Bedrijfsgebouwen UCO-de Hemptinne

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Gent
Deelgemeente Gent
Straat Opgeëistenlaan, Kolveniersgang
Locatie Opgeëistenlaan 2, Kolveniersgang 133, Gent (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Bedrijfsgebouwen UCO-de Hemptinne

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Bedrijfsgebouwen UCO-de Hemptinne
gelegen te Kolveniersgang 133, Opgeëistenlaan 20-158 (Gent)

Deze bescherming is geldig sinds 04-10-1996.

omvat de bescherming als monument Bedrijfsgebouwen UCO-de Hemptinne: directeurswoning
gelegen te Opgeëistenlaan 2 (Gent)

Deze bescherming is geldig sinds 04-10-1996.

Beschrijving

Zogenaamd UCO-de Hemptinne, voorheen spinnerij en weverij J. de Hemptinne. Naast zijn toen reeds bestaande katoendrukkerij aan de thans gedempte Lieve, werd in 1853-1854 door Jules de Hemptinne een "filature à l'étage" opgericht, gevolgd door zijn woonhuis in 1860-1861. De oude katoendrukkerij verdween volledig in 1872-1876; vanaf 1890 werd de spinnerij door een weverij aangevuld, waarin omstreeks de Eerste Wereldoorlog een honderdtal getouwen werkten.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het bedrijf beschadigd, nadien hersteld. Het voormalige woonhuis horende bij het bedrijf dateert van 1860-1861. Herenhuis met drie traveeën brede voorgevel, twee en een halve bouwlaag en heden plat dak. Ontpleisterde voorgevel met dubbelhuisopstand afgelijnd door geblokte hoekblokken. Centrale rechthoekige omlijste poort en vensters; geaccentueerde bel-etagevensters onder druiplijst en centraal driehoekig fronton. Vierkante venstertjes op de halve-verdieping. Gelijkaardige zijgevels van vier traveeën met doorlopend kordon op de hoofdverdieping.

Behouden interieur met fraaie salons, hal met stucversieringen en trappenhuis met witmarmeren trap met vergulde gietijzeren leuning en beschilderd plafond.

De huidige bedrijfsgebouwen kwamen hoofdzakelijk in een viertal bouwfasen tot stand: de bouw van de vroegere spinnerij (1853-1854); de eerste uitbreiding hiervan (1870-1876); de verbouwingen bestemd voor de latere weverij, met een vooruitschuiven van het bebouwde terrein in de richting van de Opgeëistenlaan (1880-1890); de recente weverij (1946).

Nieuwbouw lijkt in het bedrijf steeds verband te houden met wijzigingen in het productieproces, en werd aldus gekoppeld aan aanpassingen van reeds bestaande constructies (onafgezien van de kleinere verbouwingen welke tussendoor geschiedden). Op die wijze ontstond een soort organisch gegroeid, doch bij de eerste kennismaking wat chaotisch geheel. De data geven dan ook eerder de algemene toestand der componenten weer.

De gevelwand aan de Opgeëistenlaan wordt gemarkeerd door een aaneenschakeling van typische, door lisenen ritmisch gelede beschilderde bakstenen wanden van links naar rechts: de spinnerij respectievelijk met drie bouwlagen en vier traveeën onder schilddak (pannen) daterend van 1890, twee bouwlagen en zeven traveeën daterend van 1888 en tien traveeën van 1884, onder raekemdaken. Getoogde vensters met ijzeren roedeverdeling gevat in rechthoekige nissen. Aansluitend iets hoger, twee bouwlagen hoog bakstenen gebouw met centrale toegangspoort onder houten pseudofronton daterend van 1880 (twee linkertraveeën, portierswoning) en 1888 (laad- en losplaats). De drie bouwlagen hoge gevelwand onder raekemdaken is eveneens een uitbreiding van 1888. Tenslotte verbindt een blinde bakstenen muur met getoogde nissen daterend van 1946 (magazijnen en garages) het laatst genoemde gebouw met het woonhuis van 1860.

De voornaamste in het oog springende constructie betreft de oude Manchesteriaanse spinnerij (A1): solied gebouw van vijf bouwlagen tussen zware bakstenen buitenmuren, onder raekemdaken; getoogde openingen met hardstenen dorpels, met meestal ijzeren roedeverdeling. Onderkelderd, met bakstenen troggewelven tussen ijzeren I-balken, rustend op I-balk op gietijzeren kolommen. Eerste en tweede bouwlaag met vloerconstructie door middel van brede bakstenen troggewelven tussen gegoten moerbinten op gietijzeren kolommen welke door de balklaag gaan; de moerbinten zijn in de gewelflaag rond het tussenstuk der kolom bevestigd en laatst genoemde past in de kolomvoet der hogergelegen verdieping. Boven derde en vierde bouwlaag (verhoging uit 1870) smallere bakstenen troggewelven tussen ijzeren I-balken, rustend op en tussen gewalste I-balken op gietijzeren kolom met vlakke kopplaat. Vijfde bouwlaag (verhoging einde negentiende of begin twintigste eeuw, ook duidelijk merkbaar aan oostgevel) onder raekemdaken met onderdak, op aanleuningspunten rustend op zware gewalste I-balken (welke boven elk kolom-steunpunt haaks met elkaar verbonden zijn door middel van met moerbouten bevestigde lichte ijzeren I-balken); gietijzeren kolommen met door ribben ondersteunde aangegoten opleggingen. Ten zuiden van dit blok, over de twee aansluitende traveeën, en over de volledige breedte, gedeelte voor verticale circulatie (met mooie gietijzeren trap) en ten oosten van laatst genoemde resten der vroegere kabeltransmissieschacht (A2). Oorspronkelijk 1853-1554, in 1870 verhoogd tot vijf bouwlagen. Een tweede vijf bouwlagen hoge verticale circulatietoren (1870) bevindt zich aan de noordwestelijke hoek (F2) en werd na de Eerste Wereldoorlog voorzien van een betonnen watertank op betonnen staketsel.

De stoommachinekamer (Am) dateert uit 1853-1854, en strekt zich over twee bouwlagen uit (thans betonnen vloer tussen beide aangebracht, en omgevormd tot stapelruimten); wanden bepleisterd met imitatiebanden en voorzien van zijdelings bovenlicht; zoldering in classicistische stucbepleistering, op gietijzeren consoles.

Dit hoofdgebouw is omgeven door constructies van één tot drie bouwlagen, onder raekemdaken; laatst genoemde waren voor 1880 hoofdzakelijk uitgevoerd in een gemengd ijzer-en-houten spant, terwijl nadien de voorkeur wordt gegeven aan diverse types metaalspanten. Gietijzeren kolommen dienen ter ondersteuning, waarbij opmerkelijk is dat, in het deel uit 1880-1890 (D3, D4 en D5) de kolomvoet telkens in een boven de vloer uitstekend tussenstuk van een kolom der lagergelegen verdieping rust. De uitbreiding D1, D2 en D6 (1870-1872) was oorspronkelijk bedoeld als spinnerij, doch moest na 1890 zwaardere weefgetouwen herbergen, welke bij voorkeur onder raekemdaken opgesteld dienden. De originele constructie der begane grond (bakstenen troggewelven tussen ijzeren I-balken, rustend op gietijzeren kolommen) was hierop niet berekend. Rond de bestaande kolommen werden daarom circa 1890 door middel van moerverbindingen (zeskantige schroefbouten) twee halve holle gietijzeren kolommen met aangegoten steunstukken of met vlakke kopplaat, waarop additieve (?) I-balken, aangebracht. In de constructies uit de jaren 1880 (D3, D4, en D5) was met het project der weverij reeds terdege rekening gehouden gezien hier geen versteviging aangebracht diende.

In 1888 werd de huidige hoofdtoegang aangebracht, waarachter zich een overdekte (beglaasd zadeldak op ijzeren spanten) laad- en losgang (F4) bevindt; interessante gietijzeren loopkat uit einde negentiende eeuw.

Om de uitbreidingen van het laatste kwart van de negentiende eeuw af te ronden werd in 1898 ten oosten van het hoofdgebouw een nieuw ketelhuis opgetrokken (K). Hierin bevinden zich thans nog twee op oliestook overgeschakelde Lancashire-stoomketels (MahyWondelgem, 1910, 10 atm., en De Naeyer-Willebroek, 1912, 8 atm.). De ronde met ijzeren banden versterkte fabrieksschouw (S) bevindt zoch nog steeds op dezelfde plaats als in 1853-1854, doch werd waarschijnlijk einde negentiende eeuw aangepast.

De laatste uitbreiding betreft de huidige weverij (H1), het magazijn wisselstukken en de garage (H2), waarvoor in 1946 een aantal eind-negentiende-eeuwse- en begin-twintigste-eeuwse delen moesten plaats ruimen. De gevels van laatste genoemde werden grotendeels bewaard, met daarachter eenlaagse moderne bedrijfsruimten onder raekemdaken; metalen spanten op Grey-kolommen.

  • Kadasterarchief Oost-Vlaanderen, mutatieschetsen Gent.

Bron: Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. met medewerking van Linters A. 1979: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent,  Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4NB N-O, Brussel - Gent.

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen & Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 1979

Aanvullende informatie

In 1997 herbestemd tot sociale woningen door de sociale huisvestingsmaatschappij Gentse Maatschappij voor de Huisvesting.

Vandeweghe, Evert & Verhelst, Julie (23-12-2015 )

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Opgeëistenlaan

Opgeëistenlaan (Gent)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.