Neoclassicistische hoeve

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Bekkevoort
Deelgemeente Assent
Straat Prinsenbos
Locatie Prinsenbos 3, Bekkevoort (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Synchronisatie databank beschermde monumenten 2008 (synchronisaties: 05-06-2008 - 31-12-2008).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Landhuis en hoeve

Deze vaststelling is geldig sinds 20-09-2010.

omvat de bescherming als monument Neoclassicistische hoeve: landhuis, annex schuur en stal
gelegen te Prinsenbos 3 (Bekkevoort)

Deze bescherming is geldig sinds 26-03-1998.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Neoclassicistische hoeve: omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 26-03-1998.

Beschrijving

Buitenverblijf en hoeve (1826-1848), in neoclassicistische stijl.

Historiek

Wegens de zandige, eerder marginale bodem - Diestiaan zand op de hellingen, zandleem op de vlakkere gedeelten - en het vrij sterke reliëf - de Luienberg ligt op 70 meter hoogte - kwam een omzetting van de bospercelen in akker- en weiland pas goed op gang bij het begin van de vorige eeuw.

Eén van de belangrijke factoren bij dit proces was de Diesterse advocaat Andreas Nicolaas Cluckers die zich tussen 1826 en 1848 - een exacte datum is niet bekend - een landhuis annex hoeve liet bouwen in het Prinsenbos, de grens met Kaggevinne.

Uit de kadastrale leggers weten we dat in 1860 grote delen van het Prinsenbos en omgeving - in het totaal meer dan 137 ha - in zijn bezit waren.

Na de familie Cluckers kwam het goed in handen van de familie Valvekens. Het landhuis bleef dienst doen als buitenverblijf, waarbij de hoeve werd verpacht aan Jef Schodts en nadien aan Clemens Commers. Diens kleinzoon is sinds 1977 eigenaar van het complex waarin momenteel een gemengd landbouwbedrijf van ongeveer 50 hectare is gevestigd dat akkerbouwteelt met een gesloten varkensbedrijf combineert.

Beschrijving

Het "kasteel", zoals de huidige hoeve in de volksmond werd genoemd is ingeplant op de noordoostelijke rand van de Luienberg - in de overgangszone van bos naar akkers en weiland.

Twee rechthoekige vleugels begrenzen een verharde binnenkoer langs de zuidkant afgesloten met een smeedijzeren hekken. De lagere dienstvleugel aan de oostzijde van het erf, die oorspronkelijk een pachterswoning met paardenstallen bevatte, is doorheen de jaren ingrijpend verbouwd.

Het parallelle, oost-west georiënteerde volume dat een buitenverblijf met schuur en stal combineert, bleef, afgezien van enkele lage aanbouwsels, opvallend gaaf bewaard.

Het is opgetrokken in baksteen op een rechthoekige plattegrond (36 x 10 meter) en telt twee bouwlagen van elf traveeën onder een zwakhellend, pannen schilddak. De imposante, wit geschilderde en bepleisterde voorgevel (west) op gepikte plint is op het weidse landschap georiënteerd.

Karakteristiek is de strakke, lineaire vormgeving met symmetrische gevelopbouw bepaald door een dubbel register van hoge, achtdelige ramen. Een doorlopende kordonlijst ter hoogte van onder- en bovendorpels van de verdiepingsvensters en een eenvoudige tandlijst zorgen voor een sterk horizontaal accent terwijl de zwakhellende dakvorm het bouwvolume tot een elementaire geometrische vorm herleidt.

In de voorgevel (west) wordt het woongedeelte als dusdanig geaffirmeerd door een licht risalietvormige uitsprong (20 centimeter) ter hoogte van de vijf middelste traveeën en door de karakteristieke ronfboogvensters op de verdieping. De centrale inkom - momenteel gedicht - werd oorspronkelijk benadrukt door een luifel en een kleine luiklok op het dak.

Met het oog op evenwicht en symmetrie werden de gevels van schuur en stal, ondergebracht in de drie flankerende traveeën, voorzien van geschilderde imitatievensters.

De witgeschilderde erfgevel vormt een sobere repliek van de voorgevel waarbij risaliet en rondboogvensters ontbreken. In tegenstelling tot de voorgevel, waar het schrijnwerk van het gelijkvloers werd vernieuwd, bleven hier de originele deur en vensters met arduinen dorpels bewaard. Beide kopgevels vertonen blinde imitatievensters en dit in combinatie met een centraal geplaatst laadvenster.

De symmetrische gevelopbouw weerspiegelt zich in de plattegrond waarbij de centrale dwarsgang werd geflankeerd door vier ruime kamers. Deze indeling bleef vrijwel intact, evenals de overwelfde kelder die drieënhalve travee langs de westgevel beslaat. Vermeldenswaard is de ter zijde draaiende empire-trap met sobere aanzet met gegroefde schacht en vaasbekroning.

De drie zuidelijke traveeën vormen de schuur met dwarse dorsvloer en een houten toegangspoort in de erfgevel (oost). De corresponderende noordelijke traveeën bevatten de koestal toegankelijk via een tussengang met de keuken en een buitendeur in de kopgevel.

De originele dragende structuur met moer- en kinderbalken en het traditioneel dakgebint met tien spanten is nog aanwezig.

Zoals eerder aangestipt werd de oorspronkelijke pachterswoning aan de overzijde van het erf sterk verbouwd, waarbij het initiële volume herkenbaar bleef. Aansluitend op deze vleugel werd de hoeve langs de oost- en zuidzijde in de loop der jaren uitgebreid met onder meer een varkensstal, diverse silo's en bergplaatsen.

De hoeve is bereikbaar vanaf de steenweg via al dan niet verharde holle wegen en landbouwwegen. Afgezien van een recente villa ernaast, bleef de geïsoleerde inplanting te midden van een heuvelachtig landschap van weilanden, relatief kleine akkers afgewisseld met schaarse relicten van het Prinsenbos opmerkelijk intact.

Typerend voor dit gebied is de ontsluiting door een opvallend rechtlijnig wegenpatroon, verwijzend naar de drevenstructuur aangelegd vóór de grote ontginningen van het Prinsenbos. Het sterk afgewisseld bodemgebruik en het door holle wegen en taluds sterk doorsneden reliëf zorgen voor een gevarieerde en visueel aantrekkelijke site gedomineerd door de monumentale vormgeving van dit oorspronkelijke landhuis.

  • CLAES F., De oorsprong van de naam Luienberg te Assent in Oost-Brabant, 1977, p.
  • CLAES F., Het oude Kaggevinne, land van Diest in Oost-Brabant, 1979, p. 11-20.
  • CLAES F., Kaggevinne, de naam en het dorp in Oost-Brabant, 1983, p. 177-172.
  • CLAES H., Uit het verleden van Assent in Oost-Brabant, 1973, p. 93-105.
  • HERMANS F. en RENIERS A., Assent in Oost-Brabant, 1, 1965, p. 59-63.
  • Werkgroep Leefmilieu Hageland e.a., Monografie Bekkevoort, (Kessel-Lo), (1988).

Bron: Beschermingsdossier DB002058

Auteurs: Paesmans, Greta

Datum tekst: 1994

Relaties

maakt deel uit van Domein Prinsenbos

Prinsenbos 3 (Bekkevoort)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.