erfgoedobject

Villa Erica met omringend park

bouwkundig element
ID: 200493   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/200493

Juridische gevolgen

Beschrijving

Villa Erica, een bescheiden buitenverblijf in eclectische stijl van circa 1875, werd gebouwd door een Europeaan, die als consul in een subtropisch land verbleef.

Kenmerkend voor de Europese huizenbouw in tropische en subtropische, tot voor kort gekolonialiseerde gebieden, is de import van stijl- en vormelementen uit het moederland die in combinatie met de klimatologische omstandigheden, territoriale gegevenheden, lokale (Westerse) leefgewoonten en sociale verhoudingen, een typische bouwtrant deed ontstaan die men als "koloniale" stijl kan bestempelen.

Het lage volume onder breed overkragend dak, de omringende galerijen, de ruime veranda, het overdadig versierde, vrolijk ogende exterieur, de geringe aandacht voor de binnenhuisaankleding, het gelijkvloers wonen, de zolderverdieping die voornamelijk een isolerende functie vervult zijn steeds weerkerende elementen in de overzeese, ten behoeve van Europese inwijkelingen gebouwde woningen.

Villa Erica werd circa 1875 gebouwd voor rekening van de gewezen consul van Venezuela, J.D. Winkelmann. In 1877-1878 werd het gebouw uitgebreid; sedertdien werd er vrijwel niets meer aan gewijzigd. Op de achtergevel liet Johannes Winkelmann een huiszegen aanbrengen:

"Göttes Fried und Segen Wohn' in diesem Haus Nichts Böses walte drinnen Nur Gutes kom' heraus."

Bij het herschilderen van het opschrift werd een en ander gewijzigd en zijn er enkele taalfouten gemaakt.

Het vijvertje voor de villa zou een overblijfsel zijn van de kleiput van een vroegere "potterije", mogelijk opklimmend tot de 16de of 17de eeuw.

Vrijstaande villa in L-vormig parkdomein van ruim 1 hectare, aan oostzijde begrensd door de Kapellensteenweg, ten zuiden palend aan het gemeentelijk zwembad. Het park is rondom aangelegd met hoogstammig groen met aan de straatzijde een vijver, restant van een vroegere kleiwinning. Aan de noordzijde bevindt zich een koetshuis met paardenstallen, evenwijdig met het hoofdgebouw.

Landhuis in eclectische stijl, gedateerd 1874 in een paneel op de voorgevel; het relatief kleine volume en de summiere inrichting doen vermoeden dat dit huis slechts als buitenverblijf fungeerde; de naam van de bouwheer staat vermeld op een arduinen gevelsteen ter hoogte van de plint. Ongeveer rechthoekig, volledig onderkelderd gebouw van drie smalle traveeën aan de korte zijden, drie bredere aan de lange zijden en één bouwlaag onder licht hellend, doch breed overkragend zadeldak, met nok haaks op de straat en een bedekking van asbestleien. Een opengewerkte lantaarn, voorheen met klok, prijkt op de nok. Het dak overspant ook de galerijen die over de volledige diepte van het huis aan noord- en zuidzijde zijn aangebracht. Een uitbouw met terras en flankerende erkers bevindt zich aan de westzijde.

Bakstenen punt- en lijstgevels op arduinen plint geopend met getraliede keldervensters; de rondbogige uitsparingen onder de erkers aan weerszijden van de veranda zijn hondenhokken maar naar verluidt werden hier door de vroegere eigenaar exotische roofdieren gehouden. Met bepleisterde en witgeschilderde banden horizontaal gemarkeerde gevels, waarvan het metselwerk met ruit- en stervormige patronen versierd is. Een doorlopende boogfries markeert de hoogte van de borstweringen, fijn uitgesneden houten lijsten met een palmetmotief omzomen het dak, de bovenzijde van de galerijen en van de veranda; kunstig uitgesneden houten consoles ondersteunen het hoofddak en de platte daken van veranda en westportaal.

Puntvormige voorgevel met dubbelhuisopstand, voorafgegaan door een gemetselde steektrap en flankerende pijlers; rechthoekige hoofdingang met beglaasde houten vleugeldeur en bovenlicht, afgeschermd door een monumentale, waaiervormige luifel van ijzer en glas met art-nouveau-inslag, die wellicht later (begin twintigste eeuw ?) werd aangebracht; in de brede punt, die oogt als een fronton, bevinden zich twee oeils-de-boeuf links en rechts van een spiegelbogig paneel met huisnaam en bouwjaar.

Zijgevels met aansluitende galerijen, ondersteund door eenvoudige houten pijlers met hoge sokkel en omlijst kapiteel. De beglaasde houten veranda wordt voorafgegaan door een dubbele gemetselde steektrap met daarop een vooruitgeschoven rechthoekig portaaltje op houten pijlers; een rechhoekig houten deurtje onder de trap geeft toegang tot de kelder; in de punt van de westgevel bevinden zich twee kleine rechthoekige venstertjes, links en rechts van het spiegelbogig paneel met huiszegen.

De vensters in voor- en zijgevels zijn rechthoekig en beluikt, doorlopend over de zuidwesthoek, ter hoogte van de uiterst rechtse travee van de noordgevel uitgewerkt als vijfzijdige erker.

De plattegrond vertoont een dubbelhuisopstand die consequent is doorgevoerd: een centrale gang verdeelt de woning in twee gelijke helften, aan de zuidzijde met één kleine en één grote kamer, aan de noordzijde met een kleine kamer vooraan, een smalle trapzaal annex toilet en dienstruimte in het midden en een kleine erkerkamer achteraan; de gevelbrede, symmetrisch uitgewerkte veranda beslaat de westelijke uitbouw.

De zolderverdieping vertoont een centrale lichtschacht die correspondeert met het glas-in-loodkoepeltje in de gang; voorts zijn de enige lichtopeningen de oeils-de-boeuf in de punt van de voorgevel en de rechthoekige venstertjes achteraan; de met tussenschotten ingedeelde zolderruimte is nauwelijks ingericht; de houten dakconstructie is zichtbaar. Gang en leefruimten met bepleisterde wanden en plafonds, laatstgenoemde zijn versierd met eenvoudig lijstwerk en sobere stucornamenten. De vloeren in de kamers en de smalle draaitrap zijn uitgevoerd in hout, de vloeren in gang en veranda in granito.

Het centraal in de gang geplaatste koepeltje vertoont een latere glas-in-loodinvulling (begin twintigste eeuw?). Ook de glas-in-loodramen in de erkerkamer dateren uit begin twintigste eeuw. Grotendeels bewaard houtwerk. De houten vleugeldeuren in de gang respectievelijk ter hoogte van de grote kamer en de toegang tot toilet/trapzaal beogen een monumentaal effect. Op de zolder zijn nog enkele inbouwkasten bewaard. In de kelder zijn ter hoogte van gang en veranda troggewelven aangebracht, de overige vloeren rusten op een houten balkenconstructie.

Koetshuis met paardenstallen: rechthoekig bakstenen gebouw van vier traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (nok haaks op straat, mechanische pannen); de voorgevel, per travee ingedeeld door middel van lisenen, wordt horizontaal gemarkeerd door bepleisterde en witgeschilderde banden, uitgewerkt als keperbogen boven de segmentbogige staldeuren en koetspoorten.

  • Gegevens verstrekt door de gemeente Kalmthout.

Bron     : Beschermingsdossier DA002236
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Villa Erica met omringend park [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/200493 (Geraadpleegd op 03-06-2020)