erfgoedobject

Parochiekerk Sint-Anna ten Drieën

bouwkundig element
ID: 201247   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/201247

Juridische gevolgen

Beschrijving

Parochiekerk in modernistische stijl, vanaf 1963 ontworpen door de architect Jos Ritzen, en na afbraak van een oudere kerk opgetrokken in 1968-1970. Het gebouw is vrijstaand ingeplant te midden van een plantsoen met oprijlaan, op de hoek van de Hanegraefstraat en de Gaston Burssenslaan.

Historiek en context

Het Vlaams Hoofd of Sint-Anneke wordt al in 1330 vermeld als bedevaartsoord gewijd aan Sint-Anna. De geschiedenis van de huidige parochie gaat terug tot 1829, wanneer de jonge priester J.C.A. Hanegraeff de tijdens het Franse Bewind gesloten 17de-eeuwse Sint-Annakapel terug openstelt voor de eredienst. Sinds 1866 een kapelanij van de Heilige Kruisverheffingsparochie in Zwijndrecht, werd Sint-Anna bij Koninklijk Besluit van 22 juli 1893 verheven tot een zelfstandige parochie behorend tot het bisdom Gent. Dankzij het mecenaat van graaf Florimond de Brouchoven de Bergeyck, kwam in 1894-1895 een voorlopige kerk met pastorie en kloosterschool tot stand naar ontwerp van de architect Frans Stuyck. Dit complex verving de buiten gebruik gestelde oude Sint-Annakapel, die pas in 1931 zou worden gesloopt. In 1903-1905 werd naast de voorlopige kerk de nieuwe Heilige Anna en Joachimkerk opgetrokken, een driebeukige kruisbasiliek in neogotische stijl, naar een ontwerp door dezelfde Stuyck uit 1901-1902. Op het ritme van de urbanisatie en de bevolkingsaangroei van Linkeroever, ontstonden in de naoorlogse periode vanuit Sint-Anna twee nieuwe parochies. Onze-Lieve-Vrouw-ter-Schelde die kort na de Tweede Wereldoorlog in het noordelijk deel van de Linkeroever tot stand kwam en sinds 1954 over een volwaardige, vandaag verdwenen kerk beschikte, werd tot zelfstandige parochie verheven in 1963. Voor de Sint-Lucasparochie waarvan de oprichting uit 1972 dateert, werd in 1973-1974 een nog bestaande kerk opgetrokken die deel uitmaakt van het sociale huisvestingscomplex Europark. Overgeheveld naar het aartsbisdom Mechelen in 1958, maakte de Sint-Annaparochie sinds 1962 deel uit van het nieuwe bisdom Antwerpen. In 2003 werd besloten tot fusie van de drie parochies op Linkeroever, tot de in 2006 herdoopte parochie Sint-Anna ten Drieën, een benaming ontleend aan het 17de-eeuwse Heilige Anna-ten-Drieënbeeld in de kerk, die symbolisch verwijst naar de drie voormalige parochies.

Hoewel de neogotische Heilige-Anna-en-Joachimkerk destijds ruim 3,5 m boven de steenweg was opgetrokken, kwam het gebouw door de zandopspuiting van Linkeroever vanaf de jaren 1930 letterlijk in een put te liggen. Wateroverlast en verzakkingen die hier het gevolg van waren, zouden in 1968 onvermijdelijk leiden tot sloop van de bouwvallige kerk. Inmiddels waren al sinds 1963 plannen in opmaak voor de bouw van een nieuwe kerk, in nauwe samenspraak tussen architect Jos Ritzen en parochiepriester Albert Janssen. Voor deze nieuwe kerk, die na afbraak van de oude kerk op hetzelfde opgehoogde terrein zou worden opgetrokken, werd in 1967 door de kerkfabriek een bouwaanvraag ingediend. Bij openbare aanbesteding van 26 december 1967 toegewezen aan het aannemersbedrijf Bouwwerken Eysermans uit Mol, namen de werken een aanvang in 1969. Kerkdiensten vonden intussen plaats in de tot voorlopige kerk ingerichte kelderrefter van het Imelda Instituut, de katholieke meisjesschool. Op 28 november 1970 werd de voltooide nieuwe kerk plechtig ingezegend door Monseigneur Jules Victor Daem, bisschop van Antwerpen.

De Sint-Anna-ten-Drieënkerk behoort tot het relatief vroege werk van de uit Limburg afkomstige en in Antwerpen actieve architect en stedenbouwkundige Jos Ritzen. Zijn loopbaan ging in de eerste helft jaren 1950 van start, met onder meer tal van bouwopdrachten in de nieuwbouwwijken van Linkeroever. Na deze vermoedelijk eerste kerk, realiseerde de architect de parochiekerk Sint-Jan Evangelist in Beveren, een gebouw met een vergelijkbaar concept ontworpen in 1974-1975, en ingezegend in 1979. Het ontwerp van de Sint-Anna-ten-Drieënkerk is het resultaat van een lange voorbereidingsfase, waarvoor Ritzen na zijn aanstelling als architect in 1962, samen met pastoor Janssen studiereizen ondernam naar Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Nederland, op zoek naar voorbeeldige nieuwbouwkerken. Uitgangspunt was een eigentijdse architectuur in dienst van de geloofsgemeenschap, die de liturgie in eenvoud en bescheidenheid dicht bij de kerkgangers bracht. In het op korte tijd verstedelijkte Linkeroever met zijn brede lanen, nieuwbouwwoningen en -flatgebouwen, leek bovendien enkel nog een moderne, progressief vormgegeven stadskerk op zijn plaats. Uit het onderzoek van Ritzen en Janssen kwam de Bruder Klaus Kirche in Birsfelden (kanton Basel) naar voor als het type kerkgebouw dat het best aan hun idealen beantwoordde. Deze kerk uit 1955-1959 behoort tot de belangrijkste realisaties van architect Hermann Bauer (1894-1980), leerling van Karl Moser en een van de belangrijkste vernieuwers van de naoorlogse kerkenbouw in Zwitserland. Geïnspireerd door Le Corbusiers Notre Dame du Haut in Ronchamps ontwikkelde Baur dynamische sacrale ruimten in een vrije plastische vormgeving, als verzamelplaats voor de geloofsgemeenschap. Hoewel bescheidener van opzet, heeft de Sint-Anna-ten-Drieënkerk met deze Bruder Klaus Kirche de plattegrond in de vorm van een kwartcirkelsegment, de quasi vrijstaande klokkentoren en de waaiervormige opbouw rond koor en altaar gemeen. Een aanvankelijk geplande, eveneens aan het Zwitserse voorbeeld ontleende lichtkoepel boven het koor, verviel op last van de diocesane commissie voor kerkenbouw. Hoewel nog geconcipieerd in navolging van de preconciliaire liturgievereisten, beantwoordde de Sint-Anna-ten-Drieënkerk reeds ten volle aan de typologische vernieuwingen die pas na het Tweede Vaticaans Concilie ingang zouden vinden in de kerkenbouw.

Volkomen één met de architectuur van de kerk zijn de glasramen in eigentijdse glas-in-betontechniek. Als glazenier werd de Franse kunstenaar Jacques Loire geëngageerd, zoon van Gabriël Loire (1904-1996), de stichter van de gerenommeerde, in Chartres gevestigde Ateliers Loire, die zich op de techniek van glas-in-betonmuren toelegden. Eerder realiseerde het atelier naar ontwerp van vader Gabriël Loire de glasramen van de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Duinenkerk in Koksijde. In overleg met Ritzen creëerde Jacques Loire een merkwaardig ensemble van abstracte composities, waarvan kleur en patroon een dialoog aangaan met de architectuur, aangepast aan de locatie, de oriëntatie en de gewenste lichtinval in de kerk en haar nevenruimten. De glas-in-betonmuren werden naarmate de bouw vorderde in de ruwbouw geïntegreerd door de firma Amphora uit Sint-Andries-Brugge, en samen met de kerk voltooid. Het geheel behoort tot de belangrijkste ensembles van naoorlogse glaskunst in België.

Architectuur

De Sint-Anna-ten-Drieënkerk bevindt zich op een licht verhoogd terrein, van noordoost naar zuidwest georiënteerd volgens de logica van het omringende stedenbouwkundige aanlegplan, en grotendeels aan het zicht onttrokken door groenschermen. Ook de gesloopte Heilige Anna en Joachimkerk volgde exact dezelfde inplanting. De nieuwe kerk vormt een samenstel van twee bouwvolumes van verschillende hoogte: de grote liturgische ruimte met een plattegrond in de vorm van een kwartcirkelsegment en een aangebouwd hoofdportaal als hoofdvolume, en de lage ring van nevenruimten die de eigenlijke kerk over twee derden van de omtrek aan de zuid- en westzijde omringt. Deze volledig onderkelderde secundaire vleugel omvat gelijkvloers de week-, winter- en biechtkapel met zijportaal, en - grenzend aan een gebogen gang - achtereenvolgens het sanitair, het lokaal voor misdienaars en zangers, de sacristie, de kerkraadzaal en de spreekkamer. In de ondergrond bereikbaar via een trappenpartij in het zijportaal, bevinden zich een polyvalente vergaderzaal zogenaamd Joachimzaal, de verwarmingsinstallatie, twee niet nader gedefinieerde lokalen en een bergplaats. De constructie van het gebouw berust op een structuur uit gewapend beton waarin ook de half vrijstaande, 29 m hoge klokkentoren is geïntegreerd. Deze is ingevuld met baksteenmetselwerk en glas-in-betonmuren, die de noordoost- en de zuidgevel over een groot oppervlak translucide doorbreken. Voor het buitenparement is gebruik gemaakt van arduin als plint en geglazuurde baksteen van een lichtblauwe tint als opgaand metselwerk in halfsteens verband, volgens de architect het meest geschikte gevelmateriaal voor het met de Kust vergelijkbare vochtige en winderige klimaat van Linkeroever. Een in zwarte, grijze en roze baksteen uitgevoerde compositie met kruismotief, is als tableau in het blinde muurwerk van de noordgevel geïntegreerd, naast het zijportaal. Metalen vakwerkliggers rustend op de betonnen ringbalk vormen de hellende dakconstructie, die de grote liturgische ruimte zonder steunpunten overspant. De klokkentoren is opgevat als een open betonnen portiek, bekroond door de drieledige klokkenstoel met kruis. Volledig glazen deuren sluiten de toegangen transparant af. Vermeldenswaard is dat hier voor het eerst in een Belgisch kerkgebouw van deze schaalgrootte elektrische vloerverwarming is toegepast, gecompartimenteerd in zones.

De parochiekerk beantwoordt aan de typologie van de gemeenschapskerk, bepaald door eenvoud en bescheidenheid, meer op mensenmaat en dichter bij de geloofsgemeenschap. Opgevat al een waaiervormig amfitheater met een hellende vloer en zoldering, wordt het ontwerp van de grote liturgische ruimte bepaald door de centrale en alom zichtbare positie van het altaar. Dit vrije, niet hiërarchische ruimteconcept dat verbondenheid en maximale participatie van de gelovigen beoogt, en de afstand tot de priester tot een minimum reduceert, vertaalt de democratisering van de liturgie sinds het Tweede Vaticaans Concilie. De kerkruimte is 31 m diep met een breedte die van 45 m ter hoogte van het portaal afneemt tot 16 m in het koor, in hoogte afhellend van 9,60 tot 8,40 m. Oorspronkelijk ging de capaciteit uit van 700 zitplaatsen, met nog eens 100 in de week-, winter- en biechtkapel, die echter niet volledig werd benut. Waar de Bruder Klaus Kirche vanaf het hoge, door een bovenlicht beschenen koor afhelt naar het lage portaal, maakt de Sint-Anna-ten-Drieënkerk de omgekeerde beweging. Met een structuur uit glad bekist zichtbeton van een witte tint, is het baksteenmetselwerk in het interieur parelgrijs geschilderd, contrasterend met de warme rode tegelvloer en de houten lattenzoldering waarin geïntegreerde verlichting. Drie treden hoger gesitueerd vormt het koor een ingetogen, ellipsvormige apsisruimte, die in tegenstelling tot het veeleer duistere auditorium, nadrukkelijk zij het indirect wordt verlicht door heldere, aan het frontale zicht onttrokken glas-in-betonmuren. De sobere inrichting bestaat uit een door Jos Ritzen ontworpen altaartafel, een ambo en een uit de middenas aan de zoldering opgehangen Grieks kruis uit donker wengéhout, het in 2012 geplaatst tabernakel van Jacques Loire, en een 17de-eeuws Heilige Anna-ten-Drieënbeeld op een sokkel. Onderverdeeld in twee beuken en negen rijen diep, staan de wengéhouten banken met individuele plywood-zitjes in brede waaiers rond het koor opgesteld. Eenvoudig van opzet is de week-, winter- en biechtkapel, een rechthoekige ruimte in dezelfde materialen, met geïntegreerde biechtstoelen aan weerszij van het portaal.

Glas-in-betonramen en mobilair

Het ensemble glas-in-betonramen bestaat uit het grote raam over de volledige hoogte van de noordoostgevel rond het portaal, een breed manshoog raam in de zuidgevel, twee smalle ramen over de volledige hoogte aan beide zijden van het koor, een fries doorlopende over de buitenwand van de week-, winter- en biechtkapel en de overige nevenruimten, en een klein raam in het zijportaal. Samengesteld uit gestapelde panelen van ongeveer 1 m hoog en als lichtgevende muren geïntegreerd in het betonskelet van de ruwbouw, vormt elk raam telkens een doorlopende abstracte compositie. De panelen zijn als een mozaïek samengesteld uit onregelmatige stukken mondgeblazen, in de massa gekleurd antiekglas van 22 mm dikte, met de typerende oneffenheden en luchtbellen, gegoten in beton. Kleur, tonaliteit en transparantie staan in relatie tot de locatie, de oriëntatie en de gewenste lichtinval en sfeer in de samenstellende delen van het kerkinterieur. Zonder iconografisch programma maar als persoonlijke reflectie van de glaskunstenaar op de architectuur, genereren de glas-in-betonramen een ingetogen sfeer die de buitenwereld op afstand houdt en het interieur onderdompelt in een licht van stilte en rust. Het grote noordoostraam rond het portaal is opgebouwd uit de zuivere kleuren blauw, groen en rood, met hier en daar wat geel. Bedoeling van architect en glazenier was via de tonaliteit en transparantie van het gekleurde glas een geleidelijke overgang te creëren van het donkere metselwerk van de buitenmuren naar de lichtzone boven het portaal. Het weinige zonlicht te wijten aan de noordoostelijke oriëntatie, versterkt daarbij de veeleer gedempte sfeer. Om de aandacht niet af te leiden van het liturgisch gebeuren is het zuidraam, een uitdeinende abstracte compositie, opgebouwd uit pasteltinten die opgloeien in de middagzon. De twee hoge smalle ramen in de koorpartij, bedoeld om scheerlicht te werpen op de gebogen koorwand en zo de aandacht te vestigen op het altaar, is opgebouwd uit lichte en warme tinten met een grotere transluciditeit, in een dynamische, gecentreerde compositie. Een ononderbroken fries vormen de hooggeplaatste ramen die doorlopen over de week-, winter- en biechtkapel en nevenruimten, met per lokaal een eigen identiteit gebaseerd op het kruismotief. Dit laatste komt het sterkst tot uiting in de sacristie. Westelijk georiënteerd en opgloeiend bij avondlicht, bestaat de fries van de week-, winter- en biechtkapel vooral uit blauw glas met rode accenten, geïnspireerd op de gotische glas-in-loodramen van de kathedraal van Chartres, de woonplaats van glazenier Jacques Loire. Ook het tabernakel uit 2012, een roestvrij stalen kast met een deur uit in goudemail opgehoogd gethermoformeerd glas, is van zijn hand.

Delen van het neogotische meubilair en het kunstbezit uit de oude Heilige Anna en Joachimkerk zijn in het nieuwe kerkinterieur geïntegreerd. Het lindenhouten Heilige Anna-ten-Drieënbeeld in het koor dateert van 1667; de polychromie werd gedecapeerd bij een restauratie door Jozef De Waele in 1970. Verder staat in de kerkruimte een gepolychromeerd Heilige Rochusbeeld uit de tweede helft van de 17de eeuw, en een processiebeeld van Onze-Lieve-Vrouw met een mantel uit fluweel en goudbrokaat uit 1899. Dit laatste staat opgesteld vóór een schilderij door de zanger-beeldhouwer Willem Vermandere, aangekocht in 2009. Het orgel gebouwd door de firma Aerts en Castrel uit Duffel, met 20 registers en 1120 pijpen werd ingespeeld in 1974. In de eikenhouten orgelkast zijn zeven van de oorspronkelijk tien glas-in-lood-medaillons uit het aan de Heilige Cecilia gewijde roosvenster van de oude kerk verwerkt, met voorstelling van musicerende engelen. De weekkapel is ingericht met delen van het in 1910 door de Gentse beeldhouwer Remi Rooms vervaardigde, eikenhouten meubilair uit de oude kerk: de communiebank met voorstelling van Eucharistische taferelen, het koorgestoelte, en de gebeeldhouwde panelen van de vroegere preekstoel met voorstelling van Christus en de Evangelisten. Ook het tabernakel en de uit 1907 daterende doopvont uit gedreven koper staan hier opgesteld. Van de drie kerkklokken zijn er twee afkomstig uit de oude kerk: een in 1905 door Alphonse Beullens uit Leuven gegoten en in 1972 door Eijsbouts uit Asten hergoten klok, en een in 1950 door Michiels uit Doornik gegoten klok; de derde Eijsbouts-klok dateert uit 1972.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 18#50622.
  • VAN PEEL, E. 1994: 100 jaar parochie HH. Anna en Joachim Antwerpen Linkeroever 1893-1993, Antwerpen.
  • BÖRÖCZ, Z., Loire, J. & VERSTRICHT, L. 2012: Licht! Glaskunst Jacques Loire van 1962 tot 2012, Antwerpen.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2013


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Sint-Anna ten Drieën [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/201247 (Geraadpleegd op 17-10-2019)