Domein Kasteel van Reet

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Domein Kasteel van 't Laer of Laarhof
Provincie Antwerpen
Gemeente Rumst
Deelgemeente Reet
Straat Rumstsestraat
Locatie Rumstsestraat 13-17, Rumst (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Rumst (actualisaties: 04-07-2007 - 05-07-2007).
  • Adrescontrole Rumst (adrescontroles: 18-09-2007 - 18-09-2007).
  • Inventarisatie Rumst (geografische inventarisatie: 01-01-1985 - 31-12-1985).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kasteel van Reet

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Kasteel van Laar met aanhorigheden
gelegen te Rumstsestraat 13-17 (Rumst)

Deze bescherming is geldig sinds 22-05-1974.

omvat de bescherming als cultuurhistorisch landschap Kasteel van Laar: park
gelegen te Rumstsestraat 13-17 (Rumst)

Deze bescherming is geldig sinds 04-02-1977.

Beschrijving

Het ten zuidoosten van de dorpskern van Reet gelegen kasteel van Reet, zogenaamd ‘kasteel van ’t Laer’ of ‘Laarhof’, wordt omgeven door grachten en een park.

Historiek

Het oorspronkelijk kasteel dateert uit het begin van de 16de eeuw. Het werd omstreeks 1650 herbouwd door Jacobus De Raedt, een jonker die in 1648 de heerlijkheden te Reet en Waarloos opkocht. Het nieuwe kasteel verscheen wellicht op oudere grondvesten van een in het begin van de 16de eeuw opgetrokken huis, dat reeds in 1538 vermeld werd als een “steyhe huse met valbrugge, hofgrechten … mette neerhove, huysinge, scheuren, stallinge daaranne gelegen…”. In de hypotheeklening die De Raedt afsloot is sprake van “de nieuwe omwaterde huyse”. In 1652 werd de nieuwe tuin voltooid. Een renaissanceportiek met het kasteel in het verlengde ervan gaf toegang tot het voorhof met daarbij horende hoeve. Vanuit de eerste siertuin, een parterretuin, leidden twee brugjes naar de eilandtuin ten westen van het voorhof en kasteel. Latwerkhagen omgaven het tuinen en het voorhof. Akkers en een omhaagde moestuin namen de oostzijde van het kasteeldomein in. In de moestuin werd een viskweekvijver aangelegd. Een akte van 1657 beschrijft het goed als een “schoon nieuw opgebouwt casteel ende woonhuys uyt het water opgemetst, met schoen grachten rontsomme, met twee optreckende brugge, het neerhoff mette stallinghe, schueren, …”.

De volgende eigenaars waren vanaf 1665 Jean Baptiste della Faille, burgemeester van Antwerpen, en diens echtgenote Anna Van de Werve. In 1692 werd het kasteel gekocht door Johan van den Branden, wiens nakomelingen het goed tot een erfverdeling in 1828 bezaten. Begin 18de eeuw werd het kasteel vergroot en verfraaid door Cornelius van den Branden, die het kasteel in 1709 geërfd had. Gebaseerd op zijn kennis en inspiratie vergaard tijdens reizen naar Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Italië liet hij rond het kasteel een nieuw grachtenpatroon aanleggen, bestaande uit twee omwalde eilanden aan de oostzijde en een nieuwe moestuin ten noorden ervan op de plaats van het voormalige akkerland. De oude moestuin werd omgevormd tot een sterrenbos. Twee triomfbogen werden opgericht in de oostelijke zichtas. De tuin werd versierd met verschillende beelden. Vanaf 1739 tot 1911 werd het park onderhouden door een tuinman van de familie Hendrickx, waardoor het perspectief nog steeds bewaard is.

Op de kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778) wordt het kasteel voorgesteld als een omgracht kasteel. Dreven omgeven het kasteeldomein. Binnen de omgrachting ligt het kasteel in de zuidoostelijke hoek, omgeven door moestuinen. Ten oosten van een noord-zuid lopende dreef bevinden zich twee eilandjes, elk binnen een rechthoekige omgrachting en bereikbaar via een brug. De kaart van Vandermaelen (1846-1854) geeft het “Château de Reeth” weer als een kasteel binnen een onregelmatige omgrachting met twee rechthoekige percelen binnen een tweede omgrachting.

Het kasteeldomein onderging vanaf 1854 onder de eigenaars Franciscus Josephus Hickendorff, Egidius Schaeffer en Josse van den Broeck een transformatie tot landschapspark. Een dubbele dreef scheidde al sinds 1650 het kasteel met siertuin van de eilanden met de moestuin en het sterrenbos. Hickendorff liet deze dreef vellen om een open grasveld met open doorzichten te creëren. Achter de parterretuin en bij één van de paviljoenen werd een grasveld aangelegd. De hagen verdwenen rond 1870; de parterretuin werd opgeruimd en de grachten rondom het sterrenbos werden gedempt. De rechtlijnige oevers kregen meer bochtige vormen. Nieuwe zichten naar de tuinbeelden vanaf het kasteel werden gecreëerd. Bij de landschappelijke vijver werd een aanlegsteiger met vaas- en bolbekroning gebouwd. Een boogbrug leidde naar de moestuin met het neogotisch tuinpaviljoen. Het sterrenbos werd gekapt in 1889 en deels vervangen door een grasveld, deels door bos. Sinds 1938 was het domein eigendom van graaf André de Grelle.

Beschrijving

Kasteel

Het dubbel omwalde kasteel heeft een vierkant grondplan en telt zes traveeën en twee bouwlagen + souterrain (laatstgenoemde niet zichtbaar aan de zuidzijde) onder twee overkragende leien schilddaken (nok parallel aan de zuidgevel) op houten modillons en met topvazen. Tegen de vijfde travee van de zuidgevel staat een vierkante toren van vijf geledingen onder een overkragende leien spits met windwijzer. De deels bepleisterde (kelderverdieping + zuidgevel) verankerde bak- en zandstenen lijstgevels hebben hoekstenen en speklagen. In de loop van de 19de eeuw zijn de rechthoekige beluikte vensters aangepast. In de middentravee van de zuidgevel is in de 19de eeuw een portaal van drie verdiepingen afgesloten met driehoekig fronton en topvaas aangebouwd, op de tweede bouwlaag bevinden zich een deurvenster in een sobere neoclassicistische omlijsting en een balkon met smeedijzeren leuning gevat tussen postamenten met schilddragende hermen. Resten van de binneninrichting dateren uit de 17de en de 18de eeuw, onder meer de gootsteen (circa 1650), de schoorsteenmantel (circa 1650) en de Delftse tegels in de kelderkeuken; de schoorsteenmantel en deuromlijsting in rococo van 1740 in de salon; de schoorsteenmantel in rococostijl uit het vierde kwart van de 18de eeuw in de slaapkamer; het plafond van de trapzaal met rocaillestucwerk (circa 1750); de vestibule met wandfontein (circa 1750).

Ten westen van het kasteel, tussen de beide grachten, staan een wagenhuis en stalling van negentien + één travee en één bouwlaag onder een leien schilddak (nok parallel aan de oostgevel) met dakkapellen in kern te dateren in de 17de eeuw, maar aangepast in de loop van de 18de en 19de eeuw. De verankerde bakstenen oostelijke lijstgevel op een bepleisterde plint vertoont steigergaten en getraliede natuurstenen kruis- en bolkozijnen. Verder zijn vier geprofileerde rondboogdeuren met sleutel en imposten aangebracht; in de middentravee gaat het om twee grote rondboogpoorten met sleutel respectievelijk bekroond door een terracotta Christus- en Mariaborstbeeld, toegeschreven aan Lucas Faydherbe. Het geheel is gevat in een vlakke omlijsting.

Park met paviljoenen

Het kasteel wordt omgeven door een landschapspark. Dreven aan de buitenzijde van de omgrachting omgeven het kasteeldomein. Een oost-west lopende dreef van zomereik (Quercus robur) met twee perspectiefgevende triomfbogen van 1729 loopt vanuit het oosten naar het kasteel. De eerste triomfboog omvat een geprofileerde rondboog met sleutel en imposten geflankeerd door telkens twee Korintische zuilen onder een klassiek hoofdgestel, gedateerd 1729. Verder ten oosten op einde van de dreef staat de tweede kleinere boog met uitgewerkte westzijde: de geprofileerde rondboog met golvende sleutel en imposten wordt geflankeerd door telkens twee Dorische pilasters onder een klassiek hoofdgestel waarop de aanzet van een verdwenen bekroning zichtbaar is.

Verder komen in het park nog twee polygonale paviljoentjes voor. Ten noordwesten van het kasteel staat een bepleisterd en beschilderd rococo theehuis van circa 1750, naar verluidt hier geplaatst in loop van de 19de eeuw. Het theehuis heeft een leien koepel met topvaas en een rechthoekige deur onder een mooi snijraam gevat in een geriemde en beschilderde zandstenen omlijsting met rocaillesleutel (1810). Ten noorden van de moestuin, die ten noordoosten van het kasteel ligt, bevindt zich een fraai gietijzeren paviljoentje in neogotische stijl uit de tweede helft van de 19de eeuw, opengewerkt met glas in lood ramen. Dit paviljoen is afkomstig van de wereldtentoonstelling te Antwerpen (1885) en zou hier geplaatst omstreeks 1900.

Een gietijzeren brug met houten balusters over de tweede omwalling bevindt zich ten noordoosten van het kasteel, de aanlegsteiger ligt ten oosten. Aan de zuidzijde van het park langs de Rumstsestraat bevindt zich een ijzeren hek met pijnappelmotief tussen twee geringde hardstenen pijlers met bekronende topvazen. Een verankerde rondboogbrug over de tweede omwalling geeft toegang tot het kasteel.

Verder werd het park tijdens de 19de eeuw versierd met talrijke mythologische tuinbeelden, waarvan enkele toegeschreven worden aan Lucas Faydherbe. Op het moment van de bescherming (1974) bevonden zich volgende beelden in het park: een beeldengroep met de Tijd van harde, groene fijnkorrelige zandsteen (1e kwart 18de eeuw), een beeld van Hercules in dezelfde zandsteen (circa 1700), twee beelden van Anfitote en Neptunus (circa 1700), twee borstbeelden in steen van een vrouw en van Satan bij de eerste triomfboog (circa 1725), twee puttibeelden in steen (18de eeuw), een Chinese fruitverkoopster in terracotta (3de kwart 18de eeuw) en een stenen beeld de Trouw (4e kwart 18de eeuw).

  • Onroerend Erfgoed Antwerpen, beschermingsdossier DA000322, Kasteel van Laar, historische nota (1974)
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden van Jozef Jean François de Ferraris, opgesteld tussen 1770-1778, schaal 1:11.520.
  • Topografische kaart van België, Nationaal Geografisch Instituut, uitgave 2006, schaal 1:10.000.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven tussen 1846-1854, schaal 1:20 000.
  • BAETENS R. 2013: Het ‘soete’ buitenleven. Hoven van plaisantie in de provincie Antwerpen, 16de-20ste eeuw, Antwerpen, 166, 169, 170, 173, 189, 190.
  • S.N. 1977, Reet, Kastelen en buitenplaatsen, 204-205.
  • WILSENS S. 1972: Kastelen in Antwerpen, s.l., 80-81.

Bron: -

Auteurs: Cox, Lise

Datum tekst: 2015

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Rumstsestraat

Rumstsestraat (Rumst)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.