Heilig Hartinstituut

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Leuven
Deelgemeente Heverlee
Straat Naamsesteenweg
Locatie Naamsesteenweg 355, Leuven (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Synchronisatie databank beschermde monumenten 2008 (synchronisaties: 05-06-2008 - 31-12-2008).
  • Thematische inventarisatie 20ste-eeuwse kerken (geografische inventarisatie: 01-07-2008 - 31-12-2009).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Heilig Hartinstituut

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Heilig Hartinstituut: bakstenen omheiningsmuur, speelplaats met lindebomen en Calvarielaan
gelegen te Naamsesteenweg 355 (Leuven)

Deze bescherming is geldig sinds 08-06-1995.

omvat de bescherming als monument Heilig Hartinstituut: Helleputtegebouw
gelegen te Naamsesteenweg 355 (Leuven)

Deze bescherming is geldig sinds 08-06-1995.

omvat de bescherming als monument Heilig Hartinstituut: Van Reethvleugel met Boodschapkapel en klaslokalen
gelegen te Naamsesteenweg 355 (Leuven)

Deze bescherming is geldig sinds 08-06-1995.

Beschrijving

De belangrijkste initiatiefnemer van dit onderwijsproject voor meisjes was de jonge priester Xavier Temmerman (1850-1920). Zijn opzet was hierbij tweevoudig: ten eerste het overbrengen van de Leuvense school naar een ruimer en gezonder onderkomen. Ten tweede de oprichting van een hogere landbouwschool voor vrouwen.

Reeds voor het opstarten der werken liet Temmerman in 1893 een afsluitmuur aanbrengen die het domein omsloot. Het is een met pilasters geritmeerde bakstenen muur, versierd met banden in zwarte baksteen en een muizentandfries. In 1894-1896: bouw van de school in neogotische stijl, naar ontwerp van Joris Helleputte. Op een niet gedateerde pentekening is het nieuwe complex voorgesteld als een kwadraatstructuur met open binnenkoer. De kapel, haaks op de achterste vleugel, werd niet gerealiseerd. Meer westwaarts, aansluitend op de omheiningsmuur, bevindt zich de hoeve met landbouwschool.

Het hoofdgebouw bood onderdak aan een 20-tal klassen, verschillende slaapzalen met in het totaal een 500-tal alkoven, een refter voor 1100 leerlingen en een feestzaal. De verschillende diensten waaronder een wasserij, strijkzaal, bakkerij en een machinekamer voor water- en elektriciteitsvoorziening waren ondergebracht in de bijgebouwen.

In 1898 bedroeg de totale oppervlakte van de hoeve-uitbating circa 30 hectare, waarvan 5 à 6 hectare werden gebruikt voor tuinbouw en serres. Een explosieve groei van het leerlingenaantal zorgde ervoor dat in 1901 een eerste vleugel werd bijgebouwd.

Monumentale kwadraatstructuur met open binnenkoer. De vier vleugels met drie bouwlagen onder leien zadeldak zijn opgetrokken in baksteen en blauwe hardsteen. De 15 traveeën brede voorgevel wordt geritmeerd door licht vooruitspringende pilasters en smalle, gekoppelde rechthoekige vensters, bekroond met een spitsboogvormige nis met een zigzagmotief van geglazuurde, gele en groene bakstenen.

Zwarte bakstenen banden verbinden de blauwhardstenen onder- en bovendorpels. De strakke rastervormige gevelstructuur wordt doorbroken door twee uitsprongen: een ingangsportiek met kapel op de verdieping en een vierkante traptoren. De zijgevels zijn afgewerkt met asymmetrische getrapte puntgevels waarbij verspringende vensterdorpels het verticaliserend effect benadrukken. Karakteristiek is de brede houten kroonlijst, opgevangen door lichte, afwisselend per één en per twee gegroepeerde consoles. Het indrukwekkende dakvlak wordt verlevendigd door smalle, hoge schoorstenen.

De gevel van de parallelle oostvleugel, met identieke maar versoberde uitwerking, wordt aan de uiteinden belijnd door overhoekse steunberen met consoles en baldakijnen waarin beelden waren voorzien. De hoge schoorstenen die oorspronkelijk de hoeken bekroonden zijn inmiddels verdwenen. De vleugeluiteinden worden bijkomend geaccentueerd door een achthoekige torenvormige aanbouw.

De interne organisatie was zeer overzichtelijk en rationeel opgevat. De verschillende ruimten zijn met elkaar verbonden door een rondlopende gang langs de binnenkoergevels, met aan de vier uiteinden een buitendeur.

Reeds kort na de inzegening van het complex op 8 mei 1896 werd de binnenkoer dichtgebouwd met een vrij open constructie met overvloedig gebruik van glas en gietijzeren zuilen. In 1947, na de bouw van de nieuwe kapel, werd deze ruimte omgebouwd tot de huidige feestzaal.

In 1901 werd een nieuwe vleugel van 21 traveeën aangebouwd. De gevelstructuur en opbouw zijn vrijwel identiek, terwijl het hoge, geknikte dak ruimte biedt aan een bijkomend niveau. Ter hoogte van de aansluiting van beide vleugels bevindt zich een uitsprong die een monumentale bordestrap in blauwe hardsteen bevat.

Door initiatief van de zusters, bouw van de kapel van de Onze-Lieve-Vrouw Boodschap (1932) door Flor Van Reeth. De kapel bevindt zich op de verdieping van een sober functioneel, bakstenen volume, met op het gelijkvloers verschillende klaslokalen rond een centrale hal. Boven deze lage onderbouw profileert de kapel zich met haar gedrongen vierkante toren en hoge, overhoeks geplaatste en door steunberen gescheiden glas-in-loodramen. Opvallend is de 5 meter hoge dwarsbalk, ter hoogte van de overgang koor en beuk, waarachter een afzonderlijke bidruimte is ondergebracht, oorspronkelijk bestemd voor de studerende leden van andere congregaties. Architectuur en glaskunst vormen hier een harmonieus geheel waarbij door een intensifiëren van het licht het altaar wordt benadrukt.

Aan de opvallend sobere, voorname binneninrichting werd sindsdien omzeggens niets gewijzigd. Ook de onderliggende schoolvleugel bleef vrijwel intact. Site in het algemeen goed bewaard, vergroot met recentere vleugels en uitbreidingen.

De drie volumes van de oorspronkelijke schoolhoeve (circa 1894) bleven weliswaar grosso modo bewaard, maar als dusdanig nog moeilijk te herkennen als gevolg van vrij ingrijpende verbouwingen en incorporeren in recentere uitbreidingen. De hoeve met aansluitende akkers en weiland wordt nog steeds uitgebaat.

Van de (tuin)aanleg uit de eerste periode bleef enkel het concept van het ovaalronde plantsoen aan de ingang en de lindedreef (Calvarielaan, 1905) naar het kerkhof van de zusters bewaard. Opmerkelijk is eveneens de speelplaats achter het Helleputtegebouw belijnd door een in kring aangeplante, dubbele rij lindebomen.

  • D' HOKER M. 1992: Leuven de onderwijsstad van Vlaanderen in Open Monumentendag 13 september 1992, 4-24.
  • S.N. 1992: Glas in lood, (M & L Cahier 1), Brussel, 29 en 113-114.
  • S.N. 1986: Gloed van glas, tentoonstellingscatalogus Brussel, 169-171 en 180-181.
  • S.N. 1992: Neo-gotiek versus Pelgrim: het H. Hartinstituut te Heverlee, documentatiemap seminarie Heverlee, 13 juni 1992.

Bron: Beschermingsdossier DB000102

Auteurs: Paesmans, Greta

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Heverlee

Heverlee (Leuven)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.