erfgoedobject

Ruiterstandbeeld Koning Albert I

bouwkundig element
ID
205255
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/205255

Juridische gevolgen

Beschrijving

De oprichting van een ruiterstandbeeld voor Koning Albert had heel wat voeten in de aarde. De moeizame totstandkoming houdt verband met de oprichting van andere oorlogsgedenktekens in de stad.

Op 23 oktober 1927 werd een gedenkteken voor de Brugse gesneuvelden ingehuldigd in de Karthuizerinnenstraat, gekend als de militaire kapel. Het 'Brugsch Verbond der Vaderlandsche Vereenigingen', dat op 7 maart 1927 was opgericht en bestond uit belangrijke oud-strijdersverenigingen, kon evenwel niet akkoord gaan met dit gedenkteken. Dit 'Verbond' meende o.m. dat de militaire kapel al te zeer een privaat en confessioneel karakter had en dat grootse plechtigheden bij dit gedenkteken onmogelijk waren. Het 'Verbond' kon bovendien niet aanvaarden dat ze niet betrokken was bij de keuze voor een gedenkteken en dat ze geen toestemming kreeg om zelf een gedenkteken op te richten op een openbare plaats.

Het 'Verbond' stuurde o.m. een protestbrochure op naar het Koninklijk Hof, die normaal gezien prins Leopold ging afvaardigen voor de inhuldiging van dit gedenkteken. Koning Albert liet Prins Leopold niet meer gaan. De burgemeester werd zelfs bij eerste minister H. Jaspar op het matje geroepen. Om uit de impasse te geraken, stelde de eerste minister een stukje staatseigendom ter beschikking aan het 'Verbond' om een eigen gedenkteken te kunnen oprichten. Het 'Verbond' was hiermee gesust en de inhuldiging van de militaire kapel verliep vrij vlekkeloos, met aanwezigheid van prins Leopold maar evenwel zonder de Vlaamse Oud-Strijders en het Katholiek Vlaams Nationalistisch Verbond, die problemen hadden met het al te belgicistisch karakter van het 'Verbond'. De beloofde staatsgrond bleek achteraf evenwel geen eigendom van de staat te zijn en het conflict tussen stadsbestuur en het 'Verbond' bleef onverminderd doorgaan, ondanks inmenging van hogerhand.

In 1929-1930 werd op het einde van de Karthuizerinnenstraat op initiatief van het college van burgemeester en schepenen een praalboog geplaatst, om het geheel een meer publiek karakter te geven.

Jarenlang zou het 'Verbond' blijven ijveren voor een tweede stedelijk oorlogsgedenkteken, maar dit was volgens het stadsbestuur onmogelijk. De piste voor de oprichting van een ruiterstandbeeld voor Koning Albert leek voor het stadsbestuur wel aanvaardbaar. Het 'Verbond' verlangde echter dat op dit standbeeld expliciet vermeld zou worden dat dit een tweede gedenkteken was voor de omgekomen militairen van Brugge. Het schepencollege wou niet verder gaan dan het standbeeld op te vatten als een bevrijdingsmonument. Uiteindelijk kon het 'Verbond' akkoord gaan met een dergelijk standbeeld, dat zou uitgaan van de volledige bevolking van Brugge, dus zowel burgers als militairen.

Toen de nieuwe koning Leopold na de dood van Albert liet weten dat het – behalve het IJzergedenkteken in Nieuwpoort en het ongeschonden landschap van Marche-les-Dames –wenselijk was dat er slechts één nationaal gedenkteken voor zijn vader zou opgericht worden in Brussel in de vorm van een bibliotheek, ontstond in Brugge grote verwarring. In 1938 besliste het stadsbestuur niettemin om een ruiterstandbeeld voor Koning Albert op te richten op de 'Statieplaats' (het huidige Zand), als een gedenkteken voor de bevrijding.

De Tweede Wereldoorlog zou het moeizame proces jarenlang onderbreken. Na de bevrijding in 1944 liet het stadsbestuur een gedenkteken voor de slachtoffers van deze nieuwe oorlog oprichten op de stedelijke begraafplaats en een gedenkteken voor de Canadese bevrijders aan de Canadabrug. Beide gedenktekens werden in 1948 gerealiseerd door de Brugse beeldhouwer Octave Rotsaert.

Pas in 1951 werd het project van een standbeeld voor Koning Albert opnieuw leven ingeblazen door een nieuw opgericht actiecomité. Zowel het stadsbestuur als dit comité waren akkoord dat het om een gedenkteken voor de bevrijding van de stad ging, maar ook tegelijk een gedenkteken voor de vroegtijdig overleden koning Albert. Het gedenkteken zou niet op het Zand geplaatst worden, maar in het park langs de Koning Albert I-laan.

De Brugse beeldhouwer Octave Rotsaert werd als ontwerper aangesteld. Rotsaert diende 4 keer aanpassingen aan zijn ontwerp uit te voeren, vooraleer hij groen licht kreeg voor de uitvoering van het standbeeld. Koning en paard meten samen 4,85m en wegen 3.000 kg. Het bronzen beeld werd in stukken gegoten door de Gebroeders Vindevogel uit Zwijnaarde. De hardstenen sokkel werd gemaakt naar ontwerp van de toenmalige stadsarchitect.

Het standbeeld kostte in totaal meer dan 1.600.000 fr. Een provinciaal comité dat in de jaren '30 geldinzamelacties had gehouden, kon ca. 183.000 fr. schenken. Een actiecomité voor het gedenkteken, opgericht in mei 1954, kon 55.000 fr. verzamelen. De provincie West-Vlaanderen droeg 50.000 fr. bij. Een provinciaal comité, opgericht in december 1954, droeg nog eens 5.000 fr. bij. De stad diende meer dan 1.300.000 fr. te betalen.

Het gedenkteken werd op 30 mei 1954 onthuld, in aanwezigheid van Koning Boudewijn, tijdens een 'korte' plechtigheid. Enkel de burgemeester hield een toespraak. Na de onthulling door de koning volgde een defilé van de maatschappijen, de vaderlandse verenigingen en het leger. 's Avonds op de Markt volgde nog een concert door de militaire muziekkapel van de Zeemacht.

Beschrijving

Op een podium met drie treden, staat een hoge rechthoekige meerledige sokkel. Alles uitgevoerd in hardsteen. Hierop is een groot bronzen standbeeld van Koning Albert I geplaatst. De koning zit te paard, in militair uniform met helm en legerjas en het zwaard opzij.

Op de sokkel: op de voorkant, 'AAN KONING / ALBERT / EN ZIJN LEGER / 1914-1918'.

Uitvoering: Oct. Rotsaert (gesigneerd); Gebroeders Vindevogel, Gent (bronsgieter) (niet gesigneerd); Stadarchitect Brugge (ontwerper voetstuk) (niet gesigneerd)

Hoogte 958 x breedte 840 x diepte 1055 cm

  • JACOBS M., Zij, die vielen als helden... Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2. Brugge, Provincie West-Vlaanderen, 1996.
  • JACOBS M., Zij, die vielen als helden... Cultuurhistorische analyse en inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 1. Brugge, Provincie West-Vlaanderen, 1995.
  • VANHOUTRYVE A., Brugse stand- en borstbeelden. Historische analyse en retrospectieve. Brugge, Grafisch Bedrijf Schoonbaert, 1989.
  • Lexicon van Westvlaamse Beeldende Kunstenaars (Deel 2). Kortrijk, Vereniging van Westvlaamse Schrijvers, 1993.
  • DE LAERE R., Octave Rotsaert, een groot kunstbeeldhouwer, in: Heemkundige bijdragen voor Brugge en Ommeland. Maandblad van de heemkundige kring Maurits van Coppenolle, XXIV (1993), nr. 1, 2, 3 en 4.
  • VAN SCHOORHOVE J., De Pax van Rotsaert. S.l., s.n., s.d. (brochure).

Bron     : Beschermingsdossier DW002456 (2009)
Auteurs :  Decoodt, Hannelore
Datum  :


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Ruiterstandbeeld Koning Albert I [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/205255 (Geraadpleegd op )