erfgoedobject

Complex van de watervoorzieningsdienst

bouwkundig element
ID: 20564   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/20564

Juridische gevolgen

Beschrijving

Op het bouwblok dat gevormd wordt door de Kattenberg, de Gaspar de Careyerstraat, de Victor Hortastraat en de Jakob Jordaensstraat werd tussen 1880 en 1977 in verschillende fasen een infrastructuur voor waterbevoorrading uitgebouwd door de Gentse Watermaatschappij.

Historiek

Al in 1880-1882 werden op de Kattenberg in Gent twee watertorens gebouwd wat ze tot de oudste, bewaarde typevoorbeelden van Vlaanderen maakt. Het ontwerp was van de toenmalige hoofdingenieur van de Gentse Watermaatschappij Masqueler. Eind 20ste eeuw werden ze gerestaureerd door Bressers architecten.

Na de Tweede Wereldoorlog (waarschijnlijk voor 1960) verrezen bijkomende dienstgebouwen op de hoek van de Kattenberg en de Jacob Jordaensstraat, naar ontwerp van architect Willy Valcke. De nieuwe watertoren en gebouwen aan de zijde van de Gaspar de Craeyerstraat werden gerealiseerd tussen 1972 en 1977 in opdracht van het gemeentebedrijf EGW (Watervoorzieningsbedrijf van de stad Gent) omdat er nood was aan een stockeerruimte om een constant debiet te waarborgen. De plannen werden opgemaakt door de architecten Geo en Dirk Bontinck, in samenwerking met Sacha Murachef. De verantwoordelijke hoofdingenieur was J. Van Hoe, de betoningenieur professor F.G. Riessauw. In november 1974 ging men over tot de openbare aanbesteding, en de uitvoering liep van augustus 1975 tot augustus 1977 (kostprijs: 80 miljoen Belgische frank). Op 15 oktober 1977 werd deze infrastructuur ingewijd door Minister van Vlaamse Aangelegenheden Rika De Backer – Van Ocken.

Beschrijving

De watertorens van 1880-1882 getuigen van een functionele maar imposante architectuur: ronde bakstenen massieve pijlers dragen grote gietijzeren kuipen, bekleed met een houten foliewand ter beschutting van de weersomstandigheden. Deze kuipen rusten op een hardstenen afdekking van de zware bakstenen buitenmuren, onder een bekronend dak met topverluchting om onderdruk te vermijden bij het legen van het waterreservoir. Een boogfries op hardstenen consooltjes scheidt de twee delen. Ook het interieur bleef vrij intact behouden met smeedijzeren galerijen.

De naoorlogse bouwfase van Willy Valcke is een L-vormig complex van twee bouwlagen, bestaande uit een grotere vleugel langs de Jacob Jordaensstraat onder een segmentboogvormig dak, en een kleinere vleugel aan de Kattenberg onder een plat dak, beide met betonnen kroonlijst. De gebruikte modern-zakelijke baksteenarchitectuur is typisch is voor de overheidsgebouwen midden 20ste eeuw. Alle gevels hebben een parement van gele baksteen op een plint van blauwe hardsteen. De kopse gevels van de grotere vleugel zijn blind met een groot gevelvlak in glasdallen boven of in de plint. De overige gevels zijn opengewerkt op de begane grond en de eerste verdieping met grote, rechthoekige ramen die gekoppeld zijn tot een doorlopende band. Aan de zijde van de Jacob Jordaensstraat behouden deze vensters grotendeels het oorspronkelijke, stalen schrijnwerk met geometrische roedeverdeling. Aan deze zijde zijn ook enkele smalle horizontale vensters in de plint gevoegd.

De watertoren van 1975-1977 bevat een ondergronds reservoir met daarboven respectievelijk een pompkamer, vier platforms in gewapend beton voor magazijnen, en een waterkuip. Naast de toren bevindt zich een tweede ondergrondse ruimte met afsluiters en debietmeters. De toren is, net zoals de watertorens van 1882, ongeveer 30 m hoog maar helemaal anders uitgewerkt. In plaats van de waterkuip te accentueren als een afzonderlijk volume, heeft men hier gekozen om de verschillende onderdelen te verbergen achter de gevel. Die gevel is golvend (een symbolische verwijzing naar de waterfunctie) en volgt het klaverbladvormige grondplan. De gevelbekleding is opgehangen aan de bovenste randbalk en bestaat uit geanodiseerde aluminium profielen, inwendig versterkt met staal en aan de buitenkant gebronsd. De invulling bestaat uit reflecterend vensterglas om de opwarming van het interieur tijdens de zomermaanden te beperken maar ook als een poging tot integratie, doordat het gebouw verdwijnt achter een speelse reflectie van de omliggende historische gebouwen (met name de 19de-eeuwse watertorens en Leopoldskazerne).

  • Elektriciteits-, Gas- en Waterdiensten (E.G.W.), archief.
  • BEKAERT G. 1995: Hedendaagse architectuur in België, Tielt, 177.
  • BOGAERT C., LANCLUS K. & VERBEECK M. met medewerking van LINTERS A. 1979: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4NB Z-W, Brussel - Gent.
  • DE CLERCQ M. 2012: Tussen tuinwijk en hoogbouw. Architectuur tussen 1950 en 1975 in Gent, Lezingen Dienst monumentenzorg en architectuur 4, Gent, 13-21.
  • DUBOIS M. 1985: Van stad tot regio, van rijwoning tot villa, in: POULAIN N., DESEYN G., DUBOIS Marc e.a., Gent & architectuur, Trots, schande en herwaardering in een overzicht, Brugge, 125.
  • DUBOIS M. 1988: Gentse architectuur van deze eeuw: een overzicht, in: BRACKE G., HAGEN L., VAN DOORNE G., e.a., Architectuur als buur, panorama van Gent en omstreken 1968-88, Turnhout, 38.
  • GOEDLEVEN E. 1982: Hedendaagse architectuur in historische omgevingen, Brussel, 15
  • LAPORTE D. & SNAUWAERT L. 2003: Gids voor architectuur in Gent, Tielt, 174-175.
  • S.N. 1978: De nieuwe glazen watertoren van Gent, in H2O, 11.16, 360-361.

Auteurs :  Bogaert, Chris, Lanclus, Kathleen, Vandeweghe, Evert, Verbeeck, Mieke
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Complex van de watervoorzieningsdienst [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/20564 (Geraadpleegd op 25-02-2020)