erfgoedobject

Bovensluis en sluiswachterswoning

bouwkundig element
ID: 200461   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/200461

Juridische gevolgen

Beschrijving

De sluizen op de Dijle vormen het sluitstuk op de 'Afleidingsdijle', een aftakking op de Dijle die de stad moest beschermen tegen de jaarlijks terugkerende overstromingen. Het afleidingskanaal zou voor een deel in een nieuwe bedding lopen en voor een deel de loop van de oude stadsgracht volgen, die echter werd verbreed en uitgediept. Deze grootse infrastructuurwerken namen een aanvang in 1895 en waren in 1907 voltooid. Niet alleen werd het afleidingskanaal gegraven, ook de spoorweginfrastructuur onderging een grondige aanpassing. De spoorwegbedding van de lijn naar Antwerpen werd immers verhoogd en vele overwegen afgeschaft. Aan de Nekkerspoel kwam een nieuwe spoorwegbrug en gelijkgronds werd over de nieuwe waterweg een 'wafelijzerbrug' voorzien. Op die manier kreeg de wijk Nekkerspoel een betere ontsluiting. Deze infrastructuurwerken vormen één van de belangrijkste stedenbouwkundige ingrepen in het Mechelen van voor de Eerste Wereldoorlog.

Aan begin en einde van de Afleidingsdijle werden sluizen gebouwd. Die moesten verhinderen dat het water vanuit het afleidingskanaal in de Dijle zou opgestuwd worden. Beide sluizen zijn vrijwel in originele toestand bewaard. Aan het begin van de aftakking, bij de fabriek van Roestenberg, werd reeds in 1890 een sluis met een aparte stuw gebouwd (Bovensluis). De tweede sluis, op de plaats waar de Afleidingsdijle weer in de Dijle vloeit, dateert uit 1905 (Benedensluis).

Bovensluis

Schutsluis uit 1890, van het type getijdesluis, in het midden van de Dijle en met slechts één oever verbonden (afzonderlijke stuw naast de schutsluis). Natuurstenen wanden, gebouchardeerd doch gefrijnd ter hoogte van de hoofden; arduinen boordstenen. In één van de wanden bevindt zich een stenen trap, afgeschermd met leuningen in gietijzer (stijlen met leeuwenkopjes) en smeedijzer. Twee stel geklonken puntdeuren met sierlijke smeedijzeren relingen waarvan één koppel vervangen door gelast stel in recenter betonnen sluishoofd dat in 1994 door betonnen dam voor alle verkeer werd afgesloten; deurbediening met tand- en (gebogen) heugelsysteem waarvan de kaapstanders werden weggenomen. Omloopriool. Gietijzeren meerpalen. De oever van de stuw is verdedigd met een schuine, natuurstenen bekleding.

Sluiswachterswoning

Vrijstaand woonhuis, gelegen in de spie gevormd door Dijle en afleidings-Dijle; vrijwel vierkant gebouw van tweemaal drie traveeën en twee bouwlagen met verspringende volumes, onder meer erker en bewaarde onderbouw van voormalige hoektoren, onder overkragende haakse zadeldaken (mechanische pannen), opgetrokken in 1902 (volgens de sluiswachter).

Baksteenmetselwerk met opgelegde voeg, sober versierd met enkele zandstenen ornamenten. Segmentbogige muuropeningen; arduinen onderdorpels; beluikte benedenvensters.

Bijhorend bakstenen schuurtje, eveneens onder zadeldak (mechanische pannen) met betraliede segmentboogvensters naast vernieuwde rechthoekige muuropeningen onder betonnen latei.

In 1994 werd de toegang tot de sluis gedicht. De laatste sluiswachter heeft in de zomer van 1995 zijn post verlaten.


Bron     : Beschermingsdossier DA002134
Auteurs :  Plomteux, Greet


Relaties

  • Is gerelateerd aan
    Benedensluis en sluiswachterswoning

  • Is gerelateerd aan
    Keerdok

  • Is deel van
    Mechelen extra muros

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Bovensluis en sluiswachterswoning [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/200461 (Geraadpleegd op 10-04-2020)