Historische stadskern van Dendermonde

inventaris archeologisch erfgoed \ archeologische zone

Locatie

Alternatieve naam Termonde
Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Dendermonde
Deelgemeente Dendermonde
Straat
Locatie Dendermonde (Dendermonde)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • AZ-project historische stadskernen (bureauonderzoek, inventarisatie: 2010 - 2014).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als archeologische zone Historische stadskern van Dendermonde

Deze vaststelling is geldig sinds 19-02-2016.

Beknopte karakterisering

Tags Vastgesteld

Beschrijving

Algemene Beschrijving

Het ontstaan en de historische evolutie van de Oost-Vlaamse stad Dendermonde wordt voor een groot deel bepaald door haar ligging bij twee rivieren, namelijk de Schelde en de Dender. De stad situeert zich in het overgangsgebied tussen de zandstreek in het noorden en de zandleemstreek in het zuiden, maar bevindt zich grotendeels op alluviale bodems van beide rivieren. In de directe omgeving van de historische kern, buiten het alluvium bevinden zich hoofdzakelijk zandleembodems (droge lichte, matig droge, droge en matig natte zandleembodems) en enkele matig droge en matig natte lemige zandbodems die lokaal opduiken. In het alluvium van beide rivieren komen sterk en zeer sterk gleyige kleibodems voor. De historische kern is gelegen in een laag gebied variërend tussen 4,5 m en 7 m TAW. Door de uitgestrekte bebouwde oppervlakte is de oorspronkelijke microtopografie en bodemgesteldheid in de oudste stadskern niet gekend. Op het gewestplan staat de historische kern bijna volledig ingekleurd als woongebied, met enkele kleinere gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut. De oostelijke, zuidelijke en westelijke stadsranden, waar zich relicten van de voormalige bastions en bijhorende waterpartijen situeren zijn als parkgebieden en gebieden voor dagrecreatie ingekleurd.

Archeologische nota

Over het pre-middeleeuwse Dendermonde zijn weinig gegevens gekend. Wel is er een hele reeks eind 19de- en begin 20ste-eeuwse vondsten die aan het licht gekomen zijn bij de indijkings- en baggerwerken van de Schelde en de Dender. Het gaat hierbij voornamelijk om steentijdmateriaal en archaeologica uit de brons- en ijzertijd. In de periode 1933-1935 werd op de Zwijvekekouter een Merovingisch grafveld onderzocht (late 5de tot vroege 8ste eeuw). Deze site bevindt zich ongeveer 1 km ten westen van de historische stadskern. In de omgeving van deze vindplaats werden eveneens twee Romeinse brandrestengraven aangetroffen (Verlaeckt 1999, 41-42).

De oudste verwijzing naar de stad gaat terug tot 1087 in de naam van de toenmalige heer, Rainghotus de Thenremonde (Buyse e.a. 2007, 6). In oorsprong zijn er twee kernen te onderscheiden van waaruit de stad zijn groei zou kennen. Een eerste situeert zich op de rechter Denderoever ter hoogte van de Koornaard, thans Vlasmarkt geheten, met in het zuidwestelijk deel van dit marktplein de Sint-Janskapel (Dhaenens 1961, 3). De tweede kern situeerde zich op de linkeroever van de Dender waar de door de Vis- of Borchtgracht omsloten burcht van Dendermonde gelegen was. Ten westen van het burchtareaal situeerde zich het voorhof dat thans de Grote Markt van Dendermonde vormt. Beide kernen waren door een brug over de Dender met elkaar verbonden. De heren van Dendermonde, die ook voogd waren van de Gentse Sint-Baafsabdij, zorgden voor de uitbouw van de pre-stedelijke nederzetting. Zo ontwikkelde Dendermonde zich tot een belangrijk centrum dat in 1233 stadsrechten kreeg van Robrecht van Bethune.

De burcht zelf, waarvan de oprichting zich mogelijk uit de 10de eeuw dateert (Buyse e.a. 2007, 32), bevond zich op een eiland dat in het oosten door de Dender begrensd werd en in het westen en noorden door de Visgracht of de Borchtgracht. Archeologische informatie over de burchtzone zelf ontbreekt tot vandaag. Door het archeologisch onderzoek voorafgaand aan de heraanleg van de Grote markt in 2002-2003, kwam wel meer inzicht in de ontstaansgeschiedenis van het voormalige voorhof van de burcht van de heren van Dendermonde. Men stelde vast dat dit voorhof door een gracht was omsloten. De Grote Markt vertoont aan de zuid- en westzijde een gebogen verloop die deze oorspronkelijke omgrachting reflecteert. De gracht sloot ter hoogte van het Vleeshuis aan op de Kerkgracht, vandaag de Kerkstraat, die vermoedelijk uitmondde in de Visgracht. In het oostelijk deel van dit voorhof werd een deel van een kerkhof aangesneden, evenals de mogelijke resten van de burchtkapel (Buyse e.a. 2007, 11-42). Dendrochronologisch onderzoek op een funderingsbalk van deze kapel gaf een kapdatum van na 1040 aan. Twee van de bewaarde houten lijkkisten uit het bijhorende grafveld werden eveneens onderworpen aan dendrochronologisch onderzoek. Dit toonde aan dat dit kerkhof zeker in gebruik bleef tot 1077. De gracht die de voorburcht omsloot bedroeg ongeveer 15 m met een maximale diepte van 2 m. Twee balken van de grachtbeschoeiing werden met 14C-datering gedateerd tussen 1010 en 1170. In de eigenlijke grachtvulling konden drie fasen vastgesteld worden waarbij de laatste heruitgraving in de loop van de 12de eeuw plaats vond. Deze gracht met defensieve functie zou stilaan opgevuld geraken en op het eind van de 13de-begin 14de eeuw werd zij definitief gedempt en men voorzag het zo ontstane marktplein van een natuurstenen verharding. Op dit marktplein werden een aantal publieke gebouwen opgericht zoals het vleeshuis, de lakenhalle en het belfort. Op dezelfde rechter Denderoever ten westen van het burchtareaal liet de heer van Dendermonde in de 11de eeuw een kerk oprichten die aan Onze-Lieve-Vrouw toegewijd was. Door de bevolkingstoename zal in de loop van de 13de eeuw deze kerk vervangen worden door een kerkgebouw in gotische stijl. Tot vandaag vormt ze de kerk van de Onze-Lieve-Vrouwparochie.

Geen enkele historische bron geeft aan wanneer de eerste stadsversterking werd opgericht. Een eerste verwijzing naar de versterking is er in een oorkonde uit de late 12de eeuw (1190). Het gaat om een oorkonde over de toltarieven op de Dender voor het transport van en naar Aalst. Hierin wordt er gesproken over een portas aquarium, een waterpoort op de Dender. Wat een bewijs is dat er op dat ogenblik al een stadsversterking aanwezig was, en dit wellicht zowel op linker- als op rechteroever. Het deel ten noorden van de Dender begon ter hoogte van de Vliet, vandaag de Vondelbeek, draaide naar het oosten toe rond de Onze-Lieve-Vrouwkerk om verder oostwaarts aan te sluiten op de Schelde. Een stuk van het westelijk en het noordelijk deel van dit tracé stemt overeen met de huidige Lodewijk Dosfelstraat en de Noordlaan. Op de rechteroever vormde de Torengracht die begon aan de Vliet de oudste stadswal die in het noorden aansloot op de Dender. Deze werd vervolgens uitgebreid met een tweede stadswal, de Vest, waardoor de stad aan de oostzijde over een dubbele omgrachting beschikte. Het tracé van deze meest oostelijke gracht weerspiegelt zich in de huidige Sint-Rochusstraat en de Oude Vest. De parallel verlopende gracht aan de stadszijde is nog grotendeels te volgen in de perceelsstructuur. In de loop van de 13de eeuw wordt de eerste stadsomwalling op de rechteroever uitgebreid. De nieuwe stadswal vertrok eveneens aan de Vliet, maakte een bocht omheen het nieuwe en oude begijnhof en omsloot vervolgens de parochiekerk en een deel van de parochie Sint-Gillis. In 1214-1221 was ter hoogte van de parochiekerk het Sint-Gillishospitaal gevestigd waaraan deze parochie haar naam dankt. Dit hospitaal werd in 1223 omgevormd tot cisterciënzerinnenklooster. Het klooster zou in 1228 verhuizen naar de buiten de stadsmuren gelegen Zwijvekekouter, vanwaar haar naam, abdij van Zwijveke. De gewezen kloosterkerk werd de parochiekerk van Sint-Gillis. Het begijnhof dat zich eveneens in het stadsgedeelte op de rechter Denderoever situeert ontstond waarschijnlijk tussen 1260 en 1272. In 1288 namen de meeste begijnen hun intrek in een volledig omwald begijnhof. In dit stadsgedeelte situeerde zich later ook het birgittinessenklooster dat gesticht werd in 1466.

In de tweede helft van de 14de eeuw, toen de stad onder het rechtstreeks bestuur viel van de Vlaamse graaf Lodewijk van Male werden de stadswallen verstevigd en uitgebreid (Buyse e.a. 2007, 17-21). In 1380 bij de inname van de stad door de Gentenaars werden de stadspoorten en de omwalling sterk beschadigd. De heropbouw van de stadsmuren zou verscheidene jaren in beslag nemen. De nieuwe stadsomwalling had bakstenen stadsmuren die op regelmatige afstand voorzien waren van torens en stadspoorten ter hoogte van de invalswegen (Buyse e.a. 2007, 14-15). Deze laatmiddeleeuwse stadsomwalling, zoals ze onder meer te zien is op het stadsplan van Jacob van Deventer uit 1565, blijft tot op heden bewaard in de ruimtelijke structuur van de huidige stad. Op de rechteroever stemt ze overeen met de huidige Begijnhoflaan in het westen, de Zuidlaan in het zuiden en meer naar het oosten toe met de Leopold II-Laan.

In de periode 1577-1578 werd omwille van de evoluties in de toenmalige artillerie door het stadsbestuur beslist om de middeleeuwse stad te moderniseren tot een gebastioneerde versterking (Dhaenens 1961, 10-11). De gravure van Sanderus uit 1641 geeft een goed beeld van de stad in zijn 17de-eeuwse vorm. In 1706, tijdens de Spaanse Successieoorlog werd de stad grotendeels in puin geschoten. Hierop volgde een heropbouw in 1708 naar de principes van maarschalk-architect Vauban. Op het eind van de 18de eeuw liet Jozef II de versterking ontmantelen, maar na het Congres van Wenen werd de stad vanaf 1816 opnieuw versterkt, als onderdeel van de Wellingtonlinie tegen Frankrijk. Tot vandaag zijn aan de zuidwest-, zuid- en oostzijde van de stad relicten bewaard van de bastions met bijhorende waterpartijen. De verdwenen bastions rondom de stad zijn ook nog vrij goed in de huidige percelering te traceren.

Eind jaren ‘70 en vooral tijdens de jaren ’80 en ’90 van vorige eeuw werden door de Werkgroep Archeologie en Monumentenzorg van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde, talrijke werfcontroles en kleinschalige archeologische onderzoeken uitgevoerd in de Dendermondse binnenstad (Verlaeckt 1999, 42-44). In het begin van deze eeuw volgen enkele middelgrote tot grote archeologische projecten, voorafgaand aan infrastructuur- of bouwprojecten.

Evaluatie van de bewaringstoestand en motivatie voor de afbakening

De stedelijke ruimte bewaart sporen van samenlevingen die daar achtereenvolgens aanwezig waren en deze ruimte aan hun noden hebben aangepast. Ze is met andere woorden het resultaat van een complex levenstraject waarbij de invulling veranderlijk was naargelang de sociaal-economische, maatschappelijke en institutionele context. Meer nog dan bij dorpen hebben stadsplattegronden een cumulatief karakter en verschillende fasen. De meeste steden zijn niet als geheel gepland, maar hebben vaak een oude nederzettingskern die teruggaat op een burcht of abdij, een economische infrastructuur of andere. Soms kunnen deze zelfs refereren naar een oudere, vroeg- of pre-middeleeuwse aanwezigheid.

Het gebruik van de 19de-eeuwse kadasterkaart (gereduceerd kadaster) als bron voor het onderzoek naar de historische gelaagdheid van een stad wordt gesuggereerd omdat deze een tijdsbeeld geeft van net voor de industrialisering en omdat dit de eerste nauwkeurige versie van het kadaster is met perceelsaanduiding. De oorspronkelijke perceelsindeling van een stad is een relatief stabiel element in de plattegrond, die vaak een prestedelijke oorsprong kent. Ondanks de processen van herverdeling blijven oude bezitsgrenzen en straatpatronen toch lang zichtbaar in het stedelijke landschap. De historische stedelijke kernen zijn immense archeologische sites en behoren tot de meest uitgebreide en complexe sites ter wereld, zowel in extensie als in stratigrafie. Tegelijkertijd zijn deze sites door permanente verstedelijking en stedelijke ontwikkeling ter plaatse zwaar bedreigd.

Wat betreft de afbakening wordt er traditioneel van uitgegaan dat de aanwezige versterkingen in de eerste plaats louter defensieve structuren waren en als dusdanig infrastructuur met een zware belemmerende invloed op de stadsontwikkeling. Hieruit volgt de constructie om de stadswallen te beschouwen als grenzen aan de stadsgroei en dus als bepaling van stadsfasen. De stadswallen vormen een belangrijk onderdeel van de stedelijke identiteit en zijn als zodanig actieve componenten en bepalend voor de conceptuele stedelijke ruimte vóór de industriële periode en dus ook betekenisvol als afbakening van de complexe archeologische sites die steden zijn.

Omwille van al deze redenen wordt de grens van de archeologisch complexe en waardevolle ruimte vastgelegd op de buitenste afbakening van de stadsgracht rond de wallen en muren. De grachten bieden bovendien goede bewaringscondities voor organisch stedelijk afval. In een aantal gevallen werden de laatmiddeleeuwse muren tussen de 16de en de 18de eeuw vervangen door bastions en Vaubanversterkingen. De vergelijking met oudere stadsplannen laat echter steeds zien dat deze latere omwallingen ook de volledige laatmiddeleeuwse ruimte omvatten.

Het intekenen van de kernen gebeurde vanuit de ruimste perceelsafbakening en rekening houdend met belangrijke fysieke grenzen. Deze afbakening concentreert zich in de eerste plaats op de begrenzingen die zichtbaar zijn op de kaart, zoals stadsmuren, omwalling, stadsgrachten. Ook de open ruimten tussen de bebouwde kern en strategische elementen, zoals de rivieroever, worden opgenomen. Op deze manier zijn we honderd procent zeker dat de afbakening van de historische stedelijke kernen in Vlaanderen dekkend is voor de volledige zone met complex stadsarcheologisch erfgoed (Tys e.a. 2010).

Bibliografie

Gereduceerde Kadasterkaart van België, Dépôt de la Guerre, uitgegeven in 1845-1855, schaal 1:20.000.

BAUWENS-LESENNE M. 1962: Bibliografisch repertorium der oudheidkundige vondsten in Oost-Vlaanderen : vanaf de vroegste tijden tot aan de Noormannen, Oudheidkundige repertoria II, Brussel.

BEECKMAN D. & GOUDIE-FALCKENBACH E. 2006: Noodonderzoek Grote Markt 19, Dendermonde: een laatmiddeleeuwse beerput en de muur van een "steen" (O.Vl.), Archaeologia Mediaevalis 29, 7-8.

BEECKMAN D. & LAMBRECHT G. (eds.) 2007: De Cop doorgespoeld. Een 16e-eeuwse beerputvulling anders bekeken, Dendermonde.

BOVYN M. 1976: Ontstaan en ontwikkeling van Dendermonde, Groot-Dendermonde, Gedenkschriften van de Geschiedkundige kring van het Land van Dendermonde, reeks IV, deel 2, 166-173.

BUYSE P., MEGANCK L., VANDEWEGHE E. & VERVOORT R. 2007: De Grote Markt van Dendermonde van boven tot onder bekeken, Kleine cultuurgidsen, Gent.

DAUWE J. 1985: De militaire gebouwen van de vestingsstad Dendermonde naar de Atlas van Nicolas Jamez (1755), Gedenkschriften van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde, vierde reeks, deel 6, 62-67.

DE POTTER F. & BROECKAERT J. 1889-1893: Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, reeks 4. Arrondissement Dendermonde, 3 delen, Gent.

DE VLAMINCK A. 1998: De stad en de heerlijkheid Dendermonde. Geschiedkundige opzoekingen. II. Oorsprong en plaatsbeschrijving van Dendermonde, 5-102, Staden (heruitgave Gedenkschriften van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde, reeks I, deel 3 & 4, reeks II deel 1 & 3).

GOUDIE FALCKENBACH E., Ryssaert C., BRION M., CASTEX D., ROUSIC M., COLOMBO A. & KNEUVELS D. 2012: Archeologisch onderzoek in Dendermonde op de site van het voormalige Birgitinessenklooster Maria Troon, Archaeologia Mediaevalis 35, 142-149.

GOUDIE FALKENBACH E., RYSSAERT C., CASTEX D., ROZIK M., COLOMBO A., BRION M. & KNEUVELS D. 2012: Archeologisch onderzoek Dendermonde - site Mariatroon, Brusselsestraat/Zuidlaan, Antea Archeologie Rapporten 07/2012.

HEYVAERT B. 2012: Archeologische observaties Oude Vest - Leopold II-laan Dendermonde, onuitgegeven rapportage vondstmelding.

JANSSENS D. e.a. 2012: Archeologische prospectie met ingreep in de bodem aan de Oude Vest 10-18, Dendermonde, BAAC Vlaanderen Rapport 33.

REYNS N. & BRUGGEMAN J. 2011: Archeologisch vooronderzoek Dendermonde - Kerkstraat 42, Rapporten All-Archeo bvba 051, Bornem.

STROOBANTS A. 1981: Archeologisch onderzoek te Dendermonde (1980) (O.-Vl.), Archaeologia Mediaevalis 4, 41-42.

STROOBANTS A. 1982: Archeologisch onderzoek te Dendermonde (O.-Vl.), Archaeologia Mediaevalis 5, 52-53.

STROOBANTS A. 1983: Archeologisch onderzoek te Dendermonde (O.Vl.), Archaeologia Mediaevalis 6, 45-46.

STROOBANTS A. 1984: Archeologisch onderzoek te Dendermonde (O.-Vl.), Archeologia Mediaevalis 7, 51.

STROOBANTS A. 1986: Archeologisch onderzoek in de Sint-Gilliskerk te Dendermonde (O.-Vl.), Archaeologia Mediaevalis 9, 37.

STROOBANTS A. 1987: Archeologisch onderzoek te Dendermonde (O.-VL.), Archaeologia Mediaevalis 10, 60.

STROOBANTS A. 1988: Archeologisch onderzoek te Dendermonde (O.-Vl.), Archaeologia Mediaevalis 11, 64-65.

STROOBANTS A. 1989: Stadsarcheologisch onderzoek te Dendermonde (O.-Vl.), Archaeologia Mediaevalis 12, 55.

STROOBANTS A. 1992: Stadsarcheologisch onderzoek te Dendermonde, Archaeologia Mediaevalis 15, 55-56.

STROOBANTS A. 1993: Stadsarcheologisch onderzoek te Dendermonde (O.-Vl.), Archaeologia Mediaevalis 16, 65-66.

STROOBANTS A., HANSSENS F., STEYAERT D., LEYBAERT J. & VAN VOSSOLE M. 1980-1981: Archeologisch kroniek, Dendermonde 1979-1980, Gedenkschriften van de Oudheidkundige kring van het Land van Dendermonde, 4de reeks, deel 5.

STROOBANTS A. & PÉE L. 1981: De abdij van Zwijveke 1223-1981, Dendermonde.

TAELMAN E. & URMEL L. 2008: Archeologisch proefonderzoek Oude Vest Dendermonde, onuitgegeven rapport.

TYS D., BUYLE E., VERDURMEN I. & CANTERS F. 2010: Vectorisering en karakterisering van nederzettingskernen op basis van het zgn. 'gereduceerd kadaster', Skar-Rapport 5, Brussel.

VAN DOORSELAER A. 1958: De Merovingische begraafplaats te Sint-Gillis-bij-Dendermonde, Gedenkschriften van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde, Bijzondere Uitgaven, 17, Dendermonde.

VAN DOORSELAER A. & OPSTEYN L. 1999: Saksische brandrestengraven op de Zwijvekekouter te Dendermonde, VOBOV-info 50, 15-22.

VERLAECKT K. 1999: Dendermonde archeologisch bekeken: een beknopte historiek, VOBOV-info 50, 42.

VERVOORT R. 2004: Graven onder de markt: archeologisch onderzoek op de Grote Markt te Dendermonde (O-Vl.). Eerste resultaten opgravingscampagne 2002-2003, Archaeologia Mediaevalis 27, 102-106.

VERVOORT R. 2006: Vier jaar archeologisch onderzoek in Dendermonde, VOBOV-info 63, 12-28.

VERVOORT R. 2006: Opgravingen in Dendermonde (Kerkstraat-Sas): site toekomstige stadsbibliotheek (O.-Vl), Archaeologia Mediaevalis 29, 121-122.

VERVOORT R. 2007: Archeologisch onderzoek naar het Birgittinessenklooster, Cronycke. Mededelingenblad van de Oudheidkundige Kring van Dendermonde 23, september 2007, 7-10.

YPERMAN W. 2009: "Au Port" archeologisch onderzoek aan de Noordlaan - Kasteelstraat te Dendermonde, AS- Rapportage 2008 – 28, Mechelen.

YPERMAN W. 2010: Archeologisch onderzoek in Huis Van Winckel (Dendermonde - Oost-Vlaanderen), AS - Rapportage 2008 - 31.

http://www.dendermonde.be/file_uploads/11535.pdf (geraadpleegd op 30 juli 2014).

http://www.dendermonde.be/product.aspx?id=1550 (geraadpleegd op 30 juli 2014).

http://www.dendermonde.be/product.aspx?id=1937 (geraadpleegd op 30 juli 2014).

Bron: AZ-dossier

Auteurs: Onbepaald

Datum tekst: 2014

Relaties

maakt deel uit van Dendermonde

Dendermonde (Dendermonde)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.