harold della Faille de Leverghem - de Brouckhoven de Bergeyck (1938). Deze laatste liet het gebouw ontpleisteren, aan de zuidgevel de vensters van de tweede bouwlaag vergroten en een erker aanbrengen, de muuropeningen werden ook vernieuwd. Op de topografische kaart uit 1939 is voor de eerste maal ook zichtbaar dat de percelen langs de toegangsdreef mee in de parkaanleg zijn opgenomen. Door de wijziging en betonnering van het tracé van de Schildesteenweg in 1959 werd de inmiddels afzonderlijk verkochte boswachterswoning ook fysiek afgesneden van het domein.
Rechthoekig landhuis van 1748 verbouwd in het derde kwart van de 20ste eeuw; noord- en zuidgevels van negen traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (leien) met recente dakkapellen. Noordgevel met rechthoekige dakvensters in houten omlijsting met voluten, gebogen kroonlijst bekroond met vaas; zuidgevel met steekboogvormig dakvenster in houten omlijsting met gebogen kroonlijst. Bakstenen gebouw op deels gecementeerde en deels natuurstenen plint. Recent aangebrachte of vernieuwde hoekstenen en banden van natuursteen; geprofileerde en bepleisterde kroonlijst.
Noordelijke voorgevel : geaccentueerde middentravee van natuursteen met halfzuilen op hoge vierkante sokkel onder architraaf met lijstkapiteel, geprofileerde lijst en kroonlijst waarop balkon met smeedijzeren leuning. Tweede bouwlaag vlakke pilasters onder gebroken boogvormig fronton met vaasvormige bekroning. Rondboogdeur in omlijsting met vlakke stijlen, geriemde boogomlijsting met imposten en sluitsteen. Schouderboogvormig deurvenster in geriemde omlijsting met sluitsteen. Oculus in fronton. Eerste bouwlaag steekboogvensters in geriemde omlijsting van hardsteen, met sluitsteen en geprofileerde lekdrempel. Verder rechthoekige vensters op lekdrempels.
Zuidelijke tuingevel: gedichte zuilengalerij van tweemaal drie traveeën; zuiltjes met eenvoudig kapiteel en geriemde rondbogen met gegroefde sluitsteen, onder verankerd en geprofileerd hoofdgestel van zandsteen. Centrale rechthoekige erker uit het derde kwart van de 20ste eeuw; vlakke arduinen pilasters onder kroonlijst waarop balkon met balusters en postamenten bekroond met vazen. Gelijkvloers rondboogvenster in hardstenen omlijsting met vlakke pilasters, geriemde boogomlijsting met sluitsteen en imposten. Deurvenster in geriemde omlijsting met sluitsteen en oren versierd met bloemmotief. Rondboogvensters en deuren in gedichte zuilengalerij. Overige vensters rechthoekig met negblokken van zandsteen en arduinen dorpels. Zijgevels met aan zuidzijde rondboog met zuiltjes en geriemde rondboog met gegroefde sluitsteen. Nieuwe of vernieuwde rechthoekige muuropeningen met negblokken van zandsteen en arduinen dorpels.
De hovenierswoning met vroegere stallingen en koetshuis ten oosten van het kasteel dateren vermoedelijk uit het eerste kwart van de 20ste eeuw. De bijgebouwen werden bij de restauratie omgevormd tot een woning en bureelruimtes.
Omhaagd en omgracht domein toegankelijk via bakstenen brug met bakstenen leuning afgedekt met hardsteen. Poort bestaande uit geblokte pijlers op hoge sokkel en geprofileerd kapiteel met bolvormige bekroning; hiertussen gesmeed ijzeren hek. Een tweede bakstenen brug over de noordoostelijke grachtarm verleent toegang tot de bijgebouwen. Over het noordwestelijk grachtgedeelte ligt een tuinbrug. Dit hoge, ronde sierbrugje heeft een smeedijzeren balustrade met gesmede roosjes. Ook over de Schijn is een bakstenen brug met bakstenen pijlers en houten poort aanwezig. Op de oorspronkelijk als irrigatiegracht aangelegde gracht uit circa 1650 zijn de bakstenen in- en uitlaatconstructies nog aanwezig. In de Schijn bleef net voor de uitlaatconstructie een stuw om de gracht te bevloeien bewaard.
De eiken in de onverharde toegangsdreef hebben gemiddeld een stamomtrek van 200 cm (standaard gemeten op 150 cm hoogte). De huidige dreefbomen werden vermoedelijk in de periode 1820-1850 aangeplant. Op een foto uit het begin van de 20ste eeuw staan aan het begin van de dreef ook nog twee welkomstlinden en een smeedijzeren inkompoortje.
Tijdens de omvorming van blekerij tot parkje midden 19de eeuw werden de greppels gedicht en een eerder eenvoudig parkje met centraal gazon en enkele rondpaden geflankeerd door solitairen en bomengroepjes van onder meer bruine beuk ingericht. Naast bruine beuken staan in het parkje ook heel wat omvangrijke gewone beuken en zomereiken met stamomtrek tot 435 cm. De open graslanden werden kort na WO II tot weilandjes omgevormd en zijn omheind door witgeschilderde betonnen afsluitingen. De aanwezige bosjes in het Bleyckhof liggen zowel in het noordwesten als in het zuidoosten op oude boslocaties en bezitten bijhorende voorjaarsflora.
In de deels ommuurde moestuin ten oosten van de bijgebouwen staat nog een enkele hoogstamfruitboom.
Auteurs: Wylleman, Linda; Michiels, Marijke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: WYLLEMAN L. & MICHIELS M. 2026: Bleyckhof met park [online], https://id.erfgoed.net/teksten/455509 (geraadpleegd op ).
Voormalige linnenblekerij van 1748, gelegen in de beboste vallei van de Grote Schijn ten noorden van de gemeente.
Rechthoekig kasteel grotendeels uit het tweede tot derde kwart van de 18de eeuw, binnen rechthoekige omgrachting aansluitend bij Grote Schijn. L-vormige aanhorigheden namelijk hovenierswoning, stalling en koetshuis uit het eerste kwart van de 20ste eeuw (?) gelegen binnen de omgrachting aan oostzijde. Dubbele eikendreef-naar Schildesteenweg axiaal op ingangstravee van het kasteel.
In 1699 blokkeerde landvoogd Maximiliaan van Beieren de invoer van weefsels en de uitvoer van wol. Beantwoord door een verbod van alle invoer naar de Verenigde Provinciën. Te Antwerpen besloot men een eigen blekerij op te richten tegen de Herentalse vaart te Borgerhout. Deze verkreeg dat binnen de twee uren gaan in de omtrek geen andere blekerij mocht worden opgericht. Daar deze blekerij een groot succes kende kocht Joannes Van der Smissen in 1748 enkele percelen te Oelegem om er een blekerij op te richten met groot huis, stalling, was- en bleekhuis, bak- en brouwhuis, en een achttal grachten naar Grote Schijn. Om aan de grond de vereiste hoedanigheid te geven werd een laag steengruis, kiezelzand en zand aangebracht alsook een bedding van gras. Het linnen verkreeg door herhaald woken, afkoken, wassen, spoelen, uitspreiden op de bleekvelden en besproeien met zuiver water het gewenste wit. De blekerij die een octrooi of wettelijke vergunning had werd in 1768 verkocht aan Franciscus Dierckxens, Joannes Baptista de Wandele en Jan Peter Gilbert; toen was er reeds sprake van een huis met boven- en benedenkamers, dus met twee bouwlagen
Reeds in 1777 verkocht aan Antonius Josephus Gilbert, Maria Barbara Gilbert en Petrus Mies. In begin 19de eeuw kwamen chemische bleekmiddelen op de markt en circa 1830 had de werking van de blekerij opgehouden.
Blijft als residentie in handen van de familie Gilbert tot 1892. Vervolgens in bezit van Egied Edward Masquelier (1892), Lodewijk Jozef de Brouckhoven de Bergeyck (1914), Harold della Faille de Leverghem - de Brouckhoven de Bergeyck (1938). Deze laatste liet het gebouw ontpleisteren, bij zuidgevel de vensters van de tweede bouwlaag vergroten en een erker aanbrengen, de muuropeningen werden ook vernieuwd en de kanaaltjes gedempt.
Rechthoekig kasteel van 1748 verbouwd in het derde kwart van de 20ste eeuw; noord- en zuidgevels van negen traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (leien) met recente dakkapellen. Noordgevel met rechthoekige dakvensters in houten omlijsting met voluten, gebogen kroonlijst bekroond met vaas; zuidgevel met steekboogvormig dakvenster in houten omlijstig met gebogen kroonlijst. Bakstenen gebouw op deels gecementeerde en deels natuurstenen plint. Recent aangebrachte of vernieuwde hoekstenen en banden van natuursteen; geprofileerde en bepleisterde kroonlijst.
Noordelijke voorgevel : geaccentueerde middentravee van natuursteen met halfzuilen op hoge vierkante sokkel onder architraaf met lijstkapiteel, geprofileerde lijst en kroonlijst waarop balkon met smeedijzeren leuning. Tweede bouwlaag vlakke pilasters onder gebroken boogvormig fronton met vaasvormige bekroning. Rondboogdeur in omlijsting met vlakke stijlen, geriemde boogomlijsting met imposten en sluitsteen. Schouderboogvormig deurvenster in geriemde omlijsting met sluitsteen. Oculus in fronton. Eerste bouwlaag steekboogvensters in geriemde omlijsting van hardsteen, met sluitsteen en geprofileerde lekdrempel. Verder rechthoekige vensters op lekdrempels.
Zuidelijke tuingevel: gedichte zuilengalerij van tweemaal drie traveeën; zuiltjes met eenvoudig kapiteel en geriemde rondbogen met gegroefde sluitsteen, onder verankerd en geprofileerd hoofdgestel van zandsteen. Centrale rechthoekige erker uit het derde kwart van de 20ste eeuw; vlakke arduinen pilasters onder kroonlijst waarop balkon met balusters en postamenten bekroond met vazen. Gelijkvloers rondboogvenster in hardstenen omlijsting met vlakke pilasters, geriemde boogomlijsting met sluitsteen en imposten. Deurvenster in geriemde omlijsting met sluitsteen en oren versierd met bloemmotief. Rondboogvensters en deuren in gedichte zuilengalerij. Overige vensters rechthoekig met negblokken van zandsteen en arduinen dorpels. Zijgevels met aan zuidzijde rondboog met zuiltjes en geriemde rondboog met gegroefde sluitsteen. Nieuwe of vernieuwde rechthoekige muuropeningen met negblokken van zandsteen en arduinen dorpels.
Omhaagd en omgracht domein met grasperk aan zuidzijde, toegankelijk via bakstenen brug met bakstenen leuning afgedekt met hardsteen. Poort bestaande uit geblokte pijlers op hoge sokkel en geprofileerd kapiteel met bolvormige bekroning; hiertussen gesmeed ijzeren hek.
Bron: PLOMTEUX G., STEYAERT R. & WYLLEMAN L. 1985: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 10n2 (Ho-Ra), Brussel - Gent.
Auteurs: Wylleman, Linda
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: WYLLEMAN L. 1985: Linnenblekerij Bleyckhof [online], https://id.erfgoed.net/teksten/13982 (geraadpleegd op ).