is aangeduid als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Kasteel Tiburhof: kasteeldomein en aanhorigheden
Deze bescherming is geldig sinds
is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kasteeldomein Tibur
Deze vaststelling is geldig sinds
omvat de aanduiding als beschermd monument Kasteel Tiburhof
Deze bescherming is geldig sinds
is deel van de aanduiding als beschermd cultuurhistorisch landschap Zennegat - Battenbroek: fase 5
Deze bescherming is geldig sinds
is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kasteel Tibur
Deze vaststelling was geldig van tot
De site wordt op de Ferrariskaart (1770-1777) aangeduid als “cense Steenhuys” en bestaat uit twee omwalde eilandjes. Het noordelijke waarop zich de hoeve en bijgebouwen bevinden, is bereikbaar via een westelijke toegangsbrug. Ten zuiden is een tweede geometrische eilandtuin aangelegd, vermoedelijk een combinatie van nuts- en siertuin.
In 1807 laat Pierre Joseph De Waepenaert samen met zijn eerste echtgenote Marie Amélie Joanna Josephina Huens het huidige landhuis optrekken. Het goed krijgt op de Atlas der Buurtwegen (circa 1840) dan ook de titel “Kasteel van Tibur” toegekend. Naast de woning werd ondertussen ook de omgeving aan de tuinstijl die op dat moment “en vogue” was aangepast. De verbreding van de oostelijke grachtarm tot een onregelmatig gevormde vijver is een duidelijke indicatie dat het parkje een make-over in landschappelijke stijl verkreeg. Na het overlijden van De Wapenaert werd het goed als buitenverblijf of “huis van plaisantie” gebruikt door zijn tweede echtgenote Maria Carolina Antoinetta Van der Gracht. Zij hertrouwde met Leonard Du Bus de Gisignies, wonende op het kasteel de Renesse in Oostmalle.
Na haar overlijden in 1864 erft haar neef baron Stanislas Jozef Maria ldesbald Gislain Van der Gracht de Fretin het goed. De topografische kaart uit datzelfde jaar toont het kasteeldomein met toegang aan de noordzijde. Het gebouwenbestand is nog steeds geconcentreerd in het noordelijk deel van het domein. Ten noordoosten is een vierkant perceel als moestuin aangeduid. Het park bestaat uit een centraal gazon met begeleidend pad en een omgevende bomenrand. Vermoedelijk laat de nieuwe eigenaar enkele wijzigingen in de bestaande aanleg uitvoeren. Op de topografische kaart van 1892 is immers een groot deel van de omgevende walgracht gedempt. Enkel de vijver en zuidelijke grachtarm blijven gespaard. Op de overgang van vijver naar gracht staat ook al het bruggetje ingetekend op de locatie waar zich nu nog steeds een tuinbrug bevindt. In de moestuin is tegen de noordelijke moestuinmuur de orangerie zichtbaar. Op de topografische kaart van 1930 is de grootste verandering de afbraak van het middelste van de bijgebouwen waardoor een nieuwe inrit tussen de twee resterende dienstgebouwen naar het landhuis gecreëerd kan worden.
Laat-classicistisch landhuis gelegen in een ruim park en begrensd door de oude verbindingsweg Duffel-Rumst ten noorden en de E19 ten oosten.
Landhuis op rechthoekige plattegrond met symmetrische gevelopbouw van respectievelijk vijf en drie traveeën, souterrain en twee bouwlagen, mezzanino en schilddak (kunstleien). Bepleisterde beschilderde lijstgevels op hoge zandstenen plint, gemarkeerd door hoekpilasters, licht verdiepte gevelvlakken en omlopende houten kroonlijst op klossen. Voor- en achtergevel van het dubbelhuistype met middenrisaliet van drie traveeën. De voorgevel met breed bordes en rechthoekige deur in hardstenen entablementomlijsting met opschrift "TIBUR"; op rechter neut "Posé le 1 mai 1807". Achtergevel met drie rondbogige deurvensters op begane grond. Voorts rechthoekige vensters met persiennes en boven- en onderdorpels van arduin.
Bijhorende hoeve met schuur en koetshuis: bakstenen gebouwen onder leien schilddaken. Bepleisterde hoeve met rechthoekige muuropeningen. Schuur en koetshuis gemarkeerd door rondbogen en versieringen van zwarte baksteen. Bij de schuur hoort een laat 19de-eeuwse duiventoren onder leien tentdak, verfraaid met overhoekse baksteenfries. De aanpalende ommuurde moestuin, opgedeeld in vier vakken, is heden deels als boomgaard in gebruik en ligt deels in gras. De oranjerie tegen de noordelijke moestuinmuur is net zoals de schuur en het koetshuis uitgevoerd met rondbogen en versieringen van zwarte baksteen.
In het park bleef de landschappelijke aanleg uit de 19de eeuw grotendeels bewaard. Park met gazons rondom het landhuis, omgevende parkboszones en deels bewaard padenpatroon. Bewaarde zuidelijke grachtarm en opgestuwde vijver met tuinbrug. In het bomenbestand zijn zowel in groep als individueel aangeplante bruine beuken als kleuraccent aangeplant.
Auteurs: Plomteux, Greet; Michiels, Marijke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)