Sint-Antoniusgesticht met pastorie

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Schuttershof van de Sint-Antoniusgilde
Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Gent
Deelgemeente Gent
Straat Sint-Antoniuskaai
Locatie Sint-Antoniuskaai 9, Gent (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Gent (actualisaties: 01-01-2006 - 24-09-2007).
  • Adrescontrole Gent (adrescontroles: 25-09-2007 - 25-09-2007).
  • Inventarisatie Gent (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1983).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Schuttershof van de Sint-Antoniusgilde, heden Sint-Antoniusgesticht

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Sint-Antoniusgesticht met pastorie

Deze bescherming is geldig sinds 02-09-1943.

Beschrijving

Voormalig schuttershof van de haakbusschieters en kanonniers van de Sint-Antoniusgilde, heden tehuis Sint-Antonius.

De in 1488 opgerichte Sint-Antoniusgilde hield vanaf 1532 haar oefeningen en vergaderingen op een domein gelegen op de Vogelenzang aan de Lieve daartoe aangekocht door de stad. Eerstesteenlegging van het nieuwe gildehuis in 1639, afgewerkt in 1641. Toren aan de noordwestkant van het gildehuis vermoedelijk opgetrokken in 1664, doch in 1821 gesloopt. Vanaf 1678 werd het schuttershof van de Sint-Antoniusgilde bezet door Franse troepen en als kazerne gebruikt. Waarschijnlijk werden daartoe in het vierde kwart van de 17de eeuw paardenstallen opgetrokken op de schuttersbaan achter het gildehuis rondom een langgerekt, rechthoekig binnenplein, heden een beplante binnentuin. Door een koninklijk decreet van 1703 werd de Sint-Antoniusgilde tijdelijk afgeschaft, het schuttershof met gildehuis werd eigendom van de stad en deed van dan af dienst als hospitaal voor officieren en invalide soldaten. Het voormalige gildehuis werd voor dit doel in 1755 heringericht. (De in 1752 heropgerichte Sint-Antoniusgilde vergaderde van 1755 tot 1783 in oude kazernegebouwen van de stad gelegen in het Prinsenhof huidig nummer 26). Eind 1777 werden de gebouwen gehuurd van de stad voor de inrichting van een armenhospitaal, het zogenaamd "oudmannekenshuys" gesticht door baron Van der Meersch de Berlaere, Moeraert en G. Van Eersel, bisschop van Gent. Later een tehuis voor oude mannen en vrouwen, zogenaamd "huys van Bermhertigheid". In 1784 door de stichters afgekocht van de stad. Sinds 1805 rusthuis voor oude dames. Stichting in het Sint-Antoniushospitaal in 1809 van een kloostergemeenschap, de zogenaamd dochters, later zusters van Liefde van de Verrezen Zaligmaker, in 1955 toegetreden tot de zustergemeenschap van de Heilige Jozef of josephinen van de Briel. Verblijf van de kanunnik opgetrokken aan de straatkant in het eerste kwart van de 19de eeuw, heden pastorie (nummer 10). Sloping van de toren en voormalige bijgebouwen van het gildehuis in 1821 (westkant) en optrekken van een onderkelderde kapel gewijd aan Sint-Vincentius van Padua. Midden 19de eeuw vergroting en verhoging van de voormalige paardenstallen door kanunnik Helias D'Huddeghem, voornamelijk aan de westkant met een ziekenzaal in de as van de kapel en een klein oratorium voor de zusters, vermoedelijk opgetrokken in 1848. Tehuis van Sint-Antonius werd later eigendom van het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen, heden O.C.M.W.

Achterin gelegen hoofdgebouw, het voormalige gildehuis, van vijf traveeën en drie bouwlagen met zadeldak (Vlaamse pannen). Voorgevel in classicerende barokstijl, gedateerd 1645 op cartouchevormige gevelsteen.

Bak- en zandstenen lijstgevel met dubbelhuisopstand, bepleistering verwijderd in het derde kwart van de 20ste eeuw. Bovenste lagere verdieping met vlakke, bepleisterde, omlijste steekboogvensters en klein driehoekig fronton, voorheen op stucconsoles en blinde oculus boven de middentravee, volgens archiefstukken daterend van een verhoging van de gevel en herinrichting der zolderverdieping van 1755 naar ontwerp van architect David 't Kindt.

Hardstenen plint, horizontaal doorlopende vensterdorpels. Rechthoekige vensters in vlakke zandstenen omlijsting met oren; benedenvensters met kruiskozijnen en afgedekt met een afgeknot driehoekig fronton waarin een zandstenen hanenkam. Hogere bovenvensters met kruiskozijnen met dubbele tussendorpel en gebogen, doorlopende kroonlijst. Op borstweringen en penanten, gedecapeerde zandstenen ornamenten, te herkennen als gekruiste haakbussen, en twee cartouches. Geaccentueerde middentravee met rondboogpoort voorzien van arduinen schamppalen; ingeschreven in een rechthoekige zandstenen omlijsting met booglijst op imposten en versierde sluitsteen; verkropte kroonlijst rustend op rolwerkconsoles met lange gegroefde aanzet. Rondboogvenster daarboven, ingeschreven in geriemde zandstenen omlijsting met oren en verhoogd middendeel onder een gebogen fronton. Aansluitende ovale oculus in een geriemde omlijsting met oren op de vier hoeken, sluitsteen en onderbroken gebogen fronton. Aangepaste zijgevels, voorheen duidelijk met in- en uitgezwenkte toppen geleed door zandstenen banden.

Achtergevel: bepleisterde en beschilderde lijstgevel van vier traveeën, oorspronkelijk twee, thans vier bouwlagen: tweede verdieping met aanvankelijk hoge kruiskozijnen met dubbele tussendorpel, in vlakke omlijsting met oren en driehoekig fronton in 1755 voorzien van een tussenvloer gelijktijdig met toevoeging van lage hoogste verdieping. Hardstenen plint. Eerste twee bouwlagen met omlijste steekboogvensters onder booglijst, voorts lage rechthoekige en steekboogvormige vensters, alle met horizontaal doorlopende platte banden.

Rondboogpoort in rechthoekige zandstenen omlijsting met neuten en imposten, verrijkt met geriemd beloop met oren en afgelijnd door kroonlijst; rechthoekig bovenlicht, in geriemde omlijsting met oren, sluitsteen en rechte druiplijst.

Links aansluitende zijaanbouw van vier traveeën en drie bouwlagen met zadeldak (Vlaamse pannen). Verankerde, bepleisterde en beschilderde lijstgevel met dubbelhuisopstand, doorlopende en gelijkaardige vensterregisters. Blinde, verankerde bakstenen achtergevel, uitziend op de straatkant, met centrale dakkapel met leien schilddakje.

Interieur: in de voormalige vergaderzaal der Sint-Antoniusgilde behouden bepleisterde balken rustend op gesculpteerde zandstenen kraagstenen geornamenteerd met hoofden.

Rechthoekige binnentuin afgezet met vleugels waarvan de benedenverdiepingen dateren uit het vierde kwart van de 17de eeuw (voormalige paardenstallen), verhoogd met een of twee bouwlagen midden 19de eeuw: verankerde en roze geschilderde bakstenen lijstgevels met getoogde vensters. Totaal vernieuwd interieur. Vooraan in de tuin, arduinen pomp, gedateerd 1819 en gepolychromeerd beeld van de Heilige Antonius met zijn varken.

Kapel Sint-Vincentius van Padua, opgetrokken in 1821 na sloping van de toren van het gildehuis, haaks tegen de noordgevel van het gildehuis. Eenbeukige onderkelderde kapel van vijf traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (leien) en kleine polygonale klokkentoren met ingesnoerde peerspits van 1854 ter vervanging van een oudere waarvan de bredere aanzet bewaard bleef. Beschilderde bakstenen lijstgevel verlicht door rondboogvensters. Rechts steekboogpoort met steektrap (3 trappen) geflankeerd door twee fijne gevleugelde kariatiden. Sober kerkinterieur met neoclassicistische preekstoel en neobarok hoogaltaar.

Voormalig oratorium van de zusters, heden dodenhuisje, gesitueerd gelijklopend aan de westvleugel en met westgevel uitziend op de beplante tuin aan de westkant. Eenbeukige kapel van één bouwlaag en vijf traveeën, onder zadeldak (Vlaamse pannen). Bakstenen lijstgevel verlicht door hooggeplaatste spitsboogvensters met behouden ijzeren tracering. Twee korfboogdeuren waarvan een gedichte (rechts) en een met bewaard houtwerk (links) Neogotisch interieur met fijn gepolychromeerde wanden en stucwerk waaronder veertien nissen voor Heiligen beelden waarvan slechts twee behouden. Spitsboogvormig tongewelf met kruisribben en slotstenen. Zwart en wit marmeren vloertegels waarvan een gedateerd 1848. Door een valse zoldering en wand voor het driezijdig koor is het geheel aan het oog onttrokken.

Noordkant van de halfopen tuin aan de westkant afgesloten door een bakstenen vleugel van twee bouwlagen en acht traveeën, met schilddak (Vlaamse pannen), vermoedelijk uit eind 18de eeuw. Eenvoudige pilastergevel met getoogde bovenvensters. Twee middentraveeën boven de gootlijst gemarkeerd door een driehoekig fronton voorzien van twee kleine rondboogvensters. Gewijzigde benedenvensters.

  • Stadsarchief Gent, Atlas Goetghebuer, D.32/F.55 en F.56.
  • DE SCHRIJVER J., Onuitgegeven nota's.
  • VAN DER HAEGEN F., Histoire de la gilde souveraine des couleuvriniers, arquebusiers et canoniers, dite chef-confrerie de St.-Antoine à Gand, 1866.

Bron: Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. met medewerking van Linters A. 1979: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent,  Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4NB N-O, Brussel - Gent.

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen; Linters, Adriaan & Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 1979

Relaties

maakt deel uit van Sint-Antoniuskaai

Sint-Antoniuskaai (Gent)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.