Bedford House Cemetery

Omwille van de strategische ligging als belangrijk verkeersknooppunt van het door de geallieerden bezette hinterland, hoewel de stad zelf buiten de frontlijn lag, werd het Ieperse tijdens de Eerste Wereldoorlog het doelwit van groots opgezette Duitse aanvallen, bekend gebleven als Eerste (1914), Tweede 1915) en Derde Slag bij Ieper (1917) en tenslotte de Slag bij Kemmel (1918). Ter hoogte van Ieper vormde de noord-zuid frontlijn immers een deels om de stad lopende oostelijke bocht, de zogenaamde Ypres Salient, samen met de IJzer het kernstuk van de stellingenoorlog, ingezet na het stranden van het Duitse offensief op een frontlijn die tot 1917 nauwelijks veranderde.

Vrijwel volledig verwoest werd de eigenlijke stad nimmer ingenomen, spijts wisselende oorlogskansen en hardnekkige gevechten, weliswaar ten koste van vele –in het bijzonder menselijke- offers, getuige de indrukwekkende Menensepoort naar ontwerp van de Britse architect R. Blomfield, een 'triomfpoort' opgenomen in de Ieperse vestingordel, waarvan de wanden de namen torsen van een 54.896 vermisten.

Het grondgebied van Ieper telt tot op heden tal van oorlogsgedenktekens en –begraafplaatsen, wat deze laatste betreft een 75 in de fusiegemeente (waarvan .. op het grondgebied van Zillebeke), onder meer: Ypres Rempart Cemetery, bij de Rijselsepoort, Ypres Reservoir Cemetery, en Bedford House Cemetery, Rijselseweg.

Het Britse militaire Bedford House Cemetery is gelegen op anderhalve mijl ten zuiden van Ieper, ten zuidoosten van de historische hoeve Zuid Bellegoed, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog tijdelijk gebruikt werd als veldhospitaal.

De begraafplaats ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog in het park van het kasteel Kerskenhove, later ook wel Rozendaal genoemd, eigendom van de familie de Stuer. Zoals talrijke andere kasteelparken en kastelen in het Ieperse (Potijze, Elzenwalle, Hollebeke, Elverdinge, Boezinge, Vlamertinge, Kemmel, Ploegsteert …) in gebruik als veldhospitaal en brigade-hoofdkwartier, en zelfs een tijdlang in de frontlinie gelegen, werd het kasteel door de Britse militairen van het Bedfordshire Regiment bedacht met de bijnaam "Bedford House", vanwaar de huidige benaming. Meer dan eens overigens bleef die nauwe band tussen het vaak verdwenen -burgerlijk- kasteel en de -militaire- begraafplaats nog bewaard in de huidige benamingen, zoals: Potyze Chateau Grounds Cemetery, Potyze Chateau Lawn Cemetery, Kemmel Chateau Grounds Cemetery, Rosenberg Chateau Cemetery …

Reeds in april 1915 werd beslist dat de gesneuvelden niet zouden worden gerepatrieerd, maar begraven zouden worden zo dicht mogelijk bij de plek waar ze vielen. Door de op 21 mei 1917 opgerichte Imperial War Graves Commission werden voor het westelijk front- vier toonaangevende Britse architecten onder de artistieke leiding van F. Kenyon, directeur van het British Museum, gelast met de basisprincipes en het ontwerp (de uitvoering werd vaak aan medewerkers overgelaten) van deze oorlogsbegraafplaatsen, met name Edwin Lutyens (een 126 begraafplaatsen, waarvan 27 in België), Reginald Bloomfield, Herbert Baker en, na 1920, Charles Holden.

Overeenkomstig de regel dat overal waar minstens 40 gesneuvelden van het Commonwealth samen begraven lagen er een begraafplaats van het CWGC zou worden opgericht, werd het Bedford House Cemetery na de oorlog -met behoud van de kasteelruïnes- heraangelegd tot een 4,62 ha, naar een -voor de streek zeldzaam- ontwerp van Captain von Berg, naar verluidt met integratie van een aantal omgevende reeds bestaande kleinere begraafplaatsen, nog steeds plaatselijk afleesbaar aan de met water gevulde grachten, wat tevens de onregelmatige algemene vorm verklaart.

De begraafplaats telt nu meer dan 4.500 Britse graven, 350 Canadese, 200 Australische, 30 Nieuw-Zeelandse, 20 Zuid-Afrikaanse en 20 Indische, samen een 5.120. Een 70 graven herbergen Britse soldaten, gesneuveld tussen 24 en 26 mei 1940, en rechtstreeks hierheen vervoerd van op het slagveld.

Getrouw aan de drie hoofdprincipes van het CWGC -monumenten van blijvende aard, uniforme grafstenen, geen onderscheid van rang- zou Von Berg ernaar streven om het oorspronkelijk site zoveel mogelijk te bewaren, met inbegrip van de wallen, de grote inrit, de ruïnes van de ijskelder en van het kasteel, de paviljoentjes in het park (nu witstenen paviljoenen), de (sindsdien verdwenen) hovenierswoning, tot en met de zaden van de ginkgo biloba uit het kasteelpark, nu de bomendreef naar de voormalige ijskelder in het voormalige hertenpark (Enclosure VI).

Gezien de omvang van de begraafplaats, werd deze voorzien van zowel Blomfields -door Lutyens gewraakt- Cross of Sacrifice met zwaard, als Lutyens Stone of Remembrance met -door de schrijver Rudyard Kipling gekozen- opschrift "Their name liveth for evermore" (Eccl.).

Beschrijving

4,62 ha grote, laag ommuurde begraafplaats omgeven door velden, met ingangsdreef aan rechterzijde, ter plaatse van de vroegere kasteeldreef, geflankeerd door korte classicerende pijlers. Langgestrekte, enigszins haakvormige plattegrond, in de voorste helft bepaald door het grachtenstelsel (Enclosure VI met Ginkgo Bilobeadreef en ruïnes van ijskelder) en de overwoekerde ruïnes van het 'kasteel' Kerskenhove, halverwege gearticuleerd door Blomfields’ Cross of Sacrifice, en achteraan gemarkeerd door Lutyens’ Stone of Remembrance, deze laatste in beide verste uithoeken van de begraafplaats geflankeerd door ciboriumvormige paviljoentjes.

Over de hele begraafplaats strak gealigneerde witte grafsteles ("head stones") in Portlandsteen, uniform van aard en afmetingen, met vermelding –waar mogelijk- van naam, nummer, leeftijd en graad van de gesneuvelde. Verder, op voormelde Ginkgo Bilobadreef, enkele bomen en heesters na, overwegend uitgestrekte kortgeschoren grasvelden.

  • Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen, Deel 11n3, Arrondissement Ieper, Kanton Ieper, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap/ Brepols, Turnhout, 1987.
  • DENDOOVEN D., Lutyens en de Stone of Remembrance, in Schrapnel, …
  • VAN MAELE J. (red.), In het spoor van '14-'18. Langs Nieuwpoort, Diksmuide, Ieper en Armentières, Cultuurhistorische brochures, Provincie West-Vlaanderen, 1994, p. 74.

Bron: Beschermingsdossier DW002226
Auteurs:  Agentschap Onroerend Erfgoed

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed: Bedford House Cemetery [online], https://id.erfgoed.net/teksten/125913 (geraadpleegd op 25-10-2020)


Bedford House Cemetery (Zillebeke - WOI-WOII)

Locatie

Gelegen langs de Rijselseweg, tegenover huisnummer 152, op circa 800m ten zuiden van 'Shrapnel Corner' (spoorwegovergang) en op circa 2 km ten westen van Zillebeke. De omgeving is vrij landelijk en vlak.

Historische achtergrond

Het kasteel Rosendael werd door de Britten ook wel eens 'Bedford House' of 'Woodcote House' genoemd. Het was een landhuis gelegen in een park met bomen en met een walgracht omgeven. De site viel nooit in vijandelijke handen, maar het landhuis en de bomen raakten nagenoeg volledig vernield. Het landhuis werd gebruikt door medische posten ('Field Ambulances'), maar ook als hoofdkwartier voor brigades of andere eenheden.

Op het domein ontstonden verschillende kleine begraafplaatsen. Ten tijde van de wapenstilstand waren er 5 'enclosures'. De graven van 'Enclosure No 1' werden na de wapenstilstand overgebracht naar 'White House Cemetery' (Sint-Jan), die van 'Enclosure No 5' naar 'Aeroplane Cemetery'.

'Enclosure No 2' werd gestart in december 1915 en gebruikt tot oktober 1918. Na de wapenstilstand werden nog eens 437 graven toegevoegd, bijna allemaal afkomstig van 'Ecole de Bienfaisance' (Ieper) en 'Asylum British Cemetery' (Ieper). 'Enclosure No 3', het kleinste perk, werd gebruikt tussen februari 1915 tot december 1916. De bijzettingen tussen augustus en oktober 1915 werden grotendeels uitgevoerd door de 17de divisie. Een graf van een Belgische militair, die in maart 1915 omkwam, werd naderhand verwijderd. 'Enclosure No 4', de grootste begraafplaats, werd tussen juni 1916 en februari 1918 gebruikt, vooral door de '47th (London) Division'. Na de wapenstilstand werden er 3324 graven toegevoegd, afkomstig uit kleinere begraafplaatsen of uit de omliggende slagvelden. Enkele graven in perken VII, VIII en XV werden collectief geïdentificeerd, waardoor op hun grafzerk te lezen staat 'Buried near this spot'.

'Enclosure n° 6' werd in de jaren 1930 aangelegd met teruggevonden stoffelijke overschotten in de Ypres Salient. Er liggen ook militaire slachtoffers uit de tweede wereldoorlog begraven. Deze kwamen om tijdens de verdediging van het kanaal Ieper-Komen eind mei 1940. Dit perk ligt op het hoger gelegen westelijk deel van de begraafplaats.

Pte. Frederick Turner (1/6th Northumberland Fusiliers, 149th Brigade, 50th (Northumbrian) Division) was van zijn eenheid weggelopen in augustus 1917. Hij werd gevangengenomen maar slaagde er opnieuw in te ontsnappen. Hij werd opnieuw gevat en uiteindelijk terechtgesteld op 23 oktober 1917.

Volgende begraafplaatsen werden ontruimd en naar Bedford House Cemetery overgebracht :

  • Asylum British Cemetery (Ieper) Deze begraafplaats was oorspronkelijk gelegen op de gronden van de Heilig Hart-instelling voor geesteszieken langs de Poperingseweg. De instelling werd gebruikt door medische posten en gevechtseenheden tussen februari 1915 en november 1917. Er lagen 265 militairen van het Verenigd Koninkrijk, 9 Canadezen, 7 Australiërs en 2 van het British West Indies Regiment.
  • Boesinghe French Cemetery N° 2 (Boezinge) Op deze Franse militaire begraafplaats lag 1 militair uit het Verenigd Koninkrijk. De begraafplaats lag net ten zuiden van Bard Cottage.
  • Droogenbroodhoek German Cemetery (Moorslede) Deze Duitse militaire begraafplaats bevatte ook 2 graven van militairen uit het Verenigd Koninkrijk die omkwamen in oktober 1914.
  • Ecole de Bienfaisance Cemetery (Ieper) Deze begraafplaats lag oorspronkelijk op de terreinen van de instelling voor gerechtskinderen langs de Poperingseweg. De gebouwen werden door medische posten ('Field Ambulances') gebruikt van 1915 tot het najaar van 1917. Er lagen 133 militairen van het Verenigd Koninkrijk, 3 Canadezen, 3 Australiërs en 1 van het British West Indies Regiment.
  • Kerkhove Churchyard Op deze begraafplaats lagen 5 militairen van het Verenigd Koninkrijk die omkwamen in oktober-november 1918 en 7 Duitsers
  • Poelcapelle German Cemetery N° 4 (Poelkapelle) Deze begraafplaats lag tussen Langemark en de Brugseweg (Sint-Juliaan - Poelkapelle). Er lagen 52 militairen van het Verenigd Koninkrijk die omkwamen in 1914 en 1916.
  • Zonnebeke British Cemeteries N° 1 en N° 3 Deze begraafplaatsen lagen respectievelijk ten zuiden en ten noorden van de weg Zonnebeke - Broodseinde. Zonnebeke werd door de Duitsers veroverd op 22 oktober 1914, door de Fransen heroverd de dag erop, geëvacueerd in mei 1915, door de Britten heroverd op 26 september 1917, opnieuw geëvacueerd in april 1918 en uiteindelijk door de Belgen heroverd op 28 september 1918. De Duitsers legden 4 Britse begraafplaatsen aan langs de weg Zonnebeke - Broodseinde. N° 1 bevatte de resten van 31 militairen van het Verenigd Koninkrijk (vooral van het '2nd East Surrey') die stierven in april 1915. Op N° 3 lagen 69 doden van april-mei 1915.

Beschrijving

Alternatieve naam: Woodcote House Grote Britse militaire begraafplaats, met een oppervlakte van circa 25.765m² en onregelmatig grondplan. De begraafplaats werd ontworpen door W.C. Von Berg en is in feite een samenvoeging van meerdere 'enclosures', aangevuld met doden uit de omliggende slagvelden en kleinere begraafplaatsen. De begraafplaats is in verschillende niveaus aangelegd.

De toegang wordt gevormd door een tweeledig, smeedijzeren hekken, bevestigd aan de witte zuilen, die deel uitmaken van de natuurstenen omheiningmuur, die afgedekt is met witte natuursteen. Hier bevinden zich de landplaten. Het eerste perk is 'Enclosure No 6', een perk dat omgeven wordt door een brede gracht, waar de rijen vrij regelmatig aangelegd zijn. Hier bevinden zich de restanten van het vroegere kasteel. Het volgende perk links is 'Enclosure No 2', een langwerpig gedeelte van de begraafplaats waar de grafstenen vrij onregelmatig geschikt zijn. De 'Cross of Sacrifice' (type B) vormt het verbindingspunt tussen 'Enclosure No 2' en derest van de begraafplaats. Het kruis staat op een rond podium. Hier bevindt zich het registerkastje. Aansluitend op dit podium is er in N-richting een stenen brugje over de gracht, dat toegang verleent tot 'Enclosure No 3', het kleinste deel van de begraafplaats. Ook hier liggen de grafstenen onregelmatig verspreid. Hier bevindt zich het dienstgebouw, dat opgetrokken is uit donkere natuursteen. Het gebouwtje is vierkantig en wordt afgedekt met een piramidevormig dak in verschillende laagjes, die bekroond worden door een stenen bol. De 'Cross of Sacrifice' wordt verbonden met de 'Stone of Remembrance' via een brede graslaan in 'Enclosure No 4', met links en rechts een rond schuilgebouwtje. Zowel de 'Stone of Remembrance' als de schuilgebouwtje liggen als het ware op een ellips waarvan de 'Cross of Sacrifice' het middelpunt is. Een schuilgebouw, een ciboriumvormig paviljoen, bestaat uit een rond trappenpodium, met daarop 12 slanke Dorische zuilen. Boven het hoofdgestel en de kroonlijst is een ronde koepel, waarop 12 stenen banden zijn aangebracht ter hoogte van de zuilen. Binnenin staat er een ronde bank. De schuilhuisjes zijn volledig in blanke natuursteen opgetrokken. De plantenaanleg van deze begraafplaats is onregelmatig, met onder meer cipressen, paardekastanjes en zilverberken.

Op de 27 perken zouden volgens het huidige register 5141 doden uit de Eerste WEreldoorlog begraven liggen, waarvan er 3011 niet geïdentificeerd konden worden. Het zou gaan om 4422 doden uit het Verenigd Koninkrijk (waarvan er 2662 niet geïdentificeerd konden worden), 249 Australiërs (waarvan 127 niet geïdentificeerd), 390 Canadezen (waarvan 172 niet geïdentificeerd), 21 Indiërs (waarvan 13 niet geïdentificeerd), 36 Nieuw-Zeelanders (waarvan 19 niet geïdentificeerd), 21 Zuid-Afrikanen (waarvan 18 niet geïdentificeerd) en 2 Duitsers (waarvan 1 niet geïdentificeerd). Er liggen eveneens nog 69 Britse doden uit WOII begraven, waarvan er 3 niet geïdentificeerd konden worden. Rond de 'Stone of Remembrance' staan 45 'special memorials': 20 voor mannen waarvan aangenomen wordt dat ze zich onder de naamloze graven bevinden en 25 voor mannen, die oorspronkelijk op een andere begraafplaats begraven lagen, maar wiens graf door artillerievuur vernietigd werd. Deze 25 militairen worden eveneens herdacht op een 'Duhallow Block'. In 'Enclosure No 2' staan eveneens 2 'special memorials' voor graven die op andere begraafplaatsen vernietigd werden.

  • Onroerend Erfgoed West-Vlaanderen, Beschermingsdossier DW002226, Bedford House Cemetery (S.N. 2002).
  • Bezoekersinformatie Commonwealth War Graves Commission (nieuwe en oude registers).
  • SCOTT Michael 1992: The Ypres Salient. A guide to the cemeteries and memorials of the Salient, Norwich-Norfolk.
  • VANDEMAELE Stefaan 1986: Britse oorlogskerkhoven en monumenten voor de gesneuvelden van 1914-1918 in Noord-Frankrijk en West-Vlaanderen, Verhandeling ter verkrijging van de graad van licentiaat aan de Rijksuniversiteit Gent, Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde,Gent.

Bron: DECOODT H. & BOGAERT N. 2002-2005: Inventarisatie van het Wereldoorlogerfgoed in de Westhoek, project in opdracht van de provincie West-Vlaanderen, “Oorlog en Vrede in de Westhoek”, en Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Monumenten en Landschappen.
Auteurs:  Bogaert, Nele, Decoodt, Hannelore
Datum: 2003

Je kan deze pagina citeren als: Bogaert, Nele; Decoodt, Hannelore: Bedford House Cemetery [online], https://id.erfgoed.net/teksten/195887 (geraadpleegd op 25-10-2020)