erfgoedobject

Eclectisch herenhuis met tuin

bouwkundig element
ID
200060
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/200060

Juridische gevolgen

Beschrijving

Het half vrijstaand eclectisch herenhuis van twee bouwlagen en drie traveeën onder een afgesnuit kunstleien zadeldak is voorzien van twee sierlijke dakkapellen en heeft een oorspronkelijk bepleisterde gevel. Het herenhuis is gelegen aan de rand van een grote stadstuin met monumentale groene beuk (Fagus Sylvaticum).

Historiek

Op 23 mei 1876 diende Mevrouw Thimister een aanvraag in voor de bouw van een herenhuis op de oever van de Demer, tegenover de Ezeldijkmolen in de Schaffensestraat, toen nog de Grooten Draey genoemd. Het stadsarchief van Diest bewaart de ontwerptekening van de voorgevel die nagenoeg identiek is aan de huidige toestand. De mutatieschets van het kadaster, in 1877 opgetekend, toont aan dat voor het vrijmaken van de site drie gebouwen moesten gesloopt worden en dat buiten de herenhuis ook nog een dienstgebouw opgetrokken werd (mogelijk een koetshuis), rechts achter de woning, haast in het verlengde van de koetsdoorgang. In 1890 werd dit dienstgebouw bij de aanpalende woning gevoegd en bouwde men hiertegen en haaks op de achtergevel een volledige dienstvleugel. In 1934 echter hoorde het koetshuis weer bij het grote herenhuis. De op de achtergevel ingeplante dienstvleugel werd in 1936 gesloopt. De huidige configuratie van gebouwen is hierdoor nagenoeg identiek aan de originele toestand, zoals gebouwd in 1876. Met uitzondering van de recent opgetrokken bungalow achteraan op het perceel, bleef de omvang van de grote tuin onaangeroerd.

Beschrijving

Het betreft een half vrijstaande ontpleisterde woning van het enkelhuistype met vier traveeën en twee bouwlagen onder een kunstleien dak met dakkapellen. In de oorspronkelijk bepleisterde gevel werd blauwe hardsteen verwerkt voor plint, onderdorpels, cordonlijst en balkon.

Uiterst rechts in de gevel bevindt zich de koetspoort met houten poortvleugels onder een halfrond bovenlicht, voorzien van medaillon, en gevat in een geprofileerde rondboogomlijsting, gevormd door stijlen in blauwe hardsteen die een boog in stucwerk ondersteunen. Links van de koetspoort wordt een hardstenen plint doorbroken door drie rechthoekige keldervensters, voorzien van diefijzers. De vensters van de verhoogde begane grond zijn gevat in geprofileerde omlijstingen waarvan de bovenhoeken sierlijk afgerond zijn en die rusten op een ietwat vooruitspringende onderdorpel. Kleine buitenluikjes, dicht geplooid geïntegreerd in de omlijsting, laten toe de kamers erachter van de straat af te sluiten. De vensters van de verhoogde begane grond zijn met elkaar verbonden door middel van een bandversiering in (oorspronkelijk ook bepleisterde) baksteen.

De bouwlagen worden van elkaar gescheiden door middel van een cordonlijst die in de twee middelste traveeën onderbroken wordt door een balkon dat rust op zware voluutconsoles met diamantkopmotief en gestileerde guttae. De gietijzeren balustrade van het balkon is fijn uitgewerkt met gestileerde vegetale motieven en bloemen in medaillons. De vensters op de verdieping zijn gevat in een geprofileerde omlijsting van stucwerk met oren en worden bekroond door een pseudo-entablement met voluutconsoles. Een sterk uitkragende en geprofileerde kroonlijst op klossen kondigt het met kunstleien bedekte dak aan dat voorzien is van twee dakkapellen, elk geflankeerd door voluten en bekroond door een licht getoogde lijst met een van rocaillemotief voorziene sleutel.

De zijgevel telt twee traveeën met links twee blindvensters en rechts twee schuifkozijnen.

De achtergevel van het pand bestaat uit vier traveeën en twee bouwlagen met een mezzanino. Uiterst links in de gevel bevindt zich de koetspoort: een met glas opengewerkte rondboogpoort met bovenlicht, voorzien van sierlijke metalen roeden. Verborgen achter enkele grote paplaurierstruiken zit een klein rond venstertje met sierlijk schrijnwerk en de twee licht getoogde vensters van het achterste salon, in de rechter helft van de gevel. Een monumentaal rondboogvenster centraal in de gevel verlicht het achterliggende trapbordes. Op de verdieping bevinden zich drie licht getoogde rechthoekige vensters. Het gevelvlak wordt afgesloten door vier kleine rechthoekige mezzaninovensters.

Het bijgebouw, dwars op de achtergevel ingeplant, telt drie traveeën en twee bouwlagen.

Het interieur van de woning kan op zijn minst rijkelijk genoemd worden. Het grondplan van de gelijkvloerse verdieping wordt gevormd door een koetsdoorgang uiterst rechts en centraal aan de tuinzijde een vijf treden hoger gelegen monumentale traphal die toegang verleent tot een klein salon aan de straatzijde en twee grote salons aan de linkerzijde van de woning. Alle ruimtes van de gelijkvloerse verdieping -ook de koetsdoorgang- werden rijkelijk versierd met hoog kwalitatief stuc- en lijstwerk, gaande van medaillons met bustes, guirlandes en festoenen, tot eierlijsten, pilasters, supra-porta’s en rozetten uitgewerkt met putti, vegetale en florale motieven. De drie salons zijn elk voorzien van een monumentale witmarmeren schouwmantel, strak en geometrisch in het kleine salon en weelderig met voluten en fruitmotief in beide grote salons. Opmerkelijk is eveneens het decoratief uitgewerkt hang- en sluitwerk aan hoge deuren en vensters.

Een imperiale trap in de hal, voorzien van een witmarmeren tegelvloer, leidt naar de overloop van de eerste verdieping waarop vier kamers, een keuken en badkamer uitgeven. De kamers zijn duidelijk soberder afgewerkt dan de salons: geen weelderig stucwerk hier en slechts eenvoudig uitgewerkte schouwmantels. In de badkamer -de vroegere trapruimte naar de zolder- bevindt zich een uitschuifbare trap. De zolder werd opgesplitst in één grote en drie kleine ruimtes die vermoedelijk ooit dienst deden als kamers voor het huispersoneel.

  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden van Jozef Jean François de Ferraris, opgesteld tussen 1770-1778, schaal 1:11.520.
  • Primitief kadaster, opgesteld door J.G. Voncken tussen 1807-1836, schaal 1:2.500-1:5.000.
  • Atlas cadastral parcellaire de la Belgique van Philippe-Christian Popp, opgesteld tussen 1842-1879, schaal 1:2500 tot 1:7500.
  • BRANS M. 1994: Diest. Stille getuigen, s.l.
  • LEMAIRE R. e.a. 1971: Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in Vlaanderen, Architectuur, 1, Provincie Brabant, arrondissement Leuven, Luik, 56-99.
  • VAN DER EYCKEN M. 1994: Steden in beeld. Diest, s.l.
  • VAN DER EYCKEN M. 1980: Diest vroeger en nu, Tielt.
  • VAN DER EYCKEN M. 1980: Geschiedenis van Diest, Diest.

Auteurs: Verloove, Claartje; Deneef, Roger; Paesmans, Greta
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Eclectisch herenhuis met tuin [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/200060 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.