erfgoedobject

Het Moerken

archeologisch geheel
ID
140137
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/140137

Beschrijving

Algemene situering

Wuustwezel Het Moerken is gelegen in de noordelijke veiligheidszone (buffer rond de centrale doelenzone waarop met artillerie wordt gevuurd) van het Groot Schietveld van Brasschaat. Het betreft een mesolithisch sitecomplex, gelegen op een droge zandrug langs de moerassige depressie van Het Moerken, een typische locatie met een hoge kans op de aanwezigheid van uitgestrekte sitecomplexen. Dit gebied vertoont een hoge natuurwaarde en wordt beheerd door het Agentschap Natuur en Bos. De rug is zowel met heide als bos begroeid, terwijl de depressie een natuurlijke moerasvegetatie vertoont. Binnen het militair domein zijn de bodemgegevens niet gekend, maar net erbuiten bevat de archeologische zone steeds matig natte tot natte (drainageklassen c-f) zandbodems (textuurklasse Z) met een duidelijke humus en/of ijzer B horizont. Booronderzoek toonde dat de podzolbodem op de rug goed bewaard is.

Archeologische nota

De steentijdvindplaats Wuustwezel Het Moerken werd ontdekt in mei 2005, tijdens een terreinbezoek op het Groot Schietveld van Brasschaat in het kader van het project “heide-ontwikkeling in militaire gebieden, een onderzoek naar de archeologische rijkdom en de mogelijkheden tot integratie in de beheersplannen”, aansluitend bij het LIFE-project DANAH. Op een afgeplagde strook op de zandrug, waar de zandbodem bloot kwam te liggen, werden talrijke vuurstenen artefacten aan de oppervlakte aangetroffen. In juli-augustus 2006 werd waarderingsonderzoek uitgevoerd op de site in het kader van een project naar finaalpaleolithisch en mesolithisch landgebruik en nederzettingspatronen in de Kempen. Hierbij werden op een centraal gelegen deel van de site (de gehele breedte van de rug over een 200m lange strook) 424 megaboringen (20 cm) geplaatst in een 5x6 m grid. 43 Extra megaboringen werden aan de uiteindes van de rug uitgevoerd. In totaal leverden 42 verschillende boorputjes 57 vondsten op, met maximum drie vondsten per put. Vondsten werden aangetroffen over de gehele centrale strook, met nadruk op de naar de depressie gerichte helling en de top van de rug. De beide laterale uiteinden van de rug leverden eveneens artefacten op. De gehele rug lijkt dan ook silexconcentraties te bevatten. Het ensemble bestaat grotendeels uit chips en ander debitage-afval, met nagenoeg geen werktuigen die enige chronologische toewijzing toelaten. Enkel een groot fragment van een dekkend geretoucheerde spits kan de occupatie in het midden mesolithicum plaatsen, maar de aanwezigheid van andere periodes kan uiteraard niet uitgesloten worden.

De zone bleef de voorbije 120 jaar gevrijwaard van intensieve menselijke verstoring (verkaveling, landbouw, wegenaanleg, industrie...) als gevolg van haar ligging op militair domein, en meer specifiek haar functie als "veiligheidszone" rond de doelenzone. Slechts enkele kraters getuigen van militaire activiteit. Aangezien de site ontoegankelijk en tot voor kort ongekend was, hebben ook amateurarcheologen geen artefacten verwijderd. De enige menselijke verstoringen bestaan uit een zandwinningsput op het noordoostelijk uiteinde, de aanleg van rabatten over een deel van de zone, een eenmalige beploeging van het grootste deel van de zone, en enkele zandwegen. In de droge zones zijn enkel lithische artefacten en verbrand materiaal bewaard, zoals gebruikelijk is in de zandstreek voor deze periodes. De bewaring hiervan is in de goed bewaarde podzolen zeer goed. In de depressie is er tevens potentieel voor bewaring van (organische) artefacten.

Op basis van het waarderingsonderzoek van 2006 wordt de hele rug in de archeologische zone opgenomen, afgebakend met behulp van de boorgegevens, de topografische kaart, de bodemkaart en het digitaal hoogtemodel (DHM). De lager gelegen zones ten noorden van de rug kunnen niet enkel belangrijke geomorfologische gegevens bevatten, maar tevens geïsoleerde vondstenconcentraties. Dit laatste werd reeds duidelijk vastgesteld op gelijkaardige sitecomplexen zoals Meer Meirberg, Lommel Maatheide en Lommel Molse Nete. De depressie van Het Moerken, die ook zeer goed bewaard lijkt, kan belangrijke geomorfologische data opleveren, en potentieel ook paleo-ecologische (veen) en archeologische (artefacten) gegevens bevatten.

  • DE BIE M. & VAN GILS M. 2009: Mesolithic settlement and land use in the Campine re-gion (Belgium). In: MCCARTAN S., SCHULTING R., WARREN G. & WOODMAN P. (red.), Mesolithic Horizons. Papers presented at the Seventh International Conference on the Mesolithic in Europe, Belfast 2005, Oxbow, Oxford, 282-287.
  • VAN GILS M. & DE BIE M. 2006: Kartering en waardering van een nieuw mesolithisch site-complex te Wuustwezel-Het Moerken (prov. Antwerpen), Notae Praehistoricae 26, 157-160.
  • VAN GILS M. & DE BIE M. 2007: Kartering en waardering van een nieuw mesolithisch site-complex te Wuustwezel Het Moerken, Intern Rapport VIOE, Brussel, 15 pp.
  • VAN GILS M & DE BIE M. 2008: Les occupations tardiglaciaires et postglaciaires du nord de la Belgique: modalités d’occupation du territoire, in: FAGNART J.-P., THÉVENIN A. DUCROCQ T., SOUFI B. & COUDRET P. (red.): Le début du Mésolithique en Europe du Nord-Ouest. Actes de la table ronde d’Amiens. 9 et 10 octobre 2004, Mémoires de la Société préhistorique française 45, 205-218.
  • VERDURMEN I. & TYS D., 2005: Heideontwikkeling in militaire gebieden: een onderzoek naar de archeologische rijkdom en de mogelijkheden tot integratie in de beheersplannen. Brussel. Rapport voor het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed.
  • VERDURMEN I. & TYS D. 2007: Centrale Archeologische Inventaris (CAI) III. De archeologische waarde van militaire heidedomeinen. Stand van zaken en richtlijnen voor toekomstig beheer, VIOE-rapporten 03, Brussel.

Bron     : AZ dossier
Auteurs :  Van Gils, Marijn
Datum  :


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Het Moerken [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/140137 (Geraadpleegd op )