erfgoedobject

Gedenksite Hill 60

bouwkundig element
ID: 201174   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/201174

Juridische gevolgen

Beschrijving

De heuvel, die sinds de Eerste Wereldoorlog algemeen bekend geworden is als 'Hill 60' (60 verwijst naar de hoogtelijn), ontstond in de 19de eeuw tijdens de graafwerkzaamheden voor de aanleg van de spoorlijn Ieper-Komen. Toen tijdens de oorlog bleek dat de heuvel een ideale uitkijkpost vormde voor de Duitsers, vanaf waar ze de Britse stellingen richting Ieper konden observeren, werd het strategisch belangrijk om de heuvel in handen te hebben en te houden. Vandaar dat er tijdens de oorlog zwaar om gevochten werd.

De heuvel werd op 10 december 1914 door de Duitse 39ste Divisie veroverd op het Franse 'XVIème Corps d'Armée'. Op 17 april 1915 veroverde de Britse 5de Divisie de heuvel, nadat ze 6 ondergrondse mijnen onder de Duitse stellingen tot ontploffing gebracht had. Nauwelijks 3 weken later, op 5 mei 1915, heroverde het Duitse XV Korps de Britse stellingen, waarbij gifgas werd gebruikt (een eerdere Duitse gasaanval op 1 mei was mislukt). De heuvel zou in Duitse handen blijven tot juni 1917. De Duitsers bouwden er stellingen en versterkingen uit, terwijl de ondergrondse oorlogsvoering onverminderd doorging. Na de Mijnenslag van 7 juni 1917, toen ook 2 dieptemijnen onder Hill 60 en de nabijgelegen Caterpillar tot ontploffing werden gebracht, kwam de heuvel opnieuw in geallieerde handen. Eind april 1918 wisselde de heuvel opnieuw van bezetter tijdens het Duitse Lente-offensief. Tenslotte zou Hill 60 op 28 september 1918 definitief veroverd worden door de 35ste Divisie, met de hulp van de 14de Divisie aan haar rechterflank.

Hill 60, één van de meest bevochten plaatsen uit de Ieper, is vooral berucht geworden wegens de ondergrondse oorlogsvoering. De eerste grootscheepse 'mijnenslag' op Hill 60 was de ontploffing van de 6 mijnen op 17 april 1915, gevolgd door enkele dagen van zware gevechten. Ten gevolge van de explosies zouden zo’n 150 Duitsers en 2 Britse 'Royal Engineers' omgekomen zijn. Hill 60 en de 'Caterpillar' zouden het noordelijk sluitstuk worden van de mijnenslag van 7 juni 1917.

Het graven van tunnels en plaatsen van mijnen was allesbehalve een plezante job. De heuvel, ontstaan bij het uitgraven van de spoorwegbedding, bestond uit een mengelmoes van vast en los zand en klei, een ware nachtmerrie voor mijnwerkers. Niet alleen was het een bijzonder harde labeur in de smalle tunnels en schachten, het gevaar voor instortingen, ondergrondse gevechten, vijandelijke tegenmijnen of gas was heel reëel. De mijnwerkers waren bovendien genoodzaakt om in de grootste stilte te werken, want de vijand luisterde genadeloos mee. Er speelde zich een dodelijk kat en muisspel af in de ondergrond. De site van Hill 60 is uiteindelijk de begraafplaats geworden van tientallen Fransen, Britten en Duitsers, die het slachtoffer werden van deze meedogenloze oorlog.

In het interbellum was Hill 60 – de heuvel was opgekocht door een oorlogsveteraan – één van de meest populaire toeristische attracties in de streek. De loopgraven, bunkers en schuilplaatsen waren toegankelijk voor het publiek. Er werden allerlei oorlogssouvenirs (vaak van twijfelachtige oorsprong) verkocht en de plek werd opgesmukt met weinig authentiek oorlogsmateriaal en nieuw aangelegde loopgraven.

Vooral voor oorlogsveteranen had de site een belangrijke symbolische waarde, gezien ze het graf geworden is van tientallen Franse, Duitse en Britse kameraden. Af en toe zou het as van overleden veteranen in de naoorlogse jaren over de heuvel uitgestrooid worden door familie en vrienden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de site geviseerd door de Duitse bezettingsmacht, waarbij onder meer het gedenkteken voor de Queen Victoria Rifles zwaar beschadigd werd. Nu valt de site onder het beheer van de Commonwealth War Graves Commission. De kleine en grote kraters en loopgravenstructuren onder het gras zijn voor een groot deel nog af te lezen in het landschap, terwijl hier en daar ook nog (restanten van) bunkers of schuilplaatsen zichtbaar zijn.

Beschrijving

Gedenksite op en rond een heuvel, bestaande uit authentiek oorlogslandschap waar kleine en grote mijnkraters, bomputten en loopgravenstructuren nog steeds in het landschap af te lezen zijn, terwijl hier en daar nog (restanten van) bunkers en schuilplaatsen zichtbaar zijn.

Op en rond de heuvel zijn verschillende gedenktekens opgericht: het gedenkteken voor de 'Queen Victoria Rifles' bovenaan de heuvel, de gedenksteen voor de opeenvolgende troepenbewegingen vóór de heuvel, de gedenkzuil voor de '1st Australian Tunnelling Company' rechts van de toegang en op de parking ernaast het gedenkteken voor de '14th Light Division'. Net naast de site staat tenslotte een kleine gedenksteen voor 2 Franse slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog.

Gedenkteken 'Queen Victoria Rifles' Op een hoog en breed gecementeerd podium, dat schuin oploopt en waarop twee treden uit hardsteen aangebracht zijn, staat een meerdelige geprofileerde sokkel. Hierop bevindt zich een gedenksteen met aan de voorzijde een zware luifel door twee kraagstenen ondersteund. Alles uitgevoerd in hardsteen. Daaronder is een bronzen plaat bevestigd. Op de gedenkplaat: bovenaan 'Hill 60; Ypres 1915 17; Somme 1916 18; Arras; Scarpe 1917; Cambrai 1917', in het midden het kenteken van de 'Queen Victoria Rifles' met kroon en banderol en de volgende teksten 'S. Africa 1900-02', 'Vis unita fortior'. Rechts van het kenteken 'Villers; Bretonneux; Amiens; Hindenburg Line; France & Flanders; 1914 1918'. Hieronder volgt de tekst 'On this spot was erected in 1923 a memorial to all ranks of Queen Victoria's Rifles who gave their lifes for their country in the first world war 1914-1918'. 'The memorial having been destroyed in 1940 by the Germans this plaque has been placed by the regiment on some of the original stones of the memorial to perpetuate their memory, and in grateful remembrance of those who gave their lifes in the second world war 1939-1945'. Gegrifte en wit beschilderde letters. Hoogte 317 cm x breedte 394 cm x diepte 396 cm

De 'Queen Victoria Rifles', in feite het 9de bataljon van het 'London Regiment', behoorde tot het 'Territorial Army', het nationale Britse reserveleger dat in 1908 was opgericht. Ze maakte deel uit van de 13de brigade. In april 1915 boden ze met hun sectie 'Machine Gun' hulp tijdens de aanval die volgde op de ontploffing van 5 mijnen op 17 april 1915. Ook de volgende dagen zou een deel van het bataljon deelnemen aan de gevechten. Deze eenheid behaalde op Hill 60 een Victoria Cross (V.C.), dankzij de heldendaden van Lt. G. Harold Woolley in de nacht van 20 op 21 april 1915. Woolley, die tijdens de oorlog nog tot 'Captain' zou promoveren en na de oorlog zijn opleiding als geestelijke voltooide, onthulde het gedenkteken. Het gedenkteken raakte tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd door Duitse troepen. Nadien werd een meer bescheiden versie van het gedenkteken geplaatst.

Gedenksteen voor de opeenvolgende troepenbewegingen op Hill 60

Rechthoekige platliggende steen uit witte natuursteen met afgeschuinde bovenzijde, waarin een tekst is uitgehouwen. 'Hill 60 the scene of bitter fighting was held by German troops from the 10th December 1914 to the 17th April 1915 when it was captured after the explosion of five mines by the British 5th division. On the following 5th May it was recaptured by the German XV corps. It remained in German hands until the battle of Messines 7th June 1917 when after many months of underground fighting two mines were exploded here and at the end of April 1918 after the battle of the Lys it passed into German hands again. It was finally retaken by British troops under the command of H.M. King of the Belgians on the 28th September 1918'. 'In the broken tunnels beneath this enclosure many British and German dead were buried and the hill is therefore preserved so far as nature will permit in the state in which it was left after the Great War'. Tekst in drukletters en zonder leestekens. Hoogte 41 cm x Breedte 216 cm x Diepte 83 cm

Deze gedenksteen, geplaatst door de Commonwealth War Graves Commission, somt de belangrijkste militaire feiten op die zich op deze heuvel hebben afgespeeld .

Gedenkzuil voor de '1st Australian Tunnelling Company'

Gedenkzuil op een grasplein, afgebakend door een ijzeren omheining met op de vier hoeken een spar. Links vooraan staat een informatiebord i.v.m. de '1st Australian Tunnelling Company', rechts vooraan i.v.m. Hill 60. De zuil staat op twee treden, versmalt naar boven toe en is opgebouwd uit ruw behouwen hardstenen blokken. Op de zuil: trapeziumvormige gedenkplaat uit brons, met een fijne boord afgezet, bovenaan versierd met een stralenkrans, waarin een kroon is geplaatst, bovenaan op een banderol 'Australian Imperial Forces'; daaronder 'In Memoriam of officers and men of the 1st Australian Tunnelling Coy who gave their lives in the mining and defensive operations of Hill 60 1915-1918', 'This monument replaces that originally erected in April 1919 by their comrades in arms'. '1923'. In de bronzen plaat zitten drie gaten. Hoogte 275 cm x breedte 200 cm x diepte 200 cm

De '1st Australian Tunnelling Company' arriveerde in november 1916 op Hill 60, ter aflossing van de '3rd Canadian Tunnelling Company'. Haar ondankbare taak bestond erin de mijnladingen die waren geplaatst voor de grote Mijnenslag (7/6/1917) te beschermen tegen Duitse tegenreacties, zowel bovengronds als ondergronds. De plaat vervangt het gedenkteken dat meteen na de oorlog werd aangebracht. De plaat bevat 3 gaten, die afkomstig zouden zijn van kogels uit de Tweede Wereldoorlog.

Gedenkteken ‘14th Light Division’

Op een gedeeltelijk betonnen, gedeeltelijk hardstenen trede staat een hardstenen muur met verhoogd rechthoekig middendeel en twee zware hoeksteunen op basement. In het midden is een kleine driedelige sokkel ingewerkt in de muur, met een hoog kruis, waarvan de armen tot een ruit uitgewerkt zijn en versierd met een vierlob in reliëf. Van links naar rechts: Op de linkse hoeksteun: 'Ypres 1915; Hooge; Bellewaarde', 'Somme 1916; Delville Wood; Flers; Courcelettes', 'Arras 1917; Telegraph Hill; Wancourt Ridge'; op het middengedeelte bovenaan 'In memory of the 14th Light Division', 'The Great War MCMXIV-MCMXVIII', daaronder links 'As in landed', '41st Infantry Brigade', '7th King's Royal Rifle Corps; 8th King's Royal Rifle Corps; 7th Rifle Brigade; 8th Rifle Brigade'; '42nd Infantry Brigade', '5th Oxford and Bucks Light Infantry; 5th King's Shropshire Light Infantry; 9th King's Royal Rifle Corps; 9th Rifle Brigade’; '43rd Infantry Brigade', '6th Somerset Light Infantry; 6th Duke of Cornwall’s Light Infantry; 6th King's Own Yorkshire Light Infantry; 10th Durham Light Infantry'. Op het rechterdeel: 'In France in May MCMXV’; 'D' Squadron 1/1st Duke of Lancasters Own Yeomanry'; 'Divisional Cyclist Company'; '46th 47th 48th & 49th Brigades Royal Field Artillery'; 'Divisional Ammunition Column'; '61st, 62nd, and 89th Field Companies Royal Engineers'; 'Divisional Signal Company'; '8th Motor Machine Gun Battery'; '11th King's Liverpool Regiment Pioneers'; 'Divisional Train-100th 101st 102d & 103rd Companies Royal Army Service Corps'; '42nd 43rd and 44th Field Ambulances'; '26th Mobile Veterinary Section'; op de rechtse hoeksteun: 'Ypres 1917; Inverness Copse; Passchendaele’, 'Somme 1918; St Quentin; Avre', 'Ypres 1918'; uitgehouwen, zwart beschilderde letters. Naast het kruis op het verhoogde middendeel én op de sokkel van het kruis de kentekens. Hoogte 516 cm x breedte 386 cm x diepe 209 cm

Dit gedenkteken stond oorspronkelijk in ‘Railway Wood’ (op de zogenaamde 'Bellewaerde Ridge'). Omdat het er onderhevig was aan verzakkingen, werd het in september 1978 overgeplaatst naar Hill 60. De '14th Light Division' streed aan de zijde van de 35ste Divisie mee bij de bevrijding van de omgeving van Hill 60 en The Bluff. Op 25 september 1915 verloor deze divisie heel wat manschappen bij gevechten in de omgeving van Railway Wood.

Gedenkteken voor 2 Franse verzetsstrijders

Gedenkteken in een aangelegd perkje. Op een met gele baksteen gemetselde sokkel staat een hardstenen steen met afgeronde bovenzijde. In uitgehouwen en wit beschilderde letters de namen, 'Marchant Pierre', 'Olivier Lucien', in het midden een (Lotharings) kruis met daarop '2.9.1944', onderaan 'I.M.O.S. 18.10.1969'.

De 2 herdachte Fransen, Pierre Marchant en Lucien Olivier, werden op 2 september 1944 door Duitsers doodgeschoten. Het tweetal had in het Franse La Madeleine bij Rijsel een Duitse vrachtwagen aangevallen. De bezetter nam hen gevangen en voerde hen per trein naar Ieper. Maar het zwaar geladen stel raakte het talud van Zillebeke niet op en moest ter versterking hulp krijgen van een bijkomende locomotief uit Ieper. Wat er tijdens die gedwongen stop precies gebeurde, is niet duidelijk. Ofwel bekochten Marchant en Olivier een ontsnappingspoging met de dood ofwel lieten de Duitsers hen gaan maar knalden ze hen onmiddellijk na hun zogenaamde vrijlating neer. In ieder geval werden de twee Fransen op het talud van Zilllebeke neergekogeld. In de jaren zestig liet IMOS – een geallieerde oud-strijdersorganisatie gesticht door de Amerikaanse generaal en latere president Eisenhower – een gedenkteken oprichten ter ere van de twee Franse verzetsstrijders. Het gedenkteken staat nabij de spoorwegbrug in de Zwarteleenstraat. Hun lijken werden enkele tientallen meters verder gevonden.

Het Lotharings kruis, een kruis met 2 horizontale balken, werd door Generaal De Gaulle uitgekozen als symbool voor de Vrije Fransen, die de strijd tegen de Duitse bezetter en collaborateurs na de capitulatie van Frankrijk in 1940 voortzetten. Het gedenkteken werd de voorbije jaren op een bakstenen sokkel geplaatst, terwijl het perkje er rond werd heringericht.

Duits-Australische constructie

Tweeledige betonnen constructie. Het eerste gedeelte, een rechthoekige constructie van circa lente 500 x breedte 430cm, steekt ongeveer nog 75cm boven de grond. Het beton is gemaakt met fijne kiezels en tegen een houten bekisting gegoten. Dit gedeelte zou binnenin uit 1 ruimte bestaan. Het tweede gedeelte is deels op het eerste deel gebouwd en is aan de zuidoostelijke kant afgerond. Deze constructie is circa lengte 460 x breedte 430 en steekt minimum nog 250cm boven het grondoppervlak uit. Het beton is samengesteld met grove kiezels en is bewapend met ronde ijzers. Door allerhande inslagen op de muren en het dak is deze bewapening her en der goed zichtbaar. In het dak is een ronde opening (vermoedelijk voor ventilatie) zichtbaar. Het beton is aan de buitenkant gegoten tegen verticale golfplaten, met fijne, ondiepe golving (de afdrukken hiervan zijn nog goed te zien). In het afgerond gedeelte aan de zuidoostelijke kant steken 2 schietgaten, die naar buiten toe verbreden tot circa 2m. In deze schietgaten, die circa 30cm hoog en meer dan 1m diep zijn, zijn uitsparingen voor een houten bekleding en houtrestanten aanwezig. Via deze schietgaten is te zien hoe het plafond van de constructie binnenin verstevigd is met stalen profielen en hoe de muren binnenin eveneens gegoten zijn tegen golfplaten met fijne, ondiepe golving. Aan de zuidwestelijke kant is een opening (Breedte 70 x Diepte 120cm) om de constructie te betreden, die nu nog circa 30cm boven de grond uitsteekt.

Het eerste, nagenoeg volledig ondergrondse deel was een schuilplaats die Duitse genietroepen hadden geconstrueerd ter bescherming tegen het geallieerde artillerievuur. Na de Mijnenslag van 7 juni 1917 wisselde de heuvel van bezetter en werden de bestaande Duitse betonconstructies die nog bruikbaar waren, door de Britten ingepalmd en eventueel aangepast. In januari en februari 1918 werd Hill 60 bezet door de 4de Australische Divisie. De '4th Field Company Australian Engineers', onder leiding van Major J.H. Jolly, construeerde het tweede gedeelte bovenop de bestaande Duitse schuilplaats. Van hieruit konden ze de vijand beloeren en desnoods met mitrailleurs beschieten. Van de constructie is een profieltekening bewaard gebleven, waarop duidelijk te zien is hoe de Australische constructie op de Duitse schuilplaats gebouwd moest worden. De constructie zou volgens omwonenden tijdens de Tweede Wereldoorlog opnieuw gebruikt zijn en kreeg toen eveneens voltreffers te verwerken.

Andere betonnen militaire constructies

Op het terrein van Hill 60 zijn nog een viertal betonnen constructies uit de Eerste Wereldoorlog te onderscheiden, naast vele andere betonnen brokstukken. Vermoedelijk gaat het telkens om een constructie van oorspronkelijke Duitse makelij:

  • Bijna volledig ondergrondse constructie met gebogen dak, gegoten op golfplaten met fijne, diepe golving, die binnenin nog aanwezig zijn. De muren zijn gegoten tegen een houten bekisting. Aan de oostelijke kant is een deuropening (circa hoogte 140 x breedte 70 x diepte 50cm), met nog een scharnier aanwezig. Vóór deze deuropening buiten ligt een lage betonmuur van circa hoogte 90cm met vermoedelijk een betonnen vloer. De muren binnenin zijn witgekalkt. De binnenruimte meet ongeveer lengte 205 x breedte 280cm en is maximum 2m hoog.
  • Nagenoeg volledig ondergrondse betonnen constructie van vermoedelijk circa 330 x 350cm. Het dak bestaat uit beton, samengesteld met grove kiezels, en was vermoedelijk vlak. Het heeft enkele ferme inslagen te verwerken gekregen. De rest van de constructie is gemaakt van fijn samengesteld beton. Het beton binnenin is gegoten tegen een houten bekisting. Aan de zuidoostelijke kant is een deuropening zichtbaar. Er zijn diverse uitsparingen zichtbaar. Het plafond werd hoogstwaarschijnlijk verstevigd met stalen balken. In de omgeving liggen diverse betonnen brokstukken.
  • Bijna volledig ondergrondse, tweeledige constructie van circa lengte 400 x breedte 265cm. Het eerste gedeelte is overdekt en bevat verscheidene openingen (minimum 3). Het beton is gegoten tegen een houten bekisting en is min of meer fijn samengesteld. Binnenin zijn uitsparingen voor houten planken, die hier en daar nog aanwezig zijn. Eveneens een nisje. Het tweede gedeelte is bovenaan grotendeels open. Het beton van dit deel is veel grover en werd ook boven het dak van het eerste deel gegoten. Hier en daar steken ronde ijzers uit. Merkwaardig zijn de 'golvende' uitsparingen in de zijmuren.
  • Ondergrondse constructie met een oppervlakte van ca. 350 x 290cm. Het dak bestaat uit beton met grove kiezel en bevat 2 openingen. Het beton van de rechthoekige constructie eronder is veel fijner en tegen planken gegoten. Binnenin zijn ronde bewapeningsijzers in de muren en enkele stalen balken in het plafond te zien. De constructie heeft 2 toegangen. Aan de noordelijke kant is een betonnen muurtje voor de deuropening geplaatst.

Mijnkrater 7 juni 1917

Naast de vele andere bomputten en mijnkraters is op Hill 60 een grote mijnkrater van 7 juni 1917 terug te vinden. De krater is nu begroeid met gras.

  • COOMBS R., Before endeavour fades. A guide to the battlefields of the First World War. London, Battle of Britain International Ltd., 2001.
  • JACOBS M., Zij, die vielen als helden... Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2. Brugge, Provincie West-Vlaanderen, 1996.
  • CAVE N., LAMPAERT R. (vertaling), Hill 60. Erpe, Uitgeverij De Krijger, 1999 (Slagveld België 2).
  • MEIRE J., De stilte van de Salient. De herinnering aan de Eerste Wereldoorlog rond Ieper. Tielt, Uitgeverij Lannoo en Johan Meire, 2003.
  • LAMPAERT R., De Mijnenoorlog in Vlaanderen. Erpe, Uitgeverij De Krijger, 2000.
  • BOSTYN F., De vergeten oorlog onder de Salient. Bijdrage tot de geschiedenis van de Tunnelling Companies in Vlaanderen (1915-1918). Leuven, KUL, 1998 (onuitgegeven licentiaatsverhandeling).
  • OLDHAM P., Pill-boxes on the Western Front. A guide to the design, construction and use of concrete pill boxes 1914-1918. London, Leo Cooper, 1995.

Bron     : Beschermingsdossier DW002426
Auteurs :  Decoodt, Hannelore


Relaties

  • Omvat
    Mijnkrater 7/6/1917 Caterpillar en Hill 60
    Zwarteleenstraat (Ieper)

  • Is deel van
    Zillebeke
    Zillebeke (Ieper)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Gedenksite Hill 60 [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/201174 (Geraadpleegd op 20-10-2019)