Tramstation

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Herzele
Deelgemeente Sint-Lievens-Esse
Straat Kauwstraat
Locatie Kauwstraat 30, Herzele (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed NMVB-tramstatie

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Tramstation

Deze bescherming is geldig sinds 05-04-2005.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Het tramstation van Sint-Lievens-Esse dateert van 1911-1912 en werd opgetrokken aan de lijn Merelbeke - Geraardsbergen. Vermoedelijk was er geen station als dusdanig maar enkel een stopplaats met café.

Historiek

In 1833-35 was België het eerste land op het continent met een spoorlijn. Doch kleinere steden en rurale gebieden blijven van een gepaste ontsluiting verstoken. Daarom werd op 9 juli 1875 een wet gestemd die het privé-investeerders mogelijk maakte om tramwegen aan te leggen en te exploiteren. Dat bleef echter zonder succes wegens het uitblijven van overheidssteun. Op 25 juni 1885 werd de 'Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen' opgericht. Zij zag het als haar taak om spoorlijnen aan te leggen maar de exploitatie werd uitbesteed. In 1912 werd de tramlijn Gent-Geraardsbergen (41 kilometer) aangelegd welke ook Herzele en Sint-Lievens-Esse ontsloot. Ze werd uitgebaat door de in 1900 opgerichte 'S.A. de chemins de fer provinciaux'. Oorspronkelijk was Ninove als bestemming voorzien doch de stad weigerde te investeren waardoor Geraardsbergen zich als kandidaat profileerde. De lijn Merelbeke-Herzele opende in 23 juni 1907, Herzele-Geraardsbergen op 01 mei 1912 en Gent (Sterre) -Merelbeke in 1913 en Gent Sint-Pieter in 1925.

De Eerste Wereldoorlog betekende een rem op de uitbouw van de buurtspoorwegen. Niet alleen werd de exploitatie moeilijk, sommige lijnen waaronder ook de lijn Merelbeke - Geraardsbergen waren opgebroken (1917). De lijn Merelbeke-Herzele werd heraangelegd in 1921, heropend op 9 april 1921 en Herzele-Geraardsbergen werd terug ingereden op 1 oktober 1921. De exploitatie gebeurde nu door de 'Nationale Maatschappij voor Buurtspoorwegen' zelf gezien de 'S.A. de chemins de fer provinciaux' in 1920 gebruik maakte van een wet het jaar ervoor gestemd, die private exploitanten toeliet om hun contract op te zeggen indien de oorlog onvoorziene lasten deed ontstaan. Enkel het deel Gent-Merelbeke bleef verpacht.

De rampzalige toestand van de overgenomen lijnen na de Eerste Wereldoorlog, het ontstaan van de private buslijnen in de jaren 1920 versterkt door de rampspoed van de Tweede Wereldoorlog betekende het einde van de buurtspoorwegen. De lijn Merelbeke - Sint-Lievens-Houtem werd gesloten op 2 oktober 1954 en de lijn Sint-Lievens-Houtem - Geraardsbergen sloot op 15 december 1955.

In 1911-12 werd de tramstatie van Sint-Lievens-Esse gebouwd. Vermoedelijk was er geen station als dusdanig maar enkel een stopplaats met café. Er was ter plaatse geen stationsgebouw aanwezig wat doet vermoeden dat de tickets voor de tram in het café verkocht werden. Deze praktijk was in kleinere landelijke dorpen gebruikelijk tot ver in de 20ste eeuw. In de beginjaren stond het pand volledig alleen in de velden. Het was nog even wandelen tot de dorpskern. Stelselmatig werd de bouwstrook tussen 'tramstatie' en dorpscentrum opgevuld.

De aanleg van een spoorlijn heeft steeds aanleiding gegeven tot een stedenbouwkundige ontwikkeling in de stationsbuurt. Hoewel minder uitgesproken blijkt ook in landelijke gemeenten de aanwezigheid van een spoor- of tramlijn van groot belang geweest te zijn. De driehoekige zone afgegrensd door de Kauwstraat (station tot klooster), de spoorlijn en de Sint-Livinuskapel komt nu tot ontwikkeling. In eerste instantie wordt één zijde van de Kauwstraat ingevuld en bij het afschaffen van de spoorlijn worden de gronden langs de nieuw ontstane weg aangesneden. De overzijde van de Kauwstraat en de spoorlijn blijven landbouwgebied. Het station met zijn café/wachtzaal, buurtwinkeltje en boven woning voor de uitbater, was een baken van vooruitgang, voorbeeld van ontsluiting van de kleinere dorpen en toegangspoort tot de gemeente.

Beschrijving

De tramstatie telt twee panden en een koetshuis gebouwd in één campagne. Het hoekpand heeft een lijstgevel van drie traveeën langs de Kauwstraat, een afgeschuinde hoek met toegang tot de café en vier traveeën langs Zonneveld. Dat hoofdvolume heeft twee bouwlagen onder een zadeldak met pannen. De hoektravee wordt geaccentueerd door een toegangsdeur in een blauw hardstenen deuromlijsting en een balkon op de bovenverdieping. De zolderverdieping is dankzij een dakkapel met rondbogig raam en torenconstructie opengewerkt. De twee linkertraveeën langs Zonneveld werden als puntgevel uitgewerkt, ingevuld met drie rondbogige ramen. Het koetshuis telt drie traveeën (waarvan de middelste een poort) één bouwlaag onder een zadeldak. De bakstenen gevel steunt op een natuurstenen plint. De segmentboogvormige muuropeningen zijn alle voorzien van een natuurstenen sluitsteen. De gelijkvloerse ramen zijn in een verdiepte omlijsting geplaatst. Het pand behield het oorspronkelijke schrijnwerk. Opvallend zijn de rijk uitgewerkte muurankers op de gevel. De twee rechtertraveeën langs de Kauwstraat hoorden bij een buurtwinkeltje. Getuige daarvan de verlaagde dorpel van het raam.

Interieur

De benedenverdieping van het pand werd verbouwd. De oorspronkelijke drie ruimten (winkelruimte, gelagzaal en een salon) waren via dubbele deuren met elkaar verbonden. Bij recente verbouwingen werden de ruimten tot één gelagzaal verbouwd met behoud van alle stucplafonds en schouwen waardoor de ruimten herkenbaar blijven. Opvallend is de marmeren schouw met klok uit hetzelfde materiaal. Duidelijk een overblijfsel uit de periode dat de vertrekuren van de trams belangrijk waren. De bovenverdieping behield zijn originele indeling. Het hoofdvolume behield onder meer schouwen, schouwmantels, binnenschrijnwerk met houtimitatie, hang- en sluitwerk, tapijttegelvloeren, geëtst glas.

  • DE VOS R. s.d.: De Sint-Lievenkapel Sint-Lievens-Esse 1680-1906-1996, s.l.
  • NEYENS J. 1978: De buurtspoorwegen in de provincie Oost-Vlaanderen 1885-1968, Lier.
  • VAN DER HERTEN, VAN MEERTEN & VERBEURGT 2001: Sporen in België 175 jaar spoorwegen 75 jaar NMBS, Leuven.

Bron: Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DO002292, Industrieel erfgoed te Sint-Lievens-Esse

Auteurs: Mertens, Joeri

Datum tekst: 2005

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sint-Lievens-Esse

Sint-Lievens-Esse (Herzele)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.