erfgoedobject

Maalderij Van Orshoven

bouwkundig element
ID: 200075   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/200075

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek

Site in 1873 betrokken door de aan de Havenkant (30-32) wonende P.F. Vanorshoven, die twee jaren voordien hier het huis nummer 13 grondig had laten verbouwen en in pand nummer 15 in 1876-1877 een nieuwe stoommaalderij met een stoommachine van 25 pk liet installeren (zie gedenksteen), in 1884 vervangen door een stoommachine van 75 pk.

Na sloop van de oude molengebouwen wordt in 1887 aan P.F. Vanorshoven een bouwvergunning afgeleverd voor de oprichting van een nieuw maalderijcomplex met magazijn, silo’s en moderne cilindermolens; het bedrijf wordt uitgerust met een stoommachine van 80 pk en in 1897 uitgebreid met veestallen.

In 1889 volgt de oprichting van de commanditaire vennootschap "Gust. Vanorshoven et Cie", die later, in 1929, zal worden ontbonden en vervangen door de oprichting van de nv "Anciens Moulins Van Orshoven".

Inmiddels was het bedrijf in 1903-1904 uitgerust met een nieuwe stoomketel en een stoommachine van 200 pk en had de vennootschap in 1909 - na liquidatie van de molens Decoster & Jacqmotte - de tegenoverliggende panden tussen Stapelhuisstraat en Havenkant aangekocht. In de loop van de eerste helft 20ste eeuw volgden nog verbouwingen en uitbreidingen en werd tijdens de interbellumperiode de stoommachine vervangen door een elektrische aandrijving. In tegenstelling tot de rest van de bebouwing rondom de Vaartkom, bleven de molens Van Orshoven grotendeels gespaard tijdens de bombardementen van 1944. In 1973 werd de oude schoorsteen gesloopt en silo’s opgericht tussen de maalderij en het pakhuis Havenkant 30-32.

In 1982 werden de activiteiten van deze laatste industriële maalderij in Leuven stopgezet. Heden herbergen de voormalige molens Van Orshoven diverse culturele, vereniging- en kantoorfuncties.

Het molencomplex evenals de aan de Havenkant gesitueerde laad- en losinstallatie van na de Tweede Wereldoorlog (zie Havenkant 30-32) werden in 2002 beschermd als monument.

Beschrijving

De "Molens Van Orshoven" vormen een ensemble van gebouwen die grosso modo U-vormig zijn ingeplant op een diep en schuin georiënteerd perceel.

Het voormalige woonhuis en het maalderijgebouw palen met hun voorgevels aan de Stapelhuisstraat. Haaks aansluitend op het woonhuis en uitziend op de gekasseide binnenplaats: het voormalige directie-/ refter-/laboratoriumgebouw. In de oksel van en palend aan het maalderijgebouw: de machinehal en annex de kuismolen. In het verlengde hiervan: de zakkenkuiserij, de voormalige stookplaats en een silo. Achterin gelegen en vrijstaand: de voormalige schrijnwerkerij.

Woonhuis

Woonhuis heden fungerend als administratief gebouw. Volgens de bouwaanvraag van 1873 ingediend door P.-F. Van Orshoven resulteert het uit de verbouwing van een oudere kern die minstens zou opklimmen tot de 17de eeuw. Volgens A. Meulemans droeg dit pand de benaming "De Drije Kreften" en werd het in 1764 beschreven als een huis met pakhuis.

In zijn huidig voorkomen vormt het een drie bouwlagen en vier traveeën tellend breedhuis met dubbelhuisopstand, onder zadeldak. Bepleisterde en witgeschilderde straatgevel op hardstenen plint, met verzorgde vormgeving in neoclassicistische stijl. Getoogde muuropeningen: op de begane grond in bandomlijsting met trapezoïdale sluitsteen - de vensters voorzien van luiken -; op de bovenverdieping in geprofileerde omlijstingen, verticaal verbonden door opeenvolgend entablementen en lekdrempelconsooltjes. Doorgetrokken lekdrempels ter hoogte van de tweede bouwlaag als duidelijke scheiding tussen beneden- en bovenbouw. Voorts decoratieve inbreng door diamantkoppen en sierlijk uitgewerkte sluitstenen. Recente kroonlijst.

Deels zichtbare bakstenen achtergevel met verwerking van blauwe hardsteen voor plint, omlijstingen en linker belijning van de venstertraveeën; bijkomende smalle deurtravee uiterst links, met thans gedichte opening op de begane grond.

Binnenin getuigen interieuronderdelen nog van de neoclassicistische inrichting, zij het in een vrij sobere uitvoering. Zo onder meer in de hal en in de trappengang de houten bordestrap met balusters, het lijstwerk van het stucplafond en de voluutvormige balkconsoles, en op de bovenverdieping de neorenaissance getinte schouw.

Kantoorgebouw

Gebouw met voormalige directielokalen, refter en laboratorium, waarvoor de bouwvergunning doch een afwijkend ontwerp van architect F. Vandendael dateren van 1946. Het betreft hier een verbouwing van een ouder ensemble, waarvan de twee bouwlagen hoge polygonale uitbouw van baksteen opklimt tot de tweede helft van de 19de eeuw (mogelijk van 1879, alleszins vóór 1883): opeenvolgende rondboog- en segmentboogvensters, gesinterde plint, uitkragend en omlopend hardstenen cordon en typerende decoratieve booglijsten en aflijnende baksteenfriezen. Binnenin: een gelijkvloerse inrichting in neoclassicistische stijl, bepleisterd en geleed door gegroefde pilasters met basementen voorzien van diamantkoppen; verlaagd plafond.

Molencomplex

Het molencomplex omvat de maalderij die volgens de bouwaanvraag van P.-F. Van Orshoven van 1887 opgetrokken werd naar ontwerp van architect T. Eul op rechthoekige plattegrond en bestaande uit opslagruimten of magazijn van vijf bouwlagen en vier op vier traveeën, een gedeelte met inwendige betonnen silo's van zes bouwlagen en een travee, en een molengedeelte van zeven bouwlagen - inclusief de half verzonken kelderverdieping – en drie op vier traveeën; annex een kuismolen van vijf traveeën, vermoedelijk gelijktijdig opgetrokken met de maalderij, en de machinehal, te dateren begin 20ste eeuw en vermoedelijk verbouwd eindjaren 1920-beginjaren 1930.

Te citeren overige gebouwen zijn de zakkenkuiserij, met later geïncorporeerde gedenkplaat van 1876, die eveneens zou opklimmen tot begin 20ste eeuw en verbouwd zijn in de eindjaren 1920-beginjaren 1930; de aanpalende silo van recente datum (1973) en de belendende voormalige kleine stookplaats; de schrijnwerkerij, als vermoedelijk vroegere stalling van 1897 die omstreeks 1935 werd verbouwd. Maalderij: baksteenarchitectuur met segmentbogig afgedekte doorbrekingen; metalen schrijnwerk zogenaamd 'fabriekstype' met kleine onderverdeling; gietijzeren muurankers.

Magazijn

Magazijn met imposante gevel aan de Stapelhuisstraat, geleed door pilasters en afgelijnd door een getrapt fries; getande booglijsten boven vensters en als omlijsting in het poortrisaliet, waarin onder het cordon een gevelplaat met inscriptie "G. VANORSHOVEN & Cie"; de muurankers met de initialen van de familie Van Orshoven zijn louter decoratief en vervullen geen constructieve functie. Binnenin een indrukwekkende, volledig houten binnenstructuur met typische schoorbalken. Begane grond met gietijzeren zuilen: de kolomkoppen werden functioneel uitgewerkt tot een fraai kapiteel; het dak bestaat nog uit een reeks typische industriële zadeldaken met een indrukwekkende dakstructuur.

Interieur molengedeelte: houten vloeren (volledig of gedeeltelijk hout en gemetselde troggewelven), houten skeletstructuur zoals in magazijn maar met sommige transformaties in metaal. De benedenverdieping werd ingericht voor de overbrenging van de aandrijving van de molen vanuit de naastliggende machinehal. Het molengedeelte heeft in een latere fase samen met de silo een verhoogde verdieping gekregen met een plat dak.

Kuismolen

Meer gesloten gevelopbouw onder zadeldak. Binnenin een gemengde structuur: gelijkvloers met skeletstructuur en troggewelven onder betonplafond, bovenverdiepingen met houten skelet en houten vloeren.

Machinekamer

Verbouwd circa 1929 als gevolg van de elektrificatie van de aandrijving na vervanging van de stoommachine. Bakstenen gebouwtje met lessenaarsdak (aaneengeboute / geklinknagelde dakstructuur met golfplaat) voorzien van glazen gedeelte; geveldoorbrekingen met ijzeren latei (I-profiel) en ijzeren schrijnwerk (T-profielen); betegelde vloer (geel-zwart). Interieur: het betreft hier een centrale elektrische aandrijving met overbrenging via 1 as en aandrijfriem naar het molengebouw, waar via een riemenstelsel meerdere assen werden aangedreven. Pas in 1976 kregen de toestellen in de molen een individuele aandrijving per machine. De heden aanwezige elektrische motor in de machinezaal behoort tot de tweede generatie. Er is ook nog een reservemotor aanwezig.

  • ROHM Vlaams-Brabant, Archief Monumenten en Landschappen, Vaartkomsite: beschermingsdossier deel II (13.11.2002).
  • CRESENS A. sine dato: onderzoeksgegevens.
  • CRESENS A. 1997: De voormalige Molens van Orshoven: historische schets, in IWE, nr. 3, sine loco.
  • KENIS R. 1997: Architectuur van de Molens van Orshoven, in IWE, nr. 3: begeleidend themanummer bij tentoonstelling "Van graan tot bloem. Beelden uit een industrieel verleden", voormalige Molens Van Orshoven, 6-20.09.1997.
  • MEULEMANS A. 1978: Oude Leuvense straten en huizen. De Vaart- en de Stapelhuisstraat, in Mededelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en Omgeving, deel 18, 53.
  • VAN DOREN A., CRESENS A., HAUSTRAETE K. & KENIS R. 1997: De molens Van Orshoven, in brochure Open Monumentendag 14 september 1997, Leuven, 61-63.

Bron     : Mondelaers Lydie & Verloove Clara i.s.m. Van Roy Diane, Van Damme Marjolijn en Meulemans Katharina. 2009. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie Vlaams-Brabant. Leuven binnenstad. Herinventarisatie. Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. VLB2 (onuitgegeven werkdocument)
Auteurs :  Mondelaers, Lydie, Verloove, Claartje
Datum  : 2009


Relaties

  • Is deel van
    Stapelhuisstraat
    Stapelhuisstraat (Leuven)

  • Is gerelateerd aan
    Woon- en pakhuis
    Havenkant 30, 32, Stapelhuisstraat 4 (Leuven)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Maalderij Van Orshoven [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/200075 (Geraadpleegd op 21-07-2019)