Centraal plantsoen Regentieplein met Rolliersmonument

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Sint-Niklaas
Deelgemeente Sint-Niklaas
Straat Regentieplein
Locatie Regentieplein zonder nummer, Sint-Niklaas (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Centraal plantsoen Regentieplein met Rolliersmonument

Deze bescherming is geldig sinds 30-08-2005.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Regentieplein

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Op het ronde Regentieplein, omgeven door een dubbele rij platanen, bevindt zich het Rolliersmonument, een gedenkteken ter nagedachtenis van de 75-jarige onafhankelijkheid van België en de heldendaad in 1830 van de Sint-Niklazenaar Benedikt Rolliers. Het standbeeld naar ontwerp van Jozef Horenbant en August Waterschoot en uitgevoerd door de Gentse beeldhouwer Theo Soudeyns werd in 1906 onthuld.

Historiek

De benaming Regentieplein werd gegeven als herinnering aan de Regentieraad die tijdens de omwenteling van 1830 het land bestuurde. Vermoedelijk aangelegd kort vóór 1860 als middelpunt van de nieuwe stationswijk werd ze ook centrumplaats genaamd en in 1862 kreeg ze officieel de benaming Regentieplein.

De stationswijk werd aangelegd naar aanleiding van de komst van de spoorlijn Gent-Antwerpen. Het eerste gedeelte van de spoorlijn tussen Sint-Niklaas en Antwerpen werd ingehuldigd op 6 november 1844. De aanleg van de wijk verliep niet zonder problemen. Nadat de plaats van het station en de verbinding met de Grote Markt (Stationsstraat) beslist werd in 1845 kon de aanleg van de stationswijk worden uitgetekend. Het provinciebestuur drong aan op een stratenplan voor de zone tussen de Hof- en de Ankerstraat en voor de uitvaardiging van algemene bouwvoorschriften voor de wijk. In de gemeenteraadszitting van 19 augustus 1846 werd een door stadsarchitect Jan De Somme-Servais uitgewerkt plan van aanleg goedgekeurd met de Stationsstraat als middellijn en aan weerszijden een vrij symmetrisch patroon van straten en kleine pleintjes. Het uitgetekende stratentracé werd echter slechts in gereduceerde vorm gerealiseerd. Na de bouw van het station in 1845-1848 en de aanvang van de bebouwing van de Stationsstraat begonnen tussen de Hofstraat en de Stationsstraat de onteigeningen voor de aanleg van de geplande straten, doch door moeilijkheden met grondeigenaars strandde het oorspronkelijke project. Enkel de Casinostraat en Richard Van Britsomstraat konden worden aangelegd.

In 1850-1852 werd een nieuw totaalconcept voorgesteld, doch privébelangen hebben eveneens dit plan onuitvoerbaar gemaakt. Op 11 juli 1859 keurde de gemeenteraad dit laatste plan af. De Mercatorstraat tot aan het Regentieplein, de Regentiestraat, de Zamanstraat, de Vooruitgangstraat (nu Vermorgenstraat) werden wel gerealiseerd. Pas in 1902 kon aan de Stationswijk nog de Prins Albertstraat toegevoegd worden. Van de oorspronkelijk geplande centrumplaats met acht radiaalstraten werden enkel een rond plein (Regentieplein) en de vijf radiaalstraten gerealiseerd.

Een typisch 19de-eeuws tijdsverschijnsel was de huldiging van personen die aan de basis lagen van de ontwikkeling van het land en dus werd België goed voorzien van leerrijke monumenten. Het waren psychologische instrumenten, die functioneerden als identiteitssignalen voor de burger. Sinds de 16de eeuw werden in onze gewesten louter decoratieve of functionele publieke sculpturen opgericht. Gedurende de 19de eeuw, en eigenlijk tot aan de Eerste Wereldoorlog, werden een groot aantal borst- en standbeelden, versieringen op staatsgebouwen enzovoort gerealiseerd. Deze publieke beeldhouwkunst was gekenmerkt door zin voor monumentaliteit en conservatisme. De standbeelden beantwoordden aan de geldende maatschappelijke visie, namelijk gericht op een burgerlijk georiënteerde samenleving. Standbeelden vertolkten, rechtvaardigden en verdedigden deze burgerlijke samenleving. Een aangepaste vormgeving en didactische eigenschappen werden gevraagd van de kunstenaar. Een persoonlijke toets en creativiteit waren uit den boze. Tijdens hun academische vorming raakten trouwens de kunstenaars vertrouwd met de klassieke vormentaal, mythologie, allegorieën, attributen en symbolen. Het academisch leersysteem was afgestemd op de smaak van de officiële instanties. Typisch was ook dat de standbeelden meestal werden gerealiseerd door beeldhouwers uit de eigen streek. Het oprichten van standbeelden was zeer vaak aan plaatselijke initiatieven verbonden en gaf aanleiding tot grootse huldefeesten.

Het Rolliersmonument werd opgericht als gedenkteken voor het 75-jarig bestaan van België en de heldendaad van Benoît (Benedictus of Benedikt) Rolliers in 1830. Het monument staat op het Regentieplein in de stationswijk. Het monument werd onthuld op 24 juni 1906, na de onthulling van het voorlopige monument op 17 september 1905.

Voor het ontwerp deed het stadsbestuur beroep op Jozef Horenbant, directeur van de Stedelijke Academie, en stadsarchitect August Waterschoot. Hun ontwerp dateerde van 20 januari 1905. Eerst was er nog discussie over de plaats waar men het monument zou oprichten, aangezien sommigen het op de Houtbriel wilden geplaatst zien. Horenbant had het ontwerp zo opgevat dat enkel een rond plein hiervoor in aanmerking kwam en dus werd de eerste optie, het Regentieplein, toch aangehouden.

De onthulling was gepland voor 17 september 1905. De nodige fondsen bleken niet tijdig beschikbaar en bij de onthulling kon slechts een gedenkteken in gips en hout worden voorgesteld. Daar het niet weersbestendig was werd het voorlopige monument reeds verwijderd in oktober 1905. De uitvoering van het monument werd toevertrouwd aan de Gentse beeldhouwer Theo Soudeyns, vooral bekend om zijn grafmonumenten op de Gentse begraafplaatsen.

Waarom viel nu de keuze op Benoît Rolliers (1798-1877) als held van de opstand van 1830? Deze Sint-Niklazenaar bracht het van loteling tot korporaal en later tot sergeant. In 1830 werd hij onderluitenant bij het Gentse brandweerkorps en kwam hij dus officieel in dienst van het onafhankelijke België. Het Gentse brandweerkorps, en Rolliers in het bijzonder, speelden een essentiële rol bij de bezetting die plaatsvond in Gent.

Na de omwenteling van 1830 was niet iedereen overtuigd van de economische leefbaarheid van het onafhankelijke België. Onder Nederlands bewind kenden de Waalse metaalnijverheid en de Vlaamse textielnijverheid een sterke groei. Vooral rijke burgers, handelaars en industriëlen zagen bij de onafhankelijkheid van België hun afzetmarkt verloren gaan. Brugge en Gent ontwikkelden zich tot bolwerken van het orangisme dat streefde naar herstel van het Nederlandse gezag.

Op 5 januari 1831 ondertekende de gemeenteraad van Gent samen met de Gentse Kamer van Koophandel en Nijverheid een orangistische beginselverklaring. Graaf Adolphe Duchanel, aanhanger van de zaak der Oranjes, deed een beroep op Ernest Grégoire. Op 1 februari 1831 trok Grégoire met een regiment vanuit Brugge richting Gent met als doel de prins van Oranje te Gent tot koning der Belgen uit te roepen en een verbond tot stand te brengen met de Nederlandsgezinden te Brussel en Antwerpen. Te Gent ondervonden ze aanvankelijk weinig tegenstand en bezetten de troepen van Grégoire de residentie van de gouverneur Lamberts-Cortenbach. Toen de Gentse brandweer oprukte om de gouverneur te ontzetten, trachtte Grégoire de brandweerofficieren over te halen zijn kamp te kiezen. Hij verklaarde dat de gouverneur reeds aan zijn kant stond. Rolliers raakte tot bij de gouverneur. De gouverneur was de zaak van de orangisten zeker niet genegen. Daarop besloot de Gentse brandweer de muiters uit te drijven. Na een korte doch harde strijd slaagden zij in hun opzet. Kort daarop ontsloeg het Voorlopig Bewind het Gentse stadsbestuur. Rolliers en zijn overste majoor Van de Poele werden reeds op 5 februari 1831 onderscheiden voor hun daden en in juni 1831 werden zij in een toespraak te Gent gehuldigd door Leopold van Saksen Coburg.

Het plein en monument werden in 1998-1999 gerenoveerd onder leiding van stadsarchitect Marc Steels. Aannemer Cox stond in voor de restauratie van het monument en de firma Dhollander voor de heraanleg van het plein waarvoor het ontwerp uitgewerkt werd door Tom Arens van de Stedelijke Groendienst.

Beschrijving

Het Rolliersmonument bevindt zich op het cirkelvormige Regentieplein, het centrale plein in de 19de-eeuwse stationswijk. Het monument staat op het cirkelvormig centraal plantsoen, met bloemperken, afgeboord met een dubbele rij gekandelaarde platanen.

De basis van het monument is opgebouwd uit blauwe hardsteen en is cirkelvormig. Op de buitenste boord staat een laag smeedijzeren hekje met een herhaald motief van gestileerde palmetten. Het eigenlijke monument, gericht naar de Prins Albertstraat, beslaat een kwartcirkel en is opgebouwd uit de centrale conische vierkante triomfzuil overvloeiend in een kapiteel met gestileerde acanthusbladeren. Aan de voorzijde van het kapiteel is een hartvormige cartouche aangebracht, omringd door voluten, met het woord Pax. Op de voorzijde van de zuilschacht bevindt zich een rond medaillon in verguld brons met in een verdiept veld en in driekwartprofiel het portret van Benedikt Rolliers. Onder het medaillon, met in reliëf uitgewerkte letters, de vermelding “BENEDIKT ROLLIERS, 1798-1877”. Boven het medaillon het opschrift “AAN ONZE STRIJDERS VAN 1830”. Aan de achterzijde van de zuilschacht bevindt zich een bronzen plaat met de namen van de 27 Sint-Niklase vrijwilligers van de onafhankelijkheidsstrijd van 1830.

Op de vierkante deksteen van de triomfzuil staat de verguld bronzen vrouwelijke engel met gespreide vleugels. Het beeld stelt de allegorie van de vrede voor, gesymboliseerd door de olijftak in de uitgestoken rechterhand van de figuur. In de linkerhand draagt zij de lauwerkrans voor de eervol gesneuvelden. Op haar hoofd komt een rozenkrans voor. De figuur is in contrapost voorgesteld, namelijk met een lichte heupstand zodat een voortschrijdend effect bekomen wordt. Wel lijkt de wind te spelen met het gedrapeerde kleed van de engel, misschien om de idee “tegen de stroom in“ uit te drukken. In dezelfde zin kunnen de achterwaarts uitwaaierende linten geïnterpreteerd worden: ze maken deel uit van een vooraan laag hangende en achteraan in een strik geknoopte gordel.

Op een rechthoekige hardstenen sokkel, vóór de zuil, staat de bronzen Belgische leeuw. De leeuw houdt de rechterachterpoot onder het lijf gebogen. Die half zittende, half liggende houding lokte bij de onthulling kritiek uit omdat deze houding als weinig krijgshaftig bestempeld werd.

De triomfzuil wordt aan weerszijden geflankeerd door pilasters uitlopend op voluten, en van waaruit met een schelpmotief een bronzen balustrade, op hardstenen sokkel, vertrekt. Deze afdalende en licht afbuigende balustrade loopt uit op achthoekige hardstenen zuiltjes met licht achthoekige bekroning. Op de balusters zijn twee bronzen schilden aangebracht met de elkaar aanvullende jaartallen “1830” en “1905”.

Voor het gedenkteken ligt een bloemenperk waarvan de randen in het verlengde liggen van de kromming van de borstwering, waardoor een cirkelvorm ontstaat.

Het Rolliersmonument heeft een tweevoudige toewijding, namelijk aan de onafhankelijkheid van België en de heldendaad van Rolliers. Rolliers staat bij de viering van het 75-jarig bestaan van België als symbool voor de strijd van de jonge natie. Het monument werd ontworpen voor en geplaatst op het Regentieplein, het centrale plein van de nieuwe stationswijk. De locatie was zeker niet toevallig en getuigt van het prestige en belang van de nieuwe wijk. Het monument versterkt het belang van het plein en geeft een gepast eindperspectief aan de Prins Albertstraat, die oorspronkelijk in de as lag van het inmiddels gesloopte station.

Niettegenstaande de tweevoudige toewijding is het eindresultaat een evenwichtig monument. De architecturale onderdelen en de sculpturen vormen een evenwichtig totaalconcept waarbij de blik van de toeschouwer getrokken wordt naar de leeuw, symbool van België, en vandaar via de conische zuil naar het belangrijkste onderdeel van het monument, de vredesengel. Het geheel is nog academisch geïnspireerd, maar door de opbouw en slankheid wijkt het af van de 19de-eeuwse standbeelden en vertoont het typisch begin 20ste-eeuwse art-nouveaukenmerken. Art-nouveaukenmerken zijn te vinden in onder meer de hoge slanke conische zuil, de kwartcirkelvorm van het monument, de detaillering van de balustrade. De typografie vertoont een uitgesproken art-nouveaukarakter: de cijfers zijn onderaan breder dan boven. Ook de ongewone en zelfs grillige vorm van de schilden verwijst naar de art nouveau.

  • Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DO002306, Regentieplein (S.N., 2005).

Bron: -

Datum tekst: 2015

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Regentieplein

Regentieplein (Sint-Niklaas)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.