Vuurtoren De Vierboete

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Nieuwpoort
Deelgemeente Nieuwpoort
Straat Kromme Hoek
Locatie Kromme Hoek zonder nummer, Nieuwpoort (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Synchronisatie databank beschermde monumenten 2008 (synchronisaties: 05-06-2008 - 31-12-2008).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Vierboete

Deze vaststelling is geldig sinds 20-09-2010.

is beschermd als monument Vuurtoren De Vierboete

Deze bescherming is geldig sinds 31-03-2001.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

De Nieuwpoortse Vierboete - een verbastering van het Franse "Bouter le feu" - werd gebouwd in de late 13de -begin 14de eeuw, de periode dat de Duitse Hanze onder leiding van de stad Lübeck maritieme contacten aanknoopte met de Vlaamse steden. Het handelsnetwerk van de Duitse Hanze strekte zich uit van de Atlantische Oceaan tot in de Baltische Zee. In de ene richting werden vooral wijn, zout en Vlaamse laken verscheept, in de andere richting vis, hout, bontwerk, graan, en as, pek en teer. De handelaars van het Duitse noorden werden hier Oosterlingen genoemd. Zij waren duidelijk geïnteresseerd in het welvarende en meer centraal gelegen Vlaanderen. De Vlaamse handelaars moesten wel zorgen dat de Duitse Hanze-koggen zonder al te veel moeilijkheden langsheen die verraderlijke Vlaamse zandbanken de weg naar een veilige haven vonden. Aan die nood van de Hanze-scheepvaart kwam Nieuwpoort als voorhaven van de lakenstad Ieper en het achterliggende gebied van het huidige Frans-Vlaanderen tegemoet met de bouw - in 1284 (?) - van de Vierboete, de eerste bakstenen vuurtoren van de Europese kust.

Als bouwplaats voor de Vierboete werd weloverwogen de samenloop van het Vloedgat en de kreek van Lombardije, twee kreken die respectievelijk vanuit het westen en het oosten de havengeul van Nieuwpoort met de zee verbonden. Bovendien kwam het bouwwerk te staan op het einde van een dijk, die zich vanaf de stad richting zee uitstrekte. Mogelijk betrof deze dijk één van de eerste waterwerken bij de indamming van het IJzerestuarium. Gevolg was in elk geval dat, zeiltechnisch gezien de schepen bijna steeds met ruime wind de haven konden aanlopen en uitvaren. Met overheersende zuidwestenwind kon een vaartuig doorheen het Vloedgat de haven uitlopen en later via de Kreek van Lombardije weer uitzeilen. In de zomer met zijn meer dominante noordoostenwinden kon het manoeuvre opnieuw met ruime wind in omgekeerde richting worden uitgevoerd.

Deze situatie leek wel ideaal, temeer daar de haven van Nieuwpoort zelf tegen de zeegang beschermd lag achter een soort schorreneiland. In de loop van de 14de eeuw deden zich blijkbaar veranderingen voor deels door de natuurlijke krachten van wind en getijdenwerking maar wellicht ook door een gebrek aan onderhoud en planning vanwege de overheid. De 14de eeuw was immers bijwijlen een woelige periode, waarin het land werd geteisterd door wapengekletter en krijgsgewoel. In 1383 werd Nieuwpoort zelfs grondig verwoest door de Engelsen, hierin bijgestaan door de Gentenaars. Door een samenloop van omstandigheden bleek het Vloedgat van het begin van de 15de eeuw niet meer bevaarbaar te zijn waardoor een andere vaargeul diende gezocht te worden.

In 1414 werd naast deze noordwest-gerichte geul en dichter bij het open water een nieuwe vierboete opgericht, de zogenaamde kleine vierboete. Voor de bouw ervan werd ondermeer bouwmateriaal recupereerd van een vervallen vierboete aan de rand van het vloedgat nabij het verdwenen vissersdorpje Ter Yde ter hoogte van Oostduinkerke. De kleine vierboete werd uitgebouwd tot een kleine versterking en zelfs tijdelijk uitgerust met kanonnen, waardoor ze op het eerste gezicht indrukwekkender leek dan de oudere Grote Vierboete.

Het alignement van de Kleine Vierboete met de Grote Vierboete gaf voor de scheepvaart de richting van de nieuwe havengeul naar Nieuwpoort aan. Een bijkomend maar wel merkwaardig gegeven is dat proefondervindelijk kon vastgesteld worden dat de Sint-Laurentiustoren of de duvetorre (in oorsprong ruim 40 m hoog thans nog een goeie 10 m) zich op dezelfde lijn situeert en dus samen met de twee vuurtorens de richting van de havengeul aanwijst.

Tussen 1420 en 1450 werd de Kreek van Lombardije afgedamd, teneinde meer scheurwater te verkrijgen uit de IJzer en zodoende de havengeul in noordwestelijke richting open vrij te houden. Deze richting was weliswaar niet steeds gemakkelijk te bezeilen, maar leek voor de toenmalige scheepvaart - rekening houdende met de overheersende zuidwest- en noordoostenwinden - hoe dan ook de minst slechte oplossing. Dat deze geul tot op vandaag nog in gebruik is, is ongetwijfeld te danken aan het waterbouwkundig inzicht van de toenmalige ingenieurs die ervoor gezorgd hebben dat Nieuwpoort in de loop der eeuwen niet - zoals Brugge en Sluis - verder van de zee kwam te liggen.

Haar hoogbloei kende Nieuwpoort in de 15de eeuw. Ze gold niet alleen als voorhaven van de lakenstad Ieper, ze bood tevens toegang tot Zuid-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen. Als centrum van een ingewikkeld watersysteem en omwille van haar strategische ligging werd ze herhaaldelijk belegerd en geheel of gedeeltelijk verwoest. Beiden vierboeten loodsten talrijke zeevarende naties, al dan niet met goede bedoelingen naar de Nieuwpoortse haven. In 1588 ankerde de Spaanse Armada er voor de Vlaamse kust. In de zomer van 1600 lagen zowel de stad als de Grote Vierboete midden in het krijgsgewoel van de Slag van Nieuwpoort, het hoogtepunt van de militaire expeditie die Maurits van Nassau achter de Spaanse linies ondernam om onder meer het beleg van Oostende door de aarsthertogen Albrecht en Isabelle te doorbreken. In de daaropvolgende jaren speelde de Grote Vierboete een betrouwbaar richtbaken voor de expedities van Duinkerkse, Nieuwpoortse en Oostendse kapers.

Aanvankelijk werd in de Vierboete vuur gestookt met riet. De vlammen straalden doorheen de vensteropeningen in drie verschillende richtingen. Naarmate de vaargeulen door het natuurgeweld werden verlegd dienden de haarden op de bovenverdieping verplaatst of verbouwd. Alleen de zuidelijke landzijde bleef steeds in duisternis gehuld. Later kwam een petroleumlicht in de plaats. Toen in Oostende in 1860 een nieuw licht was geïnstalleerd, plaatsen ze het afdankertje in de Vierboete.

In 1793 kreeg de Vierboete te lijden onder het geweld van de Franse Revolutie en degradeerde hierbij tot een ruïne. In de 19de eeuw werd zijn functie bovendien overgenomen door lichtschepen en signaalmasten. In die tijd maakte de stoomvaart opgang ten nadele van de eeuwenoude zeilvaart. De bouw van een nieuwe vuurtoren in 1891, dichter bij de zee maakte de oude vierboete overbodig.

Ondertussen was het gebouw evenwel op een nationale monumentenlijst geplaatst en vanaf 1858 gerestaureerd. De onverantwoorde aanpassingen, die hierbij werden doorgevoerd, werden tijdens restauratiewerken op het einde van de 19de eeuw opnieuw gedeeltelijk weggewerkt.

Op 18 oktober 1914 werd de Vierboete bij het begin van het IJzeroffensief gedynamiteerd. Archeologisch onderzoek wees uit dat de dynamietladingen in de oostzijde waren aangebracht. Uit de scheuren in het buitenparament blijkt dat de bres geslagen werd door de Belgische genie, die van oordeel was dat dit opvallende bouwwerk een te gemakkelijk richtpunt was voor de oprukkende Duitse artillerie.

Na de Eerste Wereldoorlog werd de toren niet meer heropgebouwd. De restanten die tot 1939 nog te zien waren, verdwenen metterhand door diverse opspuitingen.

In 1996 werd de vuurtoren gelokaliseerd en aan een eerste onderzoek onderworpen. Tegen de verwachtingen in bleek het bouwwerk nog over een grote hoogte in opstand bewaard. De opspuiting van het terrein zorgde er voor dat de opstand plaatselijk 2 m hoog reikt.

De oude vuurtoren is opgetrokken in gele (soms oranje getinte bakstenen met variabel formaat 26/26,5/27 x 12/12,5/12 x 6/6,5/6,5 cm hetgeen eind 13de- begin 14de-eeuwse datering heeft. Het grondplan is zeshoekig. Buitenwerks meet een zijde 3,95m. De binnenkant is cirkelvormig met een diameter van 5,45 m. De muurdikte schommelt tussen 0,75 en 1,30 m. In oorsprong was de vuurtoren 20 m hoog. Omstreeks 1477 werd de op toren een 10 m hoge bakstenen torenspits geplaatst ter vervanging van de houten spits die al te vlug vuur vatte. Hier¬mede kreeg de grote Vierboete zijn kenmerkend silhouet, dat tot in de 20ste eeuw op prenten en foto's zou te zien zijn.

  • Deze tekst is grotendeels overgenomen uit een nota "Nieuwe perspectieven voor de grote vierboete als baken van een roemrijk havenverleden naar een beloftevolle maritieme toekomst" opgemaakt door "M in O - Monument in Ontwikkeling."

Bron: Beschermingsdossier DW002154

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Nieuwpoort

Nieuwpoort (Nieuwpoort)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.