Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Boodschap

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Antwerpen
Straat Canadalaan
Locatie Canadalaan 105, Antwerpen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Aanvulling inventaris bouwkundig erfgoed 2013 (ad hoc-inventarisatie: 01-01-2013 - 28-11-2013).
  • Thematische inventarisatie 20ste-eeuwse kerken (geografische inventarisatie: 01-07-2008 - 31-12-2009).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Boodschap

Deze vaststelling is geldig sinds 28-11-2013.

is deel van de vaststelling als bouwkundig erfgoed Luchtbal

Deze vaststelling is geldig sinds 09-11-2011.

Beschrijving

Parochiekerk in modernistische stijl, in zijn huidige vorm in 1961 ontworpen door de architect René Van Steenbergen (senior), en opgetrokken in 1964-1967. Met een centrale ligging in de wijk Luchtbal, is het gebouw vrijstaand ingeplant op een plantsoen tussen de Canadalaan en de Noorderlaan, palend aan het tien jaar eerder gerealiseerde parochiecentrum.

Historiek, contexten evolutie van het ontwerp

De wijk Luchtbal, gelegen in het noorden van Antwerpen, ingeklemd tussen de havendokken en het grondgebied van de vroegere gemeenten Merksem en Ekeren, kwam vanaf midden jaren 1920 tot ontwikkeling. Begonnen als een bescheiden tuinwijk voor arbeiders werkzaam in het havengebied, groeide Luchtbal in de naoorlogse periode uit tot een uitgestrekte sociale woonwijk met een concentratie van grootschalige huisvestingscomplexen. Waar voor de bouw van de nieuwe kerk nog werd uitgegaan van een verwachte bevolkingsaangroei tot 12000 inwoners, stagneerde de wijkpopulatie uiteindelijk rond 6000 inwoners. Kerk en parochiecentrum maken deel uit van de publieke infrastructuur van Luchtbal, waartoe ook kleuter-, lagere en middelbare scholen van de verschillende onderwijsnetten behoren, een stedelijk cultureel centrum met bibliotheek, een theater en een sporthal.

De stichting van de parochie Onze-Lieve-Vrouw Boodschap valt samen met het ontstaan van de eerste huisvestingskernen op Luchtbal. Een eerste bescheiden kerk in neoromaanse stijl, ontworpen door kanunnik Raymond Lemaire en de architect F. Van den Daele, werd in 1926-1927 opgetrokken op de hoek van de Canadalaan en de Cardiffstraat. Begin jaren 1950 kwam de Luchtbal vanwege de grote bevolkingstoename als ontwikkelingsgebied onder de aandacht van Domus Dei, het Diocesaan Werk voor Kerkenbouw van het Aartsbisdom Mechelen. Vervolgens gaf de hulpbisschop van Mechelen Emiel Jozef De Smedt aan de pastoor van Onze-Lieve-Vrouw Boodschap Maurits Stevens (1901-1969) opdracht om een nieuwe, grotere kerk met parochiecentrum op te richten op gronden van de huisvestingsmaatschappij Onze Woning. Architect René Van Steenbergen, die hetzelfde jaar was geëngageerd voor het ontwerp van het gebouwencomplex, werkte in 1952-1953 de eerste bouwplannen uit, in de toen gangbare traditionalistische stijl. Het nieuwbouwproject ging van start met het parochiecentrum, waarvoor eind 1954 een bouwvergunning werd verkregen. Bedoeling was met de opbrengsten die de exploitatie van de theaterzaal, de feestzaal en het café zouden genereren de bouw van de kerk te financieren. De eerstesteenlegging van het parochiecentrum vond plaats op 3 juli 1955, en het werd voltooid in 1957. De tweede bouwfase ging in 1961 van start met de bouwaanvraag voor de kerk, op basis van een volledig nieuw ontwerp van Van Steenbergen in uitgesproken modernistische stijl, en volledig losgekoppeld van het eerder gebouwde traditionalistische parochiecentrum. Eind 1962 bij openbare aanbesteding toegewezen aan de aannemer Verstraete-Vanhecke uit Wilrijk, namen de werken op 17 november 1964 officieel een aanvang met het heien van de eerste paal. Monseigneur Jules Victor Daem, bisschop van Antwerpen, legde op 8 mei 1965 de eerste steen van de kerk, die op 18 november 1967 in gebruik werd genomen.

De parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Boodschap behoort tot de vroegste uitgesproken modernistische kerken van architect René Van Steenbergen, tijdens de naoorlogse periode een van de meest productieve kerkenbouwers in de provincie Antwerpen. Tussen de jaren 1940 en 1970 realiseerde hij een vijftiental nieuwe parochiekerken, vooral geconcentreerd in de Kempen, de helft in traditionalistische en de helft in modernistische stijl. In zijn ontwerpen uit de jaren 1940 en 1950, die een traditionele, regionalistische bouwtrant proberen te verzoenen met een streven naar moderniteit en functionaliteit, toonde hij zich een volgeling van de Nederlandse architect Alexander Kropholler en de Delftse School. Tot deze strekking behoort het eerste ontwerp van de Onze-Lieve-Vrouw Boodschapkerk uit 1952-1953. In een eerste versie uit juli 1952, voegt Van Steenbergen de kerk en het parochiecentrum samen tot één monolithisch geheel van een monumentale symmetrische allure. Kolossale rondbogen, massieve blindgevels en de rijzige campanile lijken ontleend aan het noordse classicisme van de Scandinavische late interbellumarchitectuur. Het centrale volume groepeert een schouwburgzaal en een kerkruimte van gelijke afmetingen parallel aan elkaar, zij het met een omgekeerde oriëntatie die beide inkomportalen, koor en toneel aan de tegenovergestelde uiteinden situeert. Lagere, symmetrische zijvleugels herbergen de respectievelijke dienstlokalen, -woningen en secundaire functies. De tweede versie uit 1953, trekt beide functies tot afzonderlijke volumes uit elkaar, waarbij de schouwburg ruimtelijk van de kerk wordt gescheiden door het als een rondbooggalerij opgevatte café. Naar schaal en volumetrie komt de klemtoon nu met veel meer nadruk op de kerk te liggen, vormelijk een eigentijdse interpretatie van de vroegchristelijke basilica, sterk verwant met de in 1953-1956 gebouwde parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Koningin van de Vrede in Kessel (Nijlen). Van dit eerste ontwerp uit 1952-1953 is het huidige parochiecentrum het enige resultaat.

Geïnspireerd door internationale ontwikkelingen in de kerkenbouw, tekende zich vanaf 1960 een belangrijke omslag af in de religieuze architectuur van René Van Steenbergen, op zoek naar een radicaal eigentijdse vormentaal en typologie. In deze context situeert zich het definitieve ontwerp van de Onze-Lieve-Vrouw Boodschapkerk, dat ongeveer gelijktijdig tot stand kwam met de ontwerpen van de parochiekerken Sint-Jozef in Arendonk, Sint-Jozef Werkman in Veerle (Laakdal) en Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand in Beerse. Het belette niet dat in dezelfde periode ook nog bestaande bouwplannen voor kerken van traditionalistische strekking ten uitvoer werden gebracht, zoals de parochiekerk Heilig Sacrament in Berchem (Antwerpen). Met de half cirkelvormige parochiekerk Sint-Franciscus in Turnhout, realiseerde Van Steenbergen in 1965-1966 zijn allicht meest experimentele werk, geïnspireerd op de ‘open ring’-theorie van de Duitse architect en protagonist van de eigentijdse kerkenbouw Rudolf Schwarz. De capaciteit van 1200 kerkgangers en de grootstedelijke context, maken de Onze-Lieve-Vrouw Boodschapkerk tot een van de belangrijkste en meest monumentale van zijn modernistische kerken. Geconcipieerd volgens de liturgische vereisten van vóór het Tweede Vaticaans Concilie, staat de kerk symbool voor het naoorlogse optimisme van de Kerk en de daarbij horende expansieve houding. Hoewel bij de voltooiing liturgisch achterhaald - de langwerpige plattegrond leent zich moeilijk tot een opstelling waarbij de gelovigen zich rond het altaar kunnen verzamelen - onderscheidt de kerk zich in progressieve zin door een eigentijdse vormgeving, een multifunctioneel opzet en een doordacht circulatiesysteem.

Architectuur

De Onze-Lieve-Vrouw Boodschapkerk bestaat uit een hoofdvolume van kubische vorm, waarbij aan de oostzijde een atrium aanleunt dat als voorplein fungeert, en aan de zuidzijde een lagere dienstvleugel en de klokkentoren. Het complex ontleent zijn imposante karakter aan de vrijstaande inplanting tussen twee brede verkeersassen. Opgedeeld in twee niveaus, omvat het hoofdvolume op het lage gelijkvloers onder meer de weekkapel voor 200 gelovigen en een bibliotheek (later vergaderzaal), en erboven de eigenlijke kerkruimte die met de koorpartij op het westen is georiënteerd. Van de aanpalende zuidvleugel wordt het oostelijke gedeelte grenzend aan het atrium ingenomen door de pastorie, die woon- en werkruimte verschaft aan de pastoor, twee onderpastoors en een huishoudster. Het westelijke gedeelte omvat gelijkvloers gescheiden catecheselokalen voor jongens en meisjes, en op de verdieping de sacristie met aansluitend het lokaal voor de misdienaars. Een complex circulatiepatroon maakt de verschillende onderdelen van het complex onafhankelijk van elkaar toegankelijk, en verzekert de onderlinge verbindingen. Als centrale toegangszone fungeert het atrium, waar een monumentale trap naar het hoofdportaal van de kerk leidt, en een hellingbaan naar de dienstingang. De inkom van de pastorie en de secundaire portalen van catecheselokalen en weekkapel geven eveneens uit op dit atrium. De weekkapel die ook via trappen vanuit de kerk en de sacristie toegankelijk is, beschikt over een eigen portaal in de basis van de klokkentoren.

De constructie van het gebouw berust op een structuur uit gewapend beton, met gebruik van roomkleurige baksteenmetselwerk in kettingverband (strek-strek-kop) voor de parementen, en staal voor het schrijnwerk. Overspannen door een stalen vakwerkliggers, heeft het grote kerkvolume een dakbedekking uit koper. Karakteristiek voor deze architectuur is het massieve karakter van het eigenlijke kerkgebouw, dat zich aan de korte oost- en westzijde onderscheidt door blinde schermgevels die het licht hellende dak aan het zicht onttrekken. Ook de zuidzijde inclusief de klokkentoren heeft een sterk gesloten opzet, met uitzondering van de koorpartij die net als de noordzijde over de volledige oppervlakte als een glas-in-loodwand is uitgewerkt, met monelen uit gebouchardeerd beton. Opmerkelijk is de schijnbare symmetrie van het met een pijlerportiek afgesloten atrium. Het wordt ten zuiden geflankeerd door de pastorie, en ten noorden door een ondiep schermvolume met pijlerarcade waarin discreet de hellingbaan van de dienstingang is geïntegreerd. De veeleer gestuikte, balkvormige klokkentoren heeft galmgaten in de topgeleding, en een open piramidale spits met kruis. De drie kerkklokken werden gegoten door de Leuvense klokkengieter François Sergeys.

Interieur en mobilair

Ontworpen in navolging van de preconciliaire liturgische vereisten, beantwoordt de kerkruimte aan de typologie van de zaalkerk met een langwerpige planopbouw, die de focus op het verhoogde priesterkoor en hoogaltaar legt. Pas in gebruik genomen na het Tweede Vaticaans Concilie onderging het concept in extremis nog enkele aanpassingen ten behoeve van de vernieuwde liturgie, zoals de vervanging van het hoogaltaar door een meer vooruitgeschoven altaartafel, het verplaatsen van de doopvont van de doopkapel bij het portaal naar het koor, en het weglaten van de geplande preekstoel. De ruime zaalkerk onderscheidt zich door een asymmetrische opbouw, waarbij aan de noordzijde een pijlercolonnade een ondiepe zijbeuk afscheidt, met het doorlopende glas-in-loodraam als monumentale, translucide achterwand. Een brede pijler uit donkerbruin siermetselwerk in wildverband, oorspronkelijk bedoeld als achterwand voor de preekstoel, schermt aan de zuidzijde discreet de lichtwerking van het grote koorraam af. Opgedeelde door het doksaal wordt aan de oostzijde het middenportaal geflankeerd door twee devotiekapellen, waarvan de noordelijke - met glas-in-loodraam - oorspronkelijk als doopkapel bedoeld was. Het priesterkoor aan de westzijde vormt een zes treden hoog podium over de volledige breedte van de kerk, met centraal de altaartafel, geflankeerd door de ambo en het tabernakel. Verder integreert de zuidwand de biechtstoelen, en staan de houten kerkbanken in vier beuken opgesteld rond een middengang. De ingetogen architectuur wordt gekenmerkt door een sober materiaalgebruik, waarbij het warme eikenhout van de vlakke zoldering, het doksaal en de lambrisering, contrasteert met het roomkleurige baksteenmetselwerk in kettingverband. De oost- en zuidwand onderscheiden zich van de overige wanden door een repetitief reliëfpatroon van uitstekende koppen om de drie lagen, met zowel een decoratieve als een akoestische functie; voor de bevloering is gebruik gemaakt van roomkleurige marmercomposiettegels.

Het kerkinterieur wordt bepaald door de veelkleurige glas-in-loodramen van de glazenier Herman Wauters, uitgevoerd in 1966-1967, abstract van compositie met een elementair iconografisch programma. Het gigantische noordraam (11x40 m) heeft als thema de Heilige Drievuldigheid, met links God de Vader als heerser over het leven en de harmonie in het heelal, rechts de triomferende Christus als verlosser in een gouden mandorla, en tussen beide in de Heilige Geest onder de vorm van de vurige tongen van Pinksteren. Het koorraam verbeeldt de lijdende, strijdende en triomferende Kerk, voorgesteld door drie kaarsen die oprijzen uit het Eucharistisch symbool van broden en vissen. Uitgevoerd in paars en rood stelt het glas-in-loodraam van de devotiekapel de doornenkroon en de vijf wonden van Chistus voor. Verder omvat het mobilair dat tot stand kwam in samenwerking met Pro Arte Christiana van de abdij van Vaalbeek: de witstenen altaartafel met abstracte reliëfs door Rik Van Schil, het aan de zoldering opgehangen altaarkruis, het tabernakel, de koorkandelaars en de doopvont uit gedreven koper door Wim Ibens, het bronzen Mariabeeld in de devotiekapel door Stefaan Depuydt en Livia Canestraro, de kruisweg en de wijwatervaten uit ceramiek.

In de eenvoudige weekkapel, bepaald door de kleurrijke, abstracte glas-in-betonramen van de glazenier Pauwels-Gielkens, bestaat het mobilair onder meer uit een in ceramiek uitgevoerde altaartafel door Willy Meysmans, een houten wandreliëf voorstellend Maria met Kind door Albert Poels, en schilderijen door Geroen De Bruycker.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 18#31012 en 18#42770.
  • Architectuurarchief Provincie Antwerpen, archief René Van Steenbergen, dossier Onze-Lieve-Vrouw Boodschapkerk.
  • BOONE V., BÖRÖCZ Z. & TANSENS A. 2008: Onderzoeksopdracht "Thematische inventarisatie 20ste-eeuwse kerken", onuitgegeven eindrapport in opdracht van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed, 44-45 met bijlage casus 2.

Bron: -

Auteurs: Braeken, Jo

Datum tekst: 2013

Relaties

maakt deel uit van Sociale woonwijk Luchtbal

Argentiniëlaan 1-20, 49-51, 50, Argentiniëlaan 60-73, Baltimorestraat 28-60, 29-53, Belfaststraat 1-23,...

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.