Volgens de kadastergegevens opgericht tussen 1919 en 1930 in een eclectische stijl met cottage-invloeden. Het is een typische villa gebouwd in een tuin aangelegd in landschappelijke stijl, in navolging van de verkavelingsvoorschiften uit 1904 van "Les Domaines de Schootenhof". DaDeze wijk werd ingericht op de voormalige terreinen van het klooster De Villers.
Daarbij waren alle villa's in Schotenhof voorzien van ruime omringende tuinen, uitgevoerd in laat-landschappelijke stijl, vaak in combinatie met enkele elementen in cementrustiek (tuinpaviljoen, brugje, ...). Het ontwerp van de villa met loggia, erkers en openslaande deuren aan de balkons was er op gericht om de band met de tuin te versterken.
Van 20 oktober 1945 tot 5 mei 1952 werd het domein bewoond door Van de Put Joseph en zijn familie. Vroegere gegevens zijn zonder familienaam niet terug te vinden in de bevolkingsregisters door het ontbreken van straatregisters in de vorige tellingen.
Sinds 9 mei 1957 is het in eigendom van en bewoond door de familie De Bruyn, één van de eerste industriëlen die zich vestigden langsheen het kanaal Schoten-Dessel over Turnhout. De ertsenmaalderij De Bruyn, recent geherlokaliseerd, is nog steeds een beeldbepalende industriële site langs het kanaal.
De familie bewoonde eerst een kasteeltje in het centrum van Schoten aan de Churchilllaan (afgebroken), waarna Joannes De Bruyn, zijn echtgenote Laude Eliane en hun kinderen verhuisden naar de Priorijlaan.
In 2022 werd in de achtertuin (ten westen van de woning) een deel van de tuin opgeofferd voor de bouw van een nieuw volume met zwembad.
De oorspronkelijke woning heeft een onregelmatig L-vormig grondplan. Het hoofdvolume heeft een verhoogd gelijkvloers, een eerste verdieping en een dakverdieping onder steile zadeldaken.
Dit hoofdgebouw heeft aan de voorzijde een relatief klein inkomportaal met bovenop een balkon, een erker, eveneens met balkon en overkragende bedaking met houten windveer op twee paar witstenen consoles. Aan de rechterzijgevel, met zicht op de vijver, bevindt zich een verhoogd terras dat in verbinding staat met de salons.
De muuropeningen hebben een korfboogvorm met gecementeerde sluit- en hoekstenen. De gevels zijn opgetrokken in baksteen met gecementeerde speklagen. Het houten schrijnwerk is voorzien van kleinhoutverdeling in de bovenwaaiers. Het smeedwerk van trapleuningen en balustrades is sober gestileerd met gebogen en cirkelvormen.
De dakkapellen zijn, in verhouding tot de rest van de gevels, zwaarder gedecoreerd: een ovaalvormig raampje wordt geflankeerd door hoekpilasters en afgewerkt met een gebogen kroonlijst.
De linkerzijgevel heeft een verhoogde dakuitbouw met eveneens gebogen kroonlijst en een overhoeks geplaatste dienstingang. Achteraan werd een lagere vleugel bijgebouwd als uitbreiding van de dienstvertrekken. De stijl van deze latere aanbouw (jaren '50 ?) sluit aan bij de rest van de woning.
De inkomhal met marmermozaïek wordt gedomineerd door een houten trap en haardalkoof in de traditie van de Engelse arts-and-crafts. Deze cosy corner wordt gevormd door een betegelde haard met textiel in medaillon en twee zitbanken. De trap wordt onderaan afgeschermd met een beglaasde wand waarachter de keldertrap zich bevindt. Het grote salon is eerder klassiek opgevat, met dubbele wegschuifbare deur, erker in voorzijde en een haardnis met rode en zwarte bakstenen waarin twee hoekvensters geplaatst zijn.
De tuin is aangelegd in een laat-landschappelijke stijl met een vijver, gazon met solitairen en bomengroepen, 8-vormig rondpad en omgevende bomenrand ten zuiden en oosten. Er zijn twee inkompoorten tot het domein, een hoofdingang met smeedijzeren hekwerk en hoekingang met houten poort waarop een (recente) inscriptie met de naam. Verder bezit het domein nog twee recentere toegangen. De villa staat ongeveer in het midden van het terrein ingeplant op het snijpunt van het 8-vormige wandelpad en deelt zo de tuin op in twee zones: een oostelijke voortuin en een meer intieme westelijke achtertuin.
In de voortuin staat langs de oostzijde een beukenbosje waartussen twee secundaire lobvormige wandelpaden lopen die onder uitgegroeide rododendrons verdwenen, maar wel nog op het Digitaal hoogtemodel zichtbaar zijn. De centrale blikvanger is een S-vormig vijvertje met een naastliggend met bomen beplant heuveltje. De oorspronkelijke oeveraankleding met keien van natuursteen bleef gedeeltelijk bewaard.
De achtertuin met centraal grasveld en goed gepositioneerde solitaire bomen en boomgroepen wordt achteraan begrensd door een rododendronmassief dat het pad naar de noordelijk gelegen omhaagde moestuin en dienstingang van de villa verbergt.
Enkele loofbomen in de tuin zijn vermoedelijk nog overblijfselen van de beplanting in het voormalige kasteeldomein Villers, waaronder een zomereik (Quercus robur) met een stamomtrek van 353 cm ten westen van de villa. Ook de nu verdwenen omvangrijke bruine beuk (Fagus sylvatica ‘Purpurea’) nabij het terras ten oosten van de villa dateert waarschijnlijk uit de vroegere aanlegperiode en is vermoedelijk de inspiratie voor de naam van de villa. De zeldzaamste boom in de tuin, een grootbladige esdoorn (Acer macrophyllum) met een stamomtrek van 225 cm, staat links van de nieuwe oprit. De gewone beuken (Fagus sylvatica) met stamomtrekken van 2 tot 3 m langs de Victor Frisleiaan dateren van na de bouw van de villa. Vermeldenswaardig is ook het bosje met opslag van gewone esdoorn met donkerrood blad (Acer pseudoplatanus ‘Atropurpureum’).
In de tuin staan een aantal beeldbepalende coniferen waaronder een westerse levensboom (Thuja occidentalis), Californische schijncipres (Chamaecyparis lawsoniana), sawaraschijncipres (Chamaecyparis pisifera) en een variëteit van dezelfde soort met pluimvormig vertakte twijgen (Chamaecyparis pisifera ‘Plumosa’).
Auteurs: Plomteux, Greet; Michiels, Marijke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Plomteux G. & Michiels M. 2026: Villa met tuin [online], https://id.erfgoed.net/teksten/454928 (geraadpleegd op ).
Volgens de kadastergegevens opgericht tussen 1919 en 1930 in een eclectische stijl met cottage-invloeden. Het is een typische villa gebouwd in een landelijke parktuin, in navolging van de verkavelingsvoorschiften uit 1904 van "Les Domaines de Schootenhof".
Van 20 oktober 1945 tot 5 mei 1952 werd het domein bewoond door Van de Put Joseph en zijn familie. Vroegere gegevens zijn zonder familienaam niet terug te vinden in de bevolkingsregisters door het ontbreken van straatregisters in de vorige tellingen.
Sinds 9 mei 1957 is het in eigendom van en bewoond door de familie De Bruyn, één van de eerste industriëlen die zich vestigden langsheen het kanaal Schoten-Dessel over Turnhout. De ertsenmaalderij De Bruyn, recent geherlokaliseerd, is nog steeds een beeldbepalende industriële site langs het kanaal.
De familie bewoonde eerst een kasteeltje in het centrum van Schoten aan de Churchilllaan (afgebroken), waarna Joannes De Bruyn, zijn echtgenote Laude Eliane en hun kinderen verhuisden naar de Priorijlaan.
De oorspronkelijke woning heeft een onregelmatig L-vormig grondplan. Het hoofdvolume heeft een verhoogd gelijkvloers, een eerste verdieping en een dakverdieping onder steile zadeldaken.
Dit hoofdgebouw heeft aan de voorzijde een relatief klein inkomportaal met bovenop een balkon, een erker, eveneens met balkon en overkragende bedaking met houten windveer op twee paar witstenen consoles. Aan de rechterzijgevel, met zicht op de vijver, bevindt zich een verhoogd terras dat in verbinding staat met de salons.
De muuropeningen hebben een korfboogvorm met gecementeerde sluit- en hoekstenen. De gevels zijn opgetrokken in baksteen met gecementeerde speklagen. Het houten schrijnwerk is voorzien van kleinhoutverdeling in de bovenwaaiers. Het smeedwerk van trapleuningen en balustrades is sober gestileerd met gebogen en cirkelvormen.
De dakkapellen zijn, in verhouding tot de rest van de gevels, zwaarder gedecoreerd: een ovaalvormig raampje wordt geflankeerd door hoekpilasters en afgewerkt met een gebogen kroonlijst.
De linkerzijgevel heeft een verhoogde dakuitbouw met eveneens gebogen kroonlijst en een overhoeks geplaatste dienstingang. Achteraan werd een lagere vleugel bijgebouwd als uitbreiding van de dienstvertrekken. De stijl van deze latere aanbouw (jaren '50 ?) sluit aan bij de rest van de woning.
De inkomhal met marmermozaïek wordt gedomineerd door een houten trap en haardalkoof in de traditie van de Engelse arts-and-crafts. Deze cosy corner wordt gevormd door een betegelde haard met textiel in medaillon en twee zitbanken. De trap wordt onderaan afgeschermd met een beglaasde wand waarachter de keldertrap zich bevindt. Het grote salon is eerder klassiek opgevat, met dubbele wegschuifbare deur, erker in voorzijde en een haardnis met rode en zwarte bakstenen waarin twee hoekvensters geplaatst zijn.
De parktuin is aangelegd in een Engelse landschapsstijl met een vijver, omzoomd door beukenbomen - vandaar de naam Hof Ter Beuken - met kronkelende paden, grote rododendronmassieven, volwassen solitaire hoogstammen en boomgroepen. Er zijn twee inkompoorten tot het domein, een hoofdingang met smeedijzeren hekwerk en hoekingang met houten poort waarop een inscriptie met de naam.
Bron: Beschermingsdossier DA002412
Auteurs: Plomteux, Greet
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Plomteux G. 2005: Villa Hof Ter Beuken [online], https://id.erfgoed.net/teksten/125493 (geraadpleegd op ).