Dubbele schutsluis

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Boortmeerbeek
Deelgemeente Boortmeerbeek
Straat Sas
Locatie Sas zonder nummer, Boortmeerbeek (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Synchronisatie databank beschermde monumenten 2008 (synchronisaties: 05-06-2008 - 31-12-2008).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Dubbele schutsluis

Deze bescherming is geldig sinds 05-07-1996.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Dubbele schutsluis

Deze vaststelling is geldig sinds 20-09-2010.

Beknopte karakterisering

Typologiesluizen
Dateringderde kwart 18de eeuw

Beschrijving

De dubbele schutsluis is een voorbeeld van een goed bewaarde 18de-eeuwse schutsluis, één van de vijf schutsluizen die deel uitmaken van de uitrusting van het kanaal Leuven-Dijle.

Interessant is hier tevens de typologie: dubbele sluizen met twee kolken van het "buiktype", in onderhavig geval bovendien in een kleine bocht opgesteld. Bovendien zijn minstens vier van de vijf sluizen (waarvan er drie in de provincie Brabant gelegen zijn) vrijwel intact bewaard wat aan het hele kanaal een industrieel-archeologische en historische meerwaarde verleent.

Historiek

Evenals het kanaal van Brussel naar de Rupel loopt het kanaal van Leuven naar de Dijle over een slechts zeer beperkt gedeelte binnen de provincie Antwerpen. Het dient hier nochtans vermeld te worden omdat het ook een der oudste kanalen van België is. Met een octrooi van Filips de Goede van 1430 had de stad Leuven reeds verbredingswerkzaamheden en sluizenbouw in de Dijle uitgevoerd. Gestimuleerd door het succes van het Brussels kanaal naar de Rupel wilde ook Leuven in het midden van de 18e eeuw een kanaal bouwen.

Toen Keizerin Maria Theresia bij octrooi van 29/1/1750 toelating verleende tot het aanleggen van een kanaal tussen Leuven en Mechelen, betekende dit meteen het einde van meer dan 2 eeuwen kopzorgen voor Leuven. Met het graven van de Vaart zou Leuven immers toegankelijk worden voor zeeschepen. Eerder pogingen om met hetzelfde doel de Dijle te kanaliseren, waren immers op een sisser uitgelopen.

Het kanaal zou volledig op kosten van Leuven worden aangelegd. Anderzijds kreeg Leuven het alleenrecht op de exploitatie van de vaart. Op 9/2/1750 deed Prins Karel van Lorreinen de eerste spadesteek en op 21/12/1752 werd het 30 km lange kanaal met water gevuld. De nieuwe waterweg luidde een opbloei in van de Leuvense handel.

Na twaalf jaar werk en herhaalde tegenslagen door het breken van dijken en sluizen kon het kanaal in 1763 eindelijk in gebruik genomen worden. Het telde vijf sluizen: Tildonk, Kampenhout, Boortmeerbeek, Battel en Zennegat, welke laatste van een dubbele schutkolk voorzien was.

De eerste tien jaar na de ingebruikname heeft het kanaal nogal wat technische problemen opgeleverd. Het vrij groot verval werd opgevangen door 3 sluizen : één in Kampenhout,één in Mechelen en één aan het Zennegat (waar de Vaart uitmondt in de Dijle). Deze optie bleek ontoereikend. Op 25/1/1753 begaf de sluis van Kampenhout, in 1757 braken de dijken van het Zennegat en die te Kampenhout; in datzelfde jaar begaf de sluis in Mechelen en in 1758 werd de duiker van Muizen beschadigd.

Na een grondige studie van de problemen kwam men tot het besluit dat de taak van de sluis van Mechelen diende overgenomen door 2 nieuwe sluizen (Boortmeerbeek en Battel). Ook in Tildonk kwam er een sluis. In 1760 werd gestart met de bouw van die sassen, in 1763 waren ze klaar.

Om de dreigende concurrentie van de spoorwegen voor te blijven, belastte de stad Leuven in 1834 ingenieur Vifquain met de bestudering van de verbetering en de vergroting van de Leuvense Vaart. In 1836-1837 werd het kanaal-profiel aangepast aan schepen met een diepgang tot 3,60 meter. De werkzaamheden omvatten ook de reconstructie van het sas van Kampenhout.

De dubbele schutsluis van het Zennegat bleef ongewijzigd hoewel het hoogteverschil tussen de waterlijn van het laatste kanaalpand en de stand van de Dijle bij hoog tij bijna 2 meter bedroeg, en bij laag tij zelfs meer dan 5 meter. Dit was geen interessante situatie daar bij geen enkel tij rechtstreeks de Dijle ingevaren kon worden. In het laatste kwart van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw zijn diverse pogingen ondernomen, zowel vanuit Leuven als vanuit Mechelen, om een volwaardige haven met zeekanaal te creëren.

Tot 1837 - toen Leuven en Mechelen door de spoorweg werden verbonden - vervulde het kanaal ook een niet onaanzienlijke rol voor het reizigersverkeer.

De vaart bleef tot in 1972 eigendom van de stad Leuven. In 1972 werd de eigendom en het beheer aan de Belgische Staat overgedragen.

Vanaf dat ogenblik tot op heden is aan de infrastructuur op het kanaal zeer weinig gewijzigd. In het bijzonder de sluizen zijn quasi authentiek bewaard. De wijzigingen zijn beperkt gebleven tot verstevigingswerken (voornamelijk aan het Zennegat).

De sluisdeuren worden niet langer door kaapstanders bediend, maar door middel van lieren. De sporen van de deur die oorspronkelijk de twee "compartimenten" van een sluis van dit type scheidde, zijn duidelijk zichtbaar. Die deuren zijn verdwenen als gevolg van de grotere afmetingen van de binnenschepen.

Opmerkelijk is dat alle vijf sluizen van het type "buiksas" zijn, zo genoemd naar de halfronde uitsparingen in de wanden. Aan deze structuur is gedurende meer dan twee eeuwen niet veranderd. De muren van de sluizen zijn praktisch overal nog volledig authentiek.

Een waterweg die over zijn hele loop - 18de-eeuwse sluizen - infrastructuur in zijn originele toestand bewaard heeft, is vrijwel uniek. Het gegeven "buiksas" is op zichzelf overigens al zeldzaam geworden.

Beschrijving

Dubbele schutsluis met twee opeenvolgende kolken van het type buiksas waarvan de tussendeuren werden weggehaald (langere schepen); de oorspronkelijke kolkmuren in metselwerk zijn bewaard; gebruik van natuursteen voor dekstenen, schotbalkgleuven, deurstijlen en sluishoofden; houten puntdeuren met twee tussenregels, één drukschoor en één tand- en heugelsysteem voor de doorlaatopening per deur; de deuren zijn tevens voorzien van passerellen met gesmede balustrades; bediening deuren vroeger door middel van houten kaapstanders, nu met lieren (tand- en heugelstangen). Herstellingen van recentere datum (beton).

In de onmiddellijke omgeving staat de sluiswachterswoning.

Bron: Beschermingsdossier DB002005

Auteurs: De Schepper, Jo

Datum tekst: 1996

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Boortmeerbeek

Boortmeerbeek (Boortmeerbeek)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.