Gelmelenhof

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Schoten
Deelgemeente Schoten
Straat Gelmelenstraat
Locatie Gelmelenstraat 2, Schoten (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Schoten (actualisaties: 16-08-2007 - 24-08-2007).
  • Adrescontrole Schoten (adrescontroles: 12-10-2007 - 12-10-2007).
  • Inventarisatie Schoten (geografische inventarisatie: 01-01-1985 - 31-12-1985).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Gelmelenhof

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Gelmelenhof en omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 30-07-1998.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Het Gelmelenhof werd in het laatste kwart van de 19de eeuw opgetrokken in eclectische stijl en vergroot in 1904.

Historiek

Bij de doorbraak van de industriële samenleving in de 19de eeuw herhaalde het fenomeen van de ‘huizen van plaisantie’ zich. Zo bouwde Charles Ullens in 1850 het 'Gelmelenhof', op de gronden van een oud leenhof dat in de vergetelheid was geraakt (volgens Baetens R.). Op de gedenksteen in de voorgevel lezen we "JUVENIBILIS RECEDENTIBUS ANNIS, ME POSUIT PROEN : D C A ULLENS A - MDCCCLV, OB MAJOREM PACI DE¬COREM SUUMQ : COMMODUM" waaruit we kunnen afleiden dat het gebouw inderdaad zou zijn opgericht rond 1855 door A. Ullens de Schooten.

Het Gelmelenhof ontleent zijn naam aan een luitenant van Maarten van Rossum, een boevenleider die rond de jaren 1550 heel de streek onveilig maakte. De gronden waarop het huidige gebouw gelegen is, werden in 1851-1852 door de kinderen Segers, rentenaars, wonende op de Paardemarkt te Antwerpen, verkocht aan Jacobus Van de Velde, ‘kloonmacker’ (klompenmaker), die eveneens enkele panden aan de overzijde van de Gelmelenstraat bezat. Op het terrein stond reeds een gebouw en het eigendom werd omschreven als "een tuyn, een huys en bouwland".

Van de Velde verkocht het eigendom in 1855 aan Carolus Antonius Ullens, die reeds het naastgelegen perceel bezat (bouwland en drie huisjes). Het bestaande huis werd volledig afgebroken en de bouw van het huidige kasteeltje aangevat. In 1858 was de bouw voltooid en werd het geheel omschreven als "een lustgrond met paviljoen, huis en gebouw (paardestallen)".

In 1873 verkocht Ullens het complex aan Ludovicus Claessens die het op zijn beurt verkocht aan Jan Petrus Joseph Kremer Vander Beken-Pasteel, particuliere eigenaar uit Schoten. Er zou een gedenksteen met opschrift "1872 Vander Beken-Basteels" bestaan. In 1890 kwam alles in handen van Carolus Maibucker-Van Dyck, assurantiemakelaar uit Antwerpen.

In 1901 werden "tuin, bouwland, lustgrond en paviljoen, huis en gebouw" verkocht aan Georges Walford-De Lobel, zonder beroep en woonachtig te Antwerpen. Hij verkocht het in 1903 aan Albert Vander Beken Pasteel-Du Bois de Vroylande, advocaat uit Antwerpen. In 1904 liet deze de eerste verbouwing uitvoeren aan het huis. Aan de noordoostzijde werd een ‘grand salon’ bijgebouwd (deel met verhoogde topgevels en overhoekse steunberen en neogotisch balkon), aan de westzijde een uitbreiding met keukens en diensttrap.

In 1907 volgde er een verdeling van de bezittingen en werd Albert Louis Alfons Marie Jozef Vander Beken Pasteel, advocaat te Schoten, eigenaar. In 1913 liet deze een tuinpaviljoen optrekken en de stallen vergroten. De noordoostzijde van het kasteeltje werd nogmaals vergroot: bovenop het Grand Salon werden drie verdiepen onder een zadeldak bijgebouwd en opzij werd het gebouw vergroot met een portaal met loggia. Tijdens deze verbouwingsfase werden eveneens dakkapellen gewijzigd en bijgevoegd. De middelste dakkapel van de voorgevel is origineel, de twee andere werden bijgebouwd. De achtergevel kreeg twee nieuwe dakkapellen, waarbij degene die aansluit op de toren op de plaats staat van een oudere dakkapel. Het geheel bleef vermoedelijk eigendom van de familie Vander Beken-Pasteel tot de Tweede Wereldoorlog.

In 1944 werd een deel van de grond (hoek Gelmelenstraat en Rodeborghstraat) verkocht aan het Gesticht van de Zusters der Christelijke Scholen Vorselaar, die de huisjes afbraken om een schooltje op te richten. Het tuinpaviljoen was dan reeds verdwenen. Het kasteel zelf werd ingericht als oorlogsziekenhuis en de stallen verdwenen (afgebroken of vernield?).

Na de oorlog, in 1947, werd het Gelmelenhof aangekocht door de gemeente, waarna het door de Commissie van Openbare Onderstand werd ingericht als moederhuis. Vanaf 1952 werd het door het politiekorps in gebruik genomen. Tussen 1953 en 1971 deed het tweede verdiep ook dienst als hoofdzetel van de gemeentelijke openbare bibliotheek en werd een deel gebruikt als postkantoor.

In 1970-1973 werden in opdracht van het gemeentebestuur politiegarages aangebouwd aan de noordzijde. De architect was G.K. Meeussen. In 1979 werden het plein en de parkings voor het Gelmelenhof aangelegd en in het gemeentepark (de vroegere lusthof) kunnen ouderlingen bijeenkomen in een parkpaviljoen (Curielaan 1). In 1988 werd een gevelrestauratie aangevat waarvoor Ir. L. Michoel door de gemeente Schoten werd aangesproken. Op het moment van de bescherming (1998) deed het Gelmelenhof nog steeds dienst als politiebureau.

Beschrijving

Exterieur

Het kasteel is opgetrokken in bak- en zandsteen. Het bestaat uit vier traveeën en twee bouwlagen. De daken zijn zadel- en schildvormig en bedekt met natuurleien. De dakkapellen verschillen van grootte en van vorm. Aan de westzijde bevindt zich een polygonale traptoren met kantelen. De gevels zijn versierd met boogfriezen en lisenen. De muuropeningen zijn zeer verschillend van vorm, namelijk rechthoekig, rondbogig en spleetvormig. Aan de zuidoostzijde bevindt zich tussen de overhoekse steunberen een balkon met neogotische vormgeving dat deel uitmaakt van de uitbreiding van 1904. De noordoostgevel werd gewijzigd in 1913. Aan de noordwestzijde bevinden zich de politiegarages die in 1970-1973 zijn aangebouwd.

Het kasteel heeft een sterke horizontale ritmering door de speklagen in natuursteen. De toren is dan weer een verwijzing naar de donjon en symboliseerde de macht van de bouwheer, een telg uit het geslacht Ullens, de laatste ‘Heren van Schooten’.

Interieur

Het interieur werd verscheidene malen aangepast naargelang de functie die het gebouw moest vervullen, met het dichtmetselen van deuren, aanbrengen van valse plafonds, scheidingswanden, enzovoort. Toch zijn er verschillende ruimten waar de originele decoratie nog aanwezig is. Het betreft de inkomhal met traphal, het kantoor van de commissaris, de dienstingang en de diensttrap. Op andere plaatsen wordt de eventuele decoratie aan het zich onttrokken door valse plafonds en meubels.

Het plafond en de wanden van de huidige inkomhal zijn versierd in een neoclassicistische stijl, met een plafond met zwaar gestuct lijstwerk en rozetten, voluutvormige consoles, wanden verdeeld in rechthoekige panelen met strak geprofileerde omlijsting en versierd met guirlandes, krulmotieven, rozetten en arabesken. De vleugeldeuren bevinden zich achter een dichtgemetselde oudere inkom. Deze inkom bevond zich in de noordwestgevel, onder een arduinen steen met het wapenschild van de familie Ullens op (bouwheer). Het glas van deze paneeldeuren heeft een gezandstraalde arabeskenversiering. Onder de huidige vloer zou zich nog de originele mozaïekvloer bevinden. De traphal heeft een witbepleisterd kruisribgewelf, de treden van de vermoedelijk marmeren trap zijn bekleed met vinyl. De onderste trede is in marmer. De trapleuning is opgebouwd uit geometrisch smeedwerk en hout.

De dienstingang dateert uit 1904. Hier is de trap in hout, met een trapleuning met getorste ballusters. De wanden zijn bekleed met witte faillance en afgeboord met gekleurde tegels met arabeskenmotief en een houten profilering. De tegelvloer heeft een rood-wit ruitpatroon.

De gang op de eerste verdieping wordt opgedeeld in twee rondbogen. De gecappitonneerde deuren zijn een kopie van de originele. Boven een deur bevindt zich een ovaal medaillon dat dichtgemaakt is.

Het kantoor van de commissaris was vroeger een slaapvertrek. De omliggende kamers waren dienstlokalen en badkamer. Het vertrek bezit een eikenhouten lambrisering met een strakke rechthoekige verdeling. De neoclassicistische schouw in zwart en rood marmer is opgebouwd uit rechte pilasters, een rechte haardbalk met diamantkoppen op consoles die versierd zijn met trigliefen, een geprofileerde kroonlijst, een zwarte metalen achtergrond met leeuwenmotief en haardplaat met tafereel. Het plafond bestaat uit een zichtbare houten roostering op balken ondersteund door houten consoles.

Op de tweede verdieping bevindt zich eveneens een medaillon dat echter nog doorzichtig is. Het dakgebinte is gerestaureerd en gedeeltelijk vervangen. Het buitenschrijnwerk is bijna overal vervangen door pvc-schrijnwerk naar voorbeeld van het originele. Enkel in de toren bevinden zich nog de oude spleetramen. Het binnenschrijnwerk is gedeeltelijk vervangen, eveneens naar voorbeeld van het originele. Op de daken staan gebundelde achthoekige schoorstenen in bak- en natuursteen die een elegant effect geven.

Bron: Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier DA002161, Geografisch pakket Schoten

Auteurs: Malliet, An

Datum tekst: 2014

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Schoten

Schoten (Schoten)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.