In 1951 wordt Peter Benoit, vijftig jaar na zijn overlijden, herdacht met een monumentaal bronzen standbeeld. Daarmee toont de stad Harelbeke al sinds zijn overlijden heel wat respect voor één van zijn bekendste burgers. Eerder werd zijn erg bescheiden geboortehuis ook al ingericht als een museum voor de componist en muziekpedagoog.
Peter Benoit werd geboren als oudste zoon van het gezin Benoit. Na hem kwamen nog 8 kinderen. Zijn ouders, Rosalie Monie en Petrus Benoit waren getalenteerd – zij voor taal en voordrachtkunst, hij voor muziek. Zijn eerste muzieklessen kreeg hij van zijn vader en daarna volgden de lessen van Pieter Carlier, de koster van Desselgem. Voor deze koster en muziekleraar uit het naburige dorp sprak hij decennia later nog zijn bewondering uit. Zijn bijzondere muzikale talent bracht Peter Benoit naar Brussel waar hij onder meer les kreeg van François-Joseph Fétis, directeur van het conservatorium van Brussel. De jonge Peter Benoit wist in 1857 door zijn harde werk de “Prix de Rome” te winnen en kon daarmee op studiereis naar het buitenland. Na enige omzwervingen belandde hij in 1859 in Parijs en droomde ervan om daar door te breken. Hij kon er onder meer aan de slag in het “Théatre des Bouffes Parisiens” bij Jacques Offenbach. Persoonlijke en professionele ambities kon hij er echter niet waarmaken en teleurgesteld keerde hij In 1863 terug naar België. Door zijn buitenlandse reizen kwam hij wel in contact met de “nationale scholen” waarbij de klassieke muziek onder invloed van de Romantiek (kunststroming) teruggrijpt naar de eigen volksaard, onder invloed van het staatkundig nationalisme. Daarbij gaan de componisten op zoek naar elementen uit traditionele volksmuziek en dans. Muzikaal blonk hij in Brussel en Parijs al uit met Franstalige cantates en chansons, maar eens terug in België ijverde hij voor muziek in de Nederlandse taal. Het succes van het oratorium Lucifer in 1866 toonde zijn Vlaams engagement en leverde hem in 1867 de benoeming op aan als directeur van de Antwerpse muziekschool. Daar leverde hij een soms bitsige strijd voor de eigen taal in de muziek. Vooral bij de leergangen zang werd het quasi verbod op andere talen als een gebrek gezien omdat er in het begin nog maar weinig muziek bestond in het Nederlands. Benoit gaf hierin het voorbeeld. Hij componeerde talrijke stukken voor koor en orkest waarbij meer dan 200 uitvoerders aanwezig waren. Voor de uitvoering van de “Hymne aan de vooruitgang” dat hij schreef ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling van Antwerpen in 1885 waren naar verluidt meer dan 1500 uitvoerders aan het werk.
Door het schrijven van indrukwekkende cantates die op plechtige gelegenheden werden opgevoerd en het bezingen van lokale thema’s had hij als componist een ijzersterke reputatie opgebouwd. Maar door zijn soms koppige optreden kreeg hij ook veel tegenkanting. Gekweld door fysieke en psychische klachten stierf Peter Benoit in 1901, op 66-jarige leeftijd. Na zijn overlijden verstomden de kritische stemmen en Peter Benoit werd sindsdien geroemd als de man die zijn volk leerde zingen. Zijn rol in het als muziekpedagoog droeg bij tot de ontwikkeling van het Nederlandstalig kunstonderwijs in Vlaanderen in de negentiende eeuw.
Al snel werden straten naar hem vernoemd en werden herdenkingen georganiseerd. Op de gevel van zijn geboortehuis in Harelbeke werd in 1902 een gedenkplaat onthuld. Het eenvoudige huisje werd later als museum ingericht. In Antwerpen, waar hij het grootste deel van zijn leven had doorgebracht werd in 1933 een niet figuratief geometrisch monument opgericht naar ontwerp van Henri Van de Velde.
Maar het meest monumentale standbeeld kwam er 50 jaar na zijn dood in zijn geboortestad Harelbeke. De stad had kort voordien een herenhuis aangekocht om er haar diensten in onder te brengen en wou de tuin ervan inrichten als stadspark. Aan de ingang van het park ter hoogte van de Stationsstraat kreeg het een prominente plaats. Harelbeke sprak kunstenaar Alfred Courtens (1889-1967) aan om het beeld te maken. De kunstenaar was een telg van, een heel getalenteerde kunstenaarsfamilie uit Dendermonde. Zijn vader Antoine Courtens werd een gereputeerd schilder van landschappen die internationaal gelauwerd werd en de titel van baron verkreeg van Koning Albert I. Als brugfiguur tussen het realisme en het impressionisme werd hij als een voorloper van de Latemse school beschouwd. Antoine Courtens, zijn jongere broer groeide uit tot één van de meest gegeerde architecten bij de Brusselse burgerij. Alfred studeerde beeldhouwkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel en Antwerpen. Zijn klassieke realistische stijl kende veel succes en hij werd geregeld gevraagd beelden te vervaardigen voor de koninklijke familie, waaronder de imposante ruiterbeelden van Leopold II, Albert I en Leopold III.
Courtens koos voor een imposante voorstelling overeenkomstig de persoonlijkheid en de muziek van Peter Benoit. De componist staat onwrikbaar trots op een sokkel van blauwe hardsteen. Aan zijn zijde wordt hij bewonderd door een vrouw en enkele kinderen die hem een met florale elementen versierde lier aanreiken. De adoratie door een vrouw duidt op de allegorie van de glorie. De kinderen kunnen duiden op zijn betekenis als componist en muziekpedagoog voor het nageslacht en de versierde lier is het symbool van de muziek en de harmonie. De ganzenveer die hij in de rechterhand houdt staat symbool voor zijn muzikale creaties. Op de sokkel het opschrift "P. BENOIT 1834-1901" en het wapenschild van de stad Harelbeke.
In 1994 wordt het standbeeld gerestaureerd door de firma Vermeire-Vermeire. Bij de heraanleg van het stadspark in 1999-2000 wordt de cirkelvormige vijver vóór het standbeeld vervangen door de huidige vijver met fonteinen.
Auteurs: Anoniem
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: ANONIEM 2026: Standbeeld Peter Benoit [online], https://id.erfgoed.net/teksten/456116 (geraadpleegd op ).
Standbeeld van Peter Benoit (1834-1901) geplaatst aan de ingang van het stadspark. Het beeld is van de hand van beeldhouwer Alfred Courtens en wordt in 1951 ingehuldigd ter ere van de vijftigste verjaardag van het overlijden van de musicus. In 1994 wordt het standbeeld gerestaureerd door de firma Vermeire-Vermeire. Bij de heraanleg van het stadspark in 1999-2000 wordt de cirkelvormige vijver vóór het standbeeld vervangen door de huidige vijver met fonteinen.
Bronzen standbeeld van Peter Benoit op een sokkel van blauwe hardsteen (la roche puante) met aan de voet fonteinen. Totale hoogte van 4,75 meter. Voorstelling van Peter Benoit, gehuldigd door een vrouw (Glorie) en kind als symbool voor de overwinning; in de rechterhand houdt hij een ganzenpen vast (symbool voor de werken die hij heeft gecomponeerd) en in de linkerhand een gevleugelde lier (symbool voor de muziek). Opschrift "P. BENOIT 1834-1901" en het wapenschild van de stad Harelbeke. Herdenkingssteen op het muurtje links van het standbeeld "STAD HARELBEKE HET PETER BENOITPLEIN EN HET HERAANGELEGD STADSPARK WERDEN OP 28 MEI 2000 OFFICIEEL OPENGESTELD DOOR DE BURGEMEESTER LUC DECAVELE (...)".
Bron: VANWALLEGHEM A. & CREYF S. 2009: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Harelbeke, Deel I: Stad Harelbeke, Deel II: Deelgemeenten Bavikhove en Hulste, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL42, onuitgegeven werkdocumenten.
Auteurs: Vanwalleghem, Aagje; Creyf, Silvie
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: VANWALLEGHEM A. & CREYF S. 2009: Peter Benoit [online], https://id.erfgoed.net/teksten/126253 (geraadpleegd op ).