erfgoedobject

Kerk Onze-Lieve-Vrouw van Troost en augustijnenklooster

bouwkundig element
ID: 201368   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/201368

Beschrijving

De parochiekerk van de parochiale gemeenschap Onze-Lieve-Vrouw van Troost is samen met het ten zuiden aanpalende augustijnenklooster Sint-Thomas van Villanova gelegen langs de Pakenstraat en situeert zich op het hoogste punt van deze steil oplopende straat. De kerk werd opgetrokken in een neoromaanse bouwstijl. De bouw van de kerk begon in 1952 en in 1955 werd ze in gebruik genomen. Het klooster werd gerealiseerd volgens een bouwaanvraag uit 1956 en sluit via een eenlaagse gang aan op de kerk. Zowel de kerk als het klooster werden gerealiseerd naar het ontwerp van architect Karel Van Cauwenberghe uit Eeklo. Hoewel de kerk en het klooster niet werden gerealiseerd volgens dezelfde bouwaanvraag, kan wel gesproken worden van een totaalconcept door Van Cauwenberghe.

Historiek

Het verblijf van de augustijnen te Leuven klimt op tot de eerste helft van de 13de eeuw. Een oorkonde uit 1368 bevestigt hun aanwezigheid aan de Leuvense Vismarkt. In 1680 werd een ruim, nieuw klooster gebouwd in de Vaartstraat. In 1796 werd het Leuvense klooster opgeheven en grotendeels gesloopt. Later verbleven ze in een villa aan de Parkbosstraat, een zijstraat van de Hertogstraat te Heverlee. Dit huis werd echter te klein en een nieuw klooster werd gebouwd ter hoogte van de overvloeiing van de Kerspelstraat naar de Pakenstraat. Hiervoor werden vanaf 1952 door de paters augustijnen verschillende loten opgekocht op het voormalige goed van Armand Thiéry.

Kanunnik Armand Thiéry (1868-1955), priester, theoloog, filosoof en ingenieur-architect was betrokken bij de oprichting van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte aan de Leuvense universiteit. In 1895 stichtte Désiré-Joseph Mercier het bij het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte aanleunende Leo XIII-Seminarie. Thiéry zou naast een architecturale impact, ook een grote filosofische impact nalaten op deze instellingen. In Heverlee verwierf het Leo XIII-seminarie in 1895 een hoevetje met een hectare grond als ontspanningsoord voor de studenten verbonden aan dit seminarie. Thiéry wist het goed door verdere aankopen uit te breiden en het domein volledig in te palmen. Aan het einde van de 19de eeuw of op de eeuwwisseling bouwde Armand Thiéry met aangevoerde stenen een eclectische kapel in het park, aan de oostzijde afgewerkt met een groot brandglasraam. Gedurende de Tweede Wereldoorlog zaten verzetslieden verborgen in het domein waar ze een grote hoeveelheid wapens hadden verborgen. Bij een inval van de Duitsers werd de eclectische kapel vernield. Rond 1900 werd in opdracht van het seminarie en/of door Thiéry een indrukwekkend mausoleum met altaar en een Mariagrot met beeldenpartij gebouwd. Thiéry werd na zijn overlijden, samen met enkele zusters, begraven in dit mausoleum. Vanaf 1952 verbleven enkele leden van de Ordre des enfants de la Mère de Dieu op het domein tot de paters augustijnen begin jaren 1950 verschillende loten van het voormalige goed van Armand Thiéry kochten.

Lange tijd was deze wijk van Heverlee schaars bebouwd. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd dit deel uitgebouwd en kregen de parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw van Troost met het augustijnenklooster en de sociale woonwijken Withof, Groenhof en Bronlaan hier hun plaats. Het zijn voornamelijk de kerktoren en de uniforme woonwijken die hier ook vandaag nog het uitzicht bepalen.

De nivelleringswerken voor de kerk van Onze-Lieve-Vrouw van Troost startten op 23 februari 1954. Op 4 mei werd de eerste steen gelegd en op 22 december 1955 werd de nog niet volledig afgewerkte kerk ingewijd. Op 15 april 1956 werd de torenklok ingewijd. In maart 1957 werden de bouwwerken beëindigd. De kerk werd opgericht in neoromaanse stijl naar het ontwerp van de architect Karel Van Cauwenberghe, afkomstig uit Eeklo. Hij was tevens de aannemer van de bouwwerken.

Gelijktijdig met de bouw van de kerk werd in 1956 een bouwaanvraag ingediend door de paters augustijnen voor de bouw van het kloostergebouw, eveneens naar ontwerp van de architect Karel Van Cauwenverghe. Het klooster zelf functioneerde vanaf de jaren 1950 tot de jaren 1970 als studiehuis van de broeders in opleiding. Op deze plaats is bovendien het Augustijns Historisch Instituut gehuisvest. Aanvankelijk was een groter kloostercomplex voorzien, dat zou tegemoet komen in de huisvesting van een internationale groep studenten aan de Leuvense universiteit. Deze plannen werden nooit uitgevoerd.

In 1957 werd een bouwaanvraag ingediend voor het bouwen van een externe doopkapel. Deze doopkapel op cirkelvormige plattegrond, met de noordelijke zijde van de kerk verbonden door middel van een lange gang, werd niet gerealiseerd.

De parochiezaal ten noorden van de kerk werd opgetrokken volgens een bouwaanvraag van 1959 naar ontwerp van J. De Breuck. De huidige zaal werd volgens de bouwaanvraag aanvankelijk opgetrokken als een tijdelijke constructie, in afwachting van een definitieve parochiezaal, maar is ook vandaag nog in gebruik.

Beschrijving

Het klooster, de kerk en de parochiezaal situeren zich langs de straatzijde van het ruime perceel. Deze bebouwing neemt zo de helft van het perceel in beslag. De overige helft, ten oosten van het complex, wordt gekenmerkt door een erg dichte bebossing, reeds weergegeven op de kaart van Ferraris (1771-1778) die overvloeit in de bebossing van het militair oefendomein, gevat tussen de Kerspelstraat en de Milseweg. Op het sterk beboste domein bevindt zich, enigszins verscholen, het enigmatische mausoleum van Armand Thiéry, dat verwijst naar de 19de-eeuwse geschiedenis van deze plaats vóór de realisatie van de kerk en het klooster.

Parochiekerk

De georiënteerde longitudinale kruiskerk met basilicale opstand is gebouwd in neoromaanse stijl. De plattegrond ontvouwt een driebeukig schip van tien traveeën met ten noorden een aan drie zijden vrijstaande vierkante toren die aan de zuidzijde verbonden is met de kerk door een gangetje, een transept van twee traveeën met vlakke sluiting en een rechthoekig koor van één brede travee, eveneens met vlakke sluiting en een kooromgang. Het kerkgebouw werd opgetrokken uit rode baksteen op een plint van breuksteen en afgedekt door leien zadel- en lessenaarsdaken.

De vierkante toren telt vijf geledingen onder tentdak en wordt geopend door eenvoudige rondboogvensters met natuurstenen onderdorpels, voor een deel in een rondbogige spaarnis. De bovenste geleding wordt geaccentueerd door een natuurstenen waterlijst en aan elke zijde twee rondbogige galmgaten in een spaarveld met aflijnende rondboogfries. De westpuntgevel van het schip wordt gemarkeerd door een nagenoeg gevelbreed spaarveld, afgelijnd door een klimmende boogfries. Een drieledig rondboogportaal met houten poorten in een trapsgewijs verdiepte omlijsting verschaft toegang tot de kerk. Hogerop is er een groot roosvenster met kleine roedeverdeling. Het schip met vrij gesloten karakter wordt verlicht door kleine per twee gekoppelde, eenvoudige rondboogvensters. Het transept met twee traveeën onder zadeldaken wordt geopend door kleine rondboogvensters. De vlakke sluiting wordt steeds gekenmerkt door een spaarveld met klimmende boogfries en wordt geopend door een rond venster met gekruiste roeden. Het koor onder verlaagd zadeldak heeft eveneens een vlakke sluiting met rond venster en gekruiste roeden. Zowel het koor als de kooromgang onder zadeldak worden geopend door rondboogvensters in de noordelijke en zuidelijke gevel. De rechtse zijkapel gevormd door het transept, werd ingericht als sacramentskapel, de linkse zijkapel was bestemd als de Onze-Lieve-Vrouwkapel of Onze-Lieve-Vrouw van Troost, de schutspatroon van kerk en parochie.

Het kerkinterieur werd, net zoals het exterieur, sober vormgegeven. Het tongewelf wordt gekenmerkt door bakstenen scheibogen. Het wit bepleisterde gewelf is beschilderd door de augustijn Leo Coppens met onder meer Bijbelse taferelen. Ook de kruisweg en de 14 staties werden in 1954-1955 geschilderd door Leo Coppens. Frans Cox uit Maasniel bij Roermond ontwierp de gebrandschilderde ramen. Ter hoogte van het roosvenster boven het orgel werd Onze-Lieve-Vrouw van Troost afgebeeld. Boven de toegangspoort werd de Heilige Augustinus weergegeven, eveneens in een roosvenster. In de Sint-Ritakapel bevinden zich zes ramen die het leven van deze heilige uitbeelden. Het orgel werd in 1958 gebouwd door de Gentenaar Henri Laureys.

Klooster

De kerk staat door middel van een gang in verbinding met het kloostergebouw dat zich ten zuiden van de kerk bevindt. Het kloostergebouw, opgetrokken op een U-vormige plattegrond, telt drie bouwlagen onder op elkaar aansluitende zadeldaken van zwarte pannen, voorzien van dakkapellen. Het ontwerp vindt vormelijk een zekere aansluiting bij de kerk omwille van het materiaalgebruik van de gevels en de historiserende vormentaal. Het klooster, vijf op tien traveeën, werd opgetrokken in rood baksteenmetselwerk. De breukstenen plint die het kerkgebouw kenmerkt, loopt door middel van de verbindende gang door tot in het kloostergebouw. De voorgevel, gericht naar het kerkplein wordt gekarakteriseerd door een robuuste trapgevel links. Deze trapgevel werd rijkelijk uitgewerkt door middel van een Brugse travee met verdiepte rondboogvelden van elkaar gescheiden door versneden steunberen. De twee traveeën rechts van de trapgevel werden, net als de rest van het klooster eenvoudig uitgewerkt door middel van vierkante vensters met een vierledige verdeling. Tegen de zuidelijke kloostergevel werd een klein garagevolume in een aansluitend ontwerp opgetrokken.

Interieur. Achter de inkom in de noordelijke gevel bevindt zich een grote hal die anderhalve bouwlaag bestrijkt; afleesbaar in de gevelgeleding door middel van de dubbelhoge vensterpartijen. Een gang bestrijkt de volledige lengte van de westelijke gevel, parallel met de straat, verbindt de verschillende vleugels van het kloostergebouw en geeft tenslotte uit op het binnengebied. Meer publieke ruimten alsook de eetvertrekken bevinden zich op deze gelijkvloerse verdieping. De gang herhaalt zich op de eerste en tweede verdieping, waar de verschillende vleugels werden opgedeeld in kamers van uniforme grootte.

  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossier 1956/16 (bouwvergunning 03.03.1956), dossier 1957/79 (bouwvergunning 08.06.1957) en dossier 1959/105 (bouwvergunning 05.12.1959).
  • HENDRIX H. 1980: Heverlee Onze-Lieve-Vrouw van Troost: onze kerk 25 jaar, Leuven.
  • SMEYERS M. 1992: Armand Thiéry (Gentbrugge 1868 - Leuven 1955): apologie voor een geniaal zonderling, Arca Lovaniensis artes atque historiae reserans documenta 19-20, Leuven.
  • UYTTERHOEVEN R. & MORIAS C. 1996: Heverlee 1846 - 1976: evolutie in woord en beeld, Leuven.
  • STEVENS D.: Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw van Troost, Heverlee [deelgemeente in gemeente Leuven - BE] (1954-). In: ODIS. Record last modified date: 26 september 2014. Available from World Wide Web: http://www.odis.be/lnk/OB_690 (geraadpleegd op 27 juni 2019).
  • VAN DEN WOUWER E.: Parochie Onze-Lieve-Vrouw van Troost, Heverlee (1956/1964-). In: ODIS. Record last modified date: 8 oktober 2018. Available from World Wide Web: http://www.odis.be/lnk/OR_18528 (geraadpleegd op 27 juni 2019).
  • S.N. s.d.: Armand Thiéry [online], https://nl.wikipedia.org/wiki/Armand_Thi%C3%A9ry (geraadpleegd op 27 juni 2019).

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

  • Omvat
    Mausoleum Armand Thiéry en Mariagrot
    Pakenstraat 65 (Leuven)

  • Is deel van
    Heverlee
    Heverlee (Leuven)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kerk Onze-Lieve-Vrouw van Troost en augustijnenklooster [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/201368 (Geraadpleegd op 21-10-2019)