erfgoedobject

Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Leodegarius

bouwkundig element
ID
1891
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/1891

Juridische gevolgen

Beschrijving

Georiënteerde, laatclassicistische kerk, oorspronkelijk en tot 1905 met kerkhof ten zuiden, heden omgevormd tot parkeerplaats.

Historiek

Reeds in 1101 is er sprake van een kerk, vermoedelijk ter plaatse van een oudere kapel, in de bevestiging van de schenkingsakte van Wenemaar, kastelein van Gent, waarbij de kerk haar vrijheid krijgt. De kerk was immers verbonden aan een abdij van reguliere kanunniken van Sint-Augustinus (zie nummer 11), in 1120 verenigd met de abdij van Affligem; ten gevolge hiervan werd Bornem priorij. Een deel van de kloosterkerk diende als parochiekerk en was sedert 1253, ter hoogte van de communiebank, afgescheiden door een muur, die pas in 1603 werd gesloopt. Kerk circa 1164 gedeeltelijk door brand vernield.

De romaanse kerk in vorm van een Latijns kruis, waarvan de oorsprong gesitueerd wordt in de 12de eeuw, onderging in de loop der eeuwen drastische transformaties en werd op de toren en het hoogkoor na, nagenoeg volledig afgebroken in 1828. In de loop der eeuwen waren meerdere kapellen en andere constructies tegen het schip aangebouwd, zoals blijkt uit een aquarel van F. Van Causbroeck van voor 1828; naar ontwerp van bouwmeester Vuillaume werden deze aanbouwsels samen met het transept gewijzigd in twee zijbeuken, en samen met de middenbeuk onder één groot zadeldak gebracht. De toren werd geflankeerd door een bergplaats (noorden) en een doopkapel (zuiden). Het interieur werd tegelijkertijd aangepast aan de heersende smaak.

In 1864-1865: stenen torenspits vervangen door de huidige, slanker aandoende spits, naar ontwerp van provinciaal architect J. Schadde; het timmerwerk bleef evenwel bewaard. Omwille van stabiliteitsproblemen werd de toren bovendien verankerd.

Van de romaanse kerk resten heden nog de onderbouw van de toren, met name begane grond en eerste verdieping, de buitenmuren van het koor, de oostelijke buitenmuren van de huidige zijbeuken en de romaanse crypte, laatstgenoemde gerestaureerd in 1987-1988 naar ontwerp van architectenbureau L. Fornoville. Torenrestauratie in 1993 naar ontwerp van G. Van Doorslaer en L. Scholiers van de "Ontwerpgroep Dorpskern".

Beschrijving

Laatclassicistische kerk met tussen weekkapel (sedert 1972), oorspronkelijk bergplaats (noorden) en doop-/rouwkapel (zuiden), (beide van één travee) ingebouwde westtoren; aansluitend driebeukig schip van zeven traveeën en lager koor van één rechte travee met vlakke sluiting. Flankerende sacristie (zuiden) en bergplaats (noorden), laatstgenoemde uit de periode 1910-1912 naar ontwerp van provinciaal architect E. Careels. Met uitzondering van de zandstenen toren opgetrokken uit baksteen onder afgewolfde leien zadeldaken.

Westtoren van vier geledingen: vierkante, massief aandoende basis, opklimmend tot de 12de eeuw, met gotisch spitsboogportaal, bekroond door spitsboogvenster en roosvenster, laatstgenoemde ingebracht in 1864-1865. In het boogveld van het spitsboogportaal: nis met beeld van Sint-Leodegarius, een kopie van het gepolychromeerde houten 18de-eeuws beeldje, dat bewaard wordt op de pastorie. De overgang van de vierkante basis naar het achtzijdige segment (1864-1865) met spitsbogige galmgaten onder doorgetrokken waterlijst, wordt gemaakt door een blinde geleding met driehoekige, getrapte afschuiningen van arduin. Behouden waterlijst en waterspuwers. Bekronende ingesnoerde naaldspits, met dwerggalerij aan de basis. Zuidoostelijke hoek gevormd door een ronde traptoren met wenteltrap, deels verborgen onder het zadeldak van 1828.

Schip met circa 1908 gecementeerde noordgevel, gemarkeerd door sobere rondboogvensters met zandstenen sluitsteen en imposten. Westgevels voorzien van rondboognissen met beelden van Onze-Lieve-Vrouw (links) en Sint-Antonius van Padua (rechts); twee nagenoeg onleesbare gedenkstenen verwijzen naar de vergroting van de kerk in 1828. Deels bewaarde romaanse oostgevels, zie bouwnaden en zandsteengebruik. Koor met gedichte rondboogvensters (ten oosten) en segmentboogvensters in noord- en zuidgevel. Onderaan de segmentbogige vensters, een vergroting van 1891-1892, van de romaanse crypte die zich onder het koor bevindt.

Interieur

Bepleisterd en beschilderd interieur met rondboogarcade op Toscaanse zuilen; kruisribgewelven op pilasters met lijstkapiteel. Ingangsportaal met houten moer- en kinderbalken.

Mobilair

Schilderijen vervaardigd door de Vlaamse School: Onze-Lieve-Vrouw van Smarten, tweede helft 16de eeuw; Onze-Lieve-Vrouw met Kind en Heilige Anna, eerste helft 17de eeuw; Heilige Familie en Heilige Drievuldigheid, 17de eeuw; Heilige Leodegarius van Autun, 18de eeuw; Mystiek huwelijk van de Heilige Catharina van Alexandrië, 18de eeuw.

Beeldhouwwerk: Retabel met de graflegging, tweede helft 15de eeuw, gepolychromeerd hout; houten heiligenbeelden van de firma Janssens uit Turnhout, aangekocht tussen 1864-1874, gepolychromeerd door M. Zens; gepolychromeerd Onze-Lieve-Vrouwebeeld, op het haarlint gedateerd 1745, W. Pompe (weekkapel); houten kruisbeeld (portaal), afkomstig uit de priorij, 17de eeuw; 17de-eeuws kruisbeeld (weekkapel), oorspronkelijk deel uitmakend van een calvarie; Sint-Antonius Abt, 18de eeuw, toegeschreven aan W. Pompe; Heilige Barbara, 1816, Mechelse beeldhouwer Laurens.

Meubilair: hoofdaltaar, 1742, gemarmerd hout, G.I. Kerrickx; eiken communiebank, 1889, M. Zens; Lodewijk-XV-preekstoel, 18de eeuw (circa 1740), eik; 19de-eeuwse kerkmeestersbanken en -biechtstoelen, eik; orgel van 1891 door firma Anneessens; 17de-eeuws doopvont, arduin en messing; glasramen gedateerd 1888 (atelier H. Oidtmann en Cie).

Koorcrypte toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, reeds vermeld in een akte van 1252 als oude bedevaartplaats; volgens J. Verbesselt vermoedelijk uit vierde kwart van de 11de eeuw. Opgevat als een kleine rechthoekige kapel van drie en drie traveeën; gepolychromeerde kruisgewelven op beschilderde pijlers en zuilen van Doornikse hardsteen; polychromie bestaande uit vegetale en geometrische motieven van 1891-1892, door Brassine uit Brussel.

Altaar van witte steen op vier neoromaanse zuiltjes, vierde kwart van de 19de eeuw, M. Zens (Gent). Op het altaar miraculeus Mariabeeld, 1597, gepolychromeerd lindehout, Maarten van Calster, gerestaureerd door J. Cammaert (Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium) in 1973. Vier glasramen gesigneerd J.F. Pluys, 1858.

Aan zuidoostzijde: rechthoekige nis met de marmeren graftombe van Pedro Coloma, heer van Bornem (°1556 - †1621); de tombe, geschraagd door vier arduinen leeuwtjes, bevond zich oorspronkelijk centraal in de crypte maar werd in 1934 tijdelijk ondergebracht in de doopkapel en in 1948 verplaatst naar de nieuw ontdekte krocht naast de reeds bestaande; de nieuwe krocht werd aangepast naar ontwerp van D. Beckers; tegen de achterwand van de nis Christusbeeld van 1768 door W. Pompe, afkomstig van de kapel op de Kruisberg.

Rondom de kerk: vijftien mysteriën van 1908 (zie opschrift) met calvarie en 14 gepolychromeerde terracotta reliëfs in arduinen portiekkapellen, M. Zens. Achter de sacristie: classicistische kapel. Aan zuidzijde ijzeren hek van circa 1905.

  • Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten & Landschappen, Bestuur voor Monumenten en Landschappen, Provinciale Directie Antwerpen, beschermingsdossier.
  • Provinciaal Archief Antwerpen, Kerken, Bornem, Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Leodegarius, dossiers 2, 6, 7.
  • JANSEN J., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Antwerpen. Kanton Willebroek, Brussel-Antwerpen, 1975, p. 14-18.
  • MAEREVOET J., Het Lupo van de Bron naar Bornem, Beveren, 1990, p. 75.
  • MAEREVOET J., 900 jaar naar Bornems krochtkapel en Onze-Lieve-Vrouw, Bornem, 1973.
  • MEUL V., Jozef Schadde (1818-1894). Provinciale architect van het arrondissement Mechelen van 1853 tot 1869, Licentiaatsverhandeling Katholieke Universiteit Leuven, 1992, p. 90-95.
  • VAN ROOSBROECK J.J., Bornem 1900, Wespelaar, 1988, p. 25-27, 84-127.

Bron     : De Sadeleer S., Kennes H., Plomteux G. & Steyaert R. 1995: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Mechelen, Kanton Puurs, Klein Brabant, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 13N3, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Kennes, Hilde
Datum  :

Aanvullende informatie

Kerkhof

Omheind restant van het kerkhof met enkele 18de en 19de-eeuwse graftekens en een calvarieberg.

Historiek

De oudste duidelijke afbeelding van het kerkhof staat afgebeeld op de laat 18de-eeuwse Ferrariskaart. Het kerkhof was toen ten zuiden, ten westen en ten noorden ommuurd. Het kerkhof omvatte het volledige Cardinaal Mercierplein. Omstreeks 1904-1905 werd het kerkhof verkleind tot de huidige contouren.

Beschrijving

Ten westen en zuiden door een gietijzeren hekken omheind restant van het vergroend en beboomd kerkhof. Op het kerkhof werden in 1908 vijftien kapellen opgericht met de mysteriën van de rozenkrans. Die kapellen werden aangevuld met een gietijzeren calvarie op een rotspartij uit cementrustiek in de zuidwestelijke hoek. De calvarie werd door de parochianen geschonken in 1908. Verwerkt in de zuidoostelijke hoek van het kerkgebouw staat een open classicistische kapel, steunend op Dorische zuilen en ten zuiden voorzien van een driehoekig fronton met de afbeelding van het Alziende Oog in een stralenkrans en geflankeerd door serafijnen. In de kapel staat een altaar met daarop een beeld van vermoedelijk de heilige Domenicus Guzman die de rozenkrans van Onze-Lieve-Vrouw ontvangt. In de onderbouw van het altaar zit een smeedijzeren traliewerk. Vaak wordt in die context een vagevuur afgebeeld. Hier is de onderbouw wit geschilderd.

Het kerkhof bevat nog een reeks 18de- en 19de-eeuwse graftekens tegen de kerkmuur en een tweetal vrijstaande exemplaren. Ter hoogte van het koor liggen er tevens twee grafplaten in het pad verwerkt. Samen geven de graftekens een beperkt, maar interessant overzicht van de grafkunst in de 19de eeuw.

Het hardstenen grafteken Reynders (+1827) is een typisch neoclassicistische stèle in de vorm van een sarcofaag met akroteria, een ouroboros, zeis en omgekeerde fakkels.

Het hardstenen grafteken Nuyts-Cuyckens (+1879) is een eclectische stèle op een in- en uitzwenkende sokkel, een naar boven toe verjongend lichaam met de graftekst en een frontonvormige bekroning. De bekroning is versierd met eikentakken, een immortellenkrans aan een knop en de verstrengelde initialen NC.

De sobere hardstenen neoclassicistische stèle bestaande uit een voet, lichaam en bekroning voor priester Cops dateert uit 1893. Op de bekroning zijn de sporen van een kelk met hostie, de typische verwijzing naar het priesterschap nog zichtbaar.

De hardstenen eclectische stèle voor Benedictus Brys dateert uit 1895. De stèle combineert elementen van het sarcofaaggraf in de sokkel en het portiekgraf in de bovenbouw. De sokkel is vooraan voorzien van een uitspringende sarcofaag met geopend deksel. Voluten met immortellenkransen maken de overgang naar het lichaam dat bestaat uit een gesloten rug met een verdiepte nis en aan de voorzijde twee composietzuilen. In de verdiepte nis werd een witmarmeren plaat aangebracht met het grafschrift. De bovenbouw sluit met een halfronde nis het portiek af terwijl het driehoekige froton uitloopt een nok dwars op kerkgevel. Een kruis met immortellenkrans bekroont het geheel. Op het fronton staat eveneens een gestrikte immortellenkrans afgebeeld.

Een hardstenen anonieme neoclassicistische stèle waarvan de vermoedelijk ooit witmarmeren tekstplaat is verdwenen, dateert wellicht uit de 20ste eeuw en werd vervaardigd door E. Rousseau uit Antwerpen. De ingebeitelde decoratie is zeer gelijkend aan andere graftekens van voor de Eerste Wereldoorlog.

De meest oostelijke hardstenen neoclassicistisch stèle verloor eveneens zijn vermoedelijke marmeren tekstplaat. Het is een grafteken voor een priester getuige de afbeelding van een kelk en hostie geflankeerd door eikenbladeren in het kopstuk.

Twee hardstenen eclectische graftekens voor priesters liggen op het kerkhof. Beiden bestaan uit een stèle met bekronend kruis en worden voorafgegaan door een (verhoogde) zerk. De graftekens dragen de typische afbeelding van de kelk en een hostie. Bij het graf Van Roosbroeck (+1917) wordt die gestandaardiseerde symboliek uitzonderlijk aangevuld met de afbeelding van een wierrookvat, een stola, een kruik, een distel en een druivenrank waardoor een zeer persoonlijk grafteken ontstaat. Het grafschrift is bij dit laatste graf tevens aangebracht op een witmarmeren tekstplaat.

In het voetpad werden nog twee stèles verwerkt. De eerste is trapeziumvormig en heeft de afbeelding van een kruis. De tweede is duidelijk een priestergraf gezien de kelk met hostie en de banderol met een Latijnse tekst. Onder de banderol een mandorla in verhoogd beeldhouwwerk met erin de afbeelding van een vrouwelijke heilige met een palmtak geflankeerd door een gevleugelde engel met een brandende kaars en een gehurkte man die een blad papier aanneemt. Het ontbreken van een grafschrift maakt het moeilijk om de stèle te dateren.

In de kerk liggen meerdere 17de- en 18de-eeuwse grafstenen in hardsteen en met witte marmer ingelegd.

  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Topografische kaarten van België, Herziening derde editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1900-1930, schaal 1:20.000.
Auteurs : Mertens, Joeri
Datum:

Relaties

  • Is deel van
    Kardinaal Cardijnplein


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2022: Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Leodegarius [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/1891 (Geraadpleegd op )