omvat de aanduiding als vastgesteld bouwkundig erfgoed Watermolen Celismolen
Deze vaststelling is geldig sinds
omvat de aanduiding als beschermd monument Watermolen Celismolen
Deze bescherming is geldig sinds
is deel van de aanduiding als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Watermolen Celismolen met omgeving
Deze bescherming is geldig sinds
omvat de aanduiding als vastgesteld bouwkundig erfgoed Celismolen
Deze vaststelling was geldig van tot
Het betreft een watermolen op de Grote Gete, die al werd vermeld in 1395. De site bestaat uit de molen met molengebouw, stallingen, turbine en sluizen. Het interieur bezit een vrij volledig bewaarde uitrusting met onder andere twee cilindermolens. Rond 1400 werd de Kleine Molen vernoemd als "Nieuwe Molen". De molen werd rond 1625 herbouwd daar hij in zeer slechte staat was. Het waterrad werd voor 1910 (1909) vervangen door een turbine (geleverd door de firma Schneider-Jaquet uit Neudorf bij Straatsburg). De huidige gebouwen dateren uit de eerste helft van de 19de eeuw tot ongeveer 1900.
Het molengebouw heeft een afzonderlijke toegang en maakt deel uit van een complex met woonhuis, stalling en andere bedrijfsruimten op een U-vormig grondplan. Het woonhuis en de stallingen vormen de oudste gedeelten en zijn opgericht in baksteen met een gecementeerde plint, onder een zadeldak met platte mechanische pannen en – aan de waterkant – een afgewolfd dak. De gelijkvloerse verdieping zijn voorzien van grote, met een horizontale poutrel afgedekte vensters met ijzeren roeden. Op de verdieping bevinden zich segmentboogvormige laaddeuren met natuurstenen omlijsting. De watergevel is opgetrokken in natuursteen, baksteen en beton bezet met cement en voorzien van drie vensters op het niveau van de maalzolder. Inwendig is het gelijkvloers voorzien van een betonnen vloer, verder vloeren op troggewelven (baksteen, I-profielen en gietijzeren zuilen) en een oude dakconstructie met houten verbindingen.
Het erf is gekasseid. Het sluiswerk is opgebouwd uit een ijzeren borstbalk bestaande uit een dubbele I-vormige poutrel en een tand- en heugelsysteem voor het ophalen van de vier houten sluisdeuren. De aandrijving bestaat uit een turbine “Schneider-Jacquet” uit circa 1900, een dieselmotor monocilinder “J.H. Mc. Laren, Leeds” 500 omwentelingen per minuut, 40 paardenkracht, nummer 11.605, waterkoeling en ventilatie dateren van na de Tweede Wereldoorlog. Ze zijn respectievelijk ondergebracht in een houten en glazen hok. De afdammingen bestaan uit baksteen en de toegang tot de turbine is van een krooshek voorzien, er is ook een overloopsluisje aanwezig.
De uitrusting bestaat uit:
· Maalvloer met frontale opstelling van drie steenkoppels (kunststenen, tweetakse rijnen, gebogen pandscherpsel, volledige en houten of gegalvaniseerde steenkisten en toebehoren.
· Voeding van de maalstenen via een houten trechter vanop zolder 1.
· Gietijzeren raderen afwisselend met gietijzeren en houten kammen; riem naar horizontale as.
· Midget Maxima Roller Mill, tweedelig, acht rollen (cilindermolen en buil), riemaandrijving en riemopspanning; staat op een afzonderlijk platform met bakstenen steunen.
· Graankuiser (in hout op zolder 2), gevoed via jakobsladder; stoffilter met “mouwen” op dezelfde zolder.
· Verschillende jakobsladders waaronder twee houten waarvan één met weeginstallatie; ook ijzeren buizenstelsel met perspomp.
· Houten galgen.
· Binnenluiwerk: ijzer, riemaandrijving, katrol.
· Buitenluiwerk.
· Eén houten haverpletter met riemaandrijving.
· Eén gietijzeren haverpletter “Hernotte, Bruxelles 734”.
· Koekbreker (gietijzer).
De zeer volledige uitrusting van de goed bewaarde watermolen illustreert duidelijk de technologische en economische evolutie van de 19de tot en met de 20ste eeuw. De aanwezigheid van een turbine, een oude dieselmotor en een gemechaniseerd circulatiepatroon wijzen hierop. Op het moment van de bescherming was de molen nog dagelijks in werking.
Op de Kabinetskaart van de Ferraris ligt de watermolen in de vallei van de Grote gete net ten oosten van Hoegaarden. De beekvallei was ingericht met percelen grasland en bomenrijen. Een toegangsdreef, de Molendreef, liep van het domein Mariadal door de vallei rechtstreeks naar de watermolen en stak daar de Gete over. Een tweede toegang, de Kleine Molenstraat, lag ten noorden van de molen.
Tot vandaag is de watermolen omgeven door percelen gras- en weiland. De twee toegangswegen zijn nog bewaard, als de kasseiweg Klein Overlaar ten noorden en de voetweg Molenstraatje naar Mariadal ten westen.
Auteurs: Verdurmen, Inge; Van der Veken, Bert
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)