Sint-Germanuskerk

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Pittem
Deelgemeente Egem
Straat Egemsdorpsplein
Locatie Egemsdorpsplein 7, Pittem (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Pittem (geografische inventarisatie: 01-03-2009 - 30-06-2010).
  • Thematische inventarisatie 20ste-eeuwse kerken (geografische inventarisatie: 01-07-2008 - 31-12-2009).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Sint-Germanuskerk

Deze vaststelling is geldig sinds 09-11-2011.

Beschrijving

Neogotische parochiekerk gebouwd in 1866-1873 naar ontwerp van provinciaal bouwmeester P.N. Croquison, bijna volledig herbouwd in 1920-1923 na schade opgelopen tijdens de Eerste Wereldoorlog, met vernieuwde torenspits uit 1950-1951. De neogotische kerk verving een ouder kerkje dat zich centraal op het kerkhof ten zuidwesten van de huidige kerk bevond. Georiënteerde kerk zonder kerkhof, gelegen aan de oostzijde van het Egemsdorpsplein.

Historiek. Wellicht wordt in het begin van de 10de eeuw een eerste kerkje te Egem gebouwd, toegewijd aan de Heilige Germanus van Auxerre. De oprichting van de Egemse parochiekerk gebeurde vermoedelijk op initiatief van de monniken van Saint-Amand-les-Eaux uit Elnone, die onder meer de omliggende gronden te Koolskamp en Wingene in bezit hadden.

In 1179 wordt het "altare" van Egem aan de abdij van Saint-Nicolas-des-Prés bij Doornik geschonken, die tot aan de Franse Revolutie het patronaatschap van de kerk behoudt. Het was aldus de abt van de abdij die de pastoor benoemde en die de financiële rechten en plichten uitoefende die aan de functie verbonden waren.

In 1547 wordt de kleine eenbeukige kruiskerk met een zuidelijke zijbeuk vergroot door metselaar Jan de Grave uit Emelgem. De kerk met omringend kerkhof was een dertigtal meter ten zuidwesten van de huidige kerk, op de plaats van de huidige begraafplaats gesitueerd en werd net als de pastorie omringd door een wal waarover bruggen lagen.

Tijdens het laatste kwart van de 16de eeuw beleefde de parochie door godsdienstoorlogen een van de somberste perioden uit haar geschiedenis. In 1578 nam men maatregelen om de kerk tegen naderend onheil te behoeden: het dak werd nagezien en waar nodig gedicht en er werden nieuwe sloten gestoken. De nog niet in beslag genomen kunstwerken en inboedel werden verkocht of ondergebracht bij particulieren. Alle voorzorgen ten spijt, bleek de kerk reeds in 1592 tot puin herleid.

In 1609 werd begonnen met de wederopbouw van de kerk die tot 1625 zou duren. Pastoor-deken Jan de Mol uit Tielt tekende de plannen voor de nieuwe kerk die wellicht op de grondvesten van de oude kerk werd gebouwd. Het kerkje telde twee beuken, een noordelijke hoofdbeuk en een kortere zijbeuk en werd gemarkeerd door een houten torentje boven de westelijke hoofdingang. Het strodak werd volledig vervangen door een leien dak, gelegd door Antoon de Cock, schaliedekker uit Tielt. Een rekening maakt melding van een nieuw eiken kerkportaal. De bekende Tieltse bouwmeester/ aannemer Romain de Caigny was in 1623-1625 verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de restauratiewerkzaamheden.

Het kerkje, opgetrokken met zachte kalkmortel en ter plekke gebakken stenen, bleek weinig bestand tegen de weersomstandigheden en moest regelmatig gerestaureerd worden, onder meer in 1671-1672 wanneer het onder leiding van metselaar Maillaert Berlemont en timmerman Stasen Roobaert hersteld werd. In de 18de eeuw werd de kerk nog meermaals verfraaid, onder meer in 1725 wanneer de nog steeds behouden preekstoel werd geplaatst. In 1766 vonden opnieuw opsmuk- en restauratiewerkzaamheden plaats, onder meer gefinancierd met de verkoop van bouwmateriaal van de afgebroken Egemkapel. In 1778 werden de bouwvallige kerk en kerktoren opnieuw hersteld.

Een prent van Serafijn Vermote uit 1813 toont de kerk als een klein bedehuis onder steile bedaking, waarvan de hoofdbeuk aan westzijde bekroond wordt door een dakruiter, aan zuidzijde geflankeerd door een zijbeuk met een oostelijke tuitgevel. Er wordt tevens een uitbouw onder lagere bedaking weergegeven aan noordzijde. De kerk wordt op de prent omringd door bomen, een haag geeft de grens aan tussen het bebouwde dorpscentrum en het omringende platteland. Pastoor Maertens liet in 1841 een nieuwe sacristie aan de kerk bouwen. Diens opvolger, pastoor Loncke nam echter onmiddellijk na zijn aanstelling in 1863 het initiatief tot het bouwen van een totaal nieuwe kerk in neogotische stijl, naar het ontwerp van provinciaal bouwmeester P.N. Croquison. Zijn plannen van de bestaande toestand in 1863 bleven bewaard en tonen het oude kerkje op onregelmatig grondplan met een brede hoge noordbeuk eindigend op een koor met driezijdige sluiting, een portaalaanbouw aan westzijde, geflankeerd door een tweede uitbouw, wellicht doopkapel, de noordgevel telt vier spitsboogvensters en twee steunberen. Aan zuidzijde bevindt zich een smallere en lagere zijbeuk van drie traveeën waartegen ten oosten de sacristie werd aangebouwd. De westgevel wordt gekenmerkt door twee tuitgevels, twee spitsboogvensters, onregelmatig geplaatste steunberen, een portaal met segmentpoort en rondboognis onder puntgevel.

In tegenstelling tot wat eerst de bedoeling was, werd er voor geopteerd om de kerk niet op zijn oorspronkelijk plaats op te trekken maar wat naar het noordoosten, in de tuin van de pastorie. Op deze manier kon het oude kerkhof dat door de bouw van de nieuwe kerk te klein zou zijn geworden, gevrijwaard worden. Om de bouw van de nieuwe kerk, met dezelfde rooilijn als de nieuwgebouwde pastorie uit 1843 mogelijk te maken en het zicht op het bedehuis vrij te maken, werden de restanten van de "Plaetsewal" rond het neerhof van de pastorie gedempt en drie kleine woningen op het dorpsplein afgebroken. De nieuwe kerk werd reeds in 1869 in gebruik genomen, de oude kerk in 1870 afgebroken. De bouw en afwerking van de nieuwe kerk sleepten echter nog verder aan tot 1873. In 1876 werden de glas-in-loodramen geplaatst door glazenier Bernaert uit Gent.

De nieuwe neogotische kerk zoals Croquison deze in 1863 uittekende bestaat uit een hoge middenbeuk, twee lagere zijbeuken, een vrij diep koor en een westgeveltoren. De toren heeft een vierledige opbouw en bestaat uit een segmentbogige deur binnen spitsboogvormige omlijsting met een boogveld voorzien van vierlobmotieven, een lang vrij smal spitsbogig venster waarboven een derde verdieping vooraan gekenmerkt door een verdiept veld afgeboord met een boogfries met beeldnis. De vierde geleding is opengewerkt door twee spitsboogopeningen met galmgaten, aan de vier zijden bekroond door een uurwerk onder puntdakje waarboven een achtzijde spits uittorent.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt de kerk herschapen tot een ruïne, wanneer de kerktoren bij de terugtocht van de Duitsers op 17 oktober 1918 gedynamiteerd wordt: de kerktoren stort in en het kerkdak wordt vernield tot aan het transept. De kerk wordt voorlopig hersteld in 1919 en in 1923-1924 grondig gerestaureerd onder leiding van architect J. Latte uit Kortrijk. De toren wordt daarbij met een iets ander uitzicht heropgebouwd.

In 1951-1952 verandert de aanblik van de toren opnieuw wanneer de bovenste geledingen van de toren herbouwd worden onder leiding van architect Allaert uit Kortrijk. De achtzijde spits wordt daarbij vervangen door een meer robuuste vierkante spits, ook in het metselwerk worden enkele aanpassingen doorgevoerd. In de periode 1979-1982 ondergaat de kerk een grondige restauratie onder leiding van de architecten W. Naert en P. Pauwels. Het voegwerk wordt uitgekapt en het parement gedeeltelijk vernieuwd, de vloer wordt gedeeltelijk vervangen, de daken vernieuwd en er worden moderne glas-in-betonramen geplaatst. In 2007 staat de kerk opnieuw in de steigers. Eind december wordt de kerkhaan die zestien jaar eerder van de toren was gewaaid, onder grote belangstelling teruggeplaatst.

Beschrijving. Kerk aan de oostzijde van het Egemsdorpsplein gelegen, met parking ten noorden en westen, grasperk met geboortedreef ten zuiden.

Neogotische basilicale kerk met een vierzijdige westgeveltoren, driebeukig schip van vier traveeën, transept van één travee en koor van drie traveeën en driezijdige sluiting, geflankeerd door twee vlak afgesloten zijkoren, aanpalende bergplaats en sacristie.

Kruisvormig grondplan geaccentueerd door hoger opgetrokken middenbeuk, hoogkoor en transept onder leien zadeldak. Lessenaarsdaken voor de zijbeuken, tentdaken voor de zijkoren en schilddaken voor bergplaats en sacristie, eveneens uit leien.

Materiaalgebruik: donkerrode ter plekke gefabriceerde bakstenen, lichter gekleurde bakstenen voor het in 1951-1952 herbouwd gedeelte van toren. Schaarse toepassing van natuursteen, onder meer voor de afzaten en de speklaag die de sokkel van de kerk afzoomt. Natuursteen uit Lezennes bij de restauratie in 1979-1982 vervangen door Massangis. Afzaten aan toren vermoedelijk circa 2007 vervangen door blauwe hardsteen.

Exterieur. Ingewerkte westgeveltoren van vier geledingen op vierkant grondplan, gemarkeerd door haaks op elkaar geplaatste verjongende steunberen op de hoeken. In de onderste geleding bevindt zich een rechte houten vleugeldeur met naald, binnen een natuurstenen spitsboogvormige omlijsting gekenmerkt door zuiltjes met bladwerkkapiteel en een bekroning van de spits in de vorm van een kruisbloem. Heiligennis binnen boogveld met beeld van de Heilige Germanus, op console en onder baldakijn. Erboven gesitueerd spitsboogvenster, geflankeerd door smallere lager ingebrachte spitsboogvensters in de zijbeuken onder afhellend aandak. De bovenbouw van de toren bestaat per zijde achtereenvolgens uit twee spitsboognissen en een verdieping met galmgaten binnen twee spitsboogopeningen, onder uurwerk en bekronende baksteenfries. Vierkante naaldspits op kleiner grondplan met dakkapel aan de vier zijden, voorzien van kruis en haan op de top. Zijgevels van het schip en koor gekenmerkt door verjongende steunberen waartussen spitsboogvensters, bekroond door lichtbeuk met roosvensters in de middenbeuk. Het hoogkoor is door een smallere travee-indeling voorzien van lancetvensters. Sacristie en bergplaats gekenmerkt door verdiepte velden tussen verjongende steunberen, bij sacristie voorzien van twee naast elkaar geplaatste spitse vensters en deur onder witstenen bovendorpel en spitsbogig bovenlicht, alle voorzien van dievenijzers. Boven elkaar geplaatste spitsboogvensters in de bergplaats, segmentbogig deurtje in de oostgevel. Transeptgevels onder aandak gemarkeerd door groot spitsboogvenster onder luik in de top. Alle lijstgevels zijn afgeboord door een geprofileerde baksteenlijst, de vensters voorzien van moderne neogotisch geïnspireerde ramen met glas-in-betonmaaswerk. Dakkapel voorzien van houten luikjes met bebording aan elke zijde van schip, transept en koor. Naast toren tevens kruis aan noord-, zuid- (transept) en oostzijde (koor).

Interieur. Bepleisterde en beschilderde wanden met drieledige opbouw bestaande uit spitsbogige scheibogen op zuilen met bladwerkkapiteel, een door een boogfries afgeboord recht spaarveld en bekronend roosvenster. Kruisriboverwelving op bundelpijlers en schalken voor midden- en zijbeuken, met toepassing van kleuraccenten voor basementen en kapitelen. Alternatieve uitwerking van hoogkoor met langgestrekte glasramen onder decoratief stergewelf, waaiervormig gewelf boven kruising schip en transept. Zwarte natuurstenen vloer met witte marmeren belijning in koor en transept. Expressieve polychrome glasramen met non-figuratieve afbeelding. Koor met segmentbogige deurtjes naar sacristie en bergplaats, binnen spitsbogig spaarveld. Aan noordzijde erboven gesitueerde segmentbogige nis voorzien van maaswerk op zuiltjes en een decoratieve bladwerkschildering.

Mobilair. Hoofdaltaar. Wit beschilderd houten retabelaltaar, neogotisch, circa 1920. Voorzien van nissen met beelden van de vier evangelisten, inscriptie op de sokkel "Ecce Panis Angelorum", Zijaltaren in 1875 vervaardigd door Karel van Robays, witbeschilderd hout. Toegewijd aan de Heilige Germanus (zuid) en aan Onze-Lieve-Vrouw (noord) met respectievelijke beelden van de Heilige Germanus van Auxerre en Onze-Lieve-Vrouw met Kind, gepolychromeerd hout, tweede helft 19de eeuw.

Biechtstoelen, hout, Lodewijk XV-stijl, midden 18de eeuw. Timpaan met afbeelding van de Boetvaardige Maria Magdalena en de Heilige Hiëronymus (geleverd door P. Van Caeyseele?).

Communiebank, hout, eerste helft 18de eeuw, met taferelen van de Heilige Eucharistie, in 1823 aangekocht bij een particulier uit Kortemark.

Koorgestoelte, hout, tweede helft 19de eeuw, gekocht bij Van de Weghe te Tielt.

Preekstoel, hout, in 1725 vervaardigd door Arnout Pullinckx, met beeld van Heilige Antonius abt, medaillons met de vier evangelisten, wapenschild van ridder Antoon del Rio, heer van Egem.

Doopvont, natuurstenen kuip en koperen deksel, einde 19de eeuw.

Kruisgang van 14 staties, gepolychromeerd hout, in 1901 vervaardigd door de broers Parentani uit Brussel.

Grafsteen van "Bernardekin Van den Eyghene Jans zuene", witte steen met voorstelling van overleden kind, 1479.

Schilderijen. "Heilige Germanus van Auxerre", tweede helft 17de eeuw, "Onze-Lieve-Vrouw met Kind schenkt de rozenkrans aan de Heilige Dominicus van Guzman", door A. Joostens, 1855.

Beeldhouwwerk, onder meer Heilige Elisabeth van Hongarije (tweede helft 19de eeuw), Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand, Heilige Antonius en Kind, gekruisigde Christus, Heilige Barbara en Heilig Hart.

Gedenkplaat voor de militaire en burgerlijke slachtoffers van de Eerste en Tweede Wereldoorlog in de zuidelijke zijbeuk. Vijf witmarmeren gedenkplaten binnen houten geprofileerde omlijsting met spitsboogvormig middendeel. Houten doksaal met orgel uit 1929, geplaatst door Anneessens uit Menen.

  • ALGEMEEN RIJKSARCHIEF, Dienst der Verwoeste Gewesten, nr. 7616: kerk Egem, 1922-1934.
  • ARCHIEF R-O VLAANDEREN – ONROEREND ERFGOED, Levend Archief.
  • KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207: Mutatieschetsen, Egem, 1870/1.
  • KONINKLIJK INSTITUUT VOOR HET KUNSTPATRIMONIUM, fototheek, A35410, B91378-91391, M45098-45116, M45131, M45138-45141.
  • PROVINCIALE BIBLIOTHEEK EN DOCUMENTATIECENTRUM WEST-VLAANDEREN, Iconografische collectie: nr. F 8030: bouwplan oude kerk door provinciaal bouwmeester Croquison, 1863.
  • PROVINCIALE BIBLIOTHEEK EN DOCUMENTATIECENTRUM WEST-VLAANDEREN, Iconografische collectie: nr. F 8031: "l'Eglise d'Eeghem, vue du Nord-Est", door Serafijn Vermote, 1813.
  • VLAAMS INSTITUUT VOOR HET ONROEREND ERFGOED, Documentatiecentrum, Kaarten en Plattegronden K.C.M.L., W1407-W1410: Plan voor de nieuwbouw van de Sint-Germanuskerk (architect Croquison), 1863.
  • ARICKX V., Geschiedenis van Egem, Kortrijk, 1982, 2 delen.
  • ARICKX V., Wederopbouw van de oude kerk te Egem 1612-1623, in Biekorf, jg. 63, nr. 9, 1962, p. 271-274.
  • D.J.P., Dorpsplein krijgt geboortedreef, in Het Laatste Nieuws, 25/11/2005.
  • JACOBS M., Zij, die vielen als helden … Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen. Deel 2, Brugge, 1996, p. 96.
  • MUYLAERT F. (red.), Kerken in West-Vlaanderen. Deel 1, Roeselare, 1992, p. 124-126.
  • SABBE N., Kerkhaan kraait weer boven Egem, in De Weekbode, 21/12/2007.
  • VANDECAVEYE E., DEVOLDERE W., Egem in oude prentkaarten, Tielt, 1978.
  • VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie West-Vlaanderen. Kanton Tielt, Brussel, 1974, p. 15-17.
  • VERMEULEN J., Oude foto's van Pittem en Egem, Pittem, 2003, 2 delen.
  • VROMMAN F., Rijke houtsculpturen in West-Vlaamse kerken, s.l., 2000, p. 65-66.

Bron: Devooght K. & Santy P. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Pittem met deelgemeente Egem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL49, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Devooght, Kristien & Santy, Pieter

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Egemsdorpsplein

Egemsdorpsplein (Pittem)

omvat Orgel kerk Sint-Germanus

Egem (Pittem)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.