Kasteeldomein Hof ter Linden

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Schilde
Deelgemeente 's Gravenwezel
Straat Hof ter Linden
Locatie Hof ter Linden 57-59, Schilde (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Schilde (actualisaties: 22-08-2007 - 22-08-2007).
  • Adrescontrole Schilde (adrescontroles: 26-10-2007 - 26-10-2007).
  • Inventarisatie Schilde (geografische inventarisatie: 01-01-1985 - 31-12-1985).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kasteel Hof ter Linden

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Kasteel Hof ter Linden en omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 09-07-1980.

omvat de bescherming als monument Kasteel Hof ter Linden
gelegen te Hof ter Linden 59 (Schilde)

Deze bescherming is geldig sinds 13-11-2003.

omvat de bescherming als monument Kasteel Hof ter Linden: remise
gelegen te Hof ter Linden 57 (Schilde)

Deze bescherming is geldig sinds 13-11-2003.

omvat de bescherming als monument Kasteel Hof ter Linden: toegangsbrug en -poort
gelegen te Hof ter Linden zonder nummer (Schilde)

Deze bescherming is geldig sinds 13-11-2003.

Beschrijving

Hof ter Linden is een rechthoekig kasteel, gelegen in een nagenoeg trapeziumvormige omgrachting met vijver in het zuidwesten. Het kasteel is onder meer voorzien van een koetshuis ten noorden; het domein is toegankelijk via een boogbrug met toegangspoort. Het kasteeldomein wordt begrensd door de Boterlaarbaan, Beukendreef en Cluyskerkpad en wordt omgeven door villawijken.

Historiek

Het Hof ter Linden is net zoals het grote kasteel te ’s Gravenwezel, onverbrekelijk verbonden met de adellijke familie Gillès de Pélichy en vormt dus een belangrijke schakel in de 19de- en 20ste-eeuwse geschiedenis van de streek. Bovendien bevond zich op het uitgestrekte, trapeziumvormige domein met de eeuwenoude bomen en grachten tijdens de 17de en 18de eeuw het prestigieuze ‘hof van plaisantie’ van de kapitaalkrachtige families Ferment, del Campo, Goubeau en de Meulenaer. Het “Château Terlinden” wordt op de kabinetskaart van de Ferraris voorgesteld binnen een trapeziumvormige omgrachting, omgeven door dreven. De gebouwen bevinden zich in het noordwesten van het domein. Ten zuiden ervan liggen de geometrisch aangelegde tuinen, in het zuiden van het domein is een parkbos aangelegd dat van de tuin wordt afgesloten door een gracht en toegankelijk is via een bruggetje.

Het huidige kasteel, de remise en het Engelse landschapspark dateren van circa 1818. De opdrachtgever was vermoedelijk Charles Van Asten, die het goed op 20 december 1808 van de erfgenamen van Catherine-Caroline-Jeanne de Knyff, de weduwe van Guillaume-Théodore-Louis de Meulenaer, aankocht en die in 1818 burgemeester van ‘s Gravenwezel werd. In 1828 beëindigde hij zijn loopbaan als burgemeester en verkocht hij het Hof ter Linden aan Philippe-Arnould Gillès, de echtgenoot Marie-Caroline Roose. Het kasteeldomein is in zijn huidige vorm duidelijk herkenbaar op de kaart van Vandermaelen (1846-1854).

Tot in 1986 bleef het eigendom van de adellijke familie Gillès de Pélichy. Kort na de Tweede Wereldoorlog werden aan het exterieur van het kasteel enkele storende aanpassingen aangebracht. De oorspronkelijke dakvorm werd gewijzigd, de frontons boven de zijtraveeën aan de voor- en de achterzijde werden weggebroken en de buitengevels werden ontpleisterd en opnieuw ingevoegd. Het planconcept, de interieurindeling met de distribution, de convenance en de commodité, de wanden, de schouwen, de plafonds, de plankenvloeren, de parketvloeren en de ramen en deuren van circa 1818 bleven grotendeels intact.

Beschrijving

Kasteel

Aangepast aan de status van zijn opdrachtgever, kreeg het kasteel van het Hof ter Linden circa 1818 een sterk monumentaal karakter met strak gepleisterde en in een lichte kleur geschilderde gevels. Tot in 1940-1944 behield het exterieur grotendeels zijn oorspronkelijke uitzicht met aan de voor- en achterzijde geprononceerde zijpartijen van drie bouwlagen, bekroond door driehoekige frontons met halfronde vensters. De middentraveeën bevatten lijstgevels van drie traveeën en twee bouwlagen. Een hellend vlak in de tuinaanleg leidde naar drie identieke rondboogvormige deurvensters met doorgetrokken imposten, die toegang verleenden tot de plechtstatige vestibule. Alle vensters van de gelijkvloerse verdieping van het kasteel zijn rondboogvormig. Op de eerste verdieping bevinden zich grote rechthoekige vensteropeningen met hardstenen bovendorpels en doorgetrokken hardstenen onderdorpels. De persiennes van de gelijkvloerse en de eerste verdieping bleven bewaard.

Interieur

De plattegrond van het kasteel is rechthoekig. Ook in het interieur opteerde de ontwerper voor rechthoekige ruimtes. Opvallend, maar typerend voor de interieurkunst tijdens het Franse en Hollandse bewind, is het symmetrisch concept en de sobere en heldere structuur van de kamers. Het souterrain bevatte de keuken en verscheidene dienstvertrekken. Op de gelijkvloerse verdieping waren de prestigieuze vestibule, de eetkamer, het grote salon, de trapzaal, een kamer naast de vestibule en een smalle kamer naast de eetkamer gesitueerd. Op de eerste verdieping bevonden zich de slaapkamers van de familie en hun eventuele gasten. De slaapkamers voor het huispersoneel waren op een discrete manier onder het dak ondergebracht.

De schouwen werden in het midden van de kamerwanden opgesteld met telkens een deur aan de linkse en rechtse zijde. De sobere vormgeving van de schouwmantels met de licht gebogen wangen en de rechthoekige haardopeningen is in vijf kamers op de gelijkvloerse en de eerste verdieping quasi identiek. Telkens schragen sterk gestileerde voluten rechte schouwbladen. Wel werden verschillende marmersoorten toegepast. Grote schouwspiegels in rechthoekige lijsten en smalle rechthoekige lijsten die mogelijk schouwschilderijen bevatten, sieren de houten strakke bekledingen van de schouwboezems.

In de plechtstatige vestibule opteerde men voor een stenen vloer in witte marmer uit Italië. De bevloering van de overige kamers werd in hout uitgevoerd. De meeste kamers bevatten eenvoudige vlakke stucwerkplafonds met strenge wand- en plafondlijsten of gebogen kooflijsten. In de vestibule kreeg de kroonlijst onder het plafond extra aandacht. Consoles met bladwerk schragen het lijstwerk.

De dubbele en enkele rechthoekige binnendeuren van het kasteel bevatten twee of drie panelen. De deurlijsten steunen op basementen die even hoog als de stootplinten zijn. In de meeste kamers ontbreken de oorspronkelijke krukken op de deuren. Bij de beglaasde rondboogdeuren van de eetkamer en de kleine tussenruimte zijn de sloten oplegsloten en werden de slotkasten duidelijk zichtbaar boven op de deurstijlen bevestigd. De klinken van de rondboogdeuren werden amandelvormig uitgewerkt en met geelkoper overtrokken. In de prestigieuze kamers paste de ontwerper als sluitsysteem het espagnolet-systeem toe. Met een geelkoperen knop, gemonteerd op een zwanenhalsvormige ijzeren staaf, wordt de grendel omhoog geschoven. De vierkante ramen van de kelderverdieping, een aantal ramen op de gelijklvoerse en de eerste verdieping en alle ramen van de mezzanino werden oorspronkelijk geopend en gesloten door middel van de houten binnennaald, die als wervelbalk werd geconcipieerd.

In de eetkamer bleven de oorspronkelijke empireschilderingen in gepatineerde groenachtige bronskleur op de drie houten rechthoekige vleugeldeuren zichtbaar. Op de bovenpanelen werden leeuwenkoppen uitgebeeld. De wijnranken met de pijlenkokers op de langgerekte middenpanelen en vruchtenschalen met de druiventrossen op de onderpanelen refereren aan de bucolische genoegens, die eigen zijn aan een eetkamer. Een monumentale trap met treden in eikenhout, een handgreep in mahoniehout, recent geschilderde gedraaide balusters en een geschilderde trapboom leidt naar de eerste verdieping. De drie eerste treden werden rond aangezet. De gesculpteerde trappaal in neorococostijl is een toevoeging uit het midden of de tweede helft van de 20ste eeuw. Op de eerste verdieping bevonden zich oorspronkelijk aan de voorzijde en aan de rechtse zijde van het kasteel twee grote appartements met telkens een grote slaapkamer met een alkoof, een bijhorend toiletkamertje en een passage die toegang gaf tot een grote antichambre. De alkoven duidelijk traceerbaar op basis van de stucwerkplafonds met de gebogen kooflijsten, werden in een latere fase, door middel van gemetselde, toegevoegde tussenmuren, van de slaapkamers afgescheiden en samen met de cabinets de toilettes en de passages ingericht als afzonderlijke badkamers.

Remise

Vermoedelijk werd de remise met de paardenstallen, de zadelkamer en de hooizolder in dezelfde periode als het kasteel gebouwd en dateert dus ook het koetshuis van circa 1818. Stilistisch sluit de laatclassicistische stijl met de empire-inslag van de remise alleszins aan bij de strakke stijl van het kasteel. De waaiervormige uitwerking van de roeden in de bovenlichten van de rondboogvormige koetspoorten is bovendien sterk gelijkend op de waaiervorm van de bovenlichten van de deuren die zich in het kasteel aan de rechtse zijde van de eerste verdieping bevinden.

De remise werd opgetrokken op een rechthoekig grondplan met een laag schilddak. Het dakvlak aan de achterzijde is uitgelengd tot een lessenaarsdak. Deze eigenaardige dakvorm houdt verband met het feit dat bij de bouw van de remise rond 1818 zo veel mogelijk onderdelen van het oudere 17de- of vroeg 18de-eeuwse bijgebouw in traditionele bak- en zandsteenstijl dat zich op deze plaats bevond, werden gerecupereerd. De kapconstructie van de remise bevat gerecupereerde eikenhouten spantbenen, schoren en trekbalken met ingehakte telmerken van het voormalige bijgebouw. De nieuwe voorgevel van circa 1818 werd een halve bouwlaag hoger dan de voorgevel van het voormalige bijgebouw opgetrokken, zodat de 17de- of vroeg-18de-eeuwse spantbenen werden aangepast. Na de voltooiing van de werken werd het baksteenmetselwerk van het parement van de voorgevel en de zijgevels gepleisterd en vermoedelijk in een witte kleur gekalkt. Op de doorgetrokken horizontale band ter hoogte van de imposten en op de rechthoekige deur- en vensteromlijstingen in blauwe hardsteen zijn geen sporen van afwerkingslagen zichtbaar. In een latere fase werden de gevels in een okergele kleur gekalkt. De blauwe en gele kleur (als verwijzing naar goud) van de verticale strepen van het schrijnwerk zijn de hoofdkleuren van het wapenschild de familie Gillès de Pélichy, die het hof vanaf 1828 tot in 1986 in eigendom behield.

Interieur

Mogelijk was de remise rond 1818 zeer symmetrisch opgevat en gaven oorspronkelijk vijf rondboogpoorten met beglaasde bovenlichten met houten straalvormige roeden met empire-inslag toegang tot één grote centrale ruimte, die als bergplaats voor de koetsen fungeerde. De linkse travee van het koetshuis was van bij de aanvang als een afzonderlijke entiteit ingericht. Volgens de kadastergegevens werd deze ruimte tijdens de tweede helft van de 19de eeuw tot een woning omgevormd. Het huidige interieur met de woonkamer, de kelder met het tongewelf en de slaapkamers op de eerste verdieping dateert gedeeltelijk uit de 19de eeuw en gedeeltelijk uit het midden van de 20ste eeuw.

Toegangsbrug en -poort

De imposante Hofdreef leidt naar een gemetselde brug met een 18de-eeuwse rococopoort die toegang geeft tot het omgrachte Engelse landschapspark met de vijvers, het grasplein en de bomen. De poort, een overblijfsel van het 18de-eeuwse "nieuwe schoone hoff van plaisantie", werd kort vóór of kort na 1753 op het domein geplaatst. Geschubde pijlers in blauwe hardsteen met bolvormige bekroningen met bladwerk steunen een smeedijzeren hek van circa 1740-1755 met krulmotieven en fraaie rocailles aan beide zijden van de ijzeren makelaar. De spijlen van de hekken naast de poort kregen het uitzicht van pijlen. De gemetselde brug met de drie bogen over de gracht bevat kunstig gesmede ijzeren leuningen met banden met krulwerk.

Kasteeldomein

Het domein van Hof ter Linden wordt gevormd door een nagenoeg trapeziumvormige omgrachting met grote vijver in het zuidwesten. Het kasteel kijkt uit op een uitgestrekt grasveld. Langs de randen van het park en rond de vijver bevinden zich groepen opgaande bomen. In het noordoostelijk deel van het park is een kleine geometrische tuin aangelegd. Het zuidelijk deel van het park bestaat uit een bos. Het domein wordt omgeven door lange dreven met opgaande bomen. Een ijzeren hek tussen hekpijlers bakent de toegang vanaf de Boterlaarbaan af.

  • Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DA002376, Hof ter Linden (DENISSEN E., 2003).
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven in 1846-1854, schaal 1:20.000.

Bron: -

Auteurs: Cox, Lise; Daemen, Caroline & Denissen, Elke

Datum tekst: 2015

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van 's Gravenwezel

's Gravenwezel (Schilde)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.