Decanale kerk Sint-Niklaas

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Sint-Niklaas
Deelgemeente Sint-Niklaas
Straat Grote Markt
Locatie Grote Markt 48, Sint-Niklaas (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Sint-Niklaas (actualisaties: 01-06-2007 - 30-06-2007).
  • Adrescontrole Sint-Niklaas (adrescontroles: 18-12-2007 - 18-12-2007).
  • Inventarisatie Sint-Niklaas (geografische inventarisatie: 01-01-1981 - 31-12-1981).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Decanale kerk Sint-Niklaas

Deze bescherming is geldig sinds 27-05-1971.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Decanale kerk Sint-Niklaas

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Ruime, in hoofdzaak gotische kruisbasiliek ten oosten van het marktplein, geprangd tussen huizenrijen (Houtbriel, Heilige Sacramentstraat, Apostelstraat). Het voormalige kerkhof is na talrijke inkrimpingen in de loop der eeuwen verwijderd in 1810 en heden omgevormd tot parkeergelegenheid.

De bij de stichting van de parochie in 1217 bestaande kapel werd in 1262 voor het eerst door een stenen kerk vervangen, gevormd door een nagenoeg rechthoekige ruimte van twee traveeën met vlakke oostelijke muur op de plaats van het huidige Sint-Niklaaskoor. In 1336 voegde men er een toren tegen de westgevel aan toe. Daarna bouwde men in 1346 het hoogkoor dat door blikseminslag op 21 maart 1348, evenals de toren veel schade leed. Na voorlopige herstellingen wordt het hoogkoor in 1446 ruimer dan vroeger heropgebouwd en voorzien van glasramen. De toren werd pas in 1462 voltrokken en had dan een hoogte van circa 70 meter. In 1508 begon de uitbouw van de huidige benedenkerk: eerst werd de noordelijke zijbeuk toegevoegd. In 1538 volgde de zuidelijke transeptarm en in 1552 deze aan de noordkant. Tijdens de beeldenstorm van 1579 onderging de kerk grote schade: behalve de muren en het dak werd alles verwoest. Begin 17de eeuw ving het volledig herstel van de kerk aan. In 1635 werd de hele binnenruimte voorzien van een stenen kruisribgewelf om het steeds dreigende brandgevaar af te weren. Circa 1648-57 bouwt men de bovenkerk uit tot een driebeukige koorpartij en in 1659 verhoogt men het torengewelf om een betere doorgang te verzekeren. Tijdens de zogenaamde "brand van Sint-Niklaas" in 1690, brandden alle kerkdaken evenals de torenspits volledig af; het inwendige van de kerk bleef gespaard. Pas in 1705 waren de daken hersteld. De toren kreeg nu een stompe spits en een nieuw uurwerk, terwijl in 1733 een zonnewijzer werd aangebracht tegen de zuidelijke transeptarm. In 1768: vergroting van de sacristie tot een rechthoekige ruimte even lang als de koren. Door de gestadige aangroei van de bevolking (opkomst van de weverij en verharden van het stratennet) was het in 1772 alweer nodig de kerkruimte te vergroten: de twee uiterste zijbeuken werden aangebouwd. Na meer dan een eeuw had de laatste uitbreiding plaats in 1896 naar ontwerp van ingenieur-architect J. Geerts (Sint-Niklaas). De werken hielden onder meer in: het afbreken van de voorgevel der midden- en aanpalende zijbeuken en de vervanging ervan door een circa 5 meter naar voren geschoven neogotische gevel; het hoger optrekken van de middenbeuk en voorzien van nieuwe bovenlichten, zuilen, gewelven en dak; het vervangen van de stompe torennaald door een veel hogere en het herstellen van de torenwanden en de galmgaten. Na de voltooiing hiervan, werden circa 1900 de beide zij-ingangen toegevoegd. Vrij ingrijpende restauratie onder leiding van architect Fernand Weyers, in 1979 beëindigd.

De plattegrond beschrijft een vijfbeukige kruiskerk met achtzijdige vieringtoren en driebeukige koorpartij. Rechthoekige sacristie in zuidoostelijke oksel. Basilicale opstand, deels van baksteen, deels van natuursteen (zandsteen); hardstenen sokkel. Westgevel met de drie middelste beuken in neogotische stijl en van zandsteen. Hoog opgaande middenbeuk met dubbele hoeksteunberen met vier versnijdingen. Breed korfboogportaal in spitsbogige omlijsting met hogers en kruisbloem; boogveld met blind traceerwerk en centraal heiligenbeeld. Monumentaal spitsbogig doksaalvenster met zes lichten, visblaastraceerwerk in de kop en blind maaswerk in de onderste helft. Geveltop met drie gekoppelde spitsboognissen met patroonheilige in de centrale nis. Bakstenen bovenlichtmuren van vijf traveeën met markerende dunne steunberen en vier bovenlichten met drielobmaaswerk. Middelste zijbeuken onder lessenaarsdaken met spitsboogvenster en klein zolderluik in de voorgevel. Uiterste zijbeuken in eenvoudige barokstijl. Baksteenbouw op hardstenen sokkel en afgedekt door een afgesnuit zadeldak met dakkapel voorzien van vleugelstukken, driehoekig fronton en bekronend bolmotief boven de westelijke gevel. Markerende hoeklisenen en steunberen met zandstenen voorvlak. Segmentboogvensters in natuurstenen omlijsting met neuten, oren, sluitsteen en gekorniste waterlijst. Tegen de derde travee, portaal van zandsteen, in neobarokke stijl: korfboogpoort geflankeerd door geblokte hoeklisenen met Corinthische halfzuilen; zwaar hoofdgestel met architraaf, vlakke fries en gekorniste kroonlijst; centrale (lege) rondboognis met hangende vleugelstukken, gekorniste gebogen waterlijst en bolornament op de top. Hoge, achtzijdige vieringtoren met zandstenen parement en slanke naaldspits. Getrapte dakkapellen met uurwerkplaat naar elke windstreek. Lancetvormige, spitsbogige galmgaten tussen omlopende kordons. Kroonlijst op geprofileerde kraagstenen.

Rechthoekige transeptarmen, niet buiten de lijn der uiterste zijbeuken uitspringend, met zandstenen parement en afgedekt door zadeldaken. Dubbele hoeksteunberen onder ezelsrug. Ruim spitsboogvenster met vijf lichten en drielobmaaswerk in de vensterkop. Klein zoldervenster. Polygonale traptoren tegen de oostgevel van de zuidelijke transeptarm. Tegen de zuidelijke gevel van laatstgenoemde, vierkante zonnewijzer van 1733. Bovenkerk van vijf traveeën met hoog opgaand hoofdkoor met driezijdige absis en rechthoekige, lagere koren. Zandstenen parement. Dunne steunberen onder ezelsrug. Spitsboogvensters met drie lichten en hetzij drielob-, hetzij visblaastraceerwerk in de vensterkop. Rechthoekige sacristie van negen traveeën onder schilddak (leien) met houten dakkapellen. Verankerde baksteenbouw op natuurstenen sokkel. Travee gemarkeerd door zandstenen lisenen; sommige zijn gedeeltelijk van baksteen. Getraliede segmentboogvensters in geprofileerde arduinen omlijsting met sluitsteen. Gevel beëindigd op gelede architraaf, fries met jaartal 1768 en rechte kroonlijst. De volledige cementbepleistering evenals een deel van het jaartal werden tijdens de jongste restauratie verkeerdelijk verwijderd.

Interieur afgedekt door bakstenen, bepleisterde kruisribgewelven tussen vlakke gordelbogen. Kruisribgewelf met centraal klokkegat boven de viering; korfbogige triomfbogen met natuurstenen gordelbogen met casementen met ingeschreven symbolische motieven. Uiterste zijbeuken met hoge zuilen op achtkantige sokkel en met dito dekplaat. Bepleisterde rondbogige scheibogen. Middenbeuk met gedrongen zuilen voorzien van achtkantige sokkel en hardstenen koolbladkapiteel. Zandstenen spitsbogige scheibogen met eenvoudig afgeschuinde hoeken. Viering met bundelpijlers gevormd door vier tegen elkaar geplaatste halfzuilen met verschillende hoogte, materiaal en vormentaal: baksteen met zandstenen voorvlak en lijstkapiteel, hardsteen met geprofileerd Toscaans kapiteel, hardsteen met hogelkapiteel. Hoogkoor met kruisribgewelven tussen gordelbogen met symbolische figuren als aanzet en in casementen. Zij koren onder netgewelven (1265-1268).

Mobilair: Hoogaltaar (1836) met tabernakel (1880, Mathias Zens), schilderij "Kruisafdoening" (1672, Pieter Thys), houten basreliëf "Heilige Drievuldigheid" (1837), flankerende engelen (1833), beelden van de Heilige Petrus en de Heilige Paulus (barok, 1662, Lucas Faid'herbe). Sint-Nikolaasaltaar (zuidelijk zijkoor, barok, 1666, Norbertus Van den Eynde) met flankerende beelden van de Heilige Rochus en de Heilige Theresia van Avila (1668). Onze-Lieve-Vrouwealtaar (noordelijk zijkoor, barok, 1658, vermoedelijk van Huybrecht Van den Eynde), met albasten Madonna en flankerende beelden van de Heilige Jozef en de Heilige Anna (1664, Norbertus Van den Eynde). Altaar van de Heilige Johannes Nepomucenes (zuidelijke zijbeuk, 1825), met schilderij "Heilige Johannes Nepomucenes zijn tong offerend aan Jezus" (1826, J.J. De Loose); houten afsluiting (1896, neogotisch). Altaar van de Heilige Barbara (noordelijke zijbeuk, 1833, ter vervanging van het altaar van de Zoeten Naam Jezus, van Ph. Nijs, 1767), met schilderij "de Heilige Stanislas Costca stervend te bed" (1826, J.J. De Loose); houten afsluiting (1896, neogotisch). Kruisweg (1850, B. De Loose). Beelden: "Ecce Homo" (zuidelijke zijbeuk, 1630, Antoon Faid'herbe); "Geloof", "Hoop", "Liefde" en Eenvoud" (op de kapitelen van de torenpijlers, 1659); "Heilig Graf" (derde kwart van de 18de eeuw, Ph. Nijs).

Meubilair: communiebank (wit marmer, 1860, Devigne); preekstoel (1706, schrijnwerk van Michiel Verbanck, houtsnijwerk uit Antwerpen); biechtstoelen (barok, eind 17de eeuw). Rijke kerkschat in het kerkmuseum

  • MESKENS F., Herstelling en vergrooting met opbouwing van den toren der decanale kerk van Sint-Nikolaas (Waas), Sint-Niklaas, 1894.
  • SCHIETEKAT J., De hoofdkerk te St.-Niklaas, in Annalen van de Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas, 72/3 en 4, 1969, p. 213-227; 73/1 en 2, 1970, p. 89 e.v.
  • SCHIETEKAT J. NAUTS H., St.-Niklaaskerk te Sint-Niklaas, kleine gids, Sint-Niklaas, s.a.
  • VAN VLIERBERGHE J., Eenige aanteekeningen over hetgeen er heden nog merkwaardigs te zien is in de hoofdkerk (Kerk van den H. Niklaas) te St.-Niklaas-Waas, Sint-Niklaas, 1936.

Bron: Demey A. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Sint-Niklaas, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 7N2 (S-T), Brussel - Gent.

Auteurs: Demey, Anthony

Datum tekst: 1981

Relaties

maakt deel uit van Grote Markt

Grote Markt (Sint-Niklaas)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.