Tegelfabriek Emmanuel Rottiers

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Willebroek
Deelgemeente Tisselt
Straat Baeckelmansstraat
Locatie Baeckelmansstraat 64-66, Willebroek (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Willebroek (adrescontroles: 27-07-2007 - 27-07-2007).
  • Inventarisatie Willebroek (geografische inventarisatie: 01-01-1995 - 31-12-1995).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Tegelfabriek Emmanuel Rottiers

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Tegelfabriek Rottiers

Deze bescherming is geldig sinds 23-11-1998.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Tegelfabriek Rottiers met omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 23-11-1998.

Beschrijving

Op de plaats waar vroeger de molen van Tisselt stond, werd kort na de Eerste Wereldoorlog een stapelplaats gebouwd. Emmanuel en Adeline Rottiers vestigden er rond 1920 een beton- en tegelfabriek. De voormalige tegelfabriek bestaat uit twee hallen onder zadeldak, nok loodrecht op de straat. Achteraan bevindt zich nog een derde hal. Links van de fabriek bevindt zich de voormalige directeurswoning met voortuin en hekwerk. Reeds in 1939 moest de fabriek zijn deuren sluiten. Het interieur van de fabriek geeft nog een goed beeld van het productieproces in de jaren 1930: machines, installaties, mallen, afgewerkte tegels... bleven in de gebouwen bewaard.

Historiek

Op het voormalig Molenplein en langsheen de voormalige Biesemansstraat werd in 1650 op deze plaats de stampmolen (oliemolen) van Tisselt vermeld, eigendom van de familie de Jonge-Vloebergh. Rond 1830 fungeerde deze molen als een standaardmolen of staakmolen voor graan gelegen op het Vosselaerveld en was de molen eigendom van de familie Verlinden-Goossens, burgemeester van de gemeente Heffen. In de atlas van de ingeschreven wegen van 1844 staat de staakmolen aangeduid als 'ouden molen'. Direct aanpalend was een langgevelhoeve gesitueerd terwijl op de hoek van de vroegere Molenstraat (nu Joseph De Blockstraat) eveneens een kleinere hoeve was gesitueerd. Deze hoeve werd ten onrechte molenhoeve genoemd en werd op het moment van de bescherming van de tegelfabriek afgebroken om de straat te verbreden. Een van de laatste materiële getuigen van het Molenplein ging op die manier verloren.

Rond 1880 kocht Joseph Antoon De Block de molen. Naast molenaar was deze man actief als landbouwer, befaamd paardenfokker en burgemeester van Tisselt. Onterecht verdacht van spionage vanop de molen werd hij op 1 oktober 1914 door de Duitse invallers gefusilleerd. De molen werd direct neergehaald. Als aandenken werd de vroegere Molenstraat J. De Blockstraat genoemd. Bij de aanleg van de spoorweglijn 'Heike' en de bouw van het station van Tisselt werd de straat veranderd in Statiestraat.

Op het eind van de 19de eeuw werd het Molenplein stilaan bebouwd met woningen en bedrijven. Hierin speelde uiteraard de aanwezigheid van het kruispunt van toen belangrijke wegen, het station en de Willebroekse Vaart een belangrijke rol.

Volgens de aanwezige arduinen gevelsteen werd de melkerij gesticht in 1898 en was ze vermoedelijk de eerste vestiging van de firma Nutricia. Op een foto-opname van rond 1900 is de bebouwing goed merkbaar: de oude staakmolen met de aanpalende molenhoeve, een hoge herenwoning en de melkerij Sint Jan, met gevelsteen rechts naast de deur. In een gevellijst is in geschilderde letters 'MELKERIJ ST JAN' vermeld en op de ruitvormige kunstpannen met in wit geschilderd keperverband onder en boven de vermelding 'MELKERIJ'. Rond 1920 werd de melkerij gevoegd bij de tegelfabriek van Rottiers.

Op de plaats waar vroeger de molen van Tisselt stond, werd kort na de Eerste Wereldoorlog een stapelplaats gebouwd. Emmanuel en Adeline Rottiers vestigden er rond 1920 een nieuw bedrijf. Het echtpaar Rottiers-Rottiers (neef en nicht en afkomstig van een gekende slagersfamilie uit Willebroek) namen het failliete bedrijf Callaert over en startten op proefondervindelijke wijze met een beton- en tegelfabriek.

De gebouwen waarin de tegelfabriek werd ondergebracht, waren gebouwd door een aannemer Jottier. Achteraan was ook een meubelmakerij gevestigd die gespecialiseerd was in cinemastoelen. Van deze bedrijvigheid waren op het moment van de bescherming van de tegelfabriek nog enkele restanten terug te vinden. In de tegelfabriek werden buiten tegels ook een aantal stukken gemaakt in granito zoals pompstenen. Emmanuel Rottiers (18/01/1876 - 28/12/1962) was verantwoordelijk voor de organisatie, het ontwerpen van de tegelmotieven en de productie. Zijn echtgenote Adeline Rottiers (09/04/1878 - 20/09/1970) was verantwoordelijk voor de persen waar jonge meisjes werkten.

De productie van de betonproducten was gevestigd schuin tegenover de tegelfabriek aan de Baeckelmansstraat. Er werden betonnen rioolbuizen, citernen, muurkappen, dals, pannen en hulpstukken, afsluitpalen en platen enzovoort gemaakt.

Op 17 oktober 1934 verleende de bestendige deputatie van Antwerpen een vergunning voor zowel de betonfabriek als voor de tegelfabriek. Klaarblijkelijk waren de bedrijven reeds lang in werking zonder vergunning. Na de klachten over lawaai en geurhinder van de mazout- en dieselmotoren werden maatregelen opgelegd voor de inrichting.

In de tegelfabriek werden twee tegelformaten gemaakt: twintig op twintig centimeter en zestien op zestien centimeter. De motieven waren geïnspireerd op tegelmotieven van grote keramische bedrijven, die de zogenaamde grès-cérame tegels maakten. Het was Emmanuel Rottiers zelf die de motieven ontwierp en deze in plaatstaal uitvoerde, of liet gieten in koper of messing bij de gieterij van de Firma De Naeyer te Willebroek. Dezelfde firma heeft ook de matrijzen en de mallen gegoten in gietijzer of gietstaal. De tegels waren zogenaamde cementtegels, gemaakt op een grijze onderlaag waarop in verschillende lagen en kleuren een fijne mortel van marmerkorrels en bindmiddel werd aangebracht. In een matrijs werd een bodemplaat gelegd met in reliëf het spiegelbeeld van de letter R van Rottiers. Hierop werd de grijze basislaag gelegd waarop door middel van ramen, sjablonen en roosters de toplaag en slijtlaag in marmerkorrel werd aangebracht. Het geheel werd in de matrijs geperst onder hoge druk, ofwel manueel ofwel met de hydraulische persen. De reeks zeven, mengers en mixers moesten zorgen voor de juiste samenstelling en kleurstelling. Na het persen werden de tegels in waterbakken ondergronds onderdompeld voor het krimpvrij uitharden. Daarna werden de tegels met een elektrische polijstmachine geschuurd en afgewerkt met de hand door te polijsten met puimsteen (vulkanisch gesteente). Door de volledig minerale samenstelling en het gebruikte procédé dat proefondervindelijk door het echtpaar Rottiers op punt was gesteld, werd een zeer slijt- en kleurvast eindproduct bekomen, dat door zijn art nouveau en art deco karakter zeer gevraagd was in de jaren twintig en dertig. Omdat het procédé zeer arbeidsintensief was, waren de tegels verre van goedkoop en enkel voor meer begoeden bereikbaar. Dit is ook de reden voor het stopzetten van het bedrijf van de tegels. Daar waar de productie van vloertegels aanvankelijk een snelle expansie kende, moest de fabriek reeds in 1939 zijn deuren sluiten.

Bij de afbraak na onteigening van de betonfabriek in juni 1997 konden nog enkele vormen, mallen, alaam, zeven en gemaakte stukken worden gerecupereerd. Van de westgevel waar een staalkaart van gréscerame tegels van het fabrikaat Amay was aangebracht, konden eveneens een aantal tegels worden bewaard.

Beschrijving

De tegelfabriek bestaat uit twee hallen met zadeldaken loodrecht op de straat. Achteraan bevindt zich een grotere hal afgedekt met zadeldak. Op het moment van de bescherming van de tegelfabriek (1998) was deze hal grotendeels ingevallen en af te breken. De daken bestaan uit dekking van rode boomse pannen en deels betonnen Hennuyèrespannen van fabricaat Rottiers.

De voorgevel, bestaande uit twee brede en één smallere trapegel, wordt gekenmerkt door cementbezetting en ingetrokken voegen. Er zijn sporen van zwarte beschildering, mogelijks van het opschrift "... TEGELS ROTTIERS". De gevel heeft gevarieerde raam- en deuropeningen die betralied zijn.

Het interieur van de fabriek geeft nog een goed beeld van het productieproces in de jaren 1930: machines, installaties, mallen, afgewerkte tegels... bleven in de gebouwen bewaard.

Op het gelijkvloers van de voorbouw bevindt zich vooraan de machinekamer waar de hoofdaandrijving gebeurde met een dieselmotor volgens merkplaat: ANTON SCHLUTER/ Motorenfabrik München/ nr. 50560 PS 25 Umdr. Min. 450. Deze dieselmotor was een oorlogsbuit uit de Eerste Wereldoorlog, eerst geplaatst in de asbestcementfabriek AMELIT aan de Guido Gezellestraat te Willebroek en eigendom van de familie Amelinckx. Later werd deze fabriek overgebracht naar Tisselt aan de Westdijk van de vaart onder de naam ALFIT. Deze motor was de hoofdaandrijving van alle toestellen van de tegelfabriek. Via horizontale assen bevestigd aan de zoldering werd de aandrijving overgebracht met riemen en houten riemwielen naar de andere toestellen. Er stonden ook elektrische generatoren opgesteld voor het leveren van stroom.

In de machinekamer bevinden zich verder een freesmachine, metaaldraaibank, boorstandaard en een hydraulische installatie met drie zuigers waarvan er twee zijn ingesteld. Deze hydraulische installatie wordt via een riemaandrijving bediend door de dieselmotor en zuigt zijn water uit de kelders. Via leidingen wordt de druk verdeeld over vier hydraulische tegelpersen die in het werkhuis staan opgesteld. De installatie heeft geen merktekens. Alle machines en onderdelen werden bewaard sinds het bedrijf vlak voor de tweede wereldoorlog werd stil gelegd. Hier bevinden zich nog de gietijzeren matrijzen, plaatstalen en messing gegoten mallen en sjablonen voor de tegels, allerlei alaam en wisselstukken.

In de aansluitende werkplaats achter de machinekamer bevinden zich nog een aantal toestellen, zoals een mixer met merkplaat: GUBENER CEMENTFORMEN/ und Maschinenfabrik/ WOLF 1 CO/ GUBEN. Het is een kollergang met stalen messen en gietijzeren wiel voor het malen en mengen van de mortel voor de tegels. Daarnaast zijn een aantal mengmolens (per kleur) opgesteld die bestemd waren voor het fabriceren van tegels van zestien op zestien centimeter. In deze hal zijn twee hydraulische tegelpersen opgesteld voor de tegels van zestien op zestien centimeter (uit het album II van de fabricage "Presto"). Boven elke pers zijn er gaffelwielen om na het persen de tegelpersen op te trekken. Alleen het persen zelf gebeurde via de hydraulische waterdruk.

Verder is boven een kelderluik (waar de waterbakken zijn) een gaffelwiel opgehangen met een houten weeg om de pas geperste tegels neer te laten in de waterbakken, dit om het uitharden zonder krimp te laten gebeuren. De tegels zijn dus steeds gemaakt met hydraulische bindmiddelen zoals cement en hydraulische bindmiddelen (kalk). Verder is er nog een gaffelwiel waarmee de uitgeharde tegels naar de zoldering werden opgetrokken.

Op zolder is het linker gedeelte volledig ingericht voor het zeven, mengen en bewerken van de droge mengsels voor de mortels van de tegels. Al deze toestellen worden aangedreven door riemen via de assen die verbonden zijn met de dieselmotor op de gelijkvloerse verdieping. Verder is de voorbouw (zowel gelijkvloers als verdieping) gebruikt als opslagplaats voor allerlei alaam en machineonderdelen, en vooral met eigen productie aan tegels en gootstenen in granito als met andere producten uit keramiek (fabricaten Amay - Boch - Gilliot etc...). Op de zoldering liggen her en der onderdelen van een oude auto-carrosserie verspreid. Gezien de slagersfamilie Rottiers en de wagenmakersfamilie Van Muylder uit de Nieuwstraat te Willebroek afkomstig zijn, kan deze auto eveneens een Willebroeks fabricaat zijn (na te zien in archief Van Muylder).

In de achterbouw zijn twee tegelpersen opgesteld voor het fabriceren van tegels van twintig op twintig centimeter. Ze werken op een afzonderlijke waterpersinstallatie (merk van alle onderdelen VENDER & Co -MILANO). Deze productie was volledig in handen van Italiaanse gespecialiseerde arbeiders. Verder zijn hier ook nog een aantal mallen voor het gieten van granito gootstenen en architectuuronderdelen aanwezig, een grote collectie van tegels en plinten, zowel van eigen fabricaat in 'gegoten marmer' als keramische producten.

Bron: Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DA002199, Baeckelmansstraat 64 en 66: tegelfabriek Rottiers (met alle machines, werktuigen, afgewerkte producten en alle toebehoren).

Datum tekst: 1998

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Baeckelmansstraat

Baeckelmansstraat (Willebroek)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.